← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2018:11032

beslissing RECHTBANK LIMBURG Verschoningskamer Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/256920 / HA RK 18-279 Beslissing van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van verschoningsverzoeken op het verzoek van mr. K.J.H. Hoofs, rechter in de rechtbank Limburg, verder: de rechter, strekkend tot haar verschoning in de civiele zaak met zaaknummer 247622/HA ZA 18-149 ( [naam partijen] ). 1De procedure Door middel van een e-mailbericht van 6 november 2018 aan de griffier van de verschoningskamer heeft de rechter op grond van artikel 40 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een verzoek gedaan strekkend tot haar verschoning in bovengenoemde zaak die de rechter behandelt. De rechter is op 21 november 2018 door de verschoningskamer gehoord. 2Het verzoek Het verzoek houdt – zakelijk en voor zover relevant weergegeven – in dat de rechter op 3 november 2018 in het kader van de verbouwing van haar woning – derhalve in haar privésituatie – is geconfronteerd met de gedaagde partij in de genoemde procedure. Deze persoon was door het bedrijf dat de rechter had ingeschakeld, naar haar woning gestuurd. Op 3 september 2018 had in de zaak van deze persoon een comparitie ten overstaan van de rechter plaatsgevonden en een vervolg van de behandeling van de zaak is gepland tegen 19 februari

  1. Om de schijn van partijdigheid te voorkomen wil de rechter zich in deze zaak verschonen. 3De beoordeling Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige dient het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid zou kunnen koesteren, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd zou kunnen zijn. De vraag is of de rechter terecht tot de conclusie is gekomen dat ten aanzien van haar in bovengenoemde zaak de schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt. Uitgaande van hetgeen de rechter aan haar verzoek tot verschoning ten grondslag heeft gelegd komt de verschoningskamer tot het oordeel dat de rechter het verzoek terecht heeft ingediend. Om de schijn van partijdigheid te vermijden zal de rechtbank het verzoek tot verschoning toewijzen. 4De beslissing De verschoningskamer: wijst het verzoek tot verschoning toe; beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de rechter en aan partijen. Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.J. Otto, voorzitter, mr. W.E. Elzinga en mr. R.P.J. Quaedackers, leden en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J.W.D. Janssen op 22 november
  2. type: coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.