RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5423060 \ CV EXPL 16-9648 Vonnis van de kantonrechter van 1 maart 2017 in de zaak van: de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE ZORGVERZEKERAARS GROEP, ZORGVERZEKERAAR U.A., gevestigd te Tilburg, eisende partij in conventie, verweerder in reconventie, verder te noemen CZ, gemachtigde GGN Mastering Credit N.V., tegen: [gedaagde] , wonend [adres gedaagde] , [woonplaats gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, verder te noemen [gedaagde] , procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie; de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie; de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens houdende wijziging van eis in reconventie; de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Een Verdragspolis is een polis waarop men recht heeft als men Nederlandse ingezetene is en aanspraak heeft op medische zorg ten laste van een lidstaat van de EU, EER, Zwitserland of een Verdragsland. Dit is het geval wanneer men in Nederland woont en inkomsten krijgt uit het buitenland. 2.2. Middels de Verdragspolis kan [gedaagde] zorg krijgen in Nederland en in het land waar hij verzekerd is (via zijn buitenlandse zorgverzekering). De kosten van medische zorg uit de Verdragspolis (Nederland) brengt CZ vervolgens in rekening bij de zorgverzekeraar waar men in het buitenland verzekerd is. De Verdragspolis is premievrij, nu reeds voor de verzekering in het buitenland premie wordt betaald. Een eventuele aanvullende verzekering is niet premievrij. 2.3. CZ is door de overheid aangewezen als enige uitvoerder van de Verdragspolis. 2.4. [gedaagde] is geregistreerd in een zogenaamde Verdragspolis. 3Het geschil in conventie en in reconventie 3.1. CZ vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 384,04, vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in reconventie. 3.2. Aan haar vordering legt CZ ten grondslag de rekening eigen risico van 17 april 2016 ten bedrage van € 331,31. [gedaagde] heeft in de periode 1 oktober 2015 tot en met 25 december 2015 een chirurgische behandeling ondergaan in het Zuyderland Medisch Centrum en op 13 maart 2016 zijn door Apotheek Smits geneesmiddelen ten behoeve van [gedaagde] verstrekt. Het voor rekening van [gedaagde] komend eigen risico is bij factuur van 17 april 2016 bij [gedaagde] in rekening gebracht. 3.3. [gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van CZ tot het verstrekken van een correcte onderbouwing in een overzicht van alle, sinds 1 juni 2008 door of namens [gedaagde] verrichte betalingen zowel aan zorgverleners als de aan Euromut en/of DKV in rekening gebrachte kosten. Tevens vordert [gedaagde] CZ te veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van € 385,71, dit als vergoeding voor het opnemen van een vakantiedag voor het voeren van verweer in deze. Tegen de vordering in conventie voert [gedaagde] verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie in conventie 4.1. CZ vordert een bedrag ter zake eigen risico van [gedaagde] . [gedaagde] is het niet eens met de term “eigen risico”, nu de Belgische zorgverzekeraar geen eigen risico kent en dit op grond van de door CZ gestuurde overzichten ook niet vergoedt. De bedragen en de onderliggende behandelingen/verstrekkingen worden door [gedaagde] niet betwist. 4.2. De kantonrechter overweegt als volgt. Iedereen van 18 jaar of ouder heeft in Nederland een verplicht eigen risico. Dit heeft de overheid bepaald en dit geldt ook voor de geregistreerden in een Verdragspolis. In 2015 was dit eigen risico € 375,00 en in 2016 € 385,00 per persoon per jaar. CZ brengt dit eigen risico bij [gedaagde] in rekening middels brieven zoals de brief die op 17 april 2016 (productie 3 bij conclusie van repliek) aan [gedaagde] is toegezonden. Naar het oordeel van de kantonrechter laat deze brief aan duidelijkheid niets te wensen over. Op pagina 3 (van 4) is een overzicht opgenomen van de door [gedaagde] ontvangen behandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.