← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2017:8686

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5956642 \ CV EXPL 17-3903 Vonnis van de kantonrechter van 6 september 2017 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats X] , eisende partij, gemachtigde mr. P.J.T. Austen, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, procederende in persoon. Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [X] B.V. en [gedaagde partij] . 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [gedaagde partij] was van 1 januari 2011 tot en met 31 augustus 2015 bestuurder van een aan [X] B.V. gelieerde onderneming. 2.
  4. [gedaagde partij] heeft in dat verband gebruik gemaakt van een mobiele telefoon, merk iPhone, en van een auto, merk BMW. 2.
  5. [gedaagde partij] heeft – ondanks verzoeken van [X] B.V. daartoe – enkel de auto aan [X] B.V. teruggegeven. De mobiele telefoon heeft hij onder zich gehouden. 2.
  6. [X] B.V. heeft op 19 januari 2017 haar oorspronkelijke vordering tot teruggave van het telefoontoestel omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. 3Het geschil 3.
  7. [X] B.V. vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 417,45, ter zake hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  8. [gedaagde partij] voert verweer. 3.
  9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. [X] B.V. vordert in deze procedure een vervangende schadevergoeding, nadat een eerdere poging de betreffende iPhone terug te krijgen niet is geslaagd. [X] B.V. heeft de vervangende schade beraamd op een bedrag van € 360,00, zijnde de dagwaarde van het toestel. 4.
  11. [gedaagde partij] voert verweer tegen de vordering en stelt zich daarbij primair op het standpunt dat [X] B.V. hem ten onrechte in privé aanspreekt. [X] B.V. heeft immers het betreffende telefoontoestel aan zijn management B.V. – [A] Recycling en consultancy Limburg B.V. – ter beschikking gesteld. 4.
  12. Daarnaast voert [gedaagde partij] aan dat met het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst d.d. 31 augustus 2015 partijen elkaar finale kwijting hebben verleend en dat [X] B.V. derhalve niet gerechtigd is de onderhavige procedure op te starten. Bovendien is de dagwaarde van de iPhone veel lager dan [X] B.V. stelt, nu het toestel defect is. Daarnaast heeft [X] B.V. geen iPhone 6 plus ter beschikking gesteld maar een iPhone
  13. 4.
  14. De kantonrechter overweegt als volgt. 4.
  15. [gedaagde partij] voert als meest verstrekkende verweer dat [X] B.V. de verkeerde partij heeft aangesproken. De management B.V. van [gedaagde partij] had immers een managementovereenkomst met [X] B.V. en de telefoon is aan die B.V. ter beschikking gesteld. [X] B.V. heeft de stellingen van [gedaagde partij] op dit punt nadrukkelijk betwist. 4.
  16. De kantonrechter is van oordeel dat uit niets blijkt dat [X] B.V. de telefoon aan de management B.V. van [gedaagde partij] ter beschikking heeft gesteld. [gedaagde partij] heeft nagelaten zijn standpunt in deze op deugdelijke wijze te onderbouwen. Nu als onweersproken vast staat dat het [gedaagde partij] was toegestaan de iPhone ook privé te gebruiken, gaat de kantonrechter er van uit dat [gedaagde partij] de feitelijke bezitter van de telefoon is. Het door [gedaagde partij] op dit punt gevoerde verweer wordt dan ook verworpen. 4.
  17. Tussen partijen is voorts in debat of de betreffende telefoon valt onder de finale kwijting zoals tussen partijen is overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst van 31 augustus 2015 (productie 12 bij dagvaarding). De kantonrechter overweegt daaromtrent het volgende. 4.
  18. Uit de vaststellingsovereenkomst van 31 augustus 2015 blijkt dat partijen finaal gekweten zijn ten aanzien van “het Geschil”. Uit het gestelde onder G van die vaststellingsovereenkomst blijkt dat onder het Geschil wordt verstaan de onenigheid omtrent het gevoerde beleid van de Vennootschap, alsmede omtrent diverse kwesties rond Comeht en de Camping. 4.
  19. Uit niets blijkt dat onder het Geschil ook moet worden verstaan discussie over bijvoorbeeld salaris, vakantiedagen of secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals het gebruik van een bedrijfswagen of telefoon. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de verleende finale kwijting zich niet uitstrekt over alle onderdelen van de tussen partijen bestaand hebbende overeenkomst. Daaruit volgt dat dit verweer van [gedaagde partij] niet kan slagen. 4.
  20. Partijen blijven voorts verdeeld over de vraag welke vervangende waarde aan het toestel moet worden toegekend. [X] B.V. stelt de dagwaarde van de iPhone vast op een bedrag van € 360,00, terwijl [gedaagde partij] tot een veel lager bedrag komt. [X] B.V. komt tot dit bedrag nadat zij verkoopsites zoals Marktplaat heeft geraadpleegd. [X] B.V. merkt daarbij op dat het er weinig toe doet of het bij de verkoop gaat om een iPhone 6 of een iPhone 6 plus. [gedaagde partij] voert daartegen aan dat het toestel in augustus 2015 defect is geraakt en thans slechts een inkoopwaarde van € 21,89 heeft. 4.
  21. [gedaagde partij] onderbouwt zijn stelling dat de iPhone reeds in augustus 2015 defect is geraakt niet althans op volstrekt onvoldoende wijze. Zo geeft [gedaagde partij] niet aan waaruit dit defect precies bestaat. [gedaagde partij] komt in dat kader niet verder dan de blote stelling dat er sprake kan zijn van een software of hardware probleem. Wat exact het probleem met de telefoon is blijft ongewis en strookt daarnaast niet met de stelling van [gedaagde partij] dat hij het toestel nog steeds in gebruik heeft en daarop – ook zakelijk – gebeld wordt. 4.
  22. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter aan het door [gedaagde partij] gevoerde verweer voorbij gaan. [gedaagde partij] heeft daarnaast de inhoud van de door [X] B.V. ter onderbouwing van de door haar gestelde marktwaarde van € 360,00 overgelegde prints niet (gemotiveerd) weersproken. De kantonrechter zal dan ook uitgaan van een dagwaarde van de iPhone van € 360,
  23. 4.
  24. Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [X] B.V. aan haar moet worden toegewezen, met inbegrip van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, waartegen overigens geen verweer wordt gevoerd. De vordering wordt in hoofdsom toegewezen tot een bedrag van € 360,00, nu uit het lichaam van de dagvaarding niet duidelijk wordt waarop het door [X] B.V. gevorderde bedrag van € 363,00 is gebaseerd. 4.
  25. De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
  26. [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [X] B.V. worden begroot op: dagvaarding € 83,51 griffierecht 117,00 salaris gemachtigde 120,00 (2 x tarief € 60,00) totaal € 320,51 4.
  27. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  28. veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 414,45, vermeerderd met de wettelijke rente over € 360,00 vanaf 19 januari 2017 en over € 54,45 vanaf 23 maart 2017, telkens tot aan de voldoening, 5.
  29. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [X] B.V. gevallen en tot op heden begroot op € 320,51, 5.
  30. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  31. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken. type: ph coll:mjp

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.