RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/700100-16 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 juli 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] , gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard. De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.I.M. Entjes, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 juli 2016. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: samen met een ander op 17 februari 2016 in de gemeente Maastricht een personenauto in brand heeft gestoken; Feit 2: samen met een ander op 6 februari 2016 in de gemeente Maastricht een personenauto in brand heeft gestoken dan wel heeft geprobeerd deze auto in brand te steken; Feit 3: samen met een ander in het bezit was van 13,6 gram amfetamine; 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de feiten 1, 2 subsidiair en 3 wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vrijgesproken van feit 2 primair. In het bijzonder heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 subsidiair heeft de officier van justitie aangevoerd dat de feiten bewezen kunnen worden verklaard op basis van de camerabeelden en de herkenning van de verdachten op de beelden. Ook tonen de kleding en schoenen van de verdachten overeenkomsten met de kleding welke wordt gedragen door de personen die zichtbaar zijn op de beelden. Verder is een deksel van de verpakking van saus van het merk Trophysauzen op de plaats delict gevonden. Dergelijke deksels zijn ook in de woning van de verdachten aangetroffen, welke opmerkelijk genoeg waren afgewassen. Het feit van 6 februari 2016 kan gekoppeld worden aan het feit van 17 februari 2016, nu getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij het geluid van een auto op 17 februari 2016 ook bij een eerdere autobrand heeft gehoord en op de auto van de verdachte [verdachte] een sportuitlaat is gemonteerd. Verder blijkt uit de gegevens van de onder de verdachten in beslag genomen computer dat op 7, 14 en 16 februari 2016 is gezocht op termen verband houdende met brand. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ter zake feit 1 en 2 en zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit geen enkel bewijsmiddel in het dossier rechtstreeks blijkt dat de verdachte bij de feiten betrokken is geweest. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraakoverwegingen Feiten 1 en 2 De politie krijgt op 6 februari 2016 rond 06.25 uur een melding dat er een personenauto in brand staat aan de [adres 1] te Maastricht. Ter plekke blijkt er geen brand te zijn, maar wel aanwijzingen (een deksel met een lont en een potje met benzine) dat getracht is de betreffende auto, een Honda Civic, toebehorende aan de heer [persoon 1] , in brand te steken. De heer [persoon 1] doet aangifte en vertelt dat hij in april 2015 problemen heeft gehad met zijn ex-vriendin. Zijn ex-vriendin is de medeverdachte [medeverdachte] . [persoon 1] vertelt ook dat zijn ex-vriendin inmiddels een relatie heeft met ene [verdachte] (verdachte [verdachte] ). Vervolgens geeft hij een signalement van deze [verdachte] . Vervolgens worden aan hem camerabeelden getoond. Deze beelden zijn opgenomen door een aantal camera’s die zijn aangebracht bij een nabij gelegen fietsenhandel “ [naam fietsenhandel] ”. Op de beelden, die ook ter terechtzitting zijn getoond, zijn twee personen, kennelijk een man en een vrouw, te zien, die over de [adres 2] lopen in de richting van de [adres 1] en daarna is te zien dat zij terug uit diezelfde richting komen. De man draagt een wit petje. Eveneens is te zien dat één van beide personen gebukt zit bij een auto die geparkeerd staat aan de [adres 1] . [persoon 1] zegt dat hij de beide personen herkent als mevrouw [medeverdachte] en de heer [verdachte] . De rechtbank heeft, na ter terechtzitting deze beelden diverse malen te hebben bekeken in aanwezigheid van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] , de personen op die beelden niet kunnen identificeren. Bij de auto is een blauw dekseltje aangetroffen met daarin een katoenen lont. Dit dekseltje blijkt, na nader onderzoek, te zijn van een pot mayonaise of saus van het merk: “Trophysauzen, de sausmakers sinds 1973”. Deze mayonaise of saus is onder meer verkrijgbaar bij de supermarkt, genaamd “ [naam supermarkt] ”. Soortgelijke deksels worden bij de doorzoeking in de woning van verdachten op 17 februari 2016 aangetroffen. Vervolgens wordt in de nacht van 17 februari 2016, tussen 03.00 uur en 04.00 uur, opnieuw brand gesticht in de auto van de heer [persoon 1] . Nu met aanzienlijke schade. De auto stond op dat moment geparkeerd op een parkeerplaats, behorende bij de appartementen aan de [adres 1] . De ingang van deze parkeerplaats is gelegen aan de [adres 3] te Maastricht. Aangever [persoon 1] en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] horen een knal. [getuige 2] verklaart dat hij een donkere personenauto van het merk Opel, type Kadett met gedoofde lichten in de richting van de [adres 2] ziet staan en hij ziet een persoon in de richting van die auto rennen en instappen, waarna deze auto - met gedoofde lichten - wegrijdt in de richting van de [adres 2] . Getuige [getuige 1] hoort na de knal een auto die flink optrekt. De getuige denkt dat hij dit geluid bij een eerdere autobrand ook heeft gehoord. Hij ziet vervolgens een zwarte personenauto van het merk Volkswagen, type Golf vanaf het station aan komen rijden. Deze auto ging vervolgens de spoorwegovergang over en reed daarna links af de [adres 4] op. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] krijgen die nacht de melding over de autobrand en de mogelijke betrokkenheid van een donkerkleurige personenauto, merk Opel of merk Volkswagen met mogelijk een typisch zwaar geluid. Zij zien rond 04.00 uur die nacht een donkerkleurige personenauto uit de richting van een tankstation van BP, gelegen nabij het Geusselt stadion komen. Deze auto rijdt via de [adres 5] richting de Noorderbrug. Politieambtenaar [verbalisant 2] denkt dan dat het een auto van het merk Volkswagen, type Golf betreft. Besloten wordt het voertuig te volgen. Op enig moment zien de politieambtenaren dat het een donkerblauwe personenauto van het merk Opel betreft. Als het voertuig optrekt horen de politieambtenaren een zwaar geluid van het voertuig komen. Er wordt een stopteken gegeven en de inzittenden worden gecontroleerd. Het zijn de medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte [verdachte] . Beide verdachten worden aangehouden en de auto wordt inbeslaggenomen. Verdachten verklaren beiden dat ze vanuit hun woning aan de [adresgegevens verdachte] te Maastricht zijn weggegaan en met hun auto zijn gereden naar een tankstation van BP, gelegen nabij het Geusseltstadion en dat ze aldaar een flesje drank van het merk AA en sigaretten hebben gekocht. De opgevraagde bewakingsbeelden, opgenomen in dat tankstation, bevestigen dat [verdachte] rond 04.00 uur ‘s nachts in de shop van het betreffende tankstation frisdrank en sigaretten heeft gekocht. De auto wordt onderzocht en in de auto wordt een wit petje aangetroffen met het opschrift “Lonsdale”. Tevens wordt in de auto een gassoldeerbout aangetroffen. Bij het ontsteken hiervan kwam een blauwe gasvlam uit de bout. Voor het overige wordt niets aangetroffen dat in verband kan worden gebracht met de tegen [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] gerezen verdenkingen inzake de brandstichtingen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de kleding, die verdachten bij hun aanhouding droegen, is onderzocht op eventuele sporen. Op basis van een visuele inspectie zou zijn vastgesteld dat het remlicht aan de linkerzijde van het inbeslaggenomen voertuig iets feller brandt dan het remlicht aan de rechterzijde. Dit zou ook waarneembaar zijn op de foto die is opgenomen als foto 3 op pagina 180 van het dossier. Er is niet gebleken dat de remlichten zijn onderworpen aan een technisch onderzoek. Verdachten hebben ter terechtzitting weersproken dat er voor wat betreft de lichtopbrengst een verschil bestaat tussen de beide remlichten. De rechtbank heeft deze foto bekeken, maar is van oordeel dat, nu niet vast staat uit welke hoek de betreffende foto is genomen en technisch onderzoek op dit punt ontbreekt, niet vast staat dat er voor wat de lichtopbrengst daadwerkelijk een verschil is tussen de beide remlichten van het inbeslaggenomen voertuig. De bewakingsbeelden van “ [naam fietsenhandel] ”, opgenomen in de nacht van 17 februari 2016 zijn eveneens onderzocht en de waarnemingen zijn opgenomen in het proces-verbaal. Ook ter terechtzitting zijn deze beelden bekeken. Op deze beelden is te zien dat in de betreffende nacht rond 03.45 uur een donkerkleurige auto de [adres 2] komt opgereden en in de richting van de kruising met de [adres 3] rijdt. Ter hoogte van deze kruising is te zien dat een remlicht feller brandt dan het andere remlicht en dat de auto rechtsaf de [adres 3] oprijdt. Om 03.51.40 u is aan de bovenzijde van het beeld een lichtflits te zien. Verbalisanten relateren in het proces-verbaal dat vervolgens rond 03.51.55 u te zien is dat een vermoedelijke donkerkleurige auto, zonder verlichting, over de [adres 3] rijdt in de richting van de [adres 2] . Dit heeft de rechtbank op de beelden niet kunnen waarnemen. Met de inbeslaggenomen auto is op 25 februari 2016 omstreeks 19.05 uur (dit is na zonsondergang), dezelfde route gereden. Vervolgens werden de camerabeelden, opgenomen door de camera’s van “ [naam fietsenhandel] ”, vergeleken. Verbalisanten relateren dat uit de beelden blijkt dat de auto op de beelden van 25 februari 2016 (de inbeslaggenomen auto), identiek is aan de auto die te zien is op de beelden van 17 februari 2016. De rechtbank heeft de beelden die op 25 februari 2016 zijn opgenomen eveneens ter zitting bekeken en is van oordeel dat op basis van deze beelden niet met zekerheid gesteld kan worden dat de auto, die te zien is op de camerabeelden opgenomen op 17 februari 2016 dezelfde auto is als de inbeslaggenomen auto. Verdachten hebben beiden van meet af aan ontkend enige betrokkenheid bij deze brandstichtingen te hebben gehad. Zij hebben ook steeds ontkend de personen te zijn die te zien zijn op de camerabeelden opgenomen op 6 februari 2016. Uit de geconstateerde feiten en omstandigheden heeft ten aanzien van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] de verdenking kunnen ontstaan, maar de rechtbank heeft daaruit niet de overtuiging bekomen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachten de daders zijn van de poging tot brandstichting, respectievelijk de brandstichting. Naar het oordeel van de rechtbank laten de bewijsmiddelen de mogelijkheid open dat (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.