beslissing RECHTBANK LIMBURG Verschoningskamer Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/256920 / HA RK 18-279 Beslissing van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van verschoningsverzoeken op het verzoek van mr. K.J.H. Hoofs, rechter in de rechtbank Limburg, verder: de rechter, strekkend tot haar verschoning in de civiele zaak met zaaknummer 247622/HA ZA 18-149 ( [naam partijen] ). 1De procedure Door middel van een e-mailbericht van 6 november 2018 aan de griffier van de verschoningskamer heeft de rechter op grond van artikel 40 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een verzoek gedaan strekkend tot haar verschoning in bovengenoemde zaak die de rechter behandelt. De rechter is op 21 november 2018 door de verschoningskamer gehoord. 2Het verzoek Het verzoek houdt – zakelijk en voor zover relevant weergegeven – in dat de rechter op 3 november 2018 in het kader van de verbouwing van haar woning – derhalve in haar privésituatie – is geconfronteerd met de gedaagde partij in de genoemde procedure. Deze persoon was door het bedrijf dat de rechter had ingeschakeld, naar haar woning gestuurd. Op 3 september 2018 had in de zaak van deze persoon een comparitie ten overstaan van de rechter plaatsgevonden en een vervolg van de behandeling van de zaak is gepland tegen 19 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.