← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:6070

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5665000 \ CV EXPL 17-651 Vonnis van de kantonrechter van 28 juni 2017 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENEXIS B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, eisende partij, gemachtigde mr. J.P. Eydems /Enexis B.V., tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde mr. P.B.A. Acda. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de akte van gedaagde partij de akte houdende vermindering van eis. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Eisende partij is eigenares en door de Minister aangewezen als beheerder van het merendeel van de openbare elektriciteits- en gasnetwerken in onder andere de provincie Limburg en treedt in die hoedanigheid op als netbeheerder. 2.
  4. Gedaagde partij is met zijn personenauto tegen een verdeelkast gereden. De schade bedraagt € 7.211,
  5. 3Het geschil 3.
  6. Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 7.320,08 (bestaande uit € 7.211,81 aan hoofdsom en € 108,17 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met rente en kosten. Bij akte heeft eisende partij haar vordering verminderd met € 7.211,
  7. De vorderingen tot betaling van rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten worden gehandhaafd. 3.
  8. Gedaagde partij voert verweer. 3.
  9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. Na aanvankelijk verweer te hebben gevoerd, heeft de gedaagde partij te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan het nemen van een conclusie van dupliek. Bij akte heeft eisende partij haar vordering verminderd met de hoofdsom. Aan die akte is een brief gehecht van London Verzekeringen in welke brief is vermeld dat tot betaling van de hoofdsom wordt overgegaan. 4.
  11. De vordering bestaat derhalve slechts nog uit rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde rente kan worden toegewezen vanaf 19 oktober 2015, zijnde de datum dat de schade is veroorzaakt. Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter stelt allereerst vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet is gebleken dat gedaagde partij een aanmaning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW met daarin opgenomen een betalingstermijn van 14 dagen ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:
  12. 4.
  13. Verder zal gedaagde partij als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 81,99 griffierecht 470,00 salaris gemachtigde 500,00 ( 2 x tarief € 250,00) totaal € 1.051,99 De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris. 4.
  14. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  15. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen de wettelijke rente over € 7.211,81 vanaf 19 oktober 2015 tot aan de voldoening, 5.
  16. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.051,99, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na heden, 5.
  17. veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat zij niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening, 5.
  18. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  19. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: plg coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.