← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:11217

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/702009-15 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 november 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat, kantoorhoudende te Eindhoven. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20, 22, 27 en 28 september

  1. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting vervolgens gesloten op de zitting van 3 november
  2. Ter terechtzitting van 22 september 2017 heeft de officier van justitie kenbaar gemaakt dat hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: feit 1: een veerdrukpistool voorhanden heeft gehad; feit 2: meermalen samen met anderen een hoeveelheid cocaïne en/of amfetamine buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, dan wel heeft verhandeld; feit 3: meermalen samen met anderen een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, dan wel heeft verhandeld; feit 4 en feit 5: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht feit 1, 2 primair, feit 3 primair en de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte. De verdediging heeft aangevoerd dat afzonderlijke bespreking van de zaaksdossiers noodzakelijk is in tegenstelling tot het uitgangspunt van de officier van justitie, die uitgaat van een bewezenverklaring op basis van algemeenheden. De verdachte ontkent betrokken te zijn geweest bij de handel in harddrugs. Ten aanzien van zaaksdossiers 2, 3 en 15 heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte slecht als tussenpersoon en niet als medepleger kan worden aangemerkt. Verder kan zijn wetenschap ten aanzien van het vervoer van harddrugs niet worden afgeleid uit de telefonische contacten. Bovendien staat niet vast dat er daadwerkelijk cocaïne is uitgevoerd. De verdachte dient van deze onderdelen van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Ten aanzien van zaaksdossier 15 heeft de verdediging in primair aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld of er iets uit de auto van de verdachte is gehaald op 6 mei. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat, als er al iets in de kofferbak van de verdachte heeft gelegen, nergens uit blijkt dat dit amfetamine is geweest. De verdachte is slechts aanwezig geweest met zijn auto. Ook om deze redenen dient de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de overige zaaksdossiers heeft de verdediging aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen, omdat er door de verdachte geen concrete uitvoeringshandelingen zijn verricht. Bovendien zijn enkele telefonische contacten in een laat stadium, als alles al is geregeld en overlegd, onvoldoende. De rol van de verdachte gaat niet verder dan het verstrekken van inlichtingen in opdracht van of op verzoek van anderen. Voor zover de auto van de verdachte op enig moment is gezien, zijn er geen concrete strafbare handelingen waargenomen. De verdachte dient daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feiten 4 en 5 heeft de verdediging aangevoerd dat, voor zover sprake is van een gestructureerd samenwerkingsverband en de deelneming van de verdachte daaraan kan worden bewezen verklaard, slechts sprake is van een relatief korte periode en een ondergeschikte rol van de verdachte. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.
  3. Inleiding. Via het Team Criminele Inlichtingen van de politie Eenheid Limburg werd eind 2014 informatie ontvangen over de handel in verdovende middelen door onder meer [medeverdachte 1] en [verdachte] . Dit leidde tot het onderzoek onder de naam “2365Golf” naar onder andere de broers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [verdachte] . In dit onderzoek werden diverse onderzoeksmiddelen ingezet zoals telefoontaps, observaties, peilbakengegevens en de gegevens van Amigoboras, het kenteken herkenningssysteem bij de grensovergang. Ook werden binnen dit onderzoek diverse rechtshulpverzoeken uitgewisseld met de Duitse autoriteiten, waaronder de stukken die betrekking hebben op de levering van 7 mei 2015 (zaaksdossier 15). Deze levering is in Duitsland afgevangen en de betrokken koeriers zijn aangehouden en in Duitsland berecht. De verdachten in de onderhavige zaak zijn op 7 juli 2015 aangehouden. Op diezelfde dag hebben diverse doorzoekingen van woningen en café [naam cafe] aan de [adres 1] te Venlo plaatsgevonden. In dit onderzoek zijn in de periode januari 2015 tot en met juli 2015 negentien zaken door de politie uitgelicht die mogelijk betrekking hebben op de (grensoverschrijdende) handel in verdovende middelen alsmede de deelname aan een internationaal crimineel samenwerkingsverband, waarvan achttien zaken zijn opgenomen in de tenlastelegging. Op basis van het procesdossier stelt de rechtbank allereerst vast dat in alle afzonderlijke zaken een telkens nagenoeg gelijk patroon kan worden vastgesteld dat zich – in abstracto – als volgt voltrekt. Persoon 1 en de Duitse afnemer onderhouden exclusief en nauw contact met elkaar over het transport en de levering van de verdovende middelen. Persoon 1 initieert de handel in verdovende middelen en zorgt voor de aanvoer, het transport, de aflevering en de voortdurende controle bij een transport naar de Duitse afnemer. Persoon 1 houdt contact met persoon 2 en persoon
  4. Nadat de Duitse afnemer zijn bestelling heeft geplaatst, zoeken persoon 1 en persoon 2 naar de verdovende middelen en zorgen zij voor de inkoop of het (laten) maken van de verdovende middelen. Hierbij hebben persoon 1 en vooral persoon 2 onder andere contact met persoon
  5. Op het moment dat de verdovende middelen beschikbaar zijn voor de Duitse afnemer neemt persoon 3 in opdracht van persoon 1 en/of persoon 2 contact op met de koeriers. Persoon 2 stuurt op zijn beurt weer persoon 3 en persoon 5 aan met betrekking tot de overdracht van de verdovende middelen in Nederland. Na de overdracht van de verdovende middelen in Nederland onderhoudt persoon 1 contact met persoon 3 die op zijn beurt weer contacten heeft met de koerier omtrent het lopende transport van de verdovende middelen. De bevindingen met betrekking tot het lopende transport worden door persoon 1 weer doorgegeven aan de Duitse afnemer. Persoon 1 en de Duitse afnemer blijven contact houden met betrekking tot de financiële afhandeling van het transport van de verdovende middelen. Gebleken is dat in de getapte telecommunicatie gebruik werd gemaakt van bedekte termen en codes voor de hoeveelheid, kwaliteit, prijs en soort verdovende middelen alsmede voor de locaties van overdracht van de verdovende middelen. Ook werd er regelmatig van telefoonnummer veranderd. Zoals hierna zal blijken, heeft persoon 1 betrekking op [medeverdachte 1] , persoon 2 op diens broer [medeverdachte 2] , persoon 3 op [verdachte] , persoon 4 op [medeverdachte 3] en persoon 5 op [medeverdachte 4] . Anders dan de verdediging heeft bepleit zal de rechtbank niet iedere levering c.q. zaaksdossier als een afzonderlijk te beschouwen feit aanmerken, maar de zaken bezien in onderlinge samenhang gelet op het hierboven beschreven terugkerend patroon in alle zaken. Er is geen enkel aanknopingspunt voor de rechtbank om het vaste patroon en rolverdeling bij alle leveringen van de verdovende middelen niet mee te wegen in haar oordeel. Alvorens de diverse leveringen te bespreken, zal de rechtbank ingaan op hetgeen is aangetroffen tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte in relatie tot de tenlastelegging (feit 1). De rechtbank zal vervolgens de gebruikte telecommunicatie en voertuigen bespreken en daarna de levering die is afgevangen (zaaksdossier 15) bespreken. Hierna zal de rechtbank ingaan op de overige leveringen en de criminele organisatie. 3.3.
  6. Doorzoeking woning [adres 14] (feit 1). Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van feit
  7. Op 7 juli 2015 vonden binnen het opsporingsonderzoek ‘Golf’ op acht locaties doorzoekingen plaats, waaronder op locatie H03, gelegen aan [adres 14] , zijnde de woning van de verdachte [verdachte] . Tijdens deze doorzoeking werd een BB gun aangetroffen en in beslag genomen onder SIN-nummer AAIN9498NL. Dit voorwerp met voornoemd SIN-nummer is door een medewerker van de forensische opsporing onderzocht en het bleek te gaan om een veerdrukpistool, merk onbekend, model P228, serienummer
  8. Het voorwerp had voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Sig Sauer, type P
  9. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij dit imitatiewapen had meegenomen, in een zak had gedaan en vervolgens in het schuurtje had gelegd. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 7 juli 2017 een veerdrukpistool, merk onbekend, model P228, serienummer 051580 voorhanden heeft gehad. 3.3.
  10. Telecommunicatie. 3.3.3.
  11. Door [medeverdachte 1] gebruikte telefoonnummers. Uit het telecommunicatieonderzoek is gebleken dat op 6 februari 2015 te 12:20:55 uur door de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] werd verzocht om naar het café te komen. Door een verbalisant werd vervolgens waargenomen dat omstreeks 12:35 uur [medeverdachte 1] het café [naam cafe] , gelegen aan de [adres 1] te Venlo, binnenging. Tot 12:45 uur is er, behalve [medeverdachte 1] , niemand anders het café binnengegaan. Op 22 januari 2015 werd [medeverdachte 1] onder observatie genomen en werd met behulp van een technisch hulpmiddel achterhaald van welke communicatiemiddelen [medeverdachte 1] gebruik maakte. Uit de scans kwam het IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] naar voren. Het communicatiemiddel voorzien van dit IMEI-nummer werd in de periode van 26 januari tot en met 3 april 2015 uitsluitend gebruikt met het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 3] . Het Duitse nummer voerde uitsluitend en alleen sms-communicatie met het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 4] . Op 15 en 17 april 2015 werd [medeverdachte 1] onder observatie genomen en werd met behulp van een technisch hulpmiddel achterhaald van welke communicatiemiddelen [medeverdachte 1] gebruik maakte. Uit de scans kwam het IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] naar voren. Het communicatiemiddel voorzien van dit IMEI-nummer werd in de periode van 21 april 2015 tot en met 7 mei 2015 gebruikt met het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 5] . Het Duitse nummer voerde uitsluitend en alleen sms-communicatie met de Duitse telefoonnummers + [telefoonnummer 6] en + [telefoonnummer 7] . Uit de scans kwam verder het IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] naar voren. De telecommunicatie van dit IMEI-nummer van 20 april 2015 tot en met 17 mei 2015 werd opgenomen. Hierbij bleek dat in het toestel met dit IMEI-nummer een simkaart was geplaatst waaraan het telefoonnummer [telefoonnummer 8] is gekoppeld. Met deze telefoon werden alleen maar sms-berichten verzonden, deze berichten vooral in het Turks. De telefoon maakte vooral gebruik van de zendmast aan de [adres 2] te Venlo, de ‘thuismast’ van [medeverdachte 1] voor zowel diens woning als het café [naam cafe] . Door een verbalisant werden een aantal getapte gesprekken beluisterd en verwerkt. Hij heeft verklaard dat de stem van de hoofdgebruiker van de gesprekken met de telefoonnummers + [telefoonnummer 9] , + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 10] en + [telefoonnummer 11] dezelfde is. Op 7 juli 2015 werd [medeverdachte 1] door deze verbalisant aangehouden. De verbalisant verklaart dat hij daarbij met [medeverdachte 1] heeft gesproken, ook niet zaakinhoudelijk. Mede op basis daarvan verklaart de verbalisant dat de stem van [medeverdachte 1] dezelfde is als de stem van de gebruiker van genoemde telefoonnummers. Ook twee andere verbalisanten hebben [medeverdachte 1] diverse keren gesproken (tijdens verhoren). Zij beluisteren een aantal tapgesprekken die gevoerd zijn met bovengenoemde nummers en komen tot dezelfde waarneming dat zij daarbij de stem van [medeverdachte 1] herkennen. De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: + [telefoonnummer 2] , + [telefoonnummer 3] , + [telefoonnummer 5] , + [telefoonnummer 9] , + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 10] en + [telefoonnummer 11] en [telefoonnummer 8] . 3.3.3.
  12. Door [medeverdachte 2] gebruikte telefoonnummers. Door de verbalisanten werd de stem van de gebruiker van de telefoonnummers + [telefoonnummer 12] en + [telefoonnummer 1] herkend als zijnde de stem van [medeverdachte 2] . Verder werd de stem van de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 13] , gebruikt op 6 maart 2015 te 14:41:11 uur, 6 maart 2015 te 16:05:44 uur en 10 maart 2015 te 14:16:13 uur, herkend door de verbalisant als zijnde de stem van [medeverdachte 2] . Ten slotte werd de stem van de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 14] , gebruikt op 13 april 2015 te 13:39:41 uur, 13 april 2015 te 21:10:53 uur en 17 april 2015 te 17:37:58 uur, herkend door de verbalisant als zijnde de stem van [medeverdachte 2] . De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [medeverdachte 2] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: + [telefoonnummer 1] , + [telefoonnummer 12] , + [telefoonnummer 13] en + [telefoonnummer 14] . 3.3.3.
  13. Door [verdachte] gebruikte telefoonnummers. [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat er twee telefoons van hem in de woning lagen, een Nokia en een Samsung. Het telefoonnummer van die Nokia is [telefoonnummer 15] . Ter terechtzitting heeft [verdachte] bevestigd dat dit zijn telefoonnummer is en hij heeft verklaard dat hij dit telefoonnummer nog steeds gebruikt. Uit onderzoek is gebleken dat de tolken die de getapte gesprekken hebben vertaald, hebben aangegeven dat de gebruiker van zowel het telefoonnummer [telefoonnummer 15] als het telefoonnummer [telefoonnummer 16] dezelfde persoon betreft. Door de verbalisanten werd de stem van de gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer 15] , [telefoonnummer 16] en [telefoonnummer 17] herkend als zijnde de stem van [verdachte] . Ten slotte werd door de tolk en door de verbalisant de stem van de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 18] herkend als zijnde de stem van [verdachte] . De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: + [telefoonnummer 15] , + [telefoonnummer 16] , + [telefoonnummer 17] en + [telefoonnummer 18] . 3.3.3.
  14. Door [medeverdachte 3] gebruikte telefoonnummers. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van het telefoonnummer + [telefoonnummer 19] . Dit wordt afgeleid uit het volgende Op 28 januari 2015 te 19:29:44 uur en 29 januari 2015 te 20:14:55 uur vinden er telefoongesprekken plaats tussen [medeverdachte 2] en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , waarbij laatstgenoemde door [medeverdachte 2] ‘ [bijnaam medeverdachte 3] ’ wordt genoemd. Op 1 februari 2015 te 03:30:46 uur wordt uitgebeld door [medeverdachte 2] naar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] , waarbij door [medeverdachte 2] tot tweemaal toe ‘ [voornaam medeverdachte 3] ’ roept. Op 1 februari 2015 te 03:31:38 uur vindt er wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] . [medeverdachte 2] vraagt naar het huisnummer en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] antwoordt ‘85’. Op 22 februari 2015 te 23:56:09 uur wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] eten besteld, hetgeen moet worden bezorgd op het adres [adres 3] te Venlo, zijnde het adres van [medeverdachte 3] . Op 8 maart 2015 te 22:41:35 uur en te 23:46:08 uur wordt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 19] gebeld, waarbij gezegd wordt dat ‘ [naam zoon medeverdachte 3] niet bij haar wil drinken en dat hij 40 graden koorts heeft’. [medeverdachte 3] heeft een zoon genaamd [naam zoon medeverdachte 3] . - Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] , aan de [adres 3] te Venlo, werd een Iphone 5 wit onder een matrasdek aangetroffen. Deze telefoon werd in beslag genomen onder SIN AAIE7667NL en door het NFI onderzocht. Het vermoedelijke telefoonnummer is [telefoonnummer 19] . In het toestel werden foto’s aangetroffen van onder andere [medeverdachte 3] . Ook werden in het telefoontoestel videofilmpjes aangetroffen, onder andere waarop [medeverdachte 3] een aanbetaling doet van 2.000 euro op een Volkswagen Golf TDI. Ten slotte werd in het telefoontoestel een appbericht aangetroffen afkomstig van het telefoonnummer + [telefoonnummer 20] , vermoedelijk van de vrouw van [medeverdachte 3] , waarbij zij hem bij de voornaam [voornaam medeverdachte 3] noemt. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van het telefoonnummer + [telefoonnummer 21] . Dit wordt afgeleid uit het volgende. - Uit het sms-berichtenverkeer 6 mei 2015 met het telefoonnummer + [telefoonnummer 21] blijkt dat de gebruiker van dit telefoonnummer aangeeft dat hij ‘om 8 uur daar is’, waarna door het observatieteam omstreeks 20:13 uur wordt gezien dat [Duitse koerier 3] en [verdachte] op de [adres 15] te Venlo een ontmoeting hebben met [medeverdachte 3] . In het telefoongesprek tussen [verdachte] en [broer medeverdachte 2] om 19:32:44 uur op die 6 mei spreken zij over ‘wachten op de neger’. [medeverdachte 3] herkent zichzelf vervolgens op de getoonde video-opnamen van het observatieteam. - Verder blijkt uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer 21] dat de simkaart gekoppeld aan dit telefoonnummer op 7 april 2015 in het telefoontoestel heeft gezeten, voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] . Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] wordt een telefoon aangetroffen, zijnde een Nokia voorzien van voornoemd IMEI-nummer. Uit de historische verkeersgegevens blijkt ten slotte dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 21] het meest gebruik maakt van de zendmasten die de dekking verzorgen voor zijn woning en café [naam cafe] , gelegen aan de [adres 1] te Venlo. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van het telefoonnummer + [telefoonnummer 22] omdat diens stem herkend wordt tijdens het afluisteren van gesprekken. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van het telefoonnummer + [telefoonnummer 23] omdat diens stem herkend wordt tijdens het afluisteren van gesprekken. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 24] omdat in de woning van [medeverdachte 3] een Iphone in beslag is genomen en in deze telefoon een simkaart werd aangetroffen dat bleek te horen bij dit telefoonnummer. De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [medeverdachte 3] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: + [telefoonnummer 22] , + [telefoonnummer 23] , + [telefoonnummer 24] , + [telefoonnummer 19] en + [telefoonnummer 21] . 3.3.3.
  15. Door [medeverdachte 4] gebruikte telefoonnummers. [medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat zijn telefoonnummer is: [telefoonnummer 25] . Door de verbalisanten werd de stem van de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 25] herkend als zijnde de stem van [medeverdachte 4] . Verder is uit onderzoek gebleken dat in de periode van 16 maart 2015 tot en met 18 april 2015 telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen de telefoonnummers + [telefoonnummer 13] en + [telefoonnummer 26] . Eerstgenoemd nummer is in gebruik bij [medeverdachte 2] . Ook op 19 maart 2015 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden tussen de telefoonnummers + [telefoonnummer 13] en + [telefoonnummer 26] , waarbij om 15:45:05 uur door de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 13] een sms-bericht wordt gestuurd met de tekst: “Ik kom nu aan vriend.” Door het observatieteam wordt vervolgens om 16:05 uur gezien dat [medeverdachte 2] het bedrijf van [medeverdachte 4] , [naam bedrijf] . te Grubbenvorst, via een rolpoort betrad. Opvallend hierbij is dat alleen de laatste twee cijfers van beide telefoonnummers van elkaar verschillen. De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [medeverdachte 4] gebruik heeft gemaakt van de volgende telefoonnummers: + [telefoonnummer 25] en + [telefoonnummer 26] . 3.3.3.
  16. Identiteit Duitse afnemer De rechtbank stelt voorop dat, anders dan door de verdediging betoogd, het voor de bewezenverklaring niet van belang is om vast te stellen dat [naam Duitse afnemer] de Duitse afnemer is geweest. Voor de bewezenverklaring is het voldoende om vast te stellen dat de verdovende middelen buiten het grondgebied van Nederland, in dit geval Duitsland, zijn gebracht. Aan wie wordt geleverd en of dit telkens dezelfde persoon is, maakt geen onderdeel uit van de tenlastelegging en is dus niet doorslaggevend voor de bewezenverklaring. Dat neemt echter niet weg dat de rechtbank het aannemelijk vindt dat [naam Duitse afnemer] wel degelijk de Duitse afnemer is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat [medeverdachte 1] contact heeft met de gebruiker van een Duits telefoonnummer. Uit de getapte gesprekken kan worden afgeleid dat door de gebruiker van dit Duitse telefoonnummer een bestelling wordt geplaatst bij [medeverdachte 1] . De contacten vinden telkens uitsluitend per sms-bericht en op dezelfde manier plaats en men gebruikt telkens dezelfde omgangsvormen. Deze contacten hebben nagenoeg uitsluitend betrekking op de hoeveelheid, soort, kwaliteit, locatie van overdracht en financiële afhandeling van de af te leveren voorwerpen, vermoedelijk de verdovende middelen. De Duitse afnemer gebruikt in het begin het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] . Op 3 april 2015 vanaf 01:16:25 uur hebben [medeverdachte 1] en de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] middels sms-berichten contact met elkaar, kennelijk met het doel om nieuwe telefoonnummers voor hun 'vaste' sms lijn in gebruik te nemen. De gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] schrijft: “Broer, schakel die andere nu in alsjeblieft. Kusje.”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Oké, dan gooi ik deze weg oké liefste.” De gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] schrijft vervolgens: “Oké, schakel eerst die andere in, daarna pas.” Hierna volgt geen enkele telecommunicatie meer op het getapte imei-nummer, met daarin het telefoonnummer + [telefoonnummer 3] , bij [medeverdachte 1] . Uit de telefoontaps blijkt dat [medeverdachte 1] vanaf 21 april 2015 contact heeft met de gebruiker van het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 27] . Deze contacten vinden uitsluitend per sms-bericht en op dezelfde manier plaats als met het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] en hebben gelijkluidende inhoud en omgangsvormen. Uit de telefoontaps blijkt vervolgens dat [medeverdachte 1] vanaf 6 juni 2015 contact heeft met de gebruiker van het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 28] . Deze contacten vinden uitsluitend per sms-bericht en op dezelfde manier plaats als met de telefoonnummers + [telefoonnummer 4] en + [telefoonnummer 27] en hebben gelijkluidende inhoud en omgangsvormen. Op 19 en 20 juni 2015 werd door de Duitse autoriteiten vastgesteld dat [naam Duitse afnemer] , geboren [geboorte en adresgegevens] , de gebruiker was van het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 28] . 3.3.3.
  17. Door de Duitse koeriers gebruikte telefoonnummers Door [Duitse koerier 1] gebruikte telefoonnummer. Uit de stukken die zijn verkregen na de rechtshulpverzoeken aan Duitsland, blijkt dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 29] van [Duitse koerier 1] is. Door [Duitse koerier 2] gebruikte telefoonnummer. [Duitse koerier 2] heeft bij de politie in Duitsland verklaard dat zijn telefoonnummer is: [telefoonnummer 30] . Door [Duitse koerier 3] gebruikte telefoonnummer. Op 22 april 2015 ontvangt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) een sms-bericht van [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ), waarbij [Duitse koerier 1] het telefoonnummer van de koerier ‘ [Duitse koerier 3] ’ stuurt, te weten [telefoonnummer 31] . Hierna heeft [verdachte] rechtstreeks contact met koerier ‘ [Duitse koerier 3] ’.Even later wordt door het observatieteam gezien dat [verdachte] een ontmoeting heeft met [medeverdachte 2] en de bestuurder van de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] , welke op naam staat van [Duitse koerier 3] . De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er voldoende bewijs is dat [Duitse koerier 3] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer 31] . 3.3.3.
  18. Contacten tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Tijdens doorzoeking in de woning van [medeverdachte 3] , aan de [adres 3] te Venlo, werd een Iphone 5 wit onder een matrasdek aangetroffen. Deze telefoon werd in beslag genomen onder SIN AAIE7667NL en door het NFI onderzocht. Onder het contact “ [naam contact 1] App” werden twee telefoonnummers aangetroffen, te weten + [telefoonnummer 32] en + [telefoonnummer 10] . [medeverdachte 1] is de gebruiker van deze nummers. In de periode van 1 december 2014 tot en met 7 mei 2015 hebben 123 telefonische contacten plaatsgevonden met de nummers + [telefoonnummer 10] en + [telefoonnummer 32] . Onder het contact “ [bijnaam medeverdachte 2] ” werden twee telefoonnummers aangetroffen, te weten + [telefoonnummer 33] en + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] is de gebruiker van deze nummers. In de periode van 25 oktober 2014 tot en met 7 mei 2015 hebben 168 telefonische contacten plaatsgevonden met de nummers + [telefoonnummer 33] en + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij de naam [bijnaam medeverdachte 2] nog wel gebruikt en dat veel mensen hem ook kennen als [bijnaam medeverdachte 2] . In het telefoontoestel werden foto’s aangetroffen, o.a.: met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] , 1 foto met een grote hoeveelheid geld in een tas en 1 foto met een grote hoeveelheid geld, foto’s met hennep, foto’s met vuurwapens, waaronder een met geluidsdemper, foto’s m.b.t. VW Golf [kenteken 2] en foto’s met een peilbaken, inclusief voeding. Door het observatieteam werd de bevestiging gegeven dat dit het vermiste peilbaken betreft, welke door hen in week 2 van 2015 geplaatst was in de BMW [kenteken 3] , in gebruik bij [medeverdachte 1] . In het telefoontoestel werden videofilmpjes aangetroffen, o.a. van een hennepdrogerij en het peilbaken. De rechtbank stelt vast, gelet op het voorgaande, dat er tussen 1 december 2014 en 7 mei 2015 vele contacten hebben plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . 3.3.
  19. Voertuigen De personenauto merk BMW, type 330 D, kenteken [kenteken 3] , kleur zwart, is op naam gesteld van [naam 1] , maar werd hoofdzakelijk gebruikt door [medeverdachte 1] . Dit blijkt uit diverse observaties en ook uit de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] . [medeverdachte 1] heeft zelf ook verklaard dat hij deze personenauto wel eens leent van zijn neef [naam 1] . De personenauto merk BMW, kenteken [kenteken 4] , kleur grijs, is op naam gesteld van [naam 3] , maar werd hoofdzakelijk gebruikt door [medeverdachte 2] . Dit blijkt uit diverse observaties en ook de verklaring van [getuige] . [medeverdachte 2] heeft zelf ook verklaard dat hij gebruik heeft gemaakt van deze personenauto. De personenauto merk Volkswagen, type Polo, kenteken [kenteken 5] , is op naam gesteld van [verdachte] . [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat dit de laatste auto is, die hij in gebruik had en dat hij deze aan zijn schoonzoon heeft gegeven. Van deze auto maakt hij gebruik. De personenauto merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken 2] , is op naam gesteld van [echtgenoot medeverdachte 3] , wonende op de [adres 3] te Venlo. [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat hij gebruik maakt van de auto van zijn vrouw, een zwarte Volkswagen Golf. De personenauto merk Volkswagen, type Caddy, kenteken [kenteken 1] is op naam gesteld van [Duitse koerier 3] . Uit de kentekenhistorie blijkt dat de Caddy tot 13 februari 2015 op naam van [Duitse koerier 1] was gesteld en toen het kenteken [kenteken 6] had. De personenauto merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 7] is op naam gesteld van [naam 4] , zijnde de partner van [Duitse koerier 1] . 3.3.
  20. Levering op donderdag 7 mei 2015 (zaaksdossier 15). Periode van 21 april 2015 tot en met 5 mei
  21. Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Uit de vertaalde weergave van de sms-berichten tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 5] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 27] ) blijkt dat een levering zal gaan plaatsvinden. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij de "snelle" laat maken en dat hij op de "snelle" wacht, maar de man de telefoon niet opneemt. Ook wordt er gesproken over verf, lami, hz, kweken, dossier en een auto die is afgegeven bij de garage. Verder valt op te maken uit de communicatie dat de levering meermaals wordt uitgesteld. Op 23 april 2015 omstreeks 22:37 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ) naar [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ) en vraagt of [voornaam medeverdachte 3] even naar het café kan komen. In de tussentijd heeft ook [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 10] ) telefonisch contact met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ). Uit de inhoud van de telefoongesprekken en/of sms-berichten blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] geregeld met elkaar afspreken waarbij het initiatief vanuit [medeverdachte 1] komt. In deze periode heeft ook [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) contact met de Duitse koerier [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ). Uit de inhoud van deze telecommunicatie kan worden opgemaakt dat de auto van de 'Bulgaar' nog niet gemaakt is. Er wordt onder andere door [verdachte] gezegd: "Broer, doe wat je kunt. Laat het morgen maken, laat iets doen zodat het kan lopen, fuck dat. Want de man zeurt ... ". Ook is er een telefoongesprek tussen [verdachte] en [Duitse koerier 1] waarin [Duitse koerier 1] vraagt of ze nog moeten wachten en [verdachte] zegt: "Hij/zij kan niks vinden". Woensdag 6 mei
  22. Uit de tapgegevens van 6 mei 2015 blijkt het volgende: - sms-bericht van [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 5] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 27] ) te 12:18:54 uur: “Is goed, er is iemand die twee keer per maand honderd lami wil. Hopelijk kun jij de lami voor
  23. 5 kopen/inkopen”. - sms-bericht van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 14:44:42 uur: “Oke, er is iemand die honderd lami wilt hebben twee keer per maand. Je kan lami voor 6.5 ...” te 14:44:44 …kopen met Gods hulp. Want hij/zij heeft voor
  24. 5 gevraagd.” - sms-bericht van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 14:46:27 uur: “Liefste, 7 is gegarandeerd, maar ik zal 6.5 proberen”. - sms-bericht van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 14:54:03 uur: “Koop jij maar alsjeblieft, koop het in ieder geval voor 6.75”. - sms-bericht van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:11:12 uur: “Broer, geef mij alsjeblieft door nadat de vriend is vertrokken, zodat ik het dossier weg breng. Kusjes”. [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 10] ) belt op 6 mei 2015 omstreeks 17:15 uur met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ) en zegt dat [voornaam medeverdachte 3] hierheen moet komen. Door opsporingsambtenaren van het observatieteam wordt op woensdag 6 mei 2015 omstreeks 17:42 uur gezien dat [verdachte] , als bestuurder in zijn Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 5] , over de [adres 19] te Venlo rijdt. [broer medeverdachte 2] zit als passagier naast [verdachte] in deze Volkswagen Polo. Vervolgens wordt gezien dat de Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 5] , op die dag omstreeks 17:47 uur in de [adres 16] te Venlo stilstaat en dat [broer medeverdachte 2] aan de passagierszijde naast het voertuig staat. Verder wordt door het observatieteam gezien dat ter hoogte van café [naam cafe] , gevestigd aan de [adres 1] te Venlo, een zwarte BMW met het kenteken [kenteken 3] en een grijze BMW met het kenteken [kenteken 4] geparkeerd staan. Ook wordt gezien dat de Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 5] , die dag omstreeks 17:50 uur uit de [adres 16] te Venlo reed en stopte ter hoogte van café [naam cafe] . Uit de tapgegevens blijkt dat [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) contact heeft met [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ), waarbij wordt gesproken over onder andere "de auto halen" en "naar ver gaan" en er wordt gesproken over het feit dat [Duitse koerier 1] naar [verdachte] toekomt. Verder blijkt uit de tapgegevens het volgende: - sms-bericht van [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 5] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 27] ) op 6 mei 2015 te 18:13:34 uur: “Liefste, wanneer zal de lami nodig zijn”. - sms-bericht van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] 18:18:18 uur: “Als het 9 was, zou het heel goed zijn, ik zou hier proberen om goedkoop te kopen, dan zou het goed zijn” te 18:19:21 “Ik bedoel dat wij het moeten geven, het kan niet anders, zo kunnen we in ieder geval wat verdienen” - sms-bericht van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:20:00 uur: “Ja, maar ze hebben het niet geaccepteerd, ik had 9 gezegd. Maar ze moeten verplicht twee keer afnemen.” - sms-bericht van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:22:43 uur: “Oke, is de vriend vertrokken?” - sms-bericht van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 18:23:09 uur: “Nog niet, straks, als God het wilt”. Op 6 mei 2017 te 18:23:30 uur heeft [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ) telefonisch contact met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ), waarbij ze een afspraak maken om elkaar te zien. Op woensdag 6 mei 2015 tussen 19:21:49 uur en 19:39:56 uur vinden sms-berichten plaats tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 8] ) en [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 21] ) waaruit kan worden afgeleid dat ze om 8 uur hebben afgesproken (“om 8 uur daar”). [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) heeft contact met [broer medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 34] ), waaruit kan worden afgeleid dat [broer medeverdachte 2] kennelijk op de hoogte is van de aanstaande levering. Te 19:32:44 uur: “Wij wachten op de neger”.Het is aannemelijk dat hiermee [medeverdachte 3] wordt bedoeld, gelet op de omstandigheid dat hij de enige van de verdachten is met een Afrikaanse (Somalische) achtergrond. Door het observatieteam wordt op woensdag 6 mei 2015 omstreeks 18:27 uur gezien dat een Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 2] , de [adres 16] te Venlo inreed. Deze Volkswagen Golf is in gebruik bij [medeverdachte 3] . Verder wordt door de opsporingsambtenaren van het observatieteam omstreeks 18:46 uur gezien dat een grijze Volkswagen Caddy, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 1] over de [adres 17] te Venlo reed. De Volkswagen Caddy werd bestuurd door een man, gekleed in een geel shirt. De opsporingsambtenaren zien dat er een zwarte Volkswagen Passat, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 7] , voor de Volkswagen Caddy reed. Omstreeks 18:52 uur zien de opsporingsambtenaren dat de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 5] en de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] over de [adres 18] te Venlo reden. [verdachte] bestuurde de Polo. Omstreeks 18:54 uur zien de opsporingsambtenaren dat de Volkswagen Passat over de [adres 19] te Venlo reed en dat het voertuig werd bestuurd door een man, die herkend wordt als zijnde [Duitse koerier 1] , geboren [geboortedatum 1] te Bursa (Turkije). Tussen omstreeks 19:00 uur en 19:33 uur wordt op de locatie [adres 15] te Venlo de bedrijfsauto Volkswagen Caddy, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 1] , gezien. Dit wordt ondersteund door de gegevens van Amigoboras en door de peilbakengegevens. Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat op 6 mei 2015 te 18:42 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67- Venlo, Nederland inkomend vanuit Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 7] . Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat op 6 mei 2015 te 18:42 uur een outbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Uit de peilbakengegevens van de bedrijfsauto Volkswagen Caddy, Duits kenteken [kenteken 1] blijkt dat deze op woensdag 6 mei 2015 omstreeks 18:12 uur via de A40 in de richting van Venlo reed. Verder blijkt dat die avond tussen 18:50 uur en 20:15 uur de Volkswagen Caddy voortdurend ‘stops’ had op de locatie [adres 15] te Venlo. Door het onderzoeksteam wordt later, aan de hand van de beschikbare gestelde foto- en videobeelden van deze observatie, de bestuurder van deze Volkswagen Caddy herkend als [Duitse koerier 3] , geboren op [geboortedatum 2] te Sofia (Bulgarije). Door het observatieteam wordt vervolgens gezien dat [verdachte] en de koerier [Duitse koerier 3] daar contact met elkaar hebben. Door [Duitse koerier 3] wordt vervolgens een handeling uitgevoerd, alsof door hem iets uit de kofferbak van de Volkswagen Polo, kenteken [kenteken 5] , wordt gepakt en dit vervolgens aan de achterzijde in de laadruimte van de Volkswagen Caddy wordt geplaatst. Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat op 6 mei 2015 te 19:43 uur een outbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 7] , aanwezig op de Volkswagen Passat, in gebruik bij [Duitse koerier 1] . Omstreeks 20:13 uur wordt door het observatieteam gezien dat de koerier [Duitse koerier 3] en [verdachte] op de [adres 15] te Venlo een ontmoeting hebben met [medeverdachte 3] , de bestuurder van een Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . [medeverdachte 3] was hierbij gekleed in een zwart trainingspak met goudgele biezen op de mouwen, Daarnaast droeg hij een petje en donkergekleurde handschoenen. Door [medeverdachte 3] werd de achterklep naar de laadruimte geopend van de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] en die van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] . Door [medeverdachte 3] werden onder andere twee lichtkleurige voorwerpen, vermoedelijk plastic zakken, uit de kofferbak van de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 2] gepakt en in de laadruimte geplaatst van de Volkswagen Caddy met het Duitse kenteken [kenteken 1] . Kort daarna, omstreeks 20:22 uur, wordt door het observatieteam gezien dat de Volkswagen Caddy, met het Duitse kenteken [kenteken 1] , Nederlands grondgebied verlaat en via de autosnelweg A67 te Venlo, Duitsland inrijdt. Dit wordt ondersteund door de gegevens van Amigoboras, waaruit blijkt dat er op 6 mei 2015 te 20:21 uur een outbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] , aanwezig op de Volkswagen Caddy. Op woensdag 6 mei 2015 vanaf 20:49 uur wordt de observatie en de controle op de Volkswagen Caddy met het Duitse kenteken [kenteken 1] op het grondgebied van Duitsland aansluitend overgenomen door een observatieteam van de Duitse politie en wordt vastgesteld dat de auto die nacht tot 05:19 uur stond geparkeerd op de [adres 5] te Duisburg, welke locatie op korte afstand is gelegen van het woonadres van de koerier [Duitse koerier 3] , adres [adres 6] te Duisburg. In het tijdsbestek van 6 mei 2015 te 20:52 uur en 7 mei 2015 te 05:19 uur wordt geen (bewegings)signaal afgegeven door het GPS baken van deze Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken 1] . Door de politie te Duisburg en vervolgens door de politie te Magdeburg wordt op donderdag 7 mei 2015 de observatie voortgezet op deze Volkswagen Caddy kenteken [kenteken 1] , na het vertrek daarvan in Duisburg en vóór de beoogde overdracht c.q. aflevering van de partij verdovende middelen te Schönebeck. Dag van aflevering: donderdag 7 mei
  25. Uit de tapgegevens van 6 en 7 mei 2015 blijkt het volgende. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ) belt op 6 mei 2015 te 23:14 uur met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en zegt: “Mijn broer zegt: is de vriend naar z’n huis gegaan”. [verdachte] noemt hem “ [bijnaam medeverdachte 2] ”. [verdachte] zegt: “Hij is allang in z’n huis. Hij gaat toch morgen dinges doen?”. [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) heeft op 7 mei 2015 telefonisch contact met [Duitse koerier 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 35] ) en met [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 9] ) met betrekking tot de voortgang van het transport naar de Duitse afnemer [naam Duitse afnemer] . Hierbij wordt door hen in versluierd taalgebruik gesproken over de vermoedelijke locatie van overdracht in Duitsland, waarbij in relatie tot de plaats van overdracht c.q. de ontmoetingsplaats onder andere de term "eten" wordt gebruikt. [Duitse koerier 3] geeft aan dat het druk is op de weg. [verdachte] geeft van deze ontvangen informatie van de koerier vervolgens weer een terugkoppeling aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 5] ) onderhoudt vervolgens met sms-berichten contact met [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 27] ), waarbij hij aangeeft dat "de vriend onderweg is" en "25 minuten de eetplaats". Kort hierna, omstreeks 12:34 uur, blijkt uit de tapgegevens dat [verdachte] geen contact meer krijgt met [Duitse koerier 3] . [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 27] ) stuurt sms-berichten naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 5] ), met de inhoud dat hij geen contact meer krijgt met zijn contactpersoon " [naam contact 2] ", waarna het vermoeden ontstaat bij beiden dat er "iets" gebeurd is. Door [naam Duitse afnemer] wordt in een sms bericht geschreven; "zij zijn honderd procent weg". Uit de tapgesprekken blijkt dat er vervolgens enigszins paniek ontstaat. Er worden diverse afspraken gemaakt om "snel te komen" en hierover gaan diverse telefoongesprekken en sms-berichten, waaronder sms-berichtenverkeer die dag tussen 13:03 uur en 13:06 uur tussen [medeverdachte 1] en [naam Duitse afnemer] , waarin [medeverdachte 1] schrijft dat hij de telefoon ergens neer gaat leggen zodat hij deze niet bij zich heeft. Omstreeks 15:05 uur belt [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ) naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ), waarbij [medeverdachte 2] tegen [voornaam medeverdachte 3] zegt “dat hij heel snel moet komen en dat hij hem echt snel nodig heeft”. Omstreeks 15:37 uur belt [verdachte] met een onbekend gebleven man (NNman). Deze NNman zegt dat “ze de onzen hebben meegenomen”. [verdachte] zegt “Hu…wie? [Duitse koerier 1] ”, waarop de NNman zegt “En die andere, lange…”. De NNman zegt: “ [Duitse koerier 3] heeft honderd procent geklikt”. Omstreeks 15:41 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) met [broer medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 34] ), waarbij [verdachte] zegt: “Niet teveel praten…dinges…mijn familieleden hebben ze ook meegenomen, oké…”. Het is de rechtbank gebleken dat [Duitse koerier 1] en [verdachte] familie zijn van elkaar. Voorts is de rechtbank gebleken dat [broer medeverdachte 2] een broer van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betreft. Uit de onderzoeksbevindingen en resultaten van de politie in Duitsland blijkt dat op donderdag 7 mei 2015 het transport met de Volkswagen Caddy met het Duits kenteken [kenteken 1] , door de Duitse politie te Magdeburg is onderschept in Schönebeck (Duitsland). Naar aanleiding van een uitgaand rechtshulpverzoek naar Magdeburg (Duitsland) d.d. 25 mei 2015, en de daaruit verkregen informatie van de Duitse politie blijkt dat naar aanleiding van de onderschepping van dit transport van verdovende middelen en een daarop volgend onderzoek in een garagebox in Schönebeck (Duitsland) de navolgende voorwerpen werden aangetroffen en in beslaggenomen: 10.608 (gram) amfetamine uit de geheime bergplaats (dubbele bodem) van de bedrijfsauto, merk/type Volkswagen Caddy [kenteken 1] ; 2.110 (gram) marihuanatoppen uit de geheime bergplaats (dubbele bodem) van de bedrijfsauto, Volkswagen Caddy [kenteken 1] ; een losse plastic zak van Karstadt op de bijrijderstoel van de Volkswagen Caddy [kenteken 1] inhoudende een geldbedrag van € 47.900.00; in de garage waar de Volkswagen Caddy [kenteken 1] werd aangetroffen: 54.016 (gram) hasjiesjplakken. Uit later ingesteld forensisch onderzoek in Duitsland blijkt het hier te gaan om een partij verdovende middelen bestaande uit cannabis en amfetamine, als bedoeld in de Duitse Opiumwetgeving. In Schönebeck werden [Duitse koerier 3], de bestuurder van de Volkswagen Caddy [kenteken 1] en [naam contact 2], de Duitse contactpersoon, aangehouden. Onder de verdachte [naam contact 2] werden in Duitsland drie telefoontoestellen in beslaggenomen, waaronder een telefoon met het Duitse telefoonnummer + [telefoonnummer 7] , welk telefoonnummer in relatie is te brengen met de levering op woensdag 22 april
  26. Onder [naam contact 2] (' [naam contact 2] ') werd verder een sleutelbos aangetroffen en in beslaggenomen, met daaraan een zogenaamde transponder/ chip. Uit nader technisch onderzoek in Duitsland is vastgesteld dat met deze specifieke transponder/ chip het mechaniek van de geheime bergruimte, een vloerplaat aanwezig in de laadruimte van de bedrijfsauto Volkswagen Caddy [kenteken 1] , kon worden bediend en geopend. In Duisburg werden op diezelfde dag [Duitse koerier 1] , geboren op 7 augustus 1977 te Bursa (Turkije) en [Duitse koerier 2] , geboren op [geboortedatum 3] te Lunen (Duitsland), aangehouden. [Duitse koerier 2] heeft bij de Duitse politie het volgende verklaard: “Na overleg met mijn advocaat wil ik vanaf het najaar 2013 vertellen. Het begon er allemaal mee dat ik en [Duitse koerier 1] in het café [naam cafe] in Venlo door [verdachte] werden aangeworven. De Caddy werd aangemeld en aan [Duitse koerier 1] in eigendom gegeven. In het begin werd afwisselend zo één rit per maand uitgevoerd. Het ging erom verdovende middelen van Venlo uit naar Schönebeck bij Magdeburg te transporteren. Wij kregen een sms. In de sms stond alleen een tijdstip en een plaats waar wij naartoe moesten komen. Ik had de sms gekregen en [Duitse koerier 1] daarover geïnformeerd. Dat hadden wij steeds gedaan. Ik haalde dezelfde dag de Caddy bij [Duitse koerier 1] op en reed naar Venlo. Hoe ik daar naar toe moest rijden hadden wij reeds bij onze eerste ontmoeting besproken. Toen was al gezegd dat ik richting Grubbenvorst moest uitrijden. Ik reed met de Caddy naar het opgegeven adres, waar ik [verdachte] ontmoette. [medeverdachte 4] heb ik pas ongeveer medio 2014 voor het eerst gezien. Pas toen mocht ik ook in de loods wachten en hoefde ik niet meer te gaan wandelen. [medeverdachte 4] is degene die ik de “sesselmacher” heb genoemd.” “Vanaf begin 2015 ben ik na de geldoverdracht wel eens langer in het café [naam cafe] gebleven en heb daar met [verdachte] gegeten. Daarbij kwam ik toen ook in gesprek met [medeverdachte 2] , die zich aan mij voorstelde als [bijnaam medeverdachte 2] . Mij werd ook de broer van [bijnaam medeverdachte 2] , [broer medeverdachte 1] , voorgesteld. Later werd mij nog een andere broer, [medeverdachte 1] voorgesteld. In het jaar 2015 was de waar al bijna steeds in de loods, als ik kwam. In februari heb ik toen gezien dat er hennep in de Caddy werd geladen. In de loods zat de hennep in normale plastic zakken. De inhoud van de zakken werd toen in een zwarte plastic zak geschud. Van deze pakjes pasten er toen acht tot tien in de opening van de Caddy. Ik wist op dat moment dat ik telkens tussen acht en tien kilo hennep transporteerde. Ik heb een keer gezien dat ook bruine plakken door [bijnaam medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in de Caddy werden geladen. Deze lagen ook al in de loods. [bijnaam medeverdachte 2] zei dat het om hasjiesj ging. Dat waren ongeveer in februari 100 van deze plakken, zo zei [bijnaam medeverdachte 2] het. Mij wordt hier een foto getoond van de inbeslagneming d.d. 7 mei
  27. Ik herken daarop de verpakte bruine plakken. Deze hasjiesjplakken heb ik ook nog eens bij een transport in april van [verdachte] gezien, dat ik echter niet meer zelf heb uitgevoerd. Daarbij zou het om 60 plakken zijn gegaan. Ook de hasjiesjlevering in januari of februari ging naar Schönebeck. Begin 2015 gingen echter niet alle ritten naar Schönebeck. Vier of vijf ritten gingen naar Bielefeld. Drie van deze ritten heb ik gemaakt. De andere [Duitse koerier 1] . De onderhandelingen over de prijs vonden altijd via [bijnaam medeverdachte 2] plaats. [bijnaam medeverdachte 2] heeft mij ook afwisselend met [verdachte] het koeriersloon gegeven.” In het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] wordt gerelateerd, samengevat, dat [verdachte] onder meer het volgende heeft verklaard: dat [Duitse koerier 2] (doelend op [Duitse koerier 2] ) in Duitsland en [medeverdachte 4] (doelend op [medeverdachte 4] ) in Nederland de sleutels zijn. [medeverdachte 4] zou alles weten wat er in zijn bedrijf [naam bedrijf] te Grubbenvorst gebeurde en er zou ook nog een bende actief zijn daar; dat hij de ‘nieuwe jongen’ kent (doelend op [Duitse koerier 3] ); dat hij ( [verdachte] ) geen grote rol heeft gehad. Dat hij slechts maximaal 5 keer gereden heeft naar [naam bedrijf] . Bij de voetbalclub (doelend op 6 mei) wist hij dat er een drugstransport naar Duitsland zou zijn maar heeft hij alleen maar de weg gewezen (doelend op de "neger", verdachte [medeverdachte 3] ). Verdachte [verdachte] niet wist welke drugs er op 06 mei naar Duitsland vervoerd werden. Hij de "neger" niet goed kende, maar van sommige mensen die "buiten" waren wel gehoord had dat deze man zelf drugs produceerde en leverde. Hij wist niet precies welke drugs. Hij had deze man wel een aantal keren in café [naam cafe] gezien. Hij had hem nooit in het bijzijn van [medeverdachte 1] gezien in het café. Wel had hij gezien dat deze man aan gokkasten in het café stond. [verdachte] noemde deze man "de dokter"; dat hij ( [verdachte] ) alleen maar softdrugs (marihuana en hasjiesj) getransporteerd heeft. Tussenconclusie: Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. De bestelling van de verdovende middelen wordt door de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) geplaatst bij [medeverdachte 1] (persoon 1). [medeverdachte 1] is de enige die contact heeft met [naam Duitse afnemer] . [medeverdachte 1] initieert de handel in verdovende middelen en zorgt voor de aanvoer, het transport, de aflevering en de voortdurende controle bij een transport. Door [medeverdachte 1] werden [medeverdachte 2] (persoon 2), [verdachte] (persoon 3) en [medeverdachte 3] (persoon 4) in stelling gebracht in relatie tot het zoeken, kopen, vervoeren en (laten) maken van de verdovende middelen. Op het moment dat de verdovende middelen beschikbaar zijn voor de Duitse afnemer [naam Duitse afnemer] neemt [verdachte] in opdracht van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] contact op met de koeriers [Duitse koerier 1] , [Duitse koerier 2] en/of [Duitse koerier 3] . [verdachte] wordt op zijn beurt weer aangestuurd door [medeverdachte 2] met betrekking tot de overdracht van de verdovende middelen in Nederland. Na de overdracht van de verdovende middelen in Nederland, onderhoudt [medeverdachte 1] contact met [verdachte] die vervolgens weer contacten heeft met de koeriers omtrent het lopende transport van de verdovende middelen. De bevindingen met betrekking tot het lopende transport worden door [medeverdachte 1] weer doorgegeven aan de Duitse afnemer [naam Duitse afnemer] . [medeverdachte 1] en [naam Duitse afnemer] blijven contact houden met betrekking tot de financiële afhandeling van het transport van de verdovende middelen. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op de context, dat met de bedekte termen ‘snel’ of ‘snelle’ speed, oftewel amfetamine wordt bedoeld. De rechtbank acht het verder aannemelijk, gelet op de context, dat met de bedekte term ‘hz’ hennep wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 21 april 2015 en 7 mei 2015 10.608 gram amfetamine en 2,1 kilogram hennep buiten het grondgebied van Nederland zijn gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  28. Levering op donderdag 5 februari 2015 (zaaksdossier 1). Periode van 27 januari 2015 tot en met 4 februari
  29. Vanaf 27 januari 2015 vindt er sms-berichtenverkeer plaats tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ). Uit de vertaalde weergave van de sms-berichten blijkt dat [medeverdachte 1] voornemens is “tien stuks, schoon” af te leveren aan [naam Duitse afnemer] . [naam Duitse afnemer] schrijft aan [medeverdachte 1] “Probeer deze voor 3.6 te kopen alsjeblieft”. Door [naam Duitse afnemer] wordt aan [medeverdachte 1] gevraagd “voor hoeveel ga je vijftig stuks ‘lami’ kopen?”. Uit de tapgegevens blijkt verder dat de levering meermaals wordt uitgesteld. In de tussentijd heeft [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) op 27 januari 2015 te 17:13:12 uur telefonisch contact met [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ), waarbij [medeverdachte 1] schrijft: “…als het goed is kopen/halen we het vandaag, en sturen we het morgen op”. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) belt vervolgens om 17:13:57 uur naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ), waarbij [medeverdachte 2] zegt “dat het nog even duurt en zal bellen. Als [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] belt dan moet [medeverdachte 4] maar komen.” Op 3 februari 2015 om 21:45:52 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ), waarbij [medeverdachte 1] vraagt: “Kunnen we dat/hem/haar vandaag sturen, zodat hij/zij morgenochtend gaat, of…?”. [medeverdachte 2] zegt: “Ik denk dat het kan. Regel het, maar… ik zal alleen de man regelen en jij zal de rest regelen, toch?”. Om 22:03:53 belt [medeverdachte 2] nogmaals met [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 2] zegt: “Ik ben er zeker van, als [medeverdachte 3] (fon.) het maar kan regelen. De rest kan ik zelf maken”. Op 4 februari 2015 om 12:29:15 uur belt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ). [medeverdachte 1] zegt: “Liefste, zeg tegen [medeverdachte 3] (fon.), misschien kan [medeverdachte 3] kijken en als zij het ook niet hebben…”, waarop [medeverdachte 2] zegt dat dat in orde is. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) wordt vervolgens om 14:35:18 uur gebeld door [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ). [medeverdachte 2] zegt dat ‘ [naam contact 1] ’ (fon.) vroeg of [voornaam medeverdachte 3] wat van die T-shirts kon regelen. [voornaam medeverdachte 3] zegt dat het vrouwtje effetjes weg is en dat hij op de kleine moet passen. Over een uurtje is [voornaam medeverdachte 3] daar. [medeverdachte 2] zegt dat [voornaam medeverdachte 3] alvast met wat mensen moet sms-en, kijken of hij wat kan regelen. Dag van aflevering: donderdag 5 februari
