RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5618884 \ CV EXPL 17-13 Vonnis van de kantonrechter van 26 april 2017 in de zaak van: [eisende partij] h.o.d.n. AUTOBEDRIJF [naam eisende partij], gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats eisende partij] , eisende partij, gemachtigde Incasso Result B.V., tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 630,45 vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Gedaagde partij voert verweer. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
- Eisende partij legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij diverse reparatiewerkzaamheden met bijlevering van materialen heeft verricht aan de door gedaagde partij aangeboden auto met kenteken [kenteken] . Er is geen opdrachtbevestiging opgemaakt aangezien gedaagde partij bij eisende partij bekend was van eerdere reparaties aan de betreffende auto die altijd contant door gedaagde werden afgerekend. Bij factuur van 22 maart 2013 is gedaagde partij een bedrag van € 510,40 in rekening gebracht. Deze is niet betaald. Gedaagde partij heeft een Poolse echtgenote. In Polen worden letters in het kenteken gebruikt die corresponderen met het adres van de houder van het kenteken. De letters [letters uit kenteken] horen bij [geboorteplaats echtgenote gedaagde partij] , de geboorteplaats van de echtgenote. Ter onderbouwing van de vordering legt eisende partij schriftelijke verklaringen over, waarin wordt verklaard dat gedaagde partij de auto zowel in maart 2011 als in maart 2013 ter reparatie heeft aangeboden en dat zij gedaagde partij meerdere keren hebben gezien. 3.
- Gedaagde partij betwist de auto ter reparatie te hebben aangeboden. Na ontvangst van de factuur is telefonisch geprotesteerd. Verder betwist gedaagde partij de schriftelijke verklaringen. De betreffende personen zijn hem ook niet bekend. 3.
- De kantonrechter verwerpt het verweer van gedaagde partij en overweegt daartoe als volgt. Als niet weersproken staat vast dat gedaagde partij de betreffende auto op 11 maart 2011, 17 maart 2011 en 20 maart 2013 ter reparatie heeft aangeboden en de daarvoor in rekening gebrachte kosten heeft betaald. Evenmin ontkent gedaagde partij dat de letters [letters uit kenteken] in het kenteken van de auto verwijzen naar de Poolse geboorteplaats van zijn echtgenote. Daarmee staat het dus vast dat er een “relatie” bestaat tussen gedaagde partij en deze auto. Gelet op de hiervoor beschreven betrokkenheid van gedaagde partij bij deze auto - op 20 maart 2013 was hij er zelf nog mee bij de garage - moet gedaagde partij in staat worden geacht te kunnen vertellen hoe de auto dan op 22 maart 2013 bij eiser terecht gekomen is, als hij daarvoor niet zelf heeft gezorgd. De enkele stelling “ik was het niet” is onder deze omstandigheden te mager. Nu gedaagde partij onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij de opdrachtgever is geweest zal van de juistheid van hetgeen eiser heeft gesteld met betrekking tot de opdracht worden uitgegaan. 3.
- Nu gedaagde partij de hoogte van het gefactureerde bedrag niet heeft betwist, kan dit bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de niet betwiste rente. Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Het aan buitengerechtelijke kosten gevorderde bedrag komt overeen met het daarvoor geldende tarief en wordt eveneens toegewezen. 3.
- Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 82,83 griffierecht 223,00 salaris gemachtigde 200,00 ( 2 x tarief € 100,00) totaal € 505,83 3.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 630,45, vermeerderd met de wettelijke rente over € 510,50 vanaf 2 juni 2016 tot aan de voldoening, 4.
- veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 505,83, 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken. type: plg coll: no