← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2016:9599

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/993132-13 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 november 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. van Wijk, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 21 maart 2016, 24 maart 2016, 22 september 2016 en 26 september 2016. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting vervolgens gesloten op de zitting van 28 oktober 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn op de zittingen van 21 maart 2016, 24 maart 2016, 22 september 2016 en 26 september 2016 verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel (in de vorm van arbeidsuitbuiting) van 16 Poolse champignonplukkers. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld - zoals vervat in het door haar overgelegde schriftelijk requisitoir met bijlagen - dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd - zoals vervat in de door hem overgelegde schriftelijke pleitnotitie - dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde feit. Ter zake van de tenlastegelegde variant ex artikel 273f lid 1 sub 1 Sr: De raadsman heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd ter zake van de vraag of de in de tenlastelegging genoemde 25 uitvoeringshandelingen kunnen worden gekwalificeerd als handelingen waaruit dwang, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie volgt, en of de in de tenlastelegging genoemde personen door gebruikmaking van deze middelen door [medeverdachte 1] B.V. of door anderen dan de verdachte zijn geworven, vervoerd, overgebracht of gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van deze personen. De raadsman heeft primair bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte aan voornoemde 25 uitvoeringshandelingen een (wezenlijke) bijdrage heeft geleverd en dat hij daardoor de in de tenlastelegging genoemde personen heeft geworven, vervoerd, overgebracht of gehuisvest. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat niet kan worden geconcludeerd dat de materiële of intellectuele bijdrage van de verdachte aan de uitvoeringshandelingen zodanig was dat hij als pleger of medepleger kan worden veroordeeld. De raadsman heeft er in dit verband op gewezen dat de verdachte, gelet op diens functie als planner, niet in de positie was om tegen de opdrachten van zijn meerderen in te gaan. Ten slotte heeft de raadsman bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het oogmerk, of het voorwaardelijk opzet, had op de uitbuiting van de medewerksters van [medeverdachte 1] B.V. Ter zake van de tenlastegelegde variant ex artikel 273f lid 1 sub 4 Sr: De raadsman heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd ter zake van de vraag of er sprake was van een uitbuitingssituatie in de zin van het arrest van de Hoge Raad d.d. 24 november 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3309). De raadsman heeft primair aangevoerd dat ook ten aanzien van de ‘sub 4-variant’ onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de genoemde uitvoeringshandelingen als pleger heeft begaan, noch dat zijn bijdrage van dien aard was dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte uitvoeringshandelingen heeft verricht waarvan hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de in de tenlastelegging genoemde personen zich in een situatie van uitbuiting beschikbaar stelden tot het verrichten van arbeid of diensten. De verdachte heeft bij de uitvoering van zijn werkzaamheden als planner telkens te goeder trouw gehandeld. Ter zake van de tenlastegelegde variant ex artikel 273f lid 1 sub 6 Sr: Ook ten aanzien van de ‘sub 6-variant’ heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ter zake van de vraag of er sprake was van een uitbuitingssituatie. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte in enig opzicht profijt heeft gehad van de situatie van de werknemers van [medeverdachte 1] B.V. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op uitbuiting. 