  30. Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 5 februari 2015, 12:42:12 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) een sms-bericht naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] ) met als tekstinhoud: “Liefste, ben je vertrokken, bel mij direct”. Op 5 februari 2015 tussen 14:40:13 en 15:33:37 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) een aantal sms-berichten naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ), waaruit blijkt dat [naam Duitse afnemer] contact zoekt met [medeverdachte 1] . Op 5 februari 2015 te 15:46:09 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer [telefoonnummer 1] ) naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer [telefoonnummer 25] ) en krijgt de voicemail aan de lijn. Op de achtergrond is te horen dat [medeverdachte 2] tegen iemand zegt of deze persoon achter hem aan daar naartoe komt. Op 5 februari 2015 15:47:33 uur wordt [medeverdachte 2] (telefoonnummer [telefoonnummer 1] ) gebeld door [medeverdachte 4] (telefoonnummer [telefoonnummer 25] ). [medeverdachte 4] wordt door [medeverdachte 2] begroet met de woorden “Maffia van Grubbenvorst” en [medeverdachte 2] vraagt hoe laat hij kan komen, waarna een afspraak wordt gemaakt voor half vijf. Op 5 februari 2015 vanaf 16:24:44 uur vindt het volgende sms-berichtenverkeer plaats tussen [medeverdachte 1] (+ [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 16:24:44: “4 hz 6 normaal, liefste”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 16:25:25: “5 vertrekt/komt er uit, liefste kusjes”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 16:25:54: “Okay kusjes.” Tijdens een ingestelde observatie werd op 5 februari 2015 tussen 17:00 uur en 17:07 uur een zilverkleurige Volkswagen Caddy, met een witte kentekenplaat en zwarte letters en/of cijfers waargenomen op de [adres 20] te Grubbenvorst. Verder werd de BMW met het kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , in Grubbenvorst waargenomen. Er werd vervolgens gezien dat de Volkwagen Caddy en de BMW met hoge snelheid vanuit de richting Grubbenvorst in de richting van de A73 reden. Dit wordt ondersteund door de gegevens van Amigoboras en door de peilbakengegevens. Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat op 5 februari 2015 te 16:49 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang op A67-Venlo, op het voertuig met het Duitse kenteken [kenteken 6] . De peilbakengegevens van de personenauto BMW, kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , geven op donderdag 5 februari 2015 tussen 16:35 uur en 17:03 uur als adreslocatie [adres 7] te Grubbenvorst aan. Op het adres [adres 7] te Grubbenvorst is het bedrijf [naam bedrijf] gevestigd, eigendom van [medeverdachte 4] . De zendmastgegevens van het mobiele telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , geven op 5 februari 2015 te 17:07:06 uur de adreslocatie [adres 8] Grubbenvorst aan. Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat op 5 februari 2015 te 17:15 uur een outbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, grensovergang Nederland uit naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 6] . Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat op 5 februari 2015 tussen 17:13:29 en 23:53:13 uur het navolgende sms-berichtenverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:13:29 uur: “Broer, hoe staat het ervoor met de ‘lami’? Die laatst geleverde steen is er toch nog? Waarvan er”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:13:31 uur: “..tweehonderd zijn gekomen/geleverd…die…”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:13:42 uur: “Vriend, maandag stuur ik je tien schoon.”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:14:40 uur: “Broer, afhankelijk van de situatie. Als er geen dossier problemen zijn, kun je het sturen. Vandaag…”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:14:42 uur: “..komen er veertig dossiers.”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:14:51 uur: “Er is zowel lami als steen vriend. Geen probleem. Die heb je nog niet gegeven. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:15:58 uur: “Heb ik allang gegeven. Wellicht zal er volgende week ‘lami’ nodig zijn. Ik heb nog vijf verf.”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:15:59 uur: “Er zijn wat dossier problemen vriend”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:16:09 uur: “..morgen gaat iemand het kopen, en bovendien staan er nog 17 stuks ‘snel’”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:17:42 uur: “Probeer die te geven/verkopen vriend, dan zijn er ook geen dossier problemen. Dit heeft te lang geduurd. Doe het van de hand. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:20:34 uur: “Hopelijk gaat er volgende iemand ‘snel’ kopen. Wellicht is er iemand die een aantal hele …”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:20:36 uur: “..stenen gaat kopen. Morgen krijg ik er meer over te weten. Stuur jij het maar maandag op….”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17;20:38 uur: “..tien schoon. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:21:08 uur: “Ik begrijp het niet. Net zei jij dat het niet mogelijk is, maar nu wel. Is het bedoeld voor ‘lami’ of ‘verf’….”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:21;30 uur: “Oke, vriend, ‘steen’ is geen probleem. Ik stuur het wel oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:21:38 uur: “Is het dan mogelijk om voor maandag dertig ‘lami’ en vijf ‘verf’ te regelen?”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 17:22:02 uur: “Oke. X”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 17:22:21: “Oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:46:55: “Broer, heb je de hz’s aangegeven? Is die gast al vertrokken?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 18:47:33 uur: “Ja lieve schat, die vriend is vetrokken oke. X”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 20:58:20 uur: “Over 45 minuten is hij/zij/het daar vriend. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:59:14: “Oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:59:36: “Eetplaats of bij een tankstation?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 20:59:58: “Ik zat het vragen”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 21:02:40: “Eetplaats vriend”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 21:02:55 uur: “Broer, je hebt de hz’s aangegeven, toch?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 21:03:24 uur: “Ja vriend”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 21:03:50: “Oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:02:55 uur: “Broer, die vriend is er nog niet”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 22:03:26 uur: “Ik zal het vragen”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 22:07:30 uur: “Die vriend heeft het (overhandigd) gekregen.”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:07:54 uur: “Is goed.”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:17:02 uur: “Oke, liefste, die vriend kan gaan.”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 22:17:32 uur: “Oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:18:12 uur: “Er komt 44.9 dossiers oke. Tel het alsnog goed na alsjeblieft. X”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 22:18:34 uur: “Oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:41:27 uur: “Broer, voor hoeveel is hz? En schoon? Vier hz en zes schoon toch?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 22:42:50 uur: “Vriend, hz voor 4950 en schoon voor
  31. Vier hz en zes normaal, oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:44:12 uur: “Wel erg duur. Stuur maar geen hz meer als het zo duur is. En koop ‘schoon’…”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:44:15 uur: “..alsjeblieft niet meer voor deze prijs. Hier geeft men schoon voor 4.2…”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:44:16 uur: “.. aan iedereen.” Vrijdag 6 februari
  32. Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat op 6 februari 2015 tussen 13:09:47 en 13:15:00 uur het navolgende sms-berichtenverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 13:09:47 uur: “Vriend, hoeveel had je gestuurd? X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 13:10:27 uur: “44.9”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 13:11:32 uur: “Tel het goed na alsjeblieft en voor maandag half lami half verf alsjeblieft. X”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 13:14:27 uur: “Oke vriend. Er is een tekort van 60 Lira oke. X”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 13:15:00 uur: “Oke. X” In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2015 relateert de verbalisant dat tussen [medeverdachte 1] en de Duitse afnemer regelmatig wordt gesproken over het kunnen leveren van “boya” (vanuit het Turks vertaald als ‘verf’), ‘B’, ‘schoon’, ‘normaal’ en ‘hz’. Ook relateert de verbalisant dat de termen ‘verf’, ‘normaal’, ‘schoon’ en ‘B’ door elkaar worden gebruikt, terwijl onderscheid wordt gemaakt met ‘hz’. Uit de informatie in het dossier valt af te leiden dat de eigenschappen van ‘verf’ zijn dat het ‘geknipt/gesneden’ is en moet drogen, er sprake is dat ‘verf’ mogelijk gelegaliseerd gaat worden en ze het dan wel kunnen schudden, de aangetroffen ‘hz’ een - duurdere - vorm van hennep betreft, de frequente transporten van ‘verf’ en de verklaring van [Duitse koerier 2] dat hij met name hennep transporteerde, kan worden aangenomen dat met ‘verf’, hennep wordt bedoeld. De rechtbank onderschrijft deze redenering en acht het aannemelijk dat met de bedekte termen ‘verf’, ‘normaal’, ‘schoon’ hennep wordt bedoeld, niet zijnde haze. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘4 hz en 6 schoon’. Vervolgens legt [medeverdachte 1] contact met [medeverdachte 2] (persoon 2), die op zijn beurt weer contact heeft met [medeverdachte 4] (persoon 5) en met [medeverdachte 3] (persoon 4). De Volkswagen Caddy, waarmee het transport plaatsvindt, en de BMW van [medeverdachte 2] bevinden zich vervolgens bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . Vervolgens houden [medeverdachte 1] en [naam Duitse afnemer] contact met betrekking tot het lopende transport en de financiële afhandeling van het transport van de verdovende middelen. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op de context, dat met de bedekte term ‘hz’ hennep wordt bedoeld. Met ‘haze’ wordt een duurdere hennepvariant bedoeld. de rechtbank acht het verder aannemelijk dat met de termen ‘verf’ of ‘schoon’ hennep wordt bedoeld. De rechtbank acht het ten slotte aannemelijk dat, gelet op de context, met de bedekte term ‘dossiers’ geld wordt bedoeld, waarbij 1 dossier een waarde van € 1.000,- vertegenwoordigt. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 27 januari 2015 en 6 februari 2015 10 kilogram hennep buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  33. Levering op woensdag 11 februari 2015 (zaaksdossier 2). Periode van 9 en 10 februari
  34. Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat op 9 februari 2015 tussen 18:14:55 en 19:31:41 uur het navolgende sms-berichtenverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 18:14:55 uur: He vriend, wat doe je? Gaat het goed? X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:49:37 uur: Gelukkig gaat het goed broer. Er is geen personeel daarom…Hopelijk gaat het met jou ook..  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te18:49:39 uur: ..goed. Hopelijk is die gast onderweg? X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:50:40: Ik had een klant daarom kon ik geen antwoord schrijven.  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 18:51:03 uur: Oke. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:51:19 uur: Oke, er is iemand die ‘honderd steen’ wil zien. Kun je dezelfde van laatst geleverde sturen….  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 18:51:19 uur: …..of heb je daar weinig van? X  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 18:52:18 uur: Dat is geen probleem vriend. Ik stuur datgene hoeveel je wilt.  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 19:31:41 uur: Oke. X Uit de telefoontapgegevens blijkt verder dat op 10 februari 2015 tussen 15:29:22 en 23:53:46 uur het navolgende sms-berichtenverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 15:29:22 uur: Vriend, heb je het vertrouwde met spoed nodig of kunnen we twee, drie dagen wachten? Er komt namelijk Spaanse spul. Wat wil je? X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 15:30:42 uur: Uiteraard, laten we wachten als het uit Spanje gaat komen. Uiterlijk zaterdag….  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 15:30:44 uur: ….alsjeblieft. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 15:31:19 uur: Honderd procent, of niet?  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 15:32:05: Honderd procent vriend  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 15:32:41 uur: Oke, ik zweer het, ik ben erg blij. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 15:56:56 uur: Je hebt niks geschreven? / Je hebt niet gereageerd?  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 16:11:56 uur: Oke vriend, als het geen leugen is, komt er kennelijk wekelijks 25 stuks  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 16:15:07 uur: Oke, het is dus niet zeker?  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 16:15:50 uur: Die man zegt dat het zeker is, maar ik heb mijn twijfels.  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 16:45:14: Oke. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:07:38 uur: Broer, hoe is het? Hoe gaat het? Alles onder controle? Broer, luister…ik heb voor uiterlijk…..  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:07:41 uur: … vrijdag zeven verf schoon en lami nodig. Je moet moet het sturen….  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:07:43 uur: … oke. Iemand wil namelijk tien verf. Gegarandeerd zaterdagochtend…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:07:51 uur: .. moet ik het aan degene geven. Laten we wachten. Als die Spaanse verf er tot vrijdag niet is…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 20:07:53 uur: …stuur die dan meteen op, oke? X  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 23:53:46 uur: Is goed vriend, geen enkel probleem. Wellicht kan ik het zelfs morgen opsturen, oke? Hangt af van de situatie. X. Dag van aflevering: woensdag 11 februari
  35. Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat op 11 februari 2015 tussen 09:13:04 en 10:25:46 uur het navolgende sms-berichtenverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:13:04 uur: Goedemorgen broer, hopelijk gaat het goed met je? En hopelijk heb je alles onder controle? Pas…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:13:06 uur: … goed op jezelf, goed. Uiterlijk vrijdag moet het er zijn, ook lami moet er gegarandeerd zijn, doe er maar…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:13:09 uur: …
  36. Probeer jij het te regelen? Zolang het er vrijdag maar is. X  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 10:16:15 uur: Goedemorgen vriend, vandaag kan er 11 stuks lami, 7,5 schoon, 2 stuks hz en honderd steen komen, oke. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:19:42 uur: Broer, stuur alsjeblieft geen hz. Ik heb er namelijk nog vier stuks liggen. Stuur in de plaats daarvan iets meer Lami…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:19:44 uur: Vandaag komen er 25 dossiers. Het kan ook iets meer zijn…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:19:47 uur: …ik heb namelijk nog spul. Zaterdag gaat alles weg. Stuur die gast…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:19:55 uur: …zaterdag weer. Dan zijn er minstens zeventig, tachtig dossiers. Dan…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:19:58 uur: ..weet je het nu alvast. X  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 10:22:18 uur: Dan doe ik het zo, veel lami is er niet, maar dan stuur ik 7.5 schoon, 11 lami en iets meer steen. Goed? X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:24:19 uur: Ja, dat kan. Hoeveel stuks steen ben je van plan om op te sturen? Stuur maar drie keer honderd op…  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:24:20 uur: …dan. X  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 10:24:55 uur: Oke vriend, is goed. X  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 10:25:46 uur: Oke. X Door [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) wordt op 11 februari 2015 te 13:59:05 uur contact opgenomen met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ). [medeverdachte 2] zegt dat ‘zijn broer’ vraagt of hij [naam 5] kan vinden, waarop [medeverdachte 3] zegt dat hij ‘hem’ even op belt. [medeverdachte 2] zegt “het moesten er 3 keer 100 zijn”. De bakengegevens van het peilbaken van de personenauto BMW, kenteken [kenteken 3] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , geven op woensdag 11 februari 2015 tussen 14:45:18 uur en 14:45:43 uur de adreslocatie [adres 2] te Venlo aan. Uit de SKDB-uitdraai van 11 juli 2017 blijkt dat [medeverdachte 3] van 29 april 2010 tot 7 maart 2016 ingeschreven heeft gestaan op het adres [adres 2] Venlo. Op 11 februari 2015 te 16:21:44 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 19] ) en zij maken kennelijk een afspraak voor vijf uur. De bakengegevens van het peilbaken van de personenauto BMW, kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , geeft op 11 februari 2015 te 17:00:50 uur de adreslocatie [adres 2] te Venlo aan. Uit telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt dat [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) op 11 februari 2015 te 16:58:43 uur belt naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ) en zegt: “Ik ben zo half zes, kwart voor zes bij jou”. Ook wordt er om 17:02:41 uur door [medeverdachte 2] met hetzelfde telefoonnummer gebeld naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ). [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] om die "lange meid" te regelen voor kwart voor zes. Door [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) wordt vervolgens om 17:03:28 uur gebeld met [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ), waarbij [verdachte] aan [Duitse koerier 1] vraagt om iemand te sturen voor zes uur, waarbij [Duitse koerier 1] vraagt of "de lange" moet komen. Om 17:39:09 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) naar zijn broer [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ), waarbij wordt gevraagd "of het schoon is" en [medeverdachte 2] zegt “voor anderhalf vraagt hij 2500”. [medeverdachte 2] zegt verder dat “het wel het proberen waard is” waarop [medeverdachte 1] zegt: “Hij/zij krijgt problemen mee, daarom is het helemaal niet nodig. Heb je het begrepen?” Korte tijd later geeft [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) aan [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) door dat hij/ zij naar de "ijsboer" komt, waarbij wordt opgemerkt dat in Grubbenvorst ijssalon [naam ijssalon] is gevestigd aan de [adres 9] , welke ijssalon op korte afstand is gelegen van het bedrijf [naam bedrijf] . te Grubbenvorst, het bedrijf van [medeverdachte 4] . Uit bakengegevens van de voertuigen, in gebruik bij [medeverdachte 1] (kenteken [kenteken 3] ) en [medeverdachte 2] (kenteken [kenteken 4] ) is het vermoeden dat de beide voertuigen zich die dag, respectievelijk tussen 17:26 uur en 18:36 uur en tussen 17:41 uur 17:58 uur op het [adres 7] in Grubbenvorst bevonden. Eveneens kwam er die dag om 18:06 uur vanuit het kentekenherkenningssysteem "Amigoboras" een inbound hit binnen bij de grensovergang van Nederland met Duitsland op de bedrijfsauto, Volkswagen Caddy, Duits kenteken [kenteken 6] . Hieruit blijkt dat er een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen de betrokken partijen bij het bedrijf van [medeverdachte 4] , genaamd [naam bedrijf] . , gelegen aan het [adres 7] te Grubbenvorst. Uit het sms-berichtenverkeer op 11 en 12 februari 2015 tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) blijkt dat om een levering van “300 steen, 11 lami en 7670 schone verf” gaat. [naam Duitse afnemer] schrijft op 11 februari 2015 te 23:17:08 uur: “Alles is goed gelukkig broer. We hebben de dossier niet kunnen tellen, kun jij apart tellen alsjeblieft. Er zijn twee pakketten, één daarvan is een envelop. Het moet 23.8 zijn”. Ondertussen belt [verdachte] met [Duitse koerier 2] waarbij gesproken wordt over “tankstation”. Vervolgens bericht [medeverdachte 1] aan [naam Duitse afnemer] dat afgesproken wordt bij “het tankstation”. Verder schrijft [naam Duitse afnemer] dat “de auto niet goed is en dat de koppeling bijna is versleten”. [medeverdachte 1] laat weten dat “hij het zo vaak heeft laten repareren”. [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) belt vervolgens op 12 februari 2015 te 00:02:45 uur met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en vertelt dat “die vrienden de auto kennelijk weer hebben verwoest. Weer de koppeling, de motor…”. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 augustus 2015 blijkt dat door de Duitse opsporingsambtenaar [naam 6] in een notitie is opgenomen dat haar ambtshalve bekend is dat in Turks(talige) criminele groeperingen de term ‘steen’ gebruikt wordt als synoniem voor cocaïne. Bovendien blijkt uit de tapgegevens van 5 maart 2015 dat met ‘snel’ en ‘steen’ twee verschillende dingen wordt bedoeld en dat met steen dus niet wordt gesproken over amfetamine. De rechtbank onderschrijft deze redenering en acht het aannemelijk dat met de bedekte term ‘steen’ cocaïne wordt bedoeld. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘300 steen, 11 lami en 7670 schone verf’. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] contact met [medeverdachte 2] (persoon 2), die op zijn beurt weer contact heeft met [medeverdachte 3] (persoon 4), [medeverdachte 4] (persoon 5) en [verdachte] (persoon 3). De Volkswagen Caddy, waarmee het transport plaatsvindt, de personenauto van [medeverdachte 2] en de personenauto van [medeverdachte 1] bevinden zich vervolgens bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . Hierna hebben [verdachte] en de koerier [Duitse koerier 2] contact met elkaar waaruit valt af te leiden dat afgesproken wordt bij het tankstation. De rechtbank acht het aannemelijk dat, gelet op de context, met de bedekte term ‘steen’ cocaïne en met de term ‘lami’ hasj wordt bedoeld. De rechtbank acht het ten slotte aannemelijk, gelet op de context, dat met de termen ‘verf’ of ‘schoon’ hennep wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 9 februari 2015 en 21 februari 2015 300 gram cocaïne en 7.670 gram hennep en 11 kilogram hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland zijn gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  37. Levering op vrijdag 20 februari 2015 (zaaksdossier 3). Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 19 februari 2015 te 17:27:55 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt “Voor morgen is er iemand nodig. […] Voor ver. […] Tussen half twee, twee uur ... hier ... kan hij/zij vertrekken ... om negen uur in de avond kan hij/zij dan terugkomen, goed?” Op 20 februari 2015 tussen 09:31:19 en 09:35:04 uur vindt het volgende sms-berichtenverkeer plaats tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ):  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09.31.19: “Goedemorgen broer, ik hoop van God dat je wakker bent?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 09:32:05: “Goedemorgen liefste, ja, ik ben wakker”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:33:16: “Okay, met Gods hulp zal alles lukken. Of heb je soms de verf ook gevonden? Vandaag zeker vier ..”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:33:18 uur: “... sturen alsjeblieft. Hoeveel lami ga je opsturen?”  van [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 09.34.35 uur: “Lami 50 stuks en 5 stuks steen van honderd zal er komen, voor de verf ga ik straks kijken, oke, kusjes”  van [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 09:35:04 uur: “Okay, kusjes” [medeverdachte 1] (telefoonnummers + [telefoonnummer 2] en + [telefoonnummer 10] ) heeft ook telefonisch contact met [medeverdachte 3] (telefoonnummer + [telefoonnummer 22] ), [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ), waarbij [medeverdachte 1] de aansturing doet en opdrachten geeft. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) heeft op zijn beurt weer telefonisch contact met [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ) en met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ), waarbij [medeverdachte 2] de aansturing doet en aan deze twee personen opdrachten geeft. Om 14:19:44 uur wordt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) gebeld door [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ), waarbij [medeverdachte 2] zegt: “Broer, om drie uur moet je daar zijn, op onze plek”. Om 14:37:32 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ) en zegt dat “hij ( [medeverdachte 4] ) tegen ‘hem’ moet zeggen dat [medeverdachte 2] over 15 minuten daar is”. Hierna, om 14:38:24 uur, belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en zegt “Ga daar naartoe, ik kom eraan”. [verdachte] vraagt “Waar naartoe”, waarop [medeverdachte 2] zegt: “Naar onze plek”. [verdachte] zegt vervolgens: “Oke, maar wij zijn er al onderweg”. Het peilbaken in het voertuig in gebruik bij [medeverdachte 2] , de personenauto, BMW, kenteken [kenteken 4] , geeft op vrijdag 20 februari 2015 tussen 14:49 uur en 15:13 uur enkele adreslocaties in de plaats Grubbenvorst aan. Op het tijdstip 14:54 uur geeft het peilbaken de adreslocatie [adres 7] te Grubbenvorst aan. Het bedrijfspand van het bedrijf [naam bedrijf] . , eigendom en in gebruik bij de verdachte [medeverdachte 4] is gevestigd op de adreslocatie [adres 7] te Grubbenvorst. Op 20 februari 2015 te 15:05:08 uur belt [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ). Uit de zendmastgegevens blijkt dat door [verdachte] op dat moment de zendmast [adres 6] Grubbenvorst wordt aangestraald. Door de verbalisanten wordt gerelateerd dat de afstand tussen de zendmastlocatie aan de [adres 6] en [naam bedrijf] . hemelsbreed ongeveer 900 meter is. Uit de inhoud van de telefoontapgegevens, in de middag en avond van donderdag 19 februari 2015 en de dag erna op 20 februari 2015, blijkt dat na aanvang van het transport van Nederland naar Duitsland dat er tussen [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en [Duitse koerier 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 30] ) wordt gesproken over "eten". Kort hierna wordt er tussen [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) over "eten" gesproken en vindt er sms-verkeer plaats tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ), waarbij eveneens over "eetplaats" wordt gesproken. Daarnaast krijgt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) van [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) om 21:57:08 uur een sms-bericht met onder andere de tekst: "dossier 100.5 compleet", vermoedelijk een codebenaming voor een geldsom. Dat de vermoedelijke geldsom van 100.5 op 21 februari 2015 in het bezit van [medeverdachte 1] kwam, zou ondersteund kunnen worden door het onderlinge sms-berichtenverkeer tussen beiden, waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] het "dossier" heeft geteld en dat “het klopt”. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘5 stuks steen en 50 lami’. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] contact met [medeverdachte 3] (persoon 4), [verdachte] (persoon 3) en [medeverdachte 2] (persoon 2). [medeverdachte 2] heeft op zijn beurt weer contact [medeverdachte 4] (persoon 5) en [verdachte] (persoon 3). [verdachte] heeft contact met koeriers [Duitse koerier 1] en [Duitse koerier 2] . Hierbij wordt gesproken over ‘eten’ en het is aannemelijk dat hiermee de plaats van overdracht wordt bedoeld. Men treft elkaar bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . De rechtbank acht het aannemelijk dat, gelet op de context, dat met de bedekte term ‘steen’ cocaïne en met de term ‘lami’ hasj wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 11 februari 2015 en 21 februari 2015 500 gram cocaïne en 50 kilogram hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland zijn gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  38. Levering op zondag 22 februari 2015 (zaaksdossier 4). Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 19 februari 2015 te 17:27:09 en 17:27:12 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het navolgende sms-bericht naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ): “... Zaterdag en maandag moet er weer komen. Morgen lami, steen en vier stuk verf. Zaterdag 10 verf en maandag 10 verf, alsjeblieft. Kusjes.” Op 21 februari 2015 te 0:33:49 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt: “Morgen om twee, moet er iemand van jullie klaarstaan hè ...”, waarop [Duitse koerier 1] zegt: “Om twee uur ... oké, is goed ... zelfde plaats?” [verdachte] zegt: “Ja, dezelfde plaats.” Op 21 februari 2015 te 01:37:57 uur wordt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) gebeld door [naam 7] (telefoonnummer + [telefoonnummer 37] ) en ze spreken af dat ze het ’s morgen samen gaan halen. Tijdens het verhoor bij de politie op 14 september 2015 wordt [naam 7] een tapgesprek van 11 maart 2015 te 11:49:11 uur voorgehouden, waarbij hij zelf aangeeft dat hij [verdachte] heeft gebeld. In dit tapgesprek maakt hij gebruik van het telefoonnummer + [telefoonnummer 37] . Hieruit leidt de rechtbank af dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 37] door [naam 7] wordt gebruikt. Op 21 februari 2015 14:22:58 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 2] ) een sms-bericht naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ): “Broer, waar zijn jullie gebleven.”, waarop [verdachte] antwoordt: “We zijn onderweg”. De zendmastlocatie van het toestel in gebruik bij [verdachte] geeft dan aan [adres 10] Utrecht. Op 21 februari 2015 vanaf 18:19:28 uur probeert [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ) te bereiken, waarbij vanaf 19:11:49 uur door het toestel van [medeverdachte 2] een zendmast in Grubbenvorst wordt aangestraald. Het peilbaken van de personenauto BMW, kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , geeft op 22 februari 2015 tussen 20:07 uur en 20:37 uur als locatie Grubbenvorst aan. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) heeft om 19:03:34 telefonisch contact met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en zegt dat de "meid", waarmee vermoedelijk de koerier wordt bedoeld, niet daarheen moet komen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben onderling telefonisch contact en wordt vervolgens de levering uitgesteld naar zondag 22 februari
  39. Om 19:35:09 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ): “Liefste, kan hij/zij/het ook morgenvroeg vertrekken?” Ondertussen belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) om 19:42:31 uur en zegt: “Ze doen niet open. De lichten branden wel, maar ze doen niet open. Er is iemand anders binnen. Begrijp je? […] Morgen, precies om half twee moet hij/zij/het hier zijn. Alles staat klaar, het moet alleen nog ingeladen worden”. Om 19:44:28 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-bericht: “Ik heb de verf nu in handen maar er is geen plek om het te plaatsen/zetten”. Op 22 februari 2015 vanaf 12:12 uur heeft [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) eerst contact met [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ). [medeverdachte 2] is om kwart over één bij [medeverdachte 4] . Op 22 februari 2015 te 14:35:36 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-bericht: “Liefste, die vriend is vertrokken. 9.750 oké voor 3.8 oké. X”. Hierna hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] en vervolgens laatstgenoemde met [naam Duitse afnemer] diverse malen contact met elkaar in relatie tot de levering, een ontmoetingsplaats voor de overdracht daarvan en tot de aflevering. Hiervoor worden bedekte bewoordingen gebruikt zoals “ga je eten”, “de wedstrijd begint over een uur”, “de mannen hebben gegeten”, “zijn die vrienden naar het restaurant” en “de eetplaats”. Om 19:17:03 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-bericht: “Oké, kusjes, heb je iets gestuurd of niet, kusjes”, waarop [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] stuurt: “Ja 16.5”. Uit de videobeelden van de camera observatie op 22 februari 2015 bij het bedrijfspand van [naam bedrijf] . te Grubbenvorst blijkt dat die dag om 13:21 uur een grijze bedrijfsauto Volkswagen Caddy, het bedrijfsterrein van [naam bedrijf] . oprijdt en hierna die dag om 14:16 uur weer vertrekt. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘9.750 verf’. Vervolgens heeft [verdachte] (persoon 3) contact met koerier [Duitse koerier 1] . [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben ook onderling contact. [medeverdachte 2] (persoon 2) probeert [medeverdachte 4] (persoon 5) te bereiken. Dit lukt niet, waarna [medeverdachte 2] [verdachte] laat weten dat de koerier niet daarheen moet komen. Hierop vraagt [medeverdachte 1] aan de Duitse afnemer of het ook morgen kan. [medeverdachte 2] heeft hierna contact met [medeverdachte 4] . De Volkswagen Caddy bevindt zich vervolgens bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] laat dan [naam Duitse afnemer] weten dat het transport onderweg is. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op de context, dat met de termen ‘verf’ hennep wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 19 februari 2015 en 22 februari 2015 9.750 gram hennep buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  40. Levering op dinsdag 24 februari 2015 (zaaksdossier 5). Vanaf donderdag 19 februari 2015 tot en met dinsdag 24 februari 2015 vindt er veelvuldig sms verkeer plaats tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ). [naam Duitse afnemer] schrijft op 19 februari 2015 te 17:27:09 uur: “Zaterdag en maandag moet er weer komen. Morgen lami, steen en vier stuk verf. Zaterdag 10 verf en maandag 10 verf, alsjeblieft.” Op 24 februari 2015 te 10:47 uur stuurt [naam Duitse afnemer] het volgende sms-bericht naar [medeverdachte 1] : “Goedemorgen broer, ik hoop van God dat het goed met je gaat? Als je nog slaapt, sta alsjeblieft op en stuur de gast vandaag voor honderd procent, alsjeblieft, kusjes”. [medeverdachte 1] reageert in een sms-bericht: “Ik ben allang opgestaan, liefste, vandaag zal hij/zij komen, oké, kusjes.” Op 24 februari 2015 te 16:04:28 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) en beiden spreken af voor vijf uur. [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) belt hierna om 16:05:43 uur naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt onder andere dat om “half zes is het eten klaar” en beiden bespreken wie er zal komen, waarin vermoedelijk over de inzet van een koerier voor het transport van de partij verdovende middelen wordt gesproken. Verder wordt tussen beiden gesproken over “lang of kort”, waarop wordt gereageerd door [verdachte] met “de oude”. [Duitse koerier 1] zegt “Ok, dan stuur ik onze jong, die kan het komen ophalen, goed?”. Tussen beiden wordt vervolgens besproken dat “zij samen kunnen komen” [verdachte] zegt daarop “Oké is goed we kijken wel”. Op 24 februari 2015 te 16:09:16 uur belt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 1] ) uit naar [medeverdachte 4] (telefoonnummer + [telefoonnummer 25] ) en vraagt “alles goed broeder”. Op 24 februari 2015 vanaf 17:41:26 uur hebben [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) weer middels sms-berichten contact met elkaar: - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Hij/zij/het komt vandaag”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Oké, ik geef de dossiers aan [naam contact 2] ”. - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Liefste, ik schrijf straks, er komt alleen maar schoon”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] omstreeks 19.40 uur: “Broer, is die gast vertrokken?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Liefste, hij is allang vertrokken. Liefste, er zijn 10 stuks gekomen oké kus.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “32.25 dossier komt er goed.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] te 21:28 uur: “over 2 minuten benzine oké kus” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] te 22:04:40 uur: “Oké lieverd, die gast is vertrokken. Lieverd, de koppeling is bijna los, zeg tegen broer … dat zij de auto moeten laten repareren. Er is iemand anders gekomen die ik niet ken.” Volgens de beschikbare peilbakengegevens van de personenauto BMW, kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , was deze op 24 februari 2015 tussen de tijdstippen van 16:46 uur en 17:43 uur op de adreslocatie [adres 7] te Grubbenvorst. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘10 verf’. Vervolgens heeft [verdachte] (persoon 3) contact met [medeverdachte 2] (persoon 2) en met [Duitse koerier 1] . [medeverdachte 2] heeft dan weer contact met [medeverdachte 4] (persoon 5) en zijn auto wordt gezien bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] houden elkaar op de hoogte van de voortgang. De rechtbank acht het aannemelijk dat, gelet op de context, dat met de bedekte term ‘verf’ hennep wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 19 februari 2015 en 23 februari 2015 10 kilogram hennep buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  41. Levering op donderdag 5 maart 2015 (zaaksdossier 6). Uit de telefoontapgegevens, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 5 maart 2015 omstreeks 13:35 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) met [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt dat “de Bulgaar daar om half vier moet zijn”. [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) belt omstreeks 14:46 uur naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en vraagt of hij “de Bulgaar naar dinges, die vrienden van gisteravond moet sturen”. [verdachte] zegt daarop “naar die gebruikelijke plaats, bij de McDonald's, waar hij vaker naartoe is gegaan”. [Duitse koerier 1] zegt dat het hem duidelijk is. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 38] ) belt omstreeks 15:01 uur met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) en zegt dat “deze absoluut niet via Blerick” moet komen, waarop [verdachte] antwoord dat het goed is. Op 5 maart 2015 om 16:17:13 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-bericht: “Liefste, er is 9.3 gekomen. Een half uur geleden is hij/zij/het vertrokken, morgen komt hij/zij/het weer oké. Kusje.” [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 9] ) belt om 19:09:46 uur met [broer medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 39] ) en vraagt aan deze of [verdachte] bij hem is, wat door [broer medeverdachte 2] wordt bevestigd en hij zijn telefoon kennelijk aan [verdachte] geeft. [verdachte] zegt vervolgens tegen [medeverdachte 1] ; "over een uur zijn wij bij het eten, hoor". [verdachte] zegt vervolgens tegen [medeverdachte 1] : “Onze neef heeft ons geroepen, wij gaan even kijken en komen meteen terug.” Op 5 maart 2015 om 19:11:42 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (+ [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-bericht: “Liefste, over een de eetplaats, oké, kusje”. Om 20:24:29 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) naar [medeverdachte 1] (+ [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht: “Hij/zij/het is niet gekomen”. [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 10] ) belt om 20:26:19 uur met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) en vraagt of “de vriend komt eten, maar hij is er nog niet. [verdachte] zegt daarop dat “de vriend gaat eten, bij de eet-plek, nu moet hij/zij daar zijn, hij/zij moest nog 15 kilometer”. Op 5 maart 2015 om 20:28:55 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht: “Oké, hij/zij/het is nu gekomen.” Op 5 maart 2015 om 22:11:38 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht: “Broer, wat doe je er komt 60.8 aan dossiers oké. Tel het alsjeblieft weer goed na. Kusje.” Dit wordt ondersteund door de gegevens van Amigoboras. Hieruit blijkt dat op 5 maart 2015 te 15:34 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, op het voertuig met het Duitse kenteken [kenteken 1] , Volkswagen Caddy. Op 5 maart 2015 te 16:01 uur is een outbound hit geregistreerd bij de grensovergang A67 te Venlo, op het voertuig met het Duitse kenteken [kenteken 1] , Volkswagen Caddy. Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [verdachte] (persoon 3) heeft contact met koerier [Duitse koerier 1] en er wordt gesproken over ‘de Bulgaar’. Het is aannemelijk dat hiermee de koerier [Duitse koerier 3] wordt bedoeld, nu het de rechtbank is gebleken dat [Duitse koerier 3] is geboren in Sofia, Bulgarije. Ook [medeverdachte 2] (persoon 2) en [verdachte] hebben contact met elkaar. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘9,3 voor 60.8 aan dossiers’. [medeverdachte 1] heeft contact met [verdachte] en koppelt dit terug aan de Duitse afnemer. De rechtbank acht het aannemelijk dat, gelet op de context, dat met de termen ‘verf’ hennep wordt bedoeld. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 24 februari 2015 en 6 maart 2015 9,3 kilogram hennep buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  42. Levering maandag 9 maart 2015 (zaaksdossier 7) Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 9 maart 2015 vanaf 9:47:04 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Oké, je hoeft vandaag niet op te sturen, omdat er nog twintig dossiers zijn. Acht verf staat er. Ik laat het aan jou over”. “Over de Spaanse verf is er nog steeds geen nieuws, toch? Als wij een beetje goedkoop konden verkopen dan zou ik hier meer kunnen verkopen.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Wat doe je broer? Wanneer ga je de gast sturen. Vergeet hz niet alsjeblieft.” “De vriend zal mij vandaag het dossier van hz brengen. Kusjes.” Op 9 maart 2015 om 17:31:05 uur stuurt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] ) naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) het volgende sms-bericht: “Broer, de man zal beetje later komen”. [verdachte] antwoordt dat het “Ok” is. Hierop stuurt [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] ) het volgende sms-bericht naar [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) om 17:58:56 uur: “Is het oké, broer”. [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) belt om 18:41:42 uur naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt: “Hij/zij is gekomen, maar nu gaat hij/zij weg, is al vertrokken.” Op 9 maart 2015 vanaf 18:57:34 uur stuurt [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) naar [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) de volgende sms-berichten: “Liefste, de vriend is onderweg, oké, kusjes”. “11 stuks is gekomen, oké, drie hz is gekomen, zo zei mijn kleine/jongere, oké, kusjes.” Op 9 maart 2015 om 21:46:43 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) naar [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) en zegt dat “die man al is gearriveerd en dat “hij over 40 minuten daar zal zijn”. Vervolgens belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) om 21:47:39 uur naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 10] ) en zegt dat: “de wedstrijd zal nog 45 minuten duren”. [medeverdachte 1] zegt dat dit in orde is. Op 9 maart 2015 vanaf 21:50:33 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Liefste, 45 minuten”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, drie hz en acht normaal?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Ja, liefste, hij/zij heeft het gemarkeerd.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, er komen 31 dossiers, oké. Ik hoop het van God dat er volgende keer minimaal honderd wordt. Kusjes.” Dit wordt ondersteund door de gegevens van Amigoboras. Hieruit blijkt dat op 9 maart 2015 te 17:58 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland inkomend vanuit Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Op 9 maart 2015 te 18:52 uur is een outbound hit geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ‘8 normaal en 3 hz’. Het is aannemelijk dat hieraan voorafgaand [medeverdachte 2] (persoon 2) en [verdachte] (persoon 3) en laatstgenoemde weer met [Duitse koerier 1] contact hebben over de aankomst van de koerier. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op de context, dat met de bedekte termen ‘hz’ en ‘normaal’ hennep wordt bedoeld. De rechtbank acht het tenslotte aannemelijk dat, gelet op de context, met de bedekte term ‘dossiers’ geld wordt bedoeld, waarbij 1 dossier een waarde van € 1.000,- vertegenwoordigt. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 5 maart 2015 en 10 maart 2015 11 kilogram hennep buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  43. Levering maandag 16 maart 2015 (zaaksdossier 8). Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Op 16 maart 2015 vanaf 14:55:01 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Ja, liefste, vandaag zal hij/zij komen, oké, kusjes”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “[…] Geef het me alsjeblieft door als hij/zij vertrekt omdat ik werk en de tijd daarop moet aanpassen. Kusjes.” - [medeverdachte 1] aan [naam Duitse afnemer] 18:58 uur: “Nee, wij hebben pas de lami gehaald, de reis zal nog 45 minuten duren, liefste, wij wachten al precies 6 uren op de man”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Oké, maar vandaag zal hij/zij wel komen, toch?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Ja, liefste.” [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) belt [Duitse koerier 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 29] ) om 19:26:07 uur en belt daarna om 19:28:10 uur [Duitse koerier 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 30] ). [verdachte] zegt tegen [Duitse koerier 2] dat “de man meteen kan komen”. [Duitse koerier 2] zegt dat “hij niet meteen kan komen, maar pas over een uur”. [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) belt vervolgens om 19:30:21 uur naar [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ). [verdachte] zegt dat “hij daar over een halfuur is. Bij de ijscoboer, waar anders.” Het is aannemelijk dat hiermee IJssalon [naam ijssalon] in Grubbenvorst wordt bedoeld. [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] en + [telefoonnummer 33] ) en [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] + [telefoonnummer 15] ) hebben tussen 19:49 uur en 20:42 uur weer enkele malen telefonisch contact met elkaar, onder andere middels sms verkeer, waarin [medeverdachte 2] vraagt waar [verdachte] blijft en [verdachte] antwoordt met “10 minuten”. Door het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 2] worden dan zendmasten aangestraald in de plaatsen Lottum en Grubbenvorst en door [verdachte] zendmasten in de plaatsen Asten en Grubbenvorst. Op 16 maart 2015 om 21:45:25 uur stuurt [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) naar [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht: “Wat komt er broer?”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Er komt alleen maar lami, liefste, 5 stuks”. Om 23:22:41 uur belt [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) met [Duitse koerier 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 30] ) en de stemmen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn op de achtergrond bij [verdachte] te horen. Door de telefoon van [verdachte] wordt dan een zendmast aangestraald op de [adres 2] te Venlo. Op 16 maart 2015 vanaf 23:35:46 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, voor hoeveel heb je lami gehaald/gekocht?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “7.5, liefste”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, er zullen 87.5 dossiers naar jou toe komen. Als morgen de gast komt, komen er nog vijftig. Kusjes.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 17 maart 2015 te 01:09 uur: “Oké broer, de vriend mag gaan”. Op 16 maart 2015 tussen 13:42 uur en 15:40 uur werd een observatie ingesteld door een observatieteam van de eenheid Limburg. Door opsporingsambtenaren van het observatieteam werd die middag vastgesteld dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de personenauto, BMW, kenteken [kenteken 4] . [medeverdachte 2] vertrok met deze auto vanaf de [adres 19] , via het [naam cafe] café te Venlo naar de adreslocatie [adres 21] te Helmond. Dit wordt ondersteund door de gegegevens van Amigoboras. Hieruit blijkt dat op 16 maart 2015 te 20:36 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland inkomend vanuit Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Op 16 maart 2015 te 21:04 uur is een outbound hit geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Op 16 maart 2015 te 21:04 uur is een outbound hit geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland uitgaand naar Duitsland, op het Nederlandse kenteken [kenteken 4] , afgegeven voor de BMW die in gebruik is bij [medeverdachte 2] . Op 16 maart 2015 te 21:10 uur is een inbound hit geregistreerd bij de grensovergang A67-Venlo, Nederland inkomend vanuit Duitsland, op het op het Nederlandse kenteken [kenteken 4] , afgegeven voor de BMW die in gebruik is bij [medeverdachte 2] . Tussenconclusie. Aan de hand van voorgaande bewijsmiddelen gaat de rechtbank van het volgende uit. [medeverdachte 1] (persoon 1) bespreekt met de Duitse afnemer ( [naam Duitse afnemer] ) wat en hoeveel geleverd gaat worden, namelijk ’5 stuks lami’. [verdachte] (persoon 3) heeft contact met de koeriers [Duitse koerier 1] , [Duitse koerier 2] en [medeverdachte 2] (persoon 2). [medeverdachte 2] bevindt zich bij het bedrijf van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] en [naam Duitse afnemer] houden elkaar op de hoogte van de voortgang. De rechtbank acht het aannemelijk, gelet op de context, dat met de bedekte term ‘lami’ hasj wordt bedoeld. De rechtbank acht het verder aannemelijk dat, gelet op de context, met de bedekte term ‘dossiers’ geld wordt bedoeld, waarbij 1 dossier een waarde van € 1.000,- vertegenwoordigt. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat tussen 26 februari 2015 en 17 maart 2015 5 kilogram hasjiesj buiten het grondgebied van Nederland is gebracht door [verdachte] en diens medeverdachten. 3.3.
  44. Levering donderdag 19 maart 2015 (zaaksdossier 9). Periode van 15 maart 2015 tot en met 18 maart 2015 Uit de telefoontaps, waarvan de uitwerkingen zijn opgenomen in het dossier, blijkt het volgende. Vanaf 15 maart 2015 vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 15 maart 2015 te 19:35:14 uur: “Kun je alsjeblieft dinsdag verf sturen, het zal lukken, toch?”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 15 maart 2015 te 19:36:48 uur: “Oke, je gaat het proberen, okay, kusjes”. - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 16 maart 2015 te 21:47:06 uur: “Oke, is de verf niet gelukt? Verf was er ook nodig.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] op 16 maart 2015 te 21:47:57 uur: “Verf komt er morgen, liefste, vandaag is het niet gelukt, kusjes” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 16 maart 2015 te 21:49:02 uur: “Oke, broer, laat het alsjeblieft morgen komen. Want het is nodig. Kusjes.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 16 maart 2017 te 23:49:37 uur: “Broer, er zullen 87.5 dossiers naar jou toe komen. Als er morgen de gast komt…komen er nog vijftig. Kusjes.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] op 16 maart 2015 te 23:50:08 uur: “Oke, liefste, kusjes.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] op 16 maart 2015 te 23:59:36 uur: “Oke dan, okay stuur die verf morgen wel alsjeblieft. Maar het moet niet zo… laat worden, broer, het pakt niet goed uit zo, want hier is het erg rustig op deze tijdstippen.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] op 17 maart 2015 te 0:54:25 uur: “Oke, liefste.” Uit de gegevens van Amigoboras blijkt dat er op 17 maart 2015 om 14:51 uur een inbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A-67-Venlo, Nederland inkomend vanuit Duitsland, op het Duits kenteken [kenteken 1] en dat er om 17:18 uur een outbound hit is geregistreerd bij de grensovergang A-67-Venlo, Nederland uitgaand vanuit Duitsland, op het Duits kenteken [kenteken 1] . Op 17 maart 2015 tussen 15:33:37 uur en 17:44:57 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, de gast komt vandaag voor honderd procent, toch? Kusjes.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Het is nog niet helemaal duidelijk, ik wacht op het bericht van de vriend, oke, liefste, kusjes.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer, kan de vriend niet komen of is er geen verf?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Nee, liefste, ik wacht op de verf.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “De vriend is nu naar me toe gekomen, hij wilt ook tien verf. Er zijn anderen… die ook willen! Ik heb tot donderdag totaal twintig verf nodig.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Oke, liefste, met Gods hulp zullen wij het regelen, oke, kusjes.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Oke, rond hoe gaat die vriend vertrekken?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Volgens mij wordt het vandaag moeilijk liefste, ik heb nog geen bericht gekregen, morgen, oke, kusje.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Dit komt helemaal niet goed uit.” Op 18 maart 2015 vanaf 12:30:14 uur vindt tussen [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 3] ) en [naam Duitse afnemer] (telefoonnummer + [telefoonnummer 4] ) het volgende sms-berichtenverkeer plaats: - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Broer hoe is het wat doe je? Broer hij/zij/het komt vandaag honderd procent toch, of…is het nog niet bekend” “Oké regel het alsjeblieft ook voor morgen. Kusje.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Voor morgen is er misschien Spaanse verf liefste.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] om 16:48:03 uur: “Liefste vandaag komt het, ik ben aan het proberen om voor morgen te regelen, kusjes.” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Liefste, ik stuur 8 stuks normale en 2 hz” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Zijn er geen tien stuks van de normale?” - [medeverdachte 1] naar [naam Duitse afnemer] : “Nee, liefste, zodat hij/zij/het op dit moment niet met lege handen komt.” - [naam Duitse afnemer] naar [medeverdachte 1] : “Oke, je kunt het opsturen, kusjes.” In de tussentijd heeft [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] ) contact met de telefoonnummers + [telefoonnummer 40] , + [telefoonnummer 41] en + [telefoonnummer 26] , in gebruik bij onbekend gebleven personen. Uit de inhoud van de sms-berichten kan worden afgeleid dat zij kennelijk met elkaar communiceren over het verkrijgen van vermoedelijk verdovende middelen, waarbij [medeverdachte 2] het initiatief neemt. Ook heeft [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 33] ) op 18 maart 2015 te 17:43:50 uur telefonisch contact met [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ), waarbij [verdachte] zegt: “Ik heb niets gehoord…?”. [medeverdachte 2] antwoordt: “Omdat er niets is.” [verdachte] zegt: “Ik ben ver weg, ik ben al aan het kijken, ik ga het nu vragen.” Uit de telefoontapgegevens blijkt dat [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 15] ) vervolgens telefonisch contact heeft met [naam 7] (telefoonnummer + [telefoonnummer 37] ) en met [medeverdachte 1] (telefoonnummer + [telefoonnummer 10] ). Tijdens het verhoor bij de politie op 14 september 2015 wordt [naam 7] een tapgesprek van 11 maart 2015 te 11:49:11 uur voorgehouden, waarbij hij zelf aangeeft dat hij [verdachte] heeft gebeld. In dit tapgesprek maakt hij gebruik van het telefoonnummer + [telefoonnummer 37] . Hieruit leidt de rechtbank af dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 37] door [naam 7] wordt gebruikt. Uiteindelijk hebben [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] ) en [verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer 16] ) om 22:55:40 uur sms-contact met elkaar, waarbij [verdachte] schrijft: “We hebben het gevonden, over 15 minuten zullen elkaar ontmoeten.” Dag van aflevering: 19 maart
  45. Op 19 maart 2015 te 08:50 stuurt [naam Duitse afnemer] (+ [telefoonnummer 4] ) naar [medeverdachte 1] (+ [telefoonnummer 3] ) het volgende sms-bericht: “Goedemorgen broer, hoe gaat het, ik hoop het van God dat het goed met je gaat? Hoe is de situatie nu? Rond hoe laat zul je de verf in handen krijgen? Kusjes”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Goedemorgen liefste, 12 zal ik in mijn hand krijgen en de man zal vertrekken oké, kusjes”. Vervolgens vinden er tussen 12:44 uur en 13:53 uur sms-berichten plaats tussen [medeverdachte 2] (telefoonnummer + [telefoonnummer 13] ) en de onbekend gebleven gebruiker van tel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.