ECLI:NL:RBLIM:2016:820
RECHTBANK limburg Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB 15 / 1705 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2016 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: drs. M.L. Hassell), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas, verweerder (gemachtigde: mr. J. Vossen) Procesverloop Bij besluit van 22 december 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder op het verzoek in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) geantwoord.
Bij besluit van 9 april 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2016.
Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen 1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.
Ingevolge het derde lid behoeft de verzoeker bij zijn verzoek geen belang te stellen.
Ingevolge artikel 4 wordt, indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, de verzoeker zo nodig naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, beslist het bestuursorgaan op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop het verzoek is ontvangen.
Hoeveel aanvragen en bezwaarschriften heeft verweerder sinds de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep wegens niet tijdig beslissen ontvangen? Graag een onderverdeling maken in het onderwerp van de aanvraag en of er sprake is van een primair besluit of een bezwaarschrift;
Hoe vaak heeft verweerder een ingebrekestelling of klacht als bedoeld in artikel 9:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ontvangen? In hoeveel gevallen moest verweerder een dwangsom betalen en wat is het totale bedrag?
In hoeveel gevallen heeft verweerder een Wob-verzoek aangemerkt als een verzoek in het kader van artikel 7:18 van de Awb of in het kader van artikel 7:4, vierde lid, van de Awb?
In hoeveel gevallen heeft verweerder toepassing gegeven aan artikel 4 van de Wob en is dat binnen een redelijk te achten termijn geweest?
Heeft verweerder de beslistermijn overschreden vanwege capaciteitsgebrek, de complexiteit van de materie of een andere reden?
Wordt een financieel jaarverslag in verband met uitbetalingen van dwangsommen bijgehouden?
In hoeveel gevallen heeft verweerder uit eigen beweging toepassing gegeven aan artikel 4:18 van de Awb?
In hoeveel gevallen is wettelijke rente over een dwangsom uitbetaald?
Registreert verweerder over het algemeen documenten met risico op dwangsom?
Voor wat betreft de ingebrekestellingen die zijn ingediend vanwege een Wob-verzoek of een verzoek om informatie op grond van het bepaalde in artikel 7:4, vierde lid, van de Awb in de periode 1 oktober 2009 tot en met de datum van het onderhavige verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wob, ontvangt eiser graag de bijbehorende documenten. Het gaat dan om het Wob-verzoek of verzoek in het kader van artikel 7:4, vierde lid, van de Awb, de ingebrekestelling, het dwangsombesluit, de beslissing op het Wob-verzoek, de beslissing op de ingebrekestelling en eventueel indien van toepassing rechterlijke uitspraken.
Informatie verstrekt. Indien eiser kennis wilt nemen van de specifieke onderwerpen kan, tegen legesvergoeding à € 0,80, een kopie van de aanvragen en bezwaarschriften worden gestuurd. Ook stelt verweerder eiser in de gelegenheid de documenten op het gemeentehuis digitaal te bekijken, waarbij geen kosten in rekening worden gebracht;
We hebben in de genoemde periode 66 ingebrekestellingen ontvangen. Hiervan is 16 keer een dwangsom verbeurd. Het totale bedrag dat is uitgekeerd aan dwangsommen is € 15.900,-. Verder hebben wij in de genoemde periode 144 klachten ontvangen.
Er is geen toepassing gegeven aan artikel 7:18 van de Awb. In een bezwaarprocedure krijgen de betrokken partijen altijd de op de zaak betrekking hebbende stukken toegezonden. Hiervoor worden geen kosten in rekening gebracht. Het is niet bekend of zich in de genoemde periode derde belanghebbenden hebben gemeld om stukken te ontvangen;
In de genoemde periode zijn 2 Wob-verzoeken doorgezonden, omdat ze bij de gemeente niet op de juiste plaats waren. Dit is beide keren binnen een redelijke termijn geweest;
Het overschrijden van de termijn is vaak een combinatie van factoren. Buiten de door u genoemde redenen komt het tegenwoordig ook vaak voor dat Wob-verzoeken op een dusdanige manier zijn opgesteld dat het onduidelijk is dat het om een Wob-verzoek gaat. Hierdoor is men niet alert genoeg en wordt de termijn overschreden. Ook zijn de Wob-verzoeken tegenwoordig vaak dusdanig omvangrijk, waardoor de termijnen moeilijk behaald kunnen worden;
Er wordt geen financieel jaarverslag bijgehouden; / Er is geen wettelijke rente vergoed over de uitbetaalde dwangsommen;
Er wordt geen speciaal register bijgehouden met documenten die een hoog risico op dwangsom veroorzaken. Wij streven er als gemeente naar om alle aanvragen binnen de daarvoor geldende termijnen af te handelen; […] In dit geval wordt geconcludeerd dat de door u gevraagde gegevens een bestuurlijke aangelegenheid betreffen en dat deze documenten in ons bezit zijn. Daarnaast doet zich geen uitzonderingssituatie voor op grond waarvan wij de stukken niet openbaar kunnen of mogen maken. Echter gelet op het aanzienlijke bedrag dat in rekening gebracht zou moeten worden als wij alle documenten kopiëren en toezenden, hebben we er voor gekozen om u de aantallen te geven en niet de documenten zelf. Zoals gezegd kunnen wij u de betreffende documenten tegen de daarvoor geldende legeskosten verstrekken. Ik verzoek u om ons te berichten of u hier gebruik van wenst te maken.
Ingevolge het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.
Ingevolge het derde lid kan uit de aard van een bevoegdheid voortvloeien dat zij niet kan worden misbruikt.
Ingevolge artikel 15 vindt artikel 13, van het BW, buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
10.1.
Desgevraagd heeft gemachtigde van eiser ter zitting (in de andere beroepsprocedures) aangegeven dat eiser (letterlijk) “onderzoek verricht naar de handelwijze van repeat Wob-verzoekers”. De rechtbank heeft vervolgens ter zitting hierop doorgevraagd, omdat het verband tussen de vragen in het Wob-verzoek en de onderzoeksvraag van eiser niet duidelijk blijkt. Zo is het de rechtbank bijvoorbeeld niet duidelijk wat een antwoord op de vraag in hoeveel gevallen verweerder een dwangsom moest betalen en wat het totale bedrag is kan opleveren in het kader van het onderzoek van eiser, nu dit aantal of bedrag enkel een totaalbeeld oplevert en niets lijkt te zeggen over het gedrag of de handelwijze van repeat-players. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de vraag of er een jaarverslag wordt bijgehouden in verband met uitbetalingen van dwangsommen. De rechtbank stelt vast dat het onderzoek de schijn heeft een middel te zijn om verzoeken op basis van de Wob te verantwoorden en dat gemachtigde van eiser met de beantwoording van de vragen van de rechtbank ter zitting deze schijn niet heeft weggenomen.
10.2.
Daarbij weegt de rechtbank mee dat gemachtigde van eiser in de zaak met procedurenummer AWB 15/1596 (uitspraak van heden) op de vraag waarom niet bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om informatie is verzocht, heeft geantwoord dat hiervoor niet is gekozen omdat de VNG geen bestuursorgaan is en vervolgens dat de VNG op ‘het forum’ niet goed is aangeschreven. De rechtbank leidt hieruit af dat het er sterk op lijkt dat ervoor gekozen is de informatie op te vragen bij bestuursorganen, om op deze wijze op grond van de Wob, waaraan financiële gevolgen verbonden kunnen worden aan de besluitvorming, te kunnen verzoeken. Dit wordt bovendien versterkt door het antwoord van gemachtigde van eiser op de vraag van de rechtbank waarom niet de repeat-players zelf om informatie is gevraagd (“eiser vraagt het aan de gemeenten en niet aan de repeat-players”), nu zij in feite het onderwerp zijn van het onderzoek van eiser.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.P. Letschert, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.L.J. Damoiseaux, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2016. w.g. Y.L.J. Damoiseaux, griffier w.g. A.W.P. Letschert, rechter Voor eensluidend afschrift: de griffier, Afschrift verzonden aan partijen op: 2 februari 2016 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.