3.3 Het oordeel van de rechtbank In onderhavige zaak dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de 16 Poolse werknemers, zoals genoemd in de tenlastelegging, door de verdachte, al dan niet samen met een ander of anderen, economisch zijn uitgebuit in de zin van artikel 273f lid 1 sub 1 en/of sub 4 en/of sub 6 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), door het verrichten van een of meer van de 25 uitvoeringshandelingen jegens deze 16 Poolse champignonpluksters. De gedragingen van de verdachte De rechtbank stelt op basis van het procesdossier vast dat de verdachte binnen het bedrijf ‘ [medeverdachte 1] ’ werkzaam was als planner op één van de pluklocaties. De rechtbank stelt vast dat de verdachte vanuit zijn functie zicht had op de grote hoeveelheid gewerkte uren door de Poolse champignonpluksters op die pluklocatie, alsook op het beperkt door hen genoten verlof. Uit het procesdossier volgt dat de verdachte vanuit zijn hoedanigheid als planner echter geen zicht had op de (wijze van) werving van de Poolse champignonpluksters en hetgeen hen daarbij werd voorgespiegeld, noch op de malversaties in de salariëring van de Poolse champignonpluksters. De rechtbank stelt voorts vast dat de verdachte vanuit zijn functie geen invloed had op de werkduur van de Poolse champignonpluksters. Bewezenverklaring? Voor zover de gedragingen van de verdachte al moeten worden aangemerkt als componenten van de uitbuitingssituatie waarin een aantal van de in de tenlastelegging genoemde Poolse champignonpluksters zich bevonden wordt, naar het oordeel van de rechtbank, een essentieel onderdeel van de economische uitbuiting van de Poolse champignonpluksters evenwel gevormd door de financiële benadeling van deze champignonpluksters. De rechtbank stelt vast dat er zich in het procesdossier geen positieve bewijsmiddelen bevinden waaruit volgt dat de verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij deze financiële benadeling. Weliswaar klaagden de champignonpluksters bij hem over hun verloning en gaf hij deze klachten ook aan zijn leidinggevenden door, maar verdachte beschikte niet over bevoegdheden op het gebied van deze verloning om zelf iets aan deze klachten te doen. Verder is de rechtbank van oordeel dat de verdachte niet over zodanige bevoegdheden binnen de organisatie beschikte dat hij aan andere mistanden, waarvan hij kennis droeg een einde kon maken. Nu de verdachte zowel de Poolse als de Nederlandse taal machtig is en hij regelmatig als tolk mededelingen zijdens de directie of andere leidinggevenden heeft vertaald voor de Poolse champignonpluksters, verbaast het de rechtbank niet dat zij de verdachte hebben beschouwd als zijnde een opdrachtgever. Op basis van het procesdossier kan de rechtbank echter niet vaststellen dat de verdachte ten opzichte van de Poolse champignonpluksters enig leidinggevende functie had en dienaangaande enkel als tolk is opgetreden. Dit brengt met zich mee dat het oogmerk van de verdachte op de uitbuiting van Poolse champignonpluksters niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de verdachte middels zijn gedragingen in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen de Poolse champignonpluksters heeft uitgebuit. De achtergrond en het opleidingsniveau van de verdachte zijn niet redengevend voor het oordeel van de rechtbank over de vraag of er al dan niet sprake is van medeplegen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte binnen de organisatie slechts een ondergeschikte rol had en daarbij hoofdzakelijk faciliterend optrad. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte als zodanig een onvoldoende zelfstandige intellectuele en materiële bijdrage bij de samenwerking met een ander of anderen heeft gehad om de gedragingen van de verdachte te kunnen kwalificeren als medeplegen met het oogmerk van uitbuiting. Om deze reden zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde ‘sub 1-variant’ en ‘sub 4-variant’ van economische uitbuiting. Ter zake van de aan de verdachte tenlastegelegde ‘sub 6-variant’ van economische uitbuiting overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat de verdachte op enigerlei wijze voordeel heeft genoten uit de uitbuiting van Poolse champignonpluksters. Om deze reden zal de rechtbank de verdachte ook vrijspreken van de tenlastegelegde ‘sub 6-variant’ van economische uitbuiting. Naar het oordeel van de rechtbank moet de verdachte worden beschouwd als een “middel” waarvan anderen zich hebben bediend bij het nastreven van hun doelstellingen. Voor zover de officier van justitie in haar requisitoir heeft gesteld dat de verdachte zich van de uitbuiting van de Poolse champignonpluksters diende te distantiëren door ontslag te nemen, acht de rechtbank het disproportioneel van de verdachte te verlangen dat hij zijn financiële zekerheid en die van zijn gezin zou moeten opgeven, nu de verdachte slechts zicht had op een beperkt deel van de uitbuiting. Conclusie Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het aan hem tenlastegelegde feit. De rechtbank komt derhalve niet toe aan bespreking van de verweren van de raadsman. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester en mr. P.M.S. Dijks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 november 2016. Buiten staat mr. P.M.S. Dijks is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 augustus 2012, in de gemeente(

  1. n)Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland en/of te Opole en/of Ozimek (beide in Polen) en/of elders in Polen, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(
  2. en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) (lid 1 sub 1) (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 1] (G-002) en/of [slachtoffer 2] (G-003) en/of [slachtoffer 3] (G-004) en/of [slachtoffer 4] (G-006) en/of [slachtoffer 5] (G-007) en/of [slachtoffer 6] (G-008) en/of [slachtoffer 7] (G-009) en/of [slachtoffer 8] (G-010) en/of [slachtoffer 9] (G-012) en/of [slachtoffer 10] (G-013) en/of [slachtoffer 11] (G-014) en/of [slachtoffer 12] (G-015) en/of [slachtoffer 13] (G-019) en/of [slachtoffer 14] (G-028) en/of [slachtoffer 15] (G-030) en/of [slachtoffer 16] (G-031) (telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie voornoemde perso(o)n(
  3. en)heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde perso(o)n(
  4. en)en/of (lid 1 sub 4) (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 1] (G-002) en/of [slachtoffer 2] (G-003) en/of [slachtoffer 3] (G-004) en/of [slachtoffer 4] (G-006) en/of [slachtoffer 5] (G-007) en/of [slachtoffer 6] (G-008) en/of [slachtoffer 7] (G-009) en/of [slachtoffer 8] (G-010) en/of [slachtoffer 9] (G-012) en/of [slachtoffer 10] (G-013) en/of [slachtoffer 11] (G-014) en/of [slachtoffer 12] (G-015) en/of [slachtoffer 13] (G-019) en/of [slachtoffer 14] (G-028) en/of [slachtoffer 15] (G-030) en/of [slachtoffer 16] (G-031) (telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling(
  5. en)heeft ondernomen, waarvan verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(
  6. n)wist(
  7. en)of redelijkerwijs moest(
  8. en)vermoeden dat voornoemde perso(o)n(
  9. en)zich daardoor beschikbaar stelde(
  10. n)tot het verrichten van arbeid en/of diensten, en/of (lid 1 sub 6) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 1] (G-002) en/of [slachtoffer 2] (G-003) en/of [slachtoffer 3] (G-004) en/of [slachtoffer 4] (G-006) en/of [slachtoffer 5] (G-007) en/of [slachtoffer 6] (G-008) en/of [slachtoffer 7] (G-009) en/of [slachtoffer 8] (G-010) en/of [slachtoffer 9] (G-012) en/of [slachtoffer 10] (G-013) en/of [slachtoffer 11] (G-014) en/of [slachtoffer 12] (G-015) en/of [slachtoffer 13] (G-019) en/of [slachtoffer 14] (G-028) en/of [slachtoffer 15] (G-030) en/of [slachtoffer 16] (G-031), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(
  11. n)toen aldaar -zakelijk weergegeven- voornoemde perso(o)n(en), terwijl die, zoals hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(
  12. n)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
  13. en)vermoeden in een kwetsbare positie verkeerde(n), doordat zij (doorgaans) tot een oudere leeftijdscategorie behoorde(n), te weten tussen 45 en 55 jaar als gevolg waarvan zij in haar/hun land van herkomst (Polen) moeilijk aan werk kon(den) komen en/of de Nederlandse taal niet machtig was/waren en/of niet bekend was/waren met de Nederlandse wet- en regelgeving en/of afhankelijk was/waren van haar/hun inkomen in verband met het onderhouden van (zieke) familieleden in Polen en/of de inlossing van persoonlijke schulden, bij [medeverdachte 1] B.V. en/of [medeverdachte 2] B.V. 1.(Gemiddeld) 6 of 7 dagen per week werkzaamheden laten verrichten (champignons laten plukken), zonder, althans nagenoeg zonder recht op vakantiedagen en/of verlof en/of 2.Gedurende gemiddeld 10 tot 13 uur per dag laten werken, waarbij de eindtijd van de werkdag nooit van tevoren vaststond en/of 3.Verplicht laten overwerken, zonder recht op overwerkvergoeding en/of 4.Laten werken onder slechte en/of deels onveilige en/of ongezonde arbeidsomstandigheden en/of 5.Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder uren uitbetaald dan voornoemde perso(o)nen in werkelijkheid had(den) gewerkt en/of 6.Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder dan het wettelijk minimumloon uitbetaald en/of 7.Te weinig vakantietoeslag en/of toeslag voor snipperuren uitbetaald en/of 8.Pluknormen gehanteerd die door het merendeel van voornoemde personen niet konden worden gehaald, waardoor het hen onmogelijk was om een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 9.Sancties, onder andere boetes in het vooruitzicht gesteld, onder meer bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en/of gedreigd met ontslag en/of daadwerkelijk tot ontslag overgegaan, onder meer in geval van ondermaatse plukprestaties en/of 10.Geïntimideerd door te vernederen en/of te beledigen en/of schelden en/of te schreeuwen en/of te vloeken en/of zich tegenover voornoemde perso(o)n(
  14. en)vrouwonvriendelijk te gedragen en/of 11.Onder druk gezet door regelmatig lijsten met goede en slechte plukprestaties voor iedereen zichtbaar op te hangen en/of 12.Onder druk gezet door waarschuwingsgesprekken te voeren in geval voornoemde perso(o)n(
  15. en)de kilonorm niet haalde(
  16. n)en/of gedreigd met ontslag bij het uitblijven van verbetering en/of 13.Tijdens het werk vrijwel voortdurend laten controleren en/of 14.Verplicht gehuisvest in door [medeverdachte 1] B.V. gehuurde woningen en/of 15.(Hoge) kosten, te weten 7,50 euro per dag voor huisvesting op het loon van voornoemde perso(o)n(
  17. en)ingehouden en/of 16.Gehuisvest, terwijl voornoemde perso(o)n(
  18. en)met meerdere personen kleine (slaap)ruimtes moest(
  19. en)delen en/of een zolder zonder raam en/of een kelder met weinig licht en/of frisse lucht en/of over weinig tot geen privacy beschikte(
  20. n)en/of een groot aantal personen slechts een klein aantal douches en/of een klein aantal toiletten ter beschikking had en/of slechts een beperkt deel van de dag de beschikking had(den) over warm water en/of 17.(Gemiddeld) wekelijks, dan wel tweewekelijks de huisvesting, daaronder soms begrepen privézaken, gecontroleerd, (doorgaans) buiten aanwezigheid en/of zonder toestemming en/of medeweten van voornoemde perso(o)n(en), zijnde de bewoner(
  21. s)en/of 18.Gedreigd met het opleggen van een boete bij overtreding van de huisregels en/of deze daadwerkelijk opgelegd en/of 19.Gedreigd met het geven van een schriftelijke waarschuwing en/of ontslag bij overtreding van de huisregels en/of daadwerkelijk een schriftelijke waarschuwing gegeven en/of ontslagen en/of 20.In een sociaal isolement gebracht door de werk-/woonsituatie en het gebrek aan voldoende vrije tijd en/of 21.Een dagelijkse maaltijd verplicht gesteld, onder inhouding van een bedrag van 3,50 euro per dag op het loon van voornoemde perso(o)n(en), ook als hiervan geen gebruik was gemaakt en/of 22.Maaltijden verstrekt van onvoldoende kwaliteit en/of 23.Klachten over onder andere de huisvesting en/of de kwaliteit van de maaltijden en/of het verplichte karakter daarvan en/of de werktijden en/of de werkdruk en/of de onjuiste beloning en/of het niet krijgen van verlof en/of de onheuse bejegening (doorgaans) naast zich neergelegd, dan wel afgedaan met een sanctie, waaronder ontslag en/of 24.Bij de werving in Polen een ander c.q. rooskleuriger beeld geschetst van de huisvesting en/of de werktijden en/of de verloning en/of de arbeidsomstandigheden in Nederland en/of 25.Gelet op het vorenstaande bewerkstelligd dat bovenvermelde perso(o)n(
  22. en)van hem, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(
  23. n)afhankelijk was/waren, in welke afhankelijkheidssituatie bovenvermelde perso(o)n(
  24. en)zich (telkens) niet kon(den) en/of durfde(
  25. n)(
  26. te)verzetten en/of (
  27. te)onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten; Artikel 273f, le lid, sub 1, 4 en 6, 2e lid jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.