RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 7071472 \ CV EXPL 18-4307 Vonnis van de kantonrechter van 21 november 2018 in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. J.H.A. Nieste, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, gemachtigde mr. A.J.P. Lemmen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding met bewijsstukken de conclusie van antwoord met bewijsstukken de oproeping voor de comparitiezitting het proces-verbaal van de comparitiezitting. 1.2. Tot slot hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak van het vonnis is bij vervroeging bepaald op heden. 2Motivering van de beslissing 2.1. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter al uitgelegd hoe hij zal beslissen, en om welke redenen. Daarom hoeft de beslissing hier niet meer heel uitvoerig uitgelegd te worden. 2.2. Het komt erop neer dat voor de kantonrechter, op basis van de bewijsstukken en op basis van wat door de ene partij is gesteld en door de andere partij is erkend of niet voldoende is betwist, het volgende voldoende vaststaat: eiser heeft met gedaagde op 8 maart 2018 een koopovereenkomst gesloten over een Opel Astra (kenteken [kenteken] ), voor een bedrag van € 2.125,00; eiser heeft dat bedrag betaald aan gedaagde en gedaagde heeft de auto aan eiser geleverd; op de kilometerteller stond ten tijde van de koopovereenkomst/levering ongeveer 181.000 kilometer; in werkelijkheid bedroeg de kilometerstand op dat moment ruim 289.000 kilometer en de kilometerteller is dus voorafgaande aan de koop en levering “teruggedraaid”; eiser wist niet van dat laatste. 2.3. Het is niet aannemelijk geworden dat gedaagde wél wist dat de kilometerteller was teruggedraaid. Eiser en gedaagde hebben dus, daar gaat de kantonrechter vanuit, allebei “gedwaald” over de juiste kilometerstand. 2.4. Op basis van de wet (artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek) kan, ervan uitgaande dat ook gedaagde niet wist van de gemanipuleerde kilometerteller, eiser de koopovereenkomst vernietigen, tenzij die dwaling van eiser in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval, voor rekening van de dwalende behoort te blijven. 2.5. Het ligt op de weg van gedaagde om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen dat - en waarom - de dwaling van eiser voor eigen rekening moet blijven. 2.6. In dat verband heeft gedaagde echter in de conclusie van antwoord alleen maar gesteld dat “desgevraagd door gedaagde aan eiser en/of diens metgezel bij de aankoop van de auto is medegedeeld dat gedaagde niet wist of de tellerstand correct was…” 2.7. Ter zitting heeft gedaagde dat iets veranderd en aangevoerd dat niet hijzelf maar zijn broer tegen eiser zou hebben gezegd dat “als eiser de kilometerstand niet vertrouwde, eiser die kilometerstand maar moest onderzoeken…” 2.8. Eiser heeft ontkend dat gedaagde of zijn broer zoiets tegen hem zou hebben gezegd. Los daarvan vindt de kantonrechter dat zulke mededelingen op zichzelf genomen ook niet genoeg zijn om te maken dat het risico van de dwaling van eiser dan maar maar voor eigen risico moet blijven. 2.9. Eiser heeft de koopovereenkomst dus terecht vernietigd. Partijen moeten de gevolgen ongedaan maken (artikel 3:53 BW): gedaagde moet de koopprijs terugbetalen en gedaagde moet meewerken aan de teruggave van de auto. Vorderingen a),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.