RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 7352082 \ AZ VERZ 18-182 Beschikking van de kantonrechter van 21 december 2018 in de zaak van: [de vennootschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , werkgever, gemachtigde mr. A.W.J.D. Ray-Engels, verzoekende partij in het verzoek, tegen: [verweerder] , wonend [adresgegevens verweerder] , werknemer, gemachtigde mr. R.E. de Vries,verwerende partij in het verzoek. Partijen zullen hierna [de vennootschap] en [verweerder] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 16 november 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift - het verweerschrift - de mondelinge behandeling d.d. 23 november
- 1.
- Daarna is beschikking bepaald. 2De feiten 2.
- [verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 11 september 2011 bij [de vennootschap] in dienst getreden en vervult thans de functie van allround medewerker productie tegen een loon van € 2.137,75 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. 2.
- [verweerder] is op 27 augustus 2018 op staande voet ontslagen. Bij verzoekschrift (zaaknummer 7301958/AZ/18-170), ingediend op 24 oktober 2018, heeft [verweerder] onder meer verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen. Bij beschikking van heden heeft de kantonrechter alle verzoeken afgewezen. 3Het geschil 3.
- [de vennootschap] verzoekt voorwaardelijk – namelijk voor het geval het ontslag op staande voet in eerste aanleg geen stand houdt - de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdelen e en g Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). 3.
- [verweerder] heeft verweer gevoerd. 3.
- Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Bij beschikking van heden is in de zaak tussen partijen met zaaknummer 7301958/AZ18-170 geoordeeld dat onder meer het verzoek van [verweerder] om vernietiging van het ontslag op staande voet is afgewezen. Het dienstverband tussen partijen is dan ook door het ontslag op staande voet van 27 augustus 2018 geëindigd. 4.
- Het onderhavige verzoekschrift is voorwaardelijk ingediend, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet in eerste aanleg geen stand houdt. Nu zoals hiervoor is weergegeven de verzoeken van [verweerder] zijn afgewezen en het ontslag op staande voet derhalve in stand is gebleven, is voornoemde voorwaarde niet ingetreden. Het verzoek behoeft daarom geen bespreking en wordt afgewezen. 4.
- [de vennootschap] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden tot op heden begroot op € 400,00 als salaris voor de gemachtigde. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vordering af, 5.
- veroordeelt [de vennootschap] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 400,00, 5.
- verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: PL coll: