← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:4720

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5576016 \ CV EXPL 16-11804 Vonnis van de kantonrechter van 17 mei 2017 in de zaak van: [eisende partij] , wonend [adres eisende partij] , [woonplaats eisende partij] , eisende partij in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde mr. G. van Dijk, tegen: de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde mr. T.R. van Ginkel. Partijen zullen hierna [eisende partij] en Dexia genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie de conclusie van dupliek in reconventie. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Tussen Dexia en [eisende partij] zijn op 1 augustus 2000 een viertal overeenkomsten van effectenlease - te kwalificeren als huurkoopovereenkomst - tot stand gekomen met contractnummers 59118329, 59118330, 59118331 en 59118348 onder de benaming Korting Kado en op 18 maart 2001 een overeenkomst met contractnummer 76183176 onder de benaming WinstVer10Dubbelaar. 2.
  4. Op deze overeenkomst zijn de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van toepassing. 3De beoordeling in conventie en in reconventie 3.
  5. De kantonrechter stelt vast dat de inleidende dagvaarding niet voldoet aan lid 5 van artikel 45 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De dagvaarding is niet ondertekend door de deurwaarder. Op grond van artikel 66 Rv brengt niet naleving van dit voorschrift slechts nietigheid met zich voor zover degene voor wie het exploot bestemd is door het gebrek is benadeeld. Hiervan is de kantonrechter echter niet gebleken zodat deze nietigheid voor gedekt wordt verklaard. 3.
  6. Bij de dagvaarding zijn producties gevoegd. Productie 1 betreft de overeenkomst met contractnummer 59118329 en contractnummer
  7. De stukken daarna hebben betrekking op [X] , wonende te [plaats] en het betreft een door de deurwaarder ondertekende ongedateerde dagvaarding voor de kantonrechter te Alkmaar. De producties welke in de inleidende (niet door de deurwaarder ondertekende) dagvaarding zijn genoemd zijn echter niet overgelegd door [eisende partij] . 3.
  8. Nu Dexia bij haar conclusies geen opmerkingen heeft gemaakt omtrent onjuiste producties en gemotiveerd is ingegaan op de vordering van [eisende partij] moet de kantonrechter het er voor houden dat Dexia wel beschikt over de juiste producties. De kantonrechter zal daarom [eisende partij] alsnog in de gelegenheid stellen de in de dagvaarding vermelde producties in geding te brengen zodat de kantonrechter daarover ook kan beschikken. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol van 31 mei
  9. Daarna zal de zaak op vonnis worden gesteld. 3.
  10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter in conventie 4.
  11. verwijst de zaak naar de rol van 31 mei 2017 voor overlegging van de in de dagvaarding vermelde producties door [eisende partij] . in conventie en reconventie 4.
  12. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken. type: HMUI coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.