RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/864011-13 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] . [verdachte] wordt bijgestaan door mr. E. de Witte, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 november 2017, 15 november 2017, 24 november 2017, 27 november 2017 en 4 december
- [verdachte] en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officieren van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 15 maart 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten. 2De tenlastelegging De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] : Feit 1: samen met anderen heeft geprobeerd om 550 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen het vervaardigen, het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 550 kilogram cocaïne heeft voorbereid. (zaaksdossier 2) Feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd om 1.059 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen het vervaardigen, het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 1.059 kilogram cocaïne heeft voorbereid. (zaaksdossier 5) Feit 3: samen met anderen 3.019 kilogram hasjiesj heeft ingevoerd. (zaaksdossier 3) Feit 4: samen met anderen, als marktdeelnemer, zonder vergunning 1.800 liter cq 2.160 kilogram PMK heeft ingevoerd. (zaaksdossier 6) Feit 5: samen met anderen het vervaardigen, het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of andere stoffen heeft voorbereid. (zaaksdossier 6) Feit 6: samen anderen 965 gram hasjiesj en 1.072 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad. (zaaksdossier 28) Feit 7: samen met anderen 173 kilogram cocaïne heeft ingevoerd en heeft verhandeld dan wel aanwezig heeft gehad. (zaaksdossier 4) Feit 8: samen met anderen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. (zaaksdossier 16) Feit 9: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had het plegen van overtredingen van de Opiumwet en het voorbereiden daarvan. (zaaksdossier 7) Ten gevolge van een kennelijke verschrijving is in de tenlastelegging bij feit 8 vermeld ‘Grimault’ in plaats van ‘Grimaud’. De rechtbank herstelt deze verschrijving. [verdachte] wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. 3De voorvragen De verdediging heeft aangevoerd dat feit 1 partieel nietig dient te worden verklaard indien daaronder meer transporten dan enkel de 550/360 kg geschaard worden. Nu dit niet het geval is, behoeft dit verweer geen verdere bespreking. De rechtbank stelt daarom vast dat de dagvaarding geldig is. Er zijn voorts geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan, de rechtbank is bevoegd en er zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat de feiten 1 primair, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De officier van justitie heeft vrijspraak van de feiten 2 en 7 gevorderd. Ten aanzien van feit 1 was de opzet van de groepering volgens de officier van justitie gericht op de invoer van 550 kilogram, om welke reden de officier van justitie een poging tot invoer van 550 kilogram – en niet de aangetroffen 366 kilogram – bewezen acht. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie betoogd dat [verdachte] is aan te merken als marktdeelnemer. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, door samen met anderen een partij PMK in te voeren zonder dat zij daarvoor een vergunning hadden. De door het NFI onderzochte monsters bevatten voornamelijk PMK, waarmee is voldaan aan het vereiste in de Wvmc dat het economisch rendabel is de PMK te gebruiken voor de productie van synthetische drugs. Ten aanzien van feit 5 heeft de officier van justitie betoogd dat het grootste deel van de PMK weliswaar in Antwerpen reeds uit de container was gehaald, maar desondanks kan volgens jurisprudentie een verdachte ook nog strafbare handelingen verrichten nadat de strafbare stof (in casu PMK) is verwijderd uit een container (ECLI:HR:2001:AB0494 en ECLI:HR:2011:BP3862). Ten aanzien van feit 8 heeft de officier van justitie betoogd dat [verdachte] ter terechtzitting een ongeloofwaardige en tevens onvoldoende onderbouwde verklaring over de herkomst van zijn vermogen heeft afgelegd. Ten aanzien van feit 9 acht de officier van justitie tenslotte bewezen dat [verdachte] deelnam aan een criminele organisatie die zich mede bezighield met cocaïne en synthetische drugs. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de vrijspraak van [verdachte] van de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 bepleit. De verdediging heeft vervolgens gesteld dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het peilbaken en de OVC apparatuur in de BMW van [verdachte] ( [kenteken 1] ) zijn geplaatst in de parkeergarage van het appartementencomplex waar ook de woning van [verdachte] ( [adres 1] in Eindhoven) deel van uitmaakt. De verdediging stelt zich, onder verwijzing naar de Hoge Raad 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:AY7463, op het standpunt dat deze parkeergarage deel uitmaakt van de woning van [verdachte] . Voor het rechtmatig plaatsen van de diverse apparatuur hadden de diverse machtigingen ex 126s Sv en 126o Sv voorzien moeten zijn van een uitdrukkelijke machtiging van de rechter-commissaris tot het betreden van een woning. Deze ontbreekt, met als consequentie dat de apparatuur onrechtmatig is geplaatst. Door de verdediging is voorts aangevoerd dat de rechter-commissaris heeft aangegeven dat getuige [getuige 1] niet in het GBA kon worden getraceerd en dat het daarom niet aannemelijk is dat [getuige 1] binnen aanvaardbare termijn gehoord kan worden. Het gevolg hiervan is dat de verdediging [getuige 1] niet heeft kunnen ondervragen, waardoor de OVC gesprekken waaraan [getuige 1] deelnam niet gebruikt kunnen worden als bewijs. De OVC-gesprekken met [getuige 1] vormen namelijk ‘main and decisive’ bewijs. Ten aanzien van de feiten 4 en 5 heeft de raadsvrouw primair de vrijspraak van [verdachte] bepleit en subsidiair verzocht om aanhouding van de zaak, zodat aanvullend onderzoek kan worden verricht naar de aangetroffen vloeistof en het percentage wat daarvan PMK betreft. De raadsvrouw heeft voorts ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 en 7 tot en met 9 nog diverse bewijsverweren gevoerd. Voor zover deze bespreking behoeven in het vonnis, zal de rechtbank hierna daaraan refereren. De raadsvrouw heeft zich tenslotte voor wat betreft feit 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding Het onderzoek Wolf Beretta is een zeer omvangrijk onderzoek waarbij een aantal verdachten over langere tijd door de politie in de gaten is gehouden. Dit in de gaten houden bestond onder andere uit het tappen van vele telefoonlijnen, het plaatsen van OVC-apparatuur (Opname Vertrouwelijke Communicatie) in de diverse auto’s in gebruik bij verdachten en in de woning van [medeverdachte 1] , het observeren van verdachten, en het opnemen van vertrouwelijke communicatie tussen verdachten tijdens besprekingen in horecagelegenheden. In het proces-verbaal is door middel van pv’s stemherkenning en pv’s bevindingen met betrekking tot de bijnamen van verdachten aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de politie de conclusie trekt dat een bepaald telefoonnummer door een bepaalde verdachte wordt gebruikt, wie er spreekt en wie met een bepaalde bijnaam bedoeld wordt. Na de inbeslagname van een aantal BlackBerry telefoons onder verdachten is ook herleid kunnen worden welke verdachte gebruik maakte van welk BlackBerry e-mailadres. Daar waar een en ander door de verdediging niet betwist wordt, neemt de rechtbank de conclusie van de politie, dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een bepaald telefoonnummer of dat een bepaalde verdachte met een bepaalde bijnaam wordt aangeduid of dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een onder hem inbeslaggenomen BlackBerry, over en maakt deze tot de hare. Daar waar de verdediging in dit kader iets betwist heeft, gaat de rechtbank hierop nader in in haar bewijsoverwegingen. [verdachte] BlackBerry [bijnaam verdachte] [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] BlackBerry [twee namen][bijnaam medeverdachte 3][bijnaam medeverdachte 3][bijnaam medeverdachte 3][bijnaam medeverdachte 3] [medeverdachte 1] [bijnaam medeverdachte 1][bijnaam medeverdachte 1] [medeverdachte 4] BlackBerry [bijnaam medeverdachte 4][bijnaam medeverdachte 4] [medeverdachte 5] [medeverdachte 6] [medeverdachte 7] BlackBerry [bijnaam medeverdachte 7][bijnaam medeverdachte 7] [medeverdachte 8] [bijnaam medeverdachte 8] [medeverdachte 9] BlackBerry de [bijnaam medeverdachte 9] [bijnaam medeverdachte 9] [medeverdachte 10] [bijnaam medeverdachte 10], [bijnaam medeverdachte 10] De rechtbank merkt op dat de kopjes tussen de bewijsmiddelen enkel zijn bedoeld om de leesbaarheid te bevorderen en geen duidelijke scheiding vormen tussen de bewijsmiddelen voor verschillende feiten, te meer daar alles in onderling verband en samenhang bezien een rol speelt in het bijzonder, maar niet alleen, voor de criminele organisatie. Feit 2 (zaaksdossier 5 - 1.059 kg cocaïne) De Belgische Federale Politie te Antwerpen heeft op 29 april 2013 inlichtingen ontvangen van de autoriteiten in Ecuador. Uit deze inlichtingen volgt dat er op 25 april 2013 te Guayaquil in Ecuador 1.059,486 kilogram cocaïne is inbeslaggenomen. De cocaïne was verborgen in 149 dozen met keramische tegels en werd in een haven aangetroffen in een container met nummer [nummer] . De keramische tegels waren afkomstig van het