RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Familie en jeugd Datum uitspraak: 11 september 2017 C/03/223260 / FA RK 16-2489Zaaknummer: C/03/223260 / FA RK 16-2489 De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake: [verzoekster], verzoekster, verder te noemen: de moeder, wonend te [woonplaats], advocaat mr. S. Mestrini, kantoorhoudend te Heerlen, tegen [verweerder], wederpartij, verder te noemen: de vader, wonend te [woonplaats] (gemeente [gemeente]), advocaat mr. G. Nijmeijer, kantoorhoudend te Geleen (gemeente Sittard-Geleen). De Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad), is op de voet van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de procedure gekend. 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van de moeder, ingekomen op 13 juli 2016; de brief van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, ingekomen op 16 december 2016; - het verweerschrift van de vader, ingekomen op 21 december 2016. De zaak is behandeld ter zitting van 14 juli 2017, alwaar verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader, bijgestaan door zijn advocaat, een vertegenwoordigster van de raad. De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn niet ter zitting verschenen, maar hebben hun mening, tweemaal en ieder apart, kenbaar gemaakt bij brieven van 8 december 2016 en 21 juni 2017. 2De feiten Uit de inmiddels beëindigde relatie tussen de moeder en de vader zijn geboren: [minderjarige 1], te [geboorteplaats] op [2002], [minderjarige 2], te [geboorteplaats] op [2003]. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de moeder. Bij beschikking van de rechtbank Limburg van 27 juni 2016 (zaaknummer C/03/207825 / FA RK 15-2125) is de vader het recht op contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontzegd voor de duur van een jaar. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn bij afzonderlijke beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 juni 2016 voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de GI. Het verlengingsverzoek is door de rechtbank op 22 juni 2017 afgewezen. 3Het verzoek en het verweer De moeder heeft, op de daartoe aangevoerde gronden, verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De moeder stelt daartoe dat de vader al jarenlang toont dat hij niet in staat is zich normaal te gedragen tegen de moeder. Hij heeft haar veelvuldig gedreigd en geweld tegen haar gebruikt. In juni 2016 is de vader het recht op contact met de kinderen ontzegd omdat de vader door zijn handelswijze liet zien dat hij weinig inzicht heeft in wat de kinderen nodig hebben. De vader heeft bovendien meermaals geweigerd zijn toestemming te verlenen waardoor onder meer het dyscalculie onderzoek van [minderjarige 2] onnodig lang op zich heeft laten wachten. De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. De vader stelt dat hij de moeder niet beperkt bij de uitoefening van haar opvoedkundige taken. De vader heeft de indruk dat de moeder de problemen tussen de ouders inzet om de rol van de vader in het leven van de kinderen zoveel mogelijk in te perken. De communicatieproblemen tussen de ouders zijn niet zodanig dat een beëindiging van het gezag daarmee gerechtvaardigd is. De vader beperkt de moeder bovendien geenszins in haar opvoedkundige taken. Integendeel, de handelswijze van de vader is ingegeven door zijn betrokkenheid bij het wel en wee van de kinderen. De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft in zijn brief van 16 december 2016 naar voren gebracht dat zij geen zicht heeft op de contacten tussen vader en kinderen. Ondanks de beschikking waarin vader het recht op contact met de kinderen is ontzegd, heeft hij toch de kinderen nog op onregelmatige basis aangesproken. De vader lijkt niet te begrijpen waarom hij zijn kinderen niet kan zien. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] schrijven beiden in hun brieven dat zij graag willen dat de moeder alleen het gezag over hen uitoefent omdat de vader zijn handtekening niet geeft wanneer dat nodig is. 4De standpunten ter zitting De moeder heeft gepersisteerd bij haar verzoek. De vader bagatelliseert wat er in de afgelopen 6 à 7 jaar is voorgevallen. De vader heeft meermaals bedreigingen jegens de moeder geuit, heeft met de auto op de moeder ingereden, terwijl [minderjarige 2] bij haar was, en heeft de moeder mishandeld. Daar komt nog bij dat de vader in het verleden meermaals geweigerd heeft zijn toestemming te geven voor onderzoeken en/of behandelingen van de kinderen. Vanwege het aan de vader opgelegde contactverbod heeft de hulpverlenende instantie onlangs ervoor gekozen de kinderen toch te behandelen, ondanks de ontbrekende toestemming van de vader. Dit laat onverlet dat de voor de kinderen noodzakelijke hulp hierdoor een half jaar tot een jaar vertraging heeft opgelopen. De vader toont geen inzet en gebruikt zijn gezag niet om naar de kinderen te informeren. Bovendien heeft de vader, ondanks het door de rechtbank opgelegde contactverbod, toch contact gezocht met de kinderen, zonder de moeder daarover in te lichten. De moeder wil de rol van de vader in het leven van de kinderen desondanks niet beperken. Integendeel, zij staat contact toe en laat de kinderen vrij om het contact met hun vader in te vullen op de wijze waarop het voor hen prettig is. De moeder wil enkel het eenhoofdig gezag zodat zij, wanneer dat in het belang van de kinderen nodig is, zaken kan regelen en de vader dit niet kan tegenhouden door zijn toestemming te weigeren. De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het afgelopen jaar is de situatie ten goede veranderd. Er is geen sprake meer van een ontwikkelingsbedreiging van de kinderen zodat de ondertoezichtstelling is beëindigd. Er bestaat geen aanleiding dat de kinderen klem komen te zitten. De vader wil zijn gezag behouden omdat dit voor hem een gevoelsmatige kwestie is en hij zal voortaan zijn toestemming verlenen als de moeder daarom vraagt. Desgevraagd heeft de vader verklaard dat hij zijn gezag niet gebruikt heeft om contact te onderhouden met de scholen van de kinderen. De raad adviseert een raadsonderzoek te gelasten. 5De beoordeling Op grond van artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag bedoeld in een aantal nader genoemde wettelijke bepalingen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In het tweede lid is bepaald dat – onder meer – het eerste lid van artikel 1:251a BW van overeenkomstige toepassing is. Dit houdt in dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.