beschikking RECHTBANK LIMBURG Familie en jeugd Zittingsplaats: Maastricht zaakgegevens: C/03/257390 / JE RK 18-2565 datum uitspraak: 10 december 2018 beschikking afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, hierna te noemen de GI, gevestigd te Heerlen. betreffende de minderjarige: [minderjarige] , hierna te noemen [minderjarige], geboren op [2001] te [geboorteplaats], advocaat: mr. N.R. Heilhof, kantoorhoudend te Maastricht. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [belanghebbende 1], hierna te noemen de moeder, wonend te [woonplaats], [belanghebbende 2], hierna te noemen de vader, onbekende woon- of verblijfplaats. 1Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de GI van 16 november 2018, ingekomen bij de griffie op 19 november 2018, - de verklaring d.d. 15 november 2018 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder, - de instemmende verklaring d.d. 8 november 2018 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper. Op 10 december 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - mr. Heilhof, advocaat van [minderjarige], - de moeder, - een vertegenwoordigster van de GI. Opgeroepen en niet verschenen zijn de vader en [minderjarige]. 2. De feiten Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders maar feitelijk alleen door de moeder. [minderjarige] woont bij de moeder. [minderjarige] is op 21 augustus 2017 voor de duur van zes maanden onder toezicht gesteld van de GI. Bij beschikking van 20 februari 2018 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd voor de duur van een jaar, aldus tot 21 februari 2019. 3Het verzoek en het verweer 3.1. De GI verzoekt een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI verwezen naar de stukken, waaruit kort en zakelijk weergegeven blijkt dat [minderjarige] structureel ernstig zelfbepalend gedrag laat zien, geen normaal dag- en nachtritme meer heeft, geen school meer volgt, volledig zelf invulling geeft aan zijn leven en dat hij de aan hem geboden kansen om het tij te keren om zodoende zijn toekomst veilig te stellen, waaronder deelname aan een project bij Topaze, niet heeft aangegrepen. Zodoende lijkt een gesloten plaatsing volgens de GI de enige manier om grip te krijgen op [minderjarige] en om zijn ontwikkeling veilig te stellen. De GI heeft ter zitting aanvullend verklaard dat de gezinsvoogden de afgelopen periode veel moeite hebben gedaan om met [minderjarige] in gesprek te komen, maar dat [minderjarige] steeds niet komt opdagen. 3.2. De moeder heeft ter zitting verklaard dat ze moeite heeft met het verzoek. Ze heeft heel hard voor [minderjarige] gevochten maar op dit moment ziet hij haar, vanwege het voorliggende verzoek van de GI, als een verrader. Dat vindt de moeder pijnlijk. Momenteel loopt ze op eieren thuis omdat ze voortdurend probeert in te schatten hoe [minderjarige] zaken zal interpreteren en hoe zijn reactie zal zijn. [minderjarige] slaapt overdag veel en is ’s avonds veel weg. De moeder belt hem dan met de mededeling dat hij naar huis moet komen. 3.3. De vader heeft zich niet gemeld en geen standpunt ingenomen. 3.4. De advocaat van [minderjarige] heeft namens [minderjarige] kenbaar gemaakt dat ze uit de verklaring van de gedragswetenschapper kan opmaken dat deze [minderjarige] niet recent gesproken heeft. Gezien het ingrijpende karakter van de gevraagde maatregel is de ingediende verklaring van de gedragswetenschapper niet recent genoeg. De advocaat onderschrijft dat de situatie van [minderjarige] ernstig is, echter een gesloten plaatsing moet gezien worden als uiterste redmiddel. Jammer is dat de mogelijkheid van een voorwaardelijke machtiging niet met [minderjarige] is besproken. [minderjarige] had in ieder geval opnieuw moeten worden uitgenodigd voor een gesprek met de gedragsdeskundige vóórdat deze zijn verklaring heeft opgemaakt en ondertekend, en dat is kort vóór die opmaak op 8 november 2018 niet meer gebeurd. Om die reden verzoekt de advocaat van [minderjarige] het verzoek van de GI af te wijzen. Voorts wijst de advocaat erop waarom niet is geprobeerd om [minderjarige] praktijkonderwijs te laten volgen, bijvoorbeeld bij [school 1]. Dat zou mogelijk kunnen aansluiten bij zijn wens om in de toekomst een restaurant te runnen. Ze betreurt het dat [minderjarige] ondanks zijn weerstand daartegen bij [school 2] is ingeschreven. De advocaat schat in dat [minderjarige] zich bij het praktijkonderwijs meer thuis zal voelen waardoor het schoolverzuim mogelijk kan worden teruggedrongen en zijn toekomst ten goede kan worden gekeerd. 3.5. [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft hiervan helaas geen gebruik gemaakt. 4De beoordeling Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Een machtiging kan op grond van artikel 6.1.2, derde lid, Jeugdwet bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.