← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:12270

Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] , hierna te noemen: [verdachte] . [verdachte] wordt bijgestaan doo

§ 9

.3 Bedrag kolom 2 – bedrag kolom 3 Percentage onterecht gedeclareerd § 9.4 % kolom 5 over € kolom 4 (vermoedelijk onterecht gedeclareerd TOTAAL) 2009 € 704.756,00 € 283.297,86 € 421.458,14 32,79% € 138.196,14 Herberekening door de rechtbank over het jaar 2009: Lid criminele organisatie % onterecht in rekening gebracht in 2009 Bedrag [medeverdachte 6] 20,12% van € 138.196,14 € 27.805,06 [verdachte] 26,84% van € 138.196,14 € 37.091,84 [medeverdachte 3] 7,08% van € 138.196,14 € 9.784,29 [medeverdachte 5] 10,16% van € 138.196,14 € 14.040,73 [medeverdachte 7] 1,09% van € 138.196,14 € 1.506,34 [medeverdachte 4] 34,71% van € 138.196,14 € 47.967,88 totaal 100,00% van € 138.196,14 € 138.196,14 Jaren 2010 en 2011 Tabel van paragraaf 9.6, weergegeven op pagina 64 van het financieel rapport. 1 2 3 4 5 6 40% van het PGB van alle cliënten van [medeverdachte 1] § 9.

§ 9

.3 Bedrag kolom 2 – bedrag kolom 3 Percentage onterecht gedeclareerd § 9.4 % kolom 5 over € kolom 4 (vermoedelijk onterecht gedeclareerd TOTAAL) 2010 € 751.326,62 € 298.096,86 € 453.229,76 22,97% € 104.106,88 2011 € 704.773,74 € 279.542,40 € 425.231,34 26,74% € 113.706,86 Herberekening door de rechtbank over de jaren 2010 en 2011: Lid criminele organisatie % onterecht in rekening gebracht in 2010 Bedrag 2010 % onterecht in rekening gebracht in 2011 Bedrag 2011 [medeverdachte 6] 4,47% x € 104.106,88 € 4.653,58 4,47% x €113.706,86 € 5.082,70 [verdachte] 12,94% x € 104.106,88 € 13.471,43 12,94% x €113.706,86 € 14.713,67 [medeverdachte 3] 35,52% x € 104.106,88 € 36.978,76 35,52% x €113.706,86 € 40.388,68 [medeverdachte 2] 12,37% x € 104.106,88 € 12.878,02 12,37% x €113.706,86 € 14.065,54 [medeverdachte 5] 28,46% x € 104.106,88 € 29.628,82 28,46% x €113.706,86 € 32.360,97 [medeverdachte 7] 3,71% x € 104.106,88 € 3.862,37 3,71% x €113.706,86 € 4.218,52 Andere natuurlijke personen 2,53% x € 104.106,88 € 2.633,90 2,53% x €113.706,86 € 2.876,78 Totaal 100,00% x € 104.106,88 € 104.106,88 100,00% x €113.706,86 € 113.706,86 Jaren 2012 en 2013 Tabel van paragraaf 9.6, weergegeven op pagina 64 van het financieel rapport. 1 2 3 4 5 6 40% van het PGB van alle cliënten van [medeverdachte 1] § 9.

§ 9

.3 Bedrag kolom 2 – bedrag kolom 3 Percentage onterecht gedeclareerd § 9.4 % kolom 5 over € kolom 4 (vermoedelijk onterecht gedeclareerd TOTAAL) 2012 € 793.635,37 € 268.868,47 € 524.766,90 22,67% € 118.964,66 2013 € 652.498,32 € 264.609,18 € 387.889,14 16,72% € 64.855,06 Herberekening door de rechtbank over de jaren 2012 en 2013: Lid criminele organisatie % onterecht in rekening gebracht in 2012 Bedrag 2012 % onterecht in rekening gebracht in 2013 Bedrag 2013 [verdachte] 22,52% x € 118.964,66 € 26.790,85 22,52% x € 64.855,06 € 14.605,36 [medeverdachte 3] 30,92% x € 118.964,66 € 36.783,87 30,92% x € 64.855,06 € 20.053,18 [medeverdachte 2] 17,85% x € 118.964,66 € 21.235,19 17,85% x € 64.855,06 € 11.576,63 [medeverdachte 5] 28,71% x € 118.964,66 € 34.154,75 28,71% x € 64.855,06 € 18.619,89 Totaal 100,00% x € 118.964,66 € 118.964,66 100,00% x € 64.855,06 € 65.855,06 Totaal in de jaren 2009 tot en met 2013 Extrapolatie naar de overige – niet onderzochte – cliëntendossiers over de jaren 2009 tot en met 2013 betekent op grond van het vorenstaande dat het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel afkomstig van de niet onderzochte cliëntendossiers over de jaren 2009 tot en met 2013 kan worden gesteld op (€ 138.196,14 plus € 104.106,88 plus € 113.706,86 plus € 118.964,66 plus € 64.855,06 is) € 539.829,

  1. Het aandeel van ieder hierin is in onderstaande tabel vermeld: Lid criminele organisatie Jaar 2009 Jaar 2010 Jaar 2011 Jaar 2012 Jaar 2013 Totaal 2009 t/m 2013 [medeverdachte 6] € 27.805,06 € 4.653,58 € 5.082,70 € 37.541,34 [verdachte] € 37.091,84 € 13.471,43 € 14.713,67 € 26.790,85 €14.605,36 €106.673,15 [medeverdachte 3] € 9.784,29 € 36.978,76 € 40.388,68 € 36.783,87 €20.053,18 €143.988,78 [medeverdachte 2] € 12.878,02 € 14.065,54 € 21.235,19 €11.576,63 € 59.755,38 [medeverdachte 5] € 14.040,73 € 29.628,82 € 32.360,97 € 34.154,75 €18.619,89 €128.805,16 [medeverdachte 7] € 1.506,34 € 3.862,37 € 4.218,52 € 9.587,23 [medeverdachte 4] € 47.967,88 € 47.967,88 Andere natuurlijke personen € 2.633,90 € 2.876,78 € 5.510,68 totaal €138.196,14 €104.106,88 €113.706,86 €118.964,66 €64.855,06 €539.829,60 De ten onrechte in rekening gebrachte en als PGB-zorg verantwoorde administratie- en bemiddelingskosten [medeverdachte 1] is een vennootschap onder firma met twee vennoten: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [medeverdachte 8] en [medeverdachte 6] . [verdachte] is enig aandeelhouder van [medeverdachte 8] Iedere vennoot van [medeverdachte 1] was aansprakelijk voor de helft en gerechtigd tot 50% van de winst, zoals is overwogen in het aangehechte vonnis. [medeverdachte 1] bracht tussen 1 januari 2009 en 30 juni 2011 administratiekosten aan de budgethouders in rekening onder de noemer PV (persoonlijke verzorging). In het jaar 2012 bracht [medeverdachte 1] kosten in rekening onder de noemer PV of BK (bemiddelingskosten). Uit het vonnis volgt dat [medeverdachte 1] geen administratiekosten als PV in rekening mocht brengen en – vanaf 1 januari 2012 – evenmin bemiddelingskosten in rekening mocht brengen bij de budgethouders. In totaal heeft [medeverdachte 1] een bedrag van € 196.330,90 ten onrechte in rekening gebracht. De 50/50-verdeling van dit bedrag over [medeverdachte 6] en [verdachte] strookt met de verdeling van aansprakelijkheid en winst over beiden. Daarbij geldt dat de helft die ten gunste is gekomen aan [medeverdachte 8] als medevennoot van [medeverdachte 1] is toe te rekenen aan [verdachte] als enig aandeelhouder van deze vennootschap. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat bemiddelingskosten die de zorgverleners aan [medeverdachte 1] verschuldigd waren, maar die via de budgethouders door hen aan [medeverdachte 1] werden betaald, in de berekening zijn meegeteld, berust dit op een onjuiste uitleg van het financieel rapport. Deze bedragen zijn namelijk juist niet meegeteld. Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat het betalen van belasting over de verkregen bedragen geen invloed heeft op de berekening van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Totaal De rechtbank concludeert dat op grond van vorenstaande berekeningen door het plegen van de strafbare feiten door de criminele organisatie een wederrechtelijk verkregen voordeel is genoten afkomstig uit de drie componenten:
  2. negen onderzochte budgethouders in de jaren 2009 tot en met 2013, totaal € 240.621,00
  3. extrapolatie naar overige budgethouders in de jaren 2009 tot en met 2013, totaal € 539.829,60
  4. administratie- en bemiddelingskosten, totaal € 196.330,90 totaal € 976.781,60 ========= In onderstaande tabel is het aandeel van elk lid van de criminele organisatie in dit totaal weergegeven. Lid criminele organisatie Negen onderzochte budgethouders Extrapolatie naar overige budgethouders Administratie- en bemiddelingskosten Totaal [medeverdachte 6] € 18.259,00 € 37.541,34 € 98.165,45 € 153.965,79 [verdachte] € 47.803,00 € 106.673,15 € 98.165,45 € 252.641,60 [medeverdachte 3] € 62.444,00 € 143.988,77 € 206.432,77 [medeverdachte 2] € 25.269,00 € 59.755,38 € 85.024,38 [medeverdachte 5] € 56.036,00 € 128.805,17 € 184.841,17 [medeverdachte 7] € 4.375,00 € 9.587,22 € 13.962,22 [medeverdachte 4] € 23.962,00 € 47.967,88 € 71.929,88 Andere natuurlijke personen € 2.473,00 € 5.510,69 € 7.983,69 Totaal € 240.621,00 € 539.829,60 € 196.330,90 € 976.781,50 De rechtbank zal op grond van het vorenstaande het bedrag, waarop het door [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 252.641,
  5. 3.3.4 De op te leggen betalingsverplichting De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van € 252.641,60 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Draagkracht De verdediging heeft verzocht het bedrag dat veroordeelde zal dienen terug te betalen te matigen, omdat de draagkracht van [verdachte] zeer beperkt is. De rechtbank overweegt ten aanzien hiervan het volgende. In beginsel dient de draagkracht aan de orde te worden gesteld in de executiefase. In het ontnemingsgeding kan de draagkracht alleen met vrucht aan de orde worden gesteld, indien aanstonds duidelijk is dat de veroordeelde op dit moment én in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Vooralsnog is echter niet aannemelijk geworden dat [verdachte] geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben. De rechtbank verwerpt dan ook het gevoerde draagkrachtverweer. Redelijke termijn De rechtbank heeft ten slotte ambtshalve nog acht geslagen op het tijdsverloop in deze zaak. De rechtbank heeft vanwege de omvang van de zaak, de omstandigheid dat er in de zaak van [verdachte] getuigen moesten worden gehoord en de vaststelling dat er daarbij geen lange periodes van inactiviteit zijn geweest, geen reden gezien om de aan [verdachte] opgelegde straf te matigen. De rechtbank is om dezelfde reden van oordeel dat het ontnemingsbedrag wegens overschrijding van de redelijke termijn evenmin dient te worden gematigd. Deze geconstateerde verdragsschending wordt naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak voldoende gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Bovendien zou matiging afbreuk doen aan de ratio van de ontnemingsmaatregel. De bedoeling is immers om het wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen. [verdachte] zou nog steeds wederrechtelijk voordeel hebben genoten, wanneer het bedrag gematigd wordt waarop het eigenlijke verkregen voordeel wordt geschat. 4Het wettelijk voorschrift De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 252.641,60; stelt het door [verdachte] te betalen bedrag vast op € 252.641,60 en legt haar de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe en mr. R.E.J. Maas, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december
  6. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Opsporing Zorgfraude, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 1 december 2014, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  7. Het e-mailbericht van [medeverdachte 4] aan [naam rechercheur] d.d. 19 mei 2015, blad 1 en
  8. Dit schriftelijk bescheid maakt geen onderdeel uit van de doornummering. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 26 mei 2014, p. 418 en
  9. De e-mailberichten die zijn gewisseld tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] , p. 3081 en 3083 tot en met
  10. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] d.d. 24 juni 2014, p.
  11. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 3 juni 2014, p.
  12. Het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 16 december 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  13. De bijlagen behorend bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei 2015, pagina 77 tot en met pagina
  14. De - niet genummerde - bijlagen behorend bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 16 december
  15. Hoge Raad 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV
  16. Zie het overzicht van de totaalbedragen van [verdachte] op pagina 98, dat als bijlage is opgenomen bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei
  17. Het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 16 december
  18. EHRM 1 maart 2007, ECLI:NL:XX:2007:BA
  19. Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 4] op pagina 103, dat als bijlage is opgenomen bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei 2015, en het proces-verbaal Correctie DOC-090-07 d.d. 31 oktober 2017, geen deel uitmakende van de doornummering. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 2] over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009, p. 2512 en
  20. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 3] over de periode 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009, p. 2456 en
  21. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 3] over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009, p. 2766 en
  22. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 1] over de periode 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009, p. 2534 en
  23. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 1] over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009, p. 2526 en
  24. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 10] over de periode 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009, p. 2934 en
  25. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 10] over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009, p. 2924 en
  26. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [budgethouder 17] over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009, p. 2775 en
  27. Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [naam 3] over de periode 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009, p. 2568 en
  28. Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 3] op pagina 99, dat als bijlage is opgenomen bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei
  29. Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 2] op pagina 100, dat als bijlage is opgenomen bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei
  30. Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 4] op pagina 103, dat als bijlage is opgenomen bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, proces-verbaalnummer 6640-2012-667, gesloten d.d. 8 mei
  31. ECLI:NL:HR:1997:AK1364 en ECLI:NL:HR:2010:BJ
  32. HR 17 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0947.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.