bedrijf [bedrijf 1] uit Guayaquil te Ecuador. Op de vrachtbrief, behorende bij deze container, staat de firma [bedrijf 2] te Antwerpen als contactpersoon vermeld. De naam, het adres en de postcode van [bedrijf 2] komt volgens de politie overeen met het bedrijf dat door de ‘Wolf/Beretta’-groepering is gebruikt voor de import van containers uit Peru. De rechtbank constateert evenwel, met de officier van justitie en de verdediging, dat er tijdens het Nederlandse politieonderzoek niet of nauwelijks aanknopingspunten zijn gebleken tussen de aangetroffen cocaïne en voornoemde groepering of deze specifieke verdachte. Hieraan draagt bij dat er vanuit Ecuador slechts een summier dossier is verstrekt. Ondanks een rechtshulpverzoek daartoe, hebben de Ecuadoraanse autoriteiten geen inzage gegeven in inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en evenmin het gehele dossier op formele wijze aan de Nederlandse autoriteiten beschikbaar gesteld. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de in voornoemde container aangetroffen cocaïne bestemd was voor de verdachte of enig crimineel samenwerkingsverband waaraan hij zou hebben deelgenomen. Feit 7 (zaaksdossier 4 – 173 kilogram cocaïne) De politie heeft in het stamproces-verbaal van zaaksdossier 4 gerelateerd dat de Belgische douane op 17 april 2013 te Antwerpen de inhoud van de container [nummer] heeft gecontroleerd. Tijdens deze controle heeft zij in 151 pakken, verstopt in één pallet met kartons tussen cassaves, 173,070 kilogram van een stof aangetroffen, waarvan de douane vermoedde dat het cocaïne was. Door de Belgische Federale Politie te Antwerpen werd op enkele pakken van deze partij een indicatieve test uitgevoerd. Deze test gaf een positief resultaat voor wat betreft de aanwezigheid van cocaïne. De rechtbank stelt vast dat er na deze indicatieve test geen forensisch onderzoek meer heeft plaatsgevonden om vast te stellen dat de aangetroffen partij daadwerkelijk cocaïne betreft. Een enkele indicatieve test – waarvan zich overigens geen proces-verbaal in het procesdossier bevindt – zonder bijkomende omstandigheden is onvoldoende om met zekerheid te kunnen vaststellen dat in casu cocaïne is aangetroffen. Met de verdediging is de rechtbank dan ook reeds om deze reden van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat [verdachte] 173,070 kilogram in Nederland heeft ingevoerd en/of heeft verhandeld. De rechtbank zal [verdachte] van dit feit vrijspreken. Feit 1 (550 kg cocaïne) en feit 9 (criminele organisatie m.b.t. cocaïne) Zaaksdossier 2: de invoer van een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne en de criminele organisatie ( [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] ) De eerste container Uit het proces-verbaal van observatie en het ten gevolge daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen bekijken videobeelden, blijkt, zakelijk weergegeven, onder andere dat op 20 januari 2012 een ontmoeting is geobserveerd tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 11] , [verdachte] , [medeverdachte 12] , en een onbekende persoon bij pannenkoekenhuis [naam] te [plaats] . Op 13 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] waarin [medeverdachte 3] aangeeft dat hij morgen kan langskomen als hij terugkomt van Amsterdam om opa af te halen. [medeverdachte 3] voegt toe: ‘zie je die ook nog eens’. Op 14 maart 2012 arriveert [medeverdachte 1] op Schiphol alwaar hij wordt opgehaald door [medeverdachte 3]. Vanaf 12 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] enerzijds en [medeverdachte 10] en [verdachte] anderzijds. Hieruit kan afgeleid worden dat men afspraken maakt voor een ontmoeting op 16 maart 2012 rond 11.00 uur. Door het observatieteam wordt gezien dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op 16 maart 2012 samen in een VW Caddy [kenteken 2] rijden en dat die Caddy om 9.58 uur geparkeerd wordt op de parkeerplaats van het kerkhof gelegen aan de Valkenswaardseweg te [plaats] . Om 10.19 uur komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 9] uit het restaurant [naam] te [plaats] . Om 11.29 uur rijden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] weer met de Caddy weg. Om 11.40 uur wordt gezien dat de Caddy geparkeerd staat bij de woning van [medeverdachte 10] te [plaats]. Op 4 april 2012 neemt [medeverdachte 3] om 8.26 uur contact op met [medeverdachte 10] en geeft aan dat hij dringend de vriend van [medeverdachte 10] moet zien. [medeverdachte 10] neemt vervolgens contact op met [verdachte] en geeft dan aan dat ‘ [twee namen] ’ (= bijnaam [medeverdachte 3] ) hem wil zien. Er wordt afgesproken om 10.30 uur bij ‘ [twee namen] ’. Daarna belt [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] en zegt dat hij dringend naar Eindhoven moet omdat ‘dat met die foto’s was niets’. Uit het gesprek volgt dat [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] oppikt om mee te gaan. Rond 11-12 uur was de telefoon van [medeverdachte 1] in elk geval in de buurt van [naam] / [naam] , de twee horecagelegenheden in Valkenswaard (waar vaker wordt afgesproken en die worden aangeduid met ‘ [twee namen] ’). Om 9.38 uur, 9.40 uur en 10.58 uur belt [medeverdachte 10] uit naar [verdachte] . Er komt geen communicatie tot stand. Rond diezelfde tijd vraagt [medeverdachte 10] per sms aan de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] waar hij is. Op basis van de omstandigheid dat met de gebruiker van ditzelfde telefoonnummer een afspraak wordt gemaakt bij [medeverdachte 10] thuis en vervolgens geobserveerd wordt dat de auto in gebruik bij [medeverdachte 5] (een Audi A3) met Belgisch kenteken [kenteken 3] op het afgesproken tijdstip bij de woning van [medeverdachte 10] achterom rijdt, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 5] de gebruiker van dit telefoonnummer is. Vervolgens is [medeverdachte 10] boos op [verdachte] dat deze niet is op komen dagen. ‘ [twee namen] ’ is voor niets gekomen, terwijl hij hem dringend nodig heeft, want er klopt niets van. Afgesproken was dat [verdachte] vandaag/woensdag beschikbaar zou zijn (opmerking rechtbank: 4 april 2012 valt op een woensdag). Rond 17.00 uur bericht [verdachte] [medeverdachte 10] dat hij een afspraak had die voor ging. Hij geeft aan dat hij vanaf 18.00 uur thuis is. [medeverdachte 10] sms-t terug dat hij er zal zijn. Om 17.15 neemt [medeverdachte 3] contact op met het Dominicaanse nummer [telefoonnummer] . Hij bericht dat die ander [bijnaam medeverdachte 1] moet accepteren (waarschijnlijk wordt [bijnaam medeverdachte 1] bedoeld). Hij ondertekent met [bijnaam medeverdachte 3] . ( [medeverdachte 1] wordt vaker aangeduid als [bijnaam medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] als [bijnaam medeverdachte 3] ). In de computer van [medeverdachte 9] zijn zowel de [bijnaam medeverdachte 1] namen [bijnaam medeverdachte 1] als [bijnaam medeverdachte 3] aangetroffen. Op basis van deze gegevens in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 9] de gebruiker van dit Dominicaanse nummer is. Op 4 april 2012 vindt er omstreeks 18.00-18.15 uur alsnog een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 10] bij ‘ [twee namen] ’. Om dit te regelen is er ge-sms-t tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 10] en [verdachte] . Ook [medeverdachte 1] is aanwezig. (De rechtbank leidt de aanwezigheid van [medeverdachte 1] af uit de mededeling van [medeverdachte 10] en [verdachte] dat de ‘gasten zitten te wachten’, het telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en zijn partner van 17.20 uur waarin hij aangeeft dat hij geen tijd heeft omdat hij weg moet en het sms-bericht van [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 10] waarin staat ‘Zijn onderweg. Zullen ong 15min later zijn’ in combinatie met het gegeven dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] als hij in Nederland is doorgaans samen met [medeverdachte 3] optrekt.) Om 18.47 uur en 18.59 uur stuurt [verdachte] een sms naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5]. Uit een sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [verdachte] is af te leiden dat er rond 19.30 uur weer een ontmoeting is tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] bij [medeverdachte 10] thuis. Tussen 19.15 uur en 19.30 uur heeft [medeverdachte 3] sms contact met het reeds hiervoor aangehaalde Dominicaanse telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 9] . Er wordt door [medeverdachte 9] gevraagd of [medeverdachte 3] de info al heeft kunnen regelen. [medeverdachte 3] geeft aan: ‘nu niet, zijn er mee bezig’. Rond 22.00 uur sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 3] : ‘het wordt morgen voor we elkaar zien’. Rond 23.00 uur heeft [medeverdachte 3] weer contact met datzelfde Dominicaanse [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 9] . [medeverdachte 9] geeft aan dat hij wel morgen een afspraak heeft, maar dat hij niks meeneemt omdat hij vandaag geen info van [medeverdachte 3] had gekregen. Diezelfde avond en in de ochtend van 5 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . In de ochtend van 5 april 2012 is er tussen 11.00 en 11.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] bij Hotel [naam] te Valkenswaard. Ook de auto in gebruik bij [medeverdachte 10] is daar rond dat tijdstip gesignaleerd. Omdat het initiatief voor deze afspraak van [medeverdachte 10] afkwam concludeert de rechtbank dat ook [medeverdachte 10] daarbij aanwezig was. Vanaf 11.45 uