RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5687216 \ CV EXPL 17-1092 Vonnis van de kantonrechter van 3 mei 2017 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde LAVG Groningen, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet betwist, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. 2.
- Gedaagde partij heeft ingaande 10 mei 2002 onder klantnummer 12453179 abonnementen afgesloten bij eisende partij. Ingaande 5 mei 2015 heeft gedaagde partij het Alles-in-1 Basis pakket afgesloten, bestaande uit de abonnementen televisie & radio, internet en telefonie. Daarnaast heeft gedaagde partij de abonnementen TV extra en uitgebreide internetbeveiliging afgesloten bij eisende partij. Op de overeenkomsten zijn de algemene en aanvullende voorwaarden van eisende partij van toepassing. 2.
- Het abonnement telefonie is per 24 juni 2015 beëindigd. Hierdoor is het Alles-in-1 Basis pakket komen te vervallen en zijn de overige abonnementen als losse diensten voortgezet. 2.
- Op 27 februari 2015 heeft gedaagde partij telefonisch aangegeven de apparatuur niet zelf te kunnen installeren c.q. activeren en dat hij daarom geen gebruik kon maken van de diensten van eisende partij. Op 5 maart 2015 heeft een monteur van eisende partij alsnog de apparatuur geïnstalleerd. Op 10 maart 2015 heeft eisende partij, na controle, geconstateerd dat het modem was geactiveerd. Nu gedaagde partij tot die datum geen gebruik heeft kunnen maken van de diensten van eisende partij, heeft eisende partij uit coulance een bedrag van € 45,95 gecrediteerd. 2.
- In verband met problemen over de e-mail en de virusscanner heeft eisende partij nogmaals een monteur ingepland, welke allerlei werkzaamheden heeft verricht. Uit coulance heeft eisende partij een vergoeding van € 50,00 aangeboden, maar van dit aanbod heeft gedaagde partij geen gebruik gemaakt. ier 2.
- Gedaagde partij zijn de volgende facturen in rekening gebracht: 26 juni 2015 € 59,56 29 juli 2015 € 63,80 27 augustus 2015 € 60,40 28 september 2015 € 56,50 27 november 2015 € 61,37 Deze facturen zijn onbetaald gebleven. 2.
- Wegens wanbetaling heeft eisende partij de diensten per 30 oktober 2015 beëindigd. 3Het geschil 3.
- Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 348,24 (bestaande uit € 301,63 aan hoofdsom, € 6,61 aan rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- Gedaagde partij voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Gedaagde partij heeft allereerst haar ongenoegen geuit over de gang van zaken en het gebruik van de diensten van eisende partij. De kantonrechter is van oordeel dat dit er niet toe kan leiden dat gedaagde partij wordt ontheven van haar betalingsverplichting. Zoals reeds is weergegeven in rechtsoverwegingen 2.
- en 2.
- heeft eisende partij zich voldoende moeite getroost om het modem aan te sluiten en gedaagde partij gebruik te laten maken van de diensten van eisende partij. Dat gedaagde partij problemen heeft ondervonden met zijn computer is een omstandigheid die niet aan eisende partij kan worden toegerekend. Onbetwist staat vast dat het modem vanaf 10 maart 2015 functioneert en van aan eisende partij te wijten problemen daarna is niet gebleken. 4.
- Gedaagde partij heeft verder aangevoerd dat het abonnement met ingang van 1 juni 2015 is opgezegd. Dit standpunt herhaalt gedaagde partij bij dupliek. Bij conclusie van repliek stelt eisende partij dat in het telefoongesprek op 1 juni 2015 enkel is aangegeven dat de intentie bestond over te willen stappen naar KPN en dat vanwege een uitporteerverzoek de overeenkomst betreffende telefonie per 24 juni 2015 is beëindigd. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer van gedaagde partij moet worden verworpen. Gedaagde partij legt geen enkel bewijs over van de gestelde beëindiging, laat staan: de bestaanbaarheid van een beëindiging met onmiddellijke ingang, zonder enige opzegtermijn. De enkele vermelding dat de echtgenote heeft meegeluisterd tijdens het telefoongesprek is in dit opzicht onvoldoende. Evenmin blijkt dat gedaagde partij bij eisende partij navraag heeft gedaan over het uitblijven van de schriftelijke bevestiging dat de overeenkomst werd opgezegd. Dit had wel op de weg van gedaagde partij gelegen. Gesteld noch gebleken is dat ook na ontvangst van de facturen bij eisende partij is gereclameerd en is aangegeven dat de overeenkomst reeds werd beëindigd. 4.
- Nu gedaagde partij niet heeft aangetoond dat de overeenkomst is beëindigd door opzegging per 1 juni 2015, moet het ervoor gehouden worden dat deze eerst door ontbinding door eisende partij is geëindigd per 30 oktober
- Dit houdt in dat gedaagde partij gehouden is de in rekening gebrachte kosten tot laatstgenoemde datum te betalen, zulks inclusief de gemaakte afsluitkosten en de geleden schade wegens voortijdige beëindiging van het contract. Gedaagde partij heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde hoofdsom, zodat deze kan worden toegewezen alsmede de daarover gevorderde rente. 4.
- Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Het ter zake gevorderde bedrag is overeenkomstig het daarvoor geldende tarief en kan eveneens worden toegewezen. 4.
- De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
- Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 80,77 griffierecht 117,00 salaris gemachtigde 120,00 ( 2 x tarief € 60,00) totaal € 317,77 4.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 348,24, vermeerderd met de wettelijke rente over € 301,63 vanaf 7 september 2016 tot aan de voldoening, 5.
- veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 317,77, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: plg coll: