← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2016:5732

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/221684 / KG ZA 16-265 Vonnis in kort geding van 4 juli 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUQUEST B.V., statutair gevestigd te Heerlen, eiseres, advocaat mr. E.R.T.A. Luijten, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [naam] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, in persoon verschenen. Partijen zullen hierna Euquest B.V. en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de brieven, met bijlagen, van Euquest B.V. van 16 juni en 29 juni 2016, de brief, met bijlagen, van [gedaagde] , van 1 juli 2016, de mondelinge behandeling, de akte houdende een wijziging van eis van Euquest B.V., de pleitaantekeningen van [gedaagde] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
  3. Euquest B.V. vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle stukken af te geven die eigendom zijn van en / of aan haar toebehoren, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagde] nalaat aan dit vonnis te voldoen, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 2.
  4. [gedaagde] voert verweer. 2.
  5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 3De beoordeling 3.
  6. Eiswijziging 3.1.
  7. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Euquest B.V. haar eis gewijzigd in die zin dat zij naast afgifte van alle in eigendom aan haar toebehorende stukken, ook de grootboekmutaties dan wel de grootboekkaarten met betrekking tot de administratie over 2015 wenst te ontvangen. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen deze eiswijziging. 3.1.
  8. De voorzieningenrechter gaat aan het bezwaar van [gedaagde] voorbij, aangezien [gedaagde] geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan zou kunnen of moeten worden geconcludeerd dat de eiswijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Overigens ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding om de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten. Zij neemt hierbij in aanmerking dat de eiswijziging feitelijk geen wijziging behelst, maar veeleer neerkomt op een concretisering van de oorspronkelijke vordering. De voorzieningenrechter zal aldus recht doen op de gewijzigde eis. 3.
  9. Spoedeisend belang 3.2.
  10. Alvorens toe te komen aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil, ziet de voorzieningenrechter zich eerst voor de vraag geplaatst of Euquest B.V. een spoedeisend belang heeft bij beoordeling van haar vordering, die ertoe strekt dat [gedaagde] de grootboekadministratie van Euquest B.V. aan haar afgeeft, in kort geding. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend. 3.2.
  11. Zij overweegt daartoe dat Euquest B.V. voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in beginsel vóór 1 juni 2016 aangifte vennootschapsbelasting over 2015 had moeten doen en dat zij de grootboekadministratienodig daarvoor nodig heeft. Daarnaast heeft Euquest B.V. voldoende aannemelijk gemaakt dat zij van de Belastingdienst geen uitstel voor indiening van de aangifte heeft verkregen en dat de aangifte uiterlijk op 12 juli 2016 alsnog bij de Belastingdienst dient te zijn ingediend, bij gebreke waarvan zij een boete zal zijn verschuldigd. [gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat Euquest B.V. door de Belastingdienst niet zou zijn uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting te doen, zodat geen sprake is van het verstrijken van een fatale termijn voor de indiening van de aangifte vennootschapsbelasting, maar aan die stelling gaat de voorzieningenrechter voorbij. Gelet op de betwisting van die stelling door Euquest B.V. had het namelijk op de weg van [gedaagde] gelegen zijn stelling te onderbouwen. Nu hij dit heeft nagelaten gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat Euquest B.V. gehouden is aangifte vennootschapsbelasting te doen en dat zij die aangifte in principe al vóór 1 juni 2016 bij de Belastingdienst had moeten indienen. Daarmee is het spoedeisend belang van Euquest B.V. bij een beoordeling van haar vordering in kort geding gegeven. De voorzieningenrechter ontvangt Euquest B.V. dan ook in haar vordering. 3.
  12. Afgifte boekhoudkundige stukken 3.3.
  13. Daarmee komt de voorzieningenrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat hij bereid is de grootboekadministratie van Euquest B.V. aan haar af te geven. Daarmee ligt de vordering van Euquest B.V. in zoverre voor toewijzing gereed. Hierbij zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] de grootboekadministratie uiterlijk op 7 juli 2016 aan Euquest B.V. zal afgeven. De voorzieningenrechter zal dienovereenkomstig beslissen. 3.3.
  14. Voor zover Euquest B.V. naast afgifte van de grootboekadministratie nog afgifte van andere gegevens verlangt, wordt deze vordering afgewezen nu niet is gesteld dat [gedaagde] , behoudens de grootboekadministratie, nog andere administratieve bescheiden van Euquest B.V. in zijn bezit heeft. 3.3.
  15. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze tot een bedrag van € 5.000,00 wordt gemaximeerd. 3.
  16. Proceskosten 3.4.
  17. Euquest B.V. vordert dat de voorzieningenrechter [gedaagde] in de kosten van dit geding veroordeelt. De voorzieningenrechter wijst deze vordering toe. Zij overweegt hiertoe dat, anders dan [gedaagde] betoogt, uit de door beide partijen in het geding gebrachte correspondentie blijkt dat Euquest B.V. buiten rechte herhaaldelijk om afgifte van de grootboekadministratie heeft verzocht. Het door [gedaagde] gevoerde verweer, dat erop neerkomt dat hij niet wist waarvan Euquest B.V. afgifte verlangde, zodat hij buiten rechte aan de vordering kon voldoen, gaat dan ook niet op. Hierop gelet alsmede gelet op het feit dat [gedaagde] in overwegende mate in het ongelijk wordt gesteld, acht de voorzieningenrechter een proceskostenveroordeling op zijn plaats. 3.4.
  18. De kosten aan de zijde van Euquest B.V. worden begroot op: - dagvaarding € 87,09 - griffierecht 619,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal € 1.522,09 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.
  19. veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op 7 juli 2016 de grootboekadministratie van Euquest B.V. aan haar af te geven, 4.
  20. veroordeelt [gedaagde] om aan Euquest B.V. een dwangsom te betalen van € 250,00 per dag dat hij niet aan de hiervoor onder 4.
  21. uitgesproken veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00, 4.
  22. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Euquest B.V. tot op heden begroot op € 1.522,09, 4.
  23. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Bijker-Veen en in het openbaar uitgesproken op 4 juli
  25. type: NL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.