RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/659173-15 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 oktober 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 en 30 september 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de productie van amfetamine/MDMA/tenamfetamine/N-ethyl MDA door op drie verschillende tijdstippen op drie verschillende locaties de in de tenlastelegging genoemde goederen en/of stoffen voorhanden te hebben. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Inleiding Begin 2015 is naar aanleiding van TCI-informatie onder leiding van de officier van justitie onder de naam Delta een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar veronderstelde criminele activiteiten. De inzet van BOB-middelen door het onderzoeksteam heeft geleid tot de vondst van drie (opslag)locaties. Op 5 februari 2015 wordt een garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven doorzocht. Op 20 februari 2015 een loods aan [adres 2] te Lomm en op 22 februari 2015 een garage bij de woning aan de [adres 3] te Roermond. Op deze locaties bleken zich verschillende chemicaliën en goederen te bevinden, welke volgens de interpretatie van de Landelijke Eenheid Ontmantelen (LFO) van de politie zouden zijn gerelateerd aan de productie van synthetische drugs. De politie heeft meerdere verdachten aangehouden, onder wie verdachte. Verdachte wordt verweten betrokken te zijn bij de locaties in Eindhoven, Lomm en Roermond. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde wordt bewezenverklaard. Daartoe heeft zij verwezen naar de telecomgegevens in combinatie met de verschillende observaties, aantreffen van de stoffen en goederen op de betreffende locaties en de verklaring van verdachte. Daaruit komt met betrekking tot verdachte het volgende naar voren: Eindhoven Verdachte heeft op 4 februari 2015 contact met Autoverhuur Limburg om aldaar een voertuig te reserveren voor 5 februari 2015. Op 5 februari 2015 is verdachte met een Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] van Roermond naar België gereden om aldaar de chemicaliën bij [naam bedrijf] in Luik op te halen en vanuit België onder escorte van medeverdachte [medeverdachte 7] in de Hyundai Lantra met het kenteken [kenteken 1] (welke op naam van verdachte staat) naar het [adres 4] te Eindhoven gereden. [verdachte] stapt dan bij medeverdachte [medeverdachte 7] in de Hyundai Lantra, ze rijden naar het [adres 5] (eveneens te Eindhoven) waarna verdachte alleen met de Hyundai Lantra terug naar Roermond rijdt, terwijl de chemicaliën uit de Iveco bus in de garagebox aan de [adres 1] te Eindhoven worden uitgeladen. Lomm Op 20 februari 2015 heeft verdachte een Mercedes bus met kenteken [kenteken 4] gehuurd en bestuurd waarin de chemicaliën worden vervoerd. Een dag eerder heeft verdachte telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte 7] over het huren van voornoemde bus. Uit observaties blijkt dat de door verdachte gehuurde bus op 20 februari 2015 op het terrein van het bedrijf [naam bedrijf] te Luik staat en wordt beladen. Tevens staat op het terrein van [naam bedrijf] een Renault Espace met kenteken [kenteken 3] , welke op naam van [verdachte] staat. De Mercedes bus rijdt, vergezeld door de Renault Espace naar de [adres 9] te Echt, waar de Mercedes wordt geparkeerd, verdachte als bijrijder in de Renault Espace stapt en de Renault Espace wegrijdt. Eind van de dag meldt verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 7] hoeveel kilometers er met de bus is gereden. Roermond In de garage van verdachte, gelegen aan de [adres 3] te Roermond, worden grote hoeveelheden chemicaliën aangetroffen. Deze chemicaliën zaten in (dop)vaten en jerrycans die niet waren voorzien van etikettering en gevarenclassificaties. Gelet op de inhoud van het tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 7] op 22 februari 2015 staat deze locatie in verband met de locaties Eindhoven en Lomm. 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft partiële vrijspraak van de volgende onderdelen bepleit: Ten aanzien van de locatie Eindhoven heeft verdachte verklaard dat hij zoutzuur en caustic soda heeft vervoerd. Dit zijn ook de goederen waarop door het LFO ijsafzetting is waargenomen en welke goederen kennelijk recent in de betreffende loods waren geplaatst. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van de andere aldaar aangetroffen stoffen. Met betrekking tot de locatie Lomm heeft verdachte verklaard dat hij 101 zakken caustic soda heeft vervoerd. Voor de overige goederen ontbreekt wettig en overtuigend bewijs voor verdachtes betrokkenheid, zodat hij ook van die tenlastegelegde goederen dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de in de garage van verdachte te Roermond aangetroffen stoffen, kan volgens de rapportage van het NFI enkel de aangetroffen formamide in verband worden gebracht met de productie van de in de tenlastelegging opgenomen amfetamine. Nu niet is vastgesteld dat de andere stoffen bestemd (kunnen) zijn voor de productie van amfetamine, dient verdachte met betrekking tot deze stoffen te worden vrijgesproken. 3.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank leest de tenlastelegging aldus dat aan verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 5 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van amfetamine/MDMA/tenamfetamine/N-ethyl MDA door het in die periode op enig moment voorhanden hebben van de chemicaliën en goederen welke uiteindelijk op de locaties in Eindhoven, Lomm en Roermond zijn aangetroffen. 3.4.1 Garagebox [adres 1] te Eindhoven 5 februari 2015 Bewijsmiddelen Op 5 februari 2015 vindt een observatie plaats waarbij omstreeks 09.25 uur wordt waargenomen dat een witte bus, merk Iveco, voorzien van het kenteken [kenteken 2] en de opdruk Autoverhuur Limburg, op de Tongerseweg te Maastricht rijdt, komende uit de richting België. Tevens wordt gezien dat enkele auto’s achter de betreffende Iveco bus de Hyundai Lantra (kenteken [kenteken 1] ) met [medeverdachte 7] als bestuurder rijdt en dat beide voertuigen zich verplaatsen in de richting van Eindhoven. De Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] is op 5 februari 2015 gehuurd door verdachte [verdachte] . Tijdens de observatie wordt omstreeks 10.30 uur gezien dat de Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] en Hyundai Lantra met het kenteken [kenteken 1] in Eindhoven aankomen en de betreffende Iveco bus geparkeerd wordt op het [adres 4] te Eindhoven. De bestuurder van de Iveco bus, herkend als verdachte [verdachte] , stapt uit en stapt in de Hyundai Lantra met als bestuurder medeverdachte [medeverdachte 7] . Omstreeks 10.40 uur parkeert de betreffende Hyundai Lantra op het [adres 5] te Eindhoven. Het observatieteam neemt vervolgens omstreeks 10.41 uur waar dat medeverdachte [medeverdachte 7] uit de Hyundai Lantra met het kenteken [kenteken 1] stapt en de [naam horecazaak] , gelegen op de [adres 6] te Eindhoven, binnenloopt. De betreffende Hyundai Lantra rijdt vervolgens met verdachte [verdachte] weg. Omstreeks 10.59 uur stopt een witte Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] op de [adres 7] te Eindhoven. Een man (later herkend als medeverdachte [medeverdachte 5]) stapt als bijrijder uit de betreffende Mercedes Sprinter en loopt richting het [adres 4] te Eindhoven, alwaar hij als bestuurder in de Iveco bus met het kenteken [kenteken 2] stapt en hiermee wegrijdt. Omstreeks 11.05 uur wordt gezien dat de betreffende Iveco bus geparkeerd staat bij een garagebox, welke gelegen is aan de achterzijde van de [adres 1] te Eindhoven. Dit is ter hoogte van de eerste garagebox aan de linkerkant, gezien vanaf de [adres 1] . De motor draait en het bestuurdersportier staat open. Ook wordt waargenomen dat de Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] geparkeerd staat op de [adres 1] . Omstreeks 11.15 uur rijdt de lveco bus met het kenteken [kenteken 2] weg en stopt vervolgens omstreeks 11.17 uur op het [adres 4] te Eindhoven, alwaar medeverdachte [medeverdachte 5] uitstapt, de achterdeuren afsluit en vervolgens weer als bijrijder in de Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 5] stapt. Op 5 februari 2015, omstreeks 13.55 uur, wordt de garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven geopend en betreden. Dit betreft, gezien vanuit de toegangspoort aan de openbare weg, de eerste garagebox aan de linkerkant met het nummer 2G08. In de garagebox worden onder andere de navolgende goederen aangetroffen: 4 kunststof kruiken/kannen van 5 liter met vermoedelijk methanol; 19 blauwe vaatjes van 25 liter met vermoedelijk aceton; 20 zakken van 25 kilogram inhoudende caustic soda; 40 zwarte vaatjes van 25 liter, volgens de brandweer inhoudende een zuur mogelijk zoutzuur. Op de zwarte vaten en de plastic zakken zitten nog resten van ijsvorming; de vaten en de zakken zijn nog nat. Ook de warmtemeting door de brandweer geeft bij de zwarte vaten een lagere temperatuur. De aangetroffen goederen zijn in beslag genomen en de vloeistof is nader onderzocht. Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteert dat het zoutzuur, methanol en aceton betreft. Zoutzuur en aceton staan vermeld op bijlage I van de Verordening van de EG inzake drugsprecursoren. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 september 2016 verklaard dat hij op 5 februari 2015 met een Iveco busje dat hij bij autoverhuur Limburg heeft gehuurd naar het bedrijf [naam bedrijf] in Luik (België) is gereden en daar zoutzuur en caustic soda heeft opgehaald. Deze goederen heeft verdachte zelf in de Iveco bus geladen. Verdachte heeft dit in opdracht van medeverdachte [medeverdachte 7] gedaan. [medeverdachte 7] is met zijn auto, welke op naam stond van verdachte, meegereden naar Eindhoven. Op het moment dat verdachte bij het inladen zag welke grote hoeveelheden caustic soda en zoutzuur het betrof, ontstond bij hem het vermoeden dat het niet om legale toepassingen van de stoffen ging. Overwegingen De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte op 5 februari 2015 bij het bedrijf [naam bedrijf] in België caustic soda en zoutzuur heeft opgehaald en daarmee onder escorte van medeverdachte [medeverdachte 7] naar het [adres 4] te Eindhoven is gereden. Omstreeks 10.59 uur rijdt medeverdachte [medeverdachte 5] met de betreffende Iveco bus naar de [adres 8] en vervolgens naar de garagebox gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven. De Iveco bus blijft tien minuten met draaiende motor en een open bestuurders-portier bij de garagebox staan, waarna medeverdachte [medeverdachte 5] de bestelbus terug rijdt naar het [adres 4] te Eindhoven. Bij de doorzoeking van de betreffende garagebox op 5 februari 2015 omstreeks 13.55 uur worden in de garagebox 19 vaatjes aceton, 40 vaatjes zoutzuur, 20 zakken caustic soda en 4 kannen methanol aangetroffen. Uit de bevindingen van het LFO blijkt dat bij het aantreffen van de stoffen in de betreffende garagebox is geconstateerd dat er op de 25 zakken caustic soda en de 40 zwarte vaatjes zoutzuur sprake was van ijsafzetting en van een lagere temperatuur dan de overige goederen in de garagebox. De rechtbank leidt hieruit af dat de zakken caustic soda en de vaatjes zoutzuur recent in de garagebox waren geplaatst en dit de stoffen betreffen, welke door verdachte zijn vervoerd. De rechtbank gaat er, gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en op voornoemde omstandigheden, vanuit dat op 5 februari 2015 door verdachte caustic soda en zoutzuur naar Eindhoven zijn vervoerd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de overige ten laste gelegde stoffen en goederen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte deze stoffen tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 7] voorhanden heeft gehad gedurende de rit van Luik naar Eindhoven. De rechtbank leidt uit de verklaring van verdachte af dat hij gelet op de grote hoeveelheden caustic soda en zoutzuur reeds bij het inladen van de stoffen een vermoeden kreeg dat het niet om legale bestemming van de stoffen ging en dat verdachte door zijn handelen op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de door hem vervoerde stoffen die bestemd waren tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10 lid 4 Opiumwet. Conclusie De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 5 februari 2015 samen met een ander 40 vaten zoutzuur en 20 zakken caustic soda, welke op 5 februari 2015 zijn aangetroffen in de garagebox aan de [adres 1] te Eindhoven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze stoffen bestemd waren voor de productie van amfetamine. 3.4.2 Loods [adres 2] te Lomm 20 februari 2015 Bewijsmiddelen: Op 20 februari 2015 huurt verdachte [verdachte] een bestelbus Mercedes met het kenteken [kenteken 4] . Op 20 februari 2015 vindt er een observatie plaats waarbij door de Belgische politie wordt waargenomen dat omstreeks 08.25 uur op het terrein van het bedrijf [naam bedrijf] , gelegen aan de [adres bedrijf] te Luik, België, een vrachtwagen met kenteken [kenteken 4] , wordt geladen. Tevens staat er een Renault Espace, voorzien van het kenteken [kenteken 3] op het terrein. Omstreeks 08.30 uur verlaten de bestelbus en de Renault Espace het terrein van [naam bedrijf] en rijden richting Maastricht. De nummers [telefoonnummer 5], in gebruik bij verdachte [medeverdachte 7] en [telefoonnummer 4], in gebruik bij medeverdachte [verdachte], bewegen zich, blijkens de mastgegevens, op 20 februari 2015 tussen 06.47 uur en 10. 08 uur eerst in de richting van België en later weer terug richting Roermond. Op 20 februari 2015 omstreeks 09.10 uur wordt gezien dat de bestelbus met het kenteken [kenteken 4] en de Renault Espace met het kenteken [kenteken 3] vlak achter elkaar over de A2 ter hoogte van hectometerpaal 230 rijden. Omstreeks 09.20 uur wordt de betreffende bestelbus geparkeerd aan de [adres 9] te Echt. De Renault Espace wordt in de onmiddellijke omgeving van de bestelbus geparkeerd. De bestuurder van de bestelbus stapt uit en stapt in de Renault Espace, waarop deze wegrijdt. Vervolgens wordt omstreeks 11.10 uur waargenomen dat de bestelbus met het kenteken [kenteken 4] wordt opgehaald door een man (welke later wordt herkend als medeverdachte [medeverdachte 6]) en omstreeks 12.25 uur wordt geparkeerd op de [adres 10] te Velden. De man treft aldaar een andere man (NN4) en samen gaan ze een snackbar binnen. NN4 rijdt omstreeks 12.31 uur met de betreffende bestelbus naar een loods binnen, gelegen aan de [adres 2] te Lomm. Omstreeks 12.59 uur wordt de bestelbus uit de loods gereden en geparkeerd aan de [adres 11] te Velden. Aldaar treffen medeverdachte [medeverdachte 6] en de onbekende man (NN4) elkaar weer en rijdt medeverdachte [medeverdachte 6] met de bestelbus naar de [adres 9] te Echt, waar hij deze parkeert. Op 20 februari 2015, omstreeks 13.30 uur, wordt het bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] te Lomm doorzocht. Het bedrijf bestaat uit een kantoorgedeelte en een andere deel dat vanuit het kantoorgedeelte niet bereikbaar is. Dat gedeelte is verdeeld in diverse compartimenten, waarvan vijf, ruimte A tot en met D, ingericht met goederen welke gebruikt worden voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, met name de vervaardiging van amfetamine volgens de Leuckart methode met behulp van BMK. In de verschillende ruimten worden onder andere de volgende stoffen aangetroffen: 19 jerrycans van 25 liter gevuld met resten van een zure vloeistof met een amfetamine geur; 40 jerrycans van 25 liter met het opschrift M, allen geheel gevuld met in totaal 1000 liter een heldere zure vloeistof geur mierenzuur; 40 jerrycans van 25 en 30 liter met het opschrift ZZ, allen geheel gevuld een rokende zure vloeistof-zoutzuur met in totaal 990 liter zoutzuur; 101 zakken van 25 kilogram met in totaal 2525 kilogram Caustic Soda. Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteert dat de aangetroffen vloeistoffen in de jerrycans mierenzuur, zoutzuur en restanten met BMK en formamide betreft. De combinatie van BMK, formamide, mierenzuur en zoutzuur is in relatie tot synthetische drugs kenmerkend voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK volgens de Leuckartmethode. De samenstelling van een deel van het ontvangen onderzoeksmateriaal betrof restanten kenmerkend voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 september 2016 verklaard dat hij op 20 februari 2015 samen met medeverdachte [medeverdachte 7] wederom goederen bij het bedrijf [naam bedrijf] te Luik (België) heeft opgehaald in opdracht van de medeverdachte [medeverdachte 4] . Hij heeft bij [naam bedrijf] 101 zakken caustic soda opgehaald. Deze zakken heeft verdachte zelf ingeladen. Gelet op de grote hoeveelheid had verdachte het vermoeden dat de caustic soda niet voor legale toepassingen was bestemd. Overwegingen De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte op 20 februari 2015 samen met medeverdachte [medeverdachte 7] bij het bedrijf [naam bedrijf] in Luik (België) - blijkens de verklaring van verdachte - 101 zakken caustic soda heeft opgehaald. Deze zijn door verdachte in een door hem gehuurde bestelbus met het kenteken [kenteken 4] en onder begeleiding van medeverdachte [medeverdachte 7] vervoerd naar de parkeerplaats aan de [adres 9] te Echt. Aldaar wordt de betreffende bestelbus enige tijd later opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 6] en naar de [adres 10] te Velden gereden. Vanaf deze plek wordt de betreffende bestelbus door een onbekende man naar de loods, gelegen aan de [adres 2] te Lomm gereden. Nog geen half uur later, omstreeks 12.59 uur wordt de vrachtwagen uit de loods gereden. Bij de doorzoeking van het bedrijfspand op 20 februari 2015 worden omstreeks 13.30 uur 101 zakken caustic soda alsmede diverse andere goederen en stoffen aangetroffen in de verschillende in het bedrijfspand aanwezige ruimtes. Deze goederen en stoffen kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, met name amfetamine. Gezien de ter terechtzitting afgelegde verklaring, zal de rechtbank verdachte (partieel) vrijspreken van de ten laste gelegde goederen en stoffen niet zijnde caustic soda. De rechtbank leidt uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting af dat verdachte gelet op de grote hoeveelheden caustic soda in combinatie met het feit dat hij eerder soortgelijke stoffen en hoeveelheden voor dezelfde persoon (medeverdachte [medeverdachte 7] ) heeft vervoerd wist dat het niet om legale toepassing daarvan ging. Verdachte heeft hiermee de aanmerkelijke kans aanvaard dat de caustic soda bestemd was tot het plegen van een feit als bedoeld in artikel 10 lid 4 Opiumwet. Conclusie De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander 101 zakken caustic soda, welke op 20 februari 2015 zijn aangetroffen in het bedrijfspand aan de [adres 2] te Lomm, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze stoffen bestemd waren voor de productie van amfetamine. 3.4.3 Garage [adres 3] te Roermond 22 februari 2015 Bewijsmiddelen Op 22 februari 2015 wordt er in de garagebox behorende bij de woning van verdachte, gelegen aan de [adres 3] te Roermond, onder andere zeven liter formamide (indicatief), verpakt in één jerrycan van vijf liter (geheel gevuld) en één jerrycan van vijfentwintig liter gevuld met ongeveer twee liter aangetroffen. Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteert dat de aangetroffen vloeistof in beide jerrycans formamide betreft. Formamide kan in relatie tot de productie van verdovende middelen worden gebruikt als grondstof voor de productie van amfetamine en MDA. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 september 2015 verklaard dat hij de in zijn garage aangetroffen jerrycans op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 4] in zijn garage had opgeslagen. Overwegingen Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 22 februari 2015 opzettelijk formamide in zijn garage voorhanden heeft gehad. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte, gezien de rapportage van het NFI, waarin wordt vermeld dat van de aangetroffen stoffen alleen formamide in verband kan worden gebracht met de productie van amfetamine, (partieel) dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde stoffen niet zijnde formamide. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat sprake is van de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten met betrekking tot het voorhanden hebben van de formamide in zijn garage. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Voorts dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de verdachte wist of redelijkerwijs diende te vermoeden dat de formamide voor het bereiden, verwerken of bewerken van amfetamine bedoeld waren. De rechtbank leidt uit de aangetroffen hoeveelheid formamide in combinatie met het feit dat hij tweemaal eerder (op 5 februari en 20 februari) voor dezelfde perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.