RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5823470 \ CV EXPL 17-2609 Vonnis van de kantonrechter van 30 augustus 2017 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SANTANDER CONSUMER FINANCE BENELUX B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde mr. J.M. Wisseborn, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde mr. F.L. Donders. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Gedaagde partij heeft op 7 september 2011 een doorlopende geldkrediet overeenkomst met uitgesteld betalen aankoop afgesloten tot een totale kredietlimiet van € 2.500,00 ten behoeve van een contante aankoop tot een bedrag van € 1.750,
- Op dezelfde dag heeft gedaagde partij nog een tweetal overeenkomsten van doorlopend geldkrediet met uitgesteld betalen aankoop afgesloten tot een kredietlimiet van respectievelijk € 3.000,00 en € 2.900,
- Deze overeenkomsten maken echter geen onderdeel uit van de thans door eisende partij ingestelde vordering. Gedaagde partij heeft op 10 mei 2013 aangifte gedaan bij de politie van bedreiging tussen 4 september 2011 en 9 mei
- 3Het geschil 3.
- Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 500,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- Gedaagde partij voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Het meest verstrekkende verweer van gedaagde partij is een beroep op verjaring. Gedaagde partij stelt dat de overeenkomst is gesloten op 7 september 2011; er nimmer iets is voldaan en niet blijkt wanneer er een brief aan gedaagde partij is gestuurd noch dat de verjaring is gestuit. Volgens gedaagde partij geldt een verjaringstermijn van twee jaren. 4.
- Eisende partij stelt dat geen sprake is van consumentenkoop en betwist dat de korte verjaringstermijn als bedoeld in artikel 7:28 BW van toepassing is. Volgens eisende partij blijkt uit het als productie 2 bijgevoegde overzicht dat gedaagde partij herhaaldelijk is aangemaand in de periode 8 november 2011 tot 2 oktober
- 4.
- De kantonrechter stelt vast dat productie 2 bij dagvaarding een door eisende partij geproduceerd overzicht uit de administratie van eisende partij betreft van verrichte handelingen die zijn verricht. Er wordt geen enkel bewijsstuk in geding gebracht dat gedaagde partij een ingebrekestelling en/of stuitingsbrief heeft bereikt. Nu op de datum van dagvaarding de verjaringstermijn reeds ruimschoots is verstreken moet het beroep op verjaring worden gehonoreerd. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de verjaringstermijn van artikel 7:28 BW van toepassing is nu de lening is verstrekt voor een consumentenaankoop en er in dit geval een dusdanige verbondenheid aanwezig kan worden geacht tussen de consumentenkoop en de overeenkomst tot financiering van de koopprijs dat de bescherming die 7:28 BW beoogt te bieden zich ook uitstrekt tot de vordering voor de aflossing van het krediet. 4.
- Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 120,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 x tarief € 60,00). 4.
- De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vordering af, 5.
- veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 120,
- Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: HM coll: