vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/203477 / HA ZA 15-140 Vonnis van 20 juli 2016 in de zaak van de stichting STICHTING RTR-NL ZUID, gevestigd te Eindhoven, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. C.W. Houtman te Nijmegen, tegen de stichting STICHTING PARKMANAGEMENT WESTELIJKE MIJNSTREEK, gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.F.E. Kikken te Hoensbroek. Partijen zullen hierna RTR en PMWM genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de rolbeslissing van 13 april 2013 waarbij het verzoek om pleidooi van PMWM is afgewezen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. RTR, voorheen handelend onder de naam Stichting Regionaal platform criminaliteitsbeheersing Oost-Brabant, alias stichting Criminee!, heeft van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 op basis van de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht tussen Stichting Parkmanagement Westelijke Mijnstreek en de stichting Criminee! van 3 februari 2011 (hierna: Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht), cameratoezicht uitgevoerd op het bedrijventerrein Westelijke Mijnstreek. 2.2. ATN B.V. (hierna: ATN) en Dit is beveiligen B.V. (hierna: Dit B.V.) hebben aanvankelijk van PMWM de opdracht gekregen om zorg te dragen voor de volledige levering, aanleg, aansluiting, implementatie en onderhoud van een camerasysteem met toezichtruimte op diverse terreinen. Later is de eigen toezichtruimte op locatie uit de opdracht gehaald en is RTR in de arm genomen door PMWM voor het uitkijken van de beelden in haar ruimte (hierna: de rtr) in Eindhoven. 2.3. PMWM heeft in november 2012 de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht rechtsgeldig opgezegd per 1 januari 2014. PMWM heeft de facturen van RTR betrekking hebbend op de laatste twee kwartalen van 2013 onbetaald gelaten. 3Het geschil in conventie 3.1. RTR vordert na wijziging van eis veroordeling van PMWM tot betaling aan RTR van € 166.375,44 met rente, veroordeling van PMWM tot betaling aan RTR van € 2.438,74 inzake buitengerechtelijke incassokosten, veroordeling van PMWM tot betaling aan RTR van de proceskosten, waaronder begrepen € 1.417,04 aan beslagkosten en vermeerderd met de nakosten. 3.2. RTR legt aan de vordering ten grondslag dat PMWM facturen ten onrechte onbetaald heeft gelaten. RTR stelt dat op basis van de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht die tot en met 31 december 2013 liep twee facturen onbetaald zijn gelaten. Voorts heeft PMWM nagelaten de facturen te voldoen die op basis van de mondelinge vaststellingsovereenkomst inzake cameratoezicht die liep tot 30 april 2014 zijn verzonden en tot slot stelt RTR recht te hebben op betaling van facturen met betreking tot de stilzwijgende voortzetting van de overeenkomst tot en met september 2014. 3.3. PMWM voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. PMWM vordert veroordeling van RTR om aan PMWM te betalen een bedrag van € 328.900,00, althans€ 119.700,00, althans € 72.699,82, althans hetgeen na verrekening met hetgeen in conventie verschuldigd is, vermeerderd met rente. veroordeling van RTR tot betaling aan PMWM van de proceskosten. 3.5. PMWM legt aan de vordering ten grondslag dat zij de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht buitengerechtelijk heeft ontbonden met ingang van de ingangsdatum wegens toerekenbare tekortkoming van RTR, althans dat RTR bedrog heeft gepleegd, dan wel dat sprake is van dwaling. 3.6. RTR voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. Het meest verstrekkende verweer van PMWM is dat zij nooit met RTR heeft gecontracteerd, zodat RTR geen rechten kan ontlenen aan de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht. RTR heeft aangevoerd dat gecontracteerd is met de Stichting Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Oost Brabant en dat de statutaire naam van deze stichting is gewijzigd in Stichting RTR-NL ZUID bij statutaire wijziging van 16 oktober 2014. RTR heeft dit onderbouwd met statuten en een uittreksel van het handelsregister. RTR merkt voorts op dat de consequentie van de stellingen van PMWM is dat haar reconventionele vordering eveneens op losse schroeven staat, gesteld dat dit verweer wordt gevolgd. 4.2. De rechtbank stelt vast dat PMWM tijdens de comparitie zich niet meer heeft uitgelaten over dit verweer, zodat zij ervan uitgaat dat PMWM dit heeft prijsgegeven. De Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht tot 31 december 2013 4.3. PMWM stelt voorts bij conclusie van antwoord dat zij de Samenwerkingsovereenkomst cameratoezicht buitengerechtelijk ontbindt, omdat RTR tekort is geschoten. De tekortkoming bestaat volgens PMWM uit het beneden de maat blijven van de prestaties van het camerasysteem, waarover reeds in 2011 is geklaagd bij RTR. Ook stelt PMWM dat RTR ondermaatse dienstverlening heeft geleverd, omdat verschillende incidenten niet zijn opgemerkt en/of dat de juiste beelden niet konden worden verstrekt. PMWM stelt dat verschillende ondernemers hierom uit het project zijn gestapt. Tot slot verwijst PMWM naar de conclusies van een quick-scan, uitgevoerd in oktober 2013, waaruit het disfunctioneren volgens haar blijkt. De ontevredenheid over de dienstverlening is volgens PMWM de reden geweest om de overeenkomst op te zeggen per 31 december 2013. PMWM verwijt RTR voorts dat zij iets had moeten ondernemen tegen het feit dat Dit is beveiligen B.V. (hierna: Dit BV) opslagkosten in rekening bracht bij PMWM. 4.4. RTR stelt allereerst dat een reeds door opzegging geëindigde overeenkomst niet meer ontbonden kan worden. RTR stelt voorts dat, omdat PMWM zelf in verzuim was met de betaling van de laatste twee facturen uit 2013, haar geen recht tot ontbinding toekomt. Voor zover van dat laatste wel moet worden uitgegaan, stelt RTR dat, als er al sprake is van een tekortkoming van haar zijde, deze de ontbinding niet rechtvaardigt. RTR stelt dat de problemen in 2011 (dit zonder erkenning van RTR dat een verwijt kon worden gemaakt), waardoor PMWM de betaling had opgeschort, zijn verholpen en PMWM vervolgens heeft betaald. Voorts stelt RTR dat medio 2012 uit de projectevaluatie bleek dat de beoogde resultaten, namelijk een criminaliteitsreductie van 25%, met een reductie van 35% ruimschoots is gehaald. RTR stelt voorts dat PMWM op basis van de quick-scan nooit heeft geklaagd. De overeenkomst was op dat moment reeds opgezegd. RTR weerspreekt dat de gebreken waarover de scan spreekt daadwerkelijk aanwezig waren. RTR is voorts overigens nooit in de gelegenheid gesteld eventuele tekortkomingen op te lossen. 4.5. Anders dan RTR veronderstelt volgt uit artikel 6:265 BW niet dat reeds beëindigde (uitgevoerde) overeenkomsten niet meer zouden kunnen worden ontbonden (vgl. Hoge Raad 4 februari 2000, NJ 2000/562, r.o. inzake het derde middel). Overigens staat vast dat de overeenkomst niet volledig is uitgevoerd, omdat PMWM nog twee facturen onbetaald heeft gelaten. Bovendien stelt PMWM dat RTR in de uitvoering van haar verplichtingen tekort is geschoten. Anders dan RTR veronderstelt is PMWM ook niet in schuldeisersverzuim, als bedoeld in artikel 6:266 BW, zodat, indien sprake is van een tekortkoming van RTR, PMWM gerechtigd is te ontbinden. 4.6. Uit artikel 6:265 BW volgt dat alleen dan niet ontbonden kan worden als die tekortkoming, gelet op haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De vraag dient te worden beantwoord of aan de zijde van RTR sprake is van een tekortkoming en of deze zodanig is dat deze de ontbinding rechtvaardigt. 4.7. Met RTR is de rechtbank van oordeel dat problemen die kennelijk in 2011 aanleiding waren om bij RTR te klagen over de kwaliteit en betaling op te schorten, kennelijk zodanig zijn opgelost dat PMWM bereid was haar prestatie te voldoen en alsnog te betalen, zodat van een tekortkoming niet meer kan worden gesproken, zonder dat door PMWM nieuwe feiten daaromtrent naar voren zijn gebracht. PMWM heeft ter comparitie voorts niet meer gereageerd op de stelling van RTR dat in 2012 een beter resultaat was behaald dan tevoren was afgesproken met betrekking tot de criminaliteitsreductie, namelijk 35% ten opzichte van beoogde 25% reductie. Uit de door PMWM overgelegde quick-scan uit 2013 blijkt bovendien ook dat vanaf 2011 een trendbreuk zichtbaar is en dat verschillende soorten criminaliteit ten opzichte van de voorgaande jaren 2008 en 2010 significant zijn afgenomen. Evenmin heeft PMWM gereageerd op het verweer van RTR dat niet (tijdig) is geklaagd over de kwaliteit van het uitgevoerde werk. Dit maakt, tezamen met de vaststelling dat PMWM nalaat specifiek te onderbouwen op welke momenten en in welke specifieke situaties RTR niet kon leveren, en met de vaststelling dat een lijst van ontevreden opdrachtgevers geen inzicht geeft in het beweerdelijke gebrek aan de kwaliteit van de dienstverlening, kan een tekortkoming niet worden vast gesteld. 4.8. Voor zover PMWM zich beroept op hoofdstuk 5 (techniek en dienstverlening) en hoofdstuk 7 (conclusies en aanbevelingen) van de quick-scan merkt de rechtbank allereerst op dat waar aldaar gesproken wordt over “de RTR” het gaat om “de Regionale Toezicht Ruimte” en niet om de stichting RTR-NL Zuid. Voorts wordt ingegaan op de aanbieding en geïnstalleerde techniek door ATN en Dit B.V. in het kader van de opdracht. In hoofdstuk 7 wordt opgemerkt dat het aanbod van de opdrachtnemers (bedoeld zijn ATN en Dit B.V.) is afgestemd op de eisen van de stichting Criminee! (lees: RTR) zonder dat alternatieven zijn overwogen. ATN en Dit B.V. wordt verweten dat de dienstverlening door de rtr onvoldoende is c.q. onvoldoende aansluit bij de technische en financiële eisen van PMWM en dat de betrokkenheid van de stichting Criminee! onvoldoende garanties biedt in het kader van privacybescherming. De enige aanbeveling die refereert aan de stichting Criminee! luidt dat PMWM de eisen waaraan de rtr moet voldoen zou moeten aanscherpen, maar deze aanbeveling is voorts in het geheel niet concreet uitgewerkt. De rechtbank volgt dan ook RTR in haar stellingname dat de quick-scan geen tekortkomingen van RTR blootlegt, althans dat in ieder geval uit het rapport niet blijkt van tekortkomingen van RTR die een ontbinding rechtvaardigen. 4.9. Voor zover PMWM stelt dat de wanprestatie van RTR daaruit bestaat dat zij ten onrechte kosten voor opslag in rekening brengt en dat PMWM daardoor twee maal daarvoor betaalt, omdat ook Dit B.V. deze kosten aan haar in rekening heeft gebracht, terwijl RTR dit wist of behoorde te weten en heeft nagelaten dit op te lossen, is de rechtbank van oordeel dat zij PMWM daarin niet kan volgen. Vast staat dat RTR geen partij is bij de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.