vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/226624 / KG ZA 16-505 Vonnis in kort geding van 31 oktober 2016 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, advocaat mr. M.C.G. Nijssen, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats 2] ,
- [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagden, advocaat mr. L.H. Dierx. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 10 oktober 2016, met producties, de mondelinge behandeling van 24 oktober 2016, met de pleitnota van [eiser] en de pleitnota van [gedaagden] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [eiser] is krachtens akte van toedeling, eigenaar geworden van de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats 2] , nadat zijn echtgenote, de erflater, op 6 maart 2014 is overleden. 2.
- De (voormalige) vruchtgebruikster, de tweede echtgenote van de vader van de echtgenote van [eiser] , die op 27 oktober 2014 is overleden, heeft een deel van de woning (nr. [X] ) verhuurd; eerst aan [gedaagden] en later aan International Car Im-Export B.V. (hierna: de BV). De BV huurde ten behoeve van [gedaagden] , zijn echtgenote en minderjarige zoon. [gedaagden] en de zijnen bewonen de woning te [woonplaats 2] nog altijd. 2.
- De BV is gefailleerd op 16 september 2014 en de curator heeft de huurovereenkomst opgezegd per 1 mei
- 2.
- [eiser] en [gedaagden] zijn overeengekomen dat [gedaagden] de gehele woning (nrs. [Y] en [X] ) met alle annexen en grond koopt. De koopakte is op 7 augustus 2015 ondertekend. De feitelijke levering heeft op 1 mei 2015 plaatsgevonden. De juridische levering is in de koopakte voorzien voor 13 augustus
- Er is voorts afgesproken dat [gedaagden] met zijn gezin tot de leveringsdatum om-niet in de woning kan verblijven. Partijen hebben uitdrukkelijk het bestaan van een huurrelatie in de periode 1 mei 2015 tot 13 augustus 2016 uitgesloten. Er is geen boeteclausule opgenomen in de koopakte voor het geval de levering niet zou plaatsvinden en [gedaagden] het pand niet afneemt. 2.
- De woning is op 13 augustus 2016 niet afgenomen. [gedaagden] heeft de overeengekomen koopsom niet betaald. [eiser] heeft [gedaagden] gesommeerd alsnog af te nemen uiterlijk 25 augustus
- Dit is niet gedaan. De koopovereenkomst is daarop van de zijde van [eiser] ontbonden. 2.
- [eiser] heeft [gedaagden] gesommeerd de woning te verlaten per 1 oktober
- [gedaagden] en zijn gezin hebben hieraan geen gehoor gegeven. 2.
- [eiser] wenst de woning thans te verkopen, bij voorkeur aan een derde. [eiser] verwacht niet dat [gedaagden] de woning nog zal (kunnen) kopen. [eiser] wil dat [gedaagden] en zijn gezin de woning ontruimen, zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 12 weken, tenzij in die tijdspanne komt vast te staan dat [gedaagden] de koopsom kan financieren en zal kunnen afnemen en (al doende) een nieuwe koopovereenkomst tot stand kan komen. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert – na ter zitting met instemming van de wederpartij de vordering op het punt van de ontruimingstermijn te hebben aangepast – zakelijk weergegeven de ontruiming van de woning [adres] te [woonplaats 2] door [gedaagden] en zijn gezin binnen 12 weken na betekening van dit vonnis en oplevering in de staat waarin deze zich bevond op 1 mei 2015, voor iedere week vanaf 1 oktober 2015 de contractuele boete (gedaagde sub1), althans een dwangsom ter hoogte van € 1.500,00 (beide gedaagden), te betalen tot de datum van ontruiming, veroordeling van [gedaagden] in de (na)kosten van de procedure. 3.
- [eiser] legt, kort gezegd, aan de vordering ten grondslag dat de koopovereenkomst door hem rechtsgeldig is ontbonden en dat sinds dat moment [gedaagden] zonder recht of titel de woning bewoont. Hij stelt spoedeisend belang bij en recht op de gevorderde maatregel te hebben. 3.
- [gedaagden] voert geen inhoudelijk verweer terzake de ontbinding van de koopovereenkomst en de daaraan te verbinden gevolgen. Ter zitting is daarentegen wel gesteld dat [gedaagden] bereid is en in staat is alsnog de eerder overeengekomen koopsom te betalen en de woning aan de [adres] met annexen en grond te kopen. Tevens is gesteld dat 12 weken voldoende zouden moeten zijn om het allemaal te regelen en een nieuwe koopakte overeen te komen. [gedaagden] vindt dan ook dat er geen spoedeisend belang is. [gedaagden] geeft aan dat eiser bovendien geen schade heeft geleden, omdat [gedaagden] de inboedel wel al van eiser heeft overgenomen voor een bedrag dat de waarde daarvan te boven gaat. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak. 4.
- Vast staat dat [gedaagden] sinds de ontbinding van de koopovereenkomst zonder recht of titel de woning bewoont. [eiser] wordt door de handelwijze van [gedaagden] belemmerd in het vrij beschikken over zijn eigendom. Dit handelen is onrechtmatig jegens [eiser] en leidt en/of zal leiden tot schade. Dat [gedaagden] een nevenovereenkomst inzake de overname van de antieke meubels wel is nagekomen, doet daar niet aan af. 4.
- Omdat [gedaagden] verder geen materieel verweer heeft gevoerd, ligt de vordering tot ontruiming zonder meer voor toewijzing gereed. 4.
- [gedaagden] heeft ook geen verweer gevoerd tegen de stelling van [eiser] dat de ontbonden koopovereenkomst nawerking heeft. De vordering dat vanaf 1 oktober 2015 tot aan de datum van ontruiming wekelijks de contractueel overeengekomen boete van € 1.500 euro verschuldigd is ex artikel 13 lid 2 koopovereenkomst, is niet betwist en kan daarom worden toegewezen. Beoordeling van de subsidiair gevorderde dwangsom is niet meer aan de orde. 4.
- [gedaagden] zal als de in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] . Deze worden begroot op: exploot van dagvaarding € 98,02 griffierecht € 288,00 salaris advocaat € 816,00 totaal € 1.202,
- De rente en nakosten zullen worden toegewezen als in het dictum. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- veroordeelt gedaagden om binnen 12 weken na betekening van dit vonnis eiser in het vrije bezit te stellen van de onroerende zaak gelegen te [woonplaats 2] , kadastraal bekend gemeente Wittem, sectie [kadasternummer] aan de [adres] te [woonplaats 2] , door de onroerende zaak geheel ontruimd aan eiser op te leveren en in de staat waarin gedaagde sub 1 het verkochte bij feitelijke levering op 1 mei 2015 heeft aanvaard, 5.
- veroordeelt gedaagde sub 1 met ingang van 1 oktober 2015 aan eiser de contractueel overeengekomen schadevergoeding te betalen van € 1.500,- per week voor elke week dat gedaagde sub 1 vanaf 1 oktober 2015 tot en met de datum van algehele ontruiming in gebreke is met het aan eiser in het vrij bezit te stellen van de onroerende zaak gelegen te [woonplaats 2] , kadastraal bekend gemeente Wittem, sectie [kadasternummer] aan de [adres] te [woonplaats 2] , door de onroerende zaak geheel ontruimd aan eiser op te leveren en in de staat waarin gedaagde sub 1 het verkochte bij feitelijke levering op 1 mei 2015 heeft aanvaard, 5.
- veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding aan de zijde van eiser begroot op € 1.202,02, vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf acht dagen na betekening van dit vonnis, indien niet betaald wordt, tot aan de dag der algehele betaling, en vermeerderd met de nakosten ad € 131,-, indien wel aanschrijving maar geen betekening van dit vonnis plaatsvindt, en met €199,-, indien wel betekening plaatsvindt, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken. type: EvB coll: