RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5449318 \ CV EXPL 16-9941 Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017 in de zaak van: [eiser] , wonende [adres eiser] , [woonplaats eiser] , eisende partij, gemachtigde mr. A.F.J.M. Mulders, tegen: 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MY WAY HOLDING B.V.,gevestigd te Venlo,
- [gedaagde sub 2],wonende [adres gedaagde sub 2] ,[woonplaats gedaagde sub 2] , gedaagde partij, gemachtigde mr. B.M.M. Hepkema. Partijen worden hierna [eiser] , My Way en [gedaagde sub 2] genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald de op voorhand toegezonden akte vermeerdering van eis de op 20 januari 2017 gehouden comparitie van partijen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- In maart 2014 is [eiser] een vaststellingsovereenkomst aangegaan met My Way, waarin My Way zich verplicht heeft een totaal bedrag van € 25.168,00 te voldoen aan [eiser] en waarbij [gedaagde sub 2] zich borg heeft gesteld voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van My Way. 2.
- De in deze overeenkomst vastgelegde afbetalingsverplichtingen is My Way niet volledig nagekomen. 2.
- Bij brieven van 27 november 2014 en 23 augustus 2016 is [gedaagde sub 2] aangesproken op betaling van het openstaande bedrag van € 12.518,
- Bij brief van 10 december 2014 is My Way in gebreke gesteld. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I hoofdelijke veroordeling van My Way en [gedaagde sub 2] tot betaling van € 12.518,00 aan hoofdsom, II hoofdelijke veroordeling van My Way en [gedaagde sub 2] tot betaling van de werkelijk gemaakte proceskosten, zijnde € 1.462,20 exclusief btw, te vermeerderen met € 450,00 aanwezigheidskosten, alsook de kosten van bijstand tijdens de comparitie en de nadien te maken kosten voor juridische bijstand, althans subsidiair de gemaakte kosten volgens het liquidatietarief, III My Way te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 900,18 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, IV [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 900,18 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, V veroordeling van My Way tot betaling van de wettelijke handelsrente over het onder I gevorderde bedrag vanaf 17 december 2015, althans vanaf 4 oktober 2016, althans een ander te bepalen moment, tot de dag der algehele voldoening, VI veroordeling van [gedaagde sub 2] tot betaling van de wettelijke handelsrente over het onder I gevorderde bedrag vanaf 17 december 2015, althans vanaf 4 oktober 2016, althans een ander te bepalen moment, tot de dag der algehele voldoening, met bepaling dat door My Way uit hoofde van rente betaalde bedragen in mindering kunnen worden gebracht op het door [gedaagde sub 2] uit hoofde van rente te betalen bedrag. 3.
- My Way en [gedaagde sub 2] hebben (beperkt) verweer gevoerd. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- [eiser] vordert sub I hoofdelijke veroordeling tot betaling van het openstaande bedrag van € 12.518,
- De hoogte van dat bedrag en de hoofdelijke verschuldigdheid is door My Way en [gedaagde sub 2] erkend, zodat de kantonrechter deze vordering zal toewijzen. 4.
- Met betrekking tot de sub III en IV gevorderde veroordeling tot betaling van telkens € 900,00 terzake buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter dat deze kosten zijn aan te merken als vermogensschade als bedoeld in artikel 6:96 BW. Nu deze schade voortvloeit uit één verbintenis waarvoor zowel My Way als [gedaagde sub 2] aansprakelijk zijn, zijn zij, mede gelet op het bepaalde in artikel 6:102 BW, ook voor deze incasskosten hoofdelijk verbonden, zodat voor een afzonderlijk veroordeling zoals gevorderd, bij gebreke van verdere motivering op dit punt geen plaats is. My Way en [gedaagde sub 2] zullen dan ook hoofdelijk veroordeeld worden tot betaling van (eenmaal) € 900,
- 4.
- Ten aanzien van de gevorderde rente is door My Way noch [gedaagde sub 2] verweer gevoerd, zodat de kantonrechter het sub V en VI terzake rente gevorderde, zal toewijzen. 4.
- Ten aanzien van de kosten van deze procedure heeft [eiser] sub II primair veroordeling in de werkelijk gemaakte proces- en verletkosten gevorderd. Ingevolge het bepaalde in de artikel 237 Rv en verder, worden de kosten van de gemachtigde in beginsel vastgesteld conform het bekend veronderstelde liquidatietarief, waarbij enkel een beslissing kan worden genomen over de tot de dag van de uitspraak gemaakte kosten. Kosten die later gemaakt worden, kunnen, behalve voor zover het nakosten betreft (die in casu niet gevorderd worden) daarin niet meegenomen worden, zodat de vordering van [eiser] , voor zover die toekomstige kosten betreft, om die reden afgewezen dient te worden. Een vordering tot vergoeding van volledige proceskosten is volgens de Hoge Raad alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233). Naar het oordeel van de kantonrechter is hiervan in casu niet gebleken en in hetgeen [eiser] heeft aangevoerd ziet de kantonrechter geen termen aanwezig om te concluderen dat er aan de zijde van My Way dan wel [gedaagde sub 2] daarvan sprake zou zijn. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van het liquidatietarief. De akte vermeerdering van eis zal aangemerkt worden als een akte zonder bijzondere inhoud, zodat deze niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komt. Voor afzonderlijke vergoeding van verletkosten van een partij die zich laat bijstaan door een gemachtigde, kent de wet geen grondslag zodat ook de vordering op dat punt dient te worden afgewezen. Gelet op het vorenstaande zullen My Way en [gedaagde sub 2] als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: dagvaarding € 101,81 griffierecht € 471,00 salaris gemachtigde € 600,00 (2 x tarief € 300,00) totaal € 1.172,81 4.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt My Way en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de een betaalt de ander zal zijn gekweten, tot betaling aan [eiser] van € 12.518,00, 5.
- veroordeelt My Way en [gedaagde sub 2] hoofdelijk des dat de een betaalt de ander zal zijn gekweten tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 900,18, 5.
- veroordeelt My Way tot betaling van de wettelijke handelsrente over het onder I toegewezen bedrag vanaf 17 december 2015, tot de dag der algehele voldoening, 5.
- veroordeelt [gedaagde sub 2] tot betaling van de wettelijke rente over het onder I toegewezen bedrag vanaf 17 december 2015 tot de dag der algehele voldoening met dien verstande dat de door My Way uit hoofde van rente betaalde bedragen in mindering worden gebracht op het door [gedaagde sub 2] uit hoofde van rente te betalen bedrag. 5.
- veroordeelt My Way en [gedaagde sub 2] hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen en tot op heden begroot op € 1.172,81, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: mjp coll: plg