← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:12517

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Datum beslissing: 21 december 2017 zaaknummer: 03 / 243353 / HA RK 17 - 277 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingsverzoeken in de zaak van [de verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , (hierna: verzoeker) indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van: mr. Th. M. Schelfhout, rechter in deze rechtbank (hierna ook: de rechter). 1Procesverloop 1.

  1. Verzoeker heeft bij de rechtbank Limburg, sector bestuursrecht, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Het bezwaar is gericht tegen de afwijzing van verzoekers aanvraag voor bijzondere bijstand voor stroom- en gasgebruik. Dat beroep is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard bij uitspraak van 9 augustus
  2. Verzoeker heeft een verzetschrift ingediend tegen die uitspraak waarbij hij heeft verzocht te worden gehoord. De rechtbank heeft de behandeling van het verzet geagendeerd voor 23 november 2017, samen met vijf andere verzetszaken van verzoeker. Verzoeker heeft verzocht om verdaging omdat hij behandeling van zes zaken te veel vindt. Dat verzoek is door de rechter afgewezen. Verzoeker heeft daarop een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. 1.
  3. De rechter heeft de wrakingskamer laten weten dat hij niet in het wrakingsverzoek berust.
  4. De grond van het wrakingsverzoek 2.
  5. Als grond voor het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangevoerd dat de rechter niet onpartijdig is hetgeen blijkt uit het feit dat de rechter, tot schade van verzoeker, zes zaken heeft gepland. 3De beoordeling van het verzoek 3.
  6. De wrakingskamer beoordeelt louter of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn. De vraag of sprake is van rechterlijke partijdigheid moet worden beantwoord aan de hand van twee criteria: het subjectieve en het objectieve criterium. Bij het subjectieve criterium gaat het om de vraag of sprake is van een gebleken persoonlijke overtuiging en/of zodanig gedrag van een rechter, dat door een verzoeker de conclusie moet worden getrokken dat deze rechter partijdig is. Bij het objectieve criterium gaat het om de vraag of sprake is van een bij een verzoeker bestaande, objectief gerechtvaardigde vrees dat de onpartijdigheid bij de rechter ontbreekt, waarbij ook de schijn van partijdigheid van belang is. 3.
  7. Gelet op de aangevoerde wrakingsgrond is enkel het objectieve criterium aan de orde. Daarover overweegt de wrakingskamer als volgt. De door verzoeker aangevoerde grond - de zittingsplanning - ziet op een procedurele beslissing, die in beginsel geen feiten of omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dat kan anders zijn indien een aangevochten procesbeslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert althans dat de bij een partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. 3.
  8. In de door de rechter genomen procesbeslissing ziet de wrakingskamer geen aanwijzing voor vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende aanwijzing. De wrakingskamer voegt daaraan toe dat het de rechter is die de procedurele regie voert over de zaken die aan hem worden voorgelegd en dat hij vrij is in de beslissingsbevoegdheid die aan hem in dat verband wordt toegekend. Tot die procedurele regie behoort de zittingsplanning en de regievoering. 3.
  9. Nu door verzoeker voor het overige geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die zouden moeten leiden tot de conclusie dat er gronden zijn voor het aannemen van subjectieve en/of objectieve partijdigheid dan wel schijn van partijdigheid, is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek ongegrond is en daarom moet worden afgewezen. 4Beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: - wijst het verzoek tot wraking van mr. Schelfhout af. Deze beslissing is gegeven door mr. M.B.T.G. Steeghs, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. A.K. Kleine, leden, bijgestaan door J.N. Buddeke als griffier en uitgesproken op 21 december
  10. Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.