RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 5279303 CV EXPL 16-7225 Vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 Rv van 6 september 2016 in de zaak van [eiseres] , wonend aan het [adres 1] , [woonplaats 1] , eiseres, gemachtigde mr. R.G.P. Voragen, tegen 1de vennootschap onder firma [naam vof] V.O.F., gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats] ,
- [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] ,
- [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagden, gemachtigde mr. E.R. Frieser. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de op voorhand door mr. Frieser ingediende pleitaantekeningen met producties de door mr. Frieser ingediende gecorrigeerde productie 13 het door mr. Voragen op 5 september 2016 gedane verzoek tot verplaatsing, dat op grond van artikel 10 procesreglement is afgewezen de mondelinge behandeling van 5 september 2016 1.
- Vervolgens is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Namens eisende partij is niemand ter zitting verschenen. [eiseres] is evenmin in persoon verschenen. Het bij dagvaarding gestelde is door [gedaagden] gemotiveerd weersproken. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om, desnoods in persoon, ter zitting gemotiveerd in te gaan op het verweer van [gedaagden] , nu de inhoud daarvan tot uitleg van de feiten of nadere motivering van het bij dagvaarding gestelde aanleiding gaf. 2.
- Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat [eiseres] niet geslaagd is in een onderbouwing van haar stellingen die zodanig is dat zij de betwiste vordering kunnen dragen. Met name is niet aannemelijk geworden dat [gedaagden] gehouden is [eiseres] vanaf 1 juni 2016 het loon te betalen. Aannemelijk is veeleer dat [gedaagden] grond tot stopzetting van de loonbetaling en ontslag op staande voet had, gelegen in de gebrekkige medewerking door [eiseres] aan haar re-integratie. 2.
- De vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen met haar veroordeling in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 400,00 salaris gemachtigde. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst de vorderingen af, 3.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 400,00 salaris gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken. Type: CJ