RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 6652761 CV EXPL 18-903 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 12 maart 2018 in de zaak van: [eiser] , wonend te [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. K.J.P. Roufs, tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. R.W.J.L. Loonen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met acht producties de mondelinge behandeling op 1 maart 2018, waarbij de zaak is aangehouden en een voortzetting van de mondelinge behandeling is bepaald op 8 maart 2018, de negen door [gedaagde] ingediende producties, de drie door [eiser] nagezonden producties de mondelinge behandeling op 8 maart 2018, waarbij [eiser] zijn vordering heeft gewijzigd. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil en de beoordeling 2.
- [gedaagde] huurt een woning van [eiser] aan het adres [adres] te [woonplaats] . [eiser] vordert (kort gezegd) [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen en te verlaten vóór 8 april 2018 (op straffe van verbeurte van een dwangsom) en de huurachterstand van € 3.500,00 te betalen in maandelijkse termijnen van 250,00 te beginnen op uiterlijk 1 mei
- [eiser] vordert voorts voorwaardelijk, voor het geval [gedaagde] niet tijdig deze termijnen betaalt, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van voornoemde huurachterstand ineens. De vordering zal, nu [gedaagde] daar geen verweer tegen gevoerd heeft, worden toegewezen. Partijen zijn voorts ter zitting overeengekomen dat [eiser] niet is gehouden tot terugbetaling van de door [gedaagde] betaalde waarborgsom. 2.
- De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om de woonruimte aan het adres [adres] te [woonplaats] onder afgifte van de sleutels vóór 8 april 2018 te ontruimen en te verlaten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 5.000,00, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de huurachterstand van € 3.500,00, te betalen in maandelijkse termijnen van € 250,00, telkens uiterlijk te betalen op de eerste dag van de maand en te beginnen op (uiterlijk) 1 mei 2018, 3.
- veroordeelt [gedaagde] , voor het geval hij niet tijdig de maandelijkse termijnen als bedoeld in 3.
- aan [eiser] betaalt, tot betaling ineens aan [eiser] van het alsdan resterende bedrag aan huurachterstand, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken. Type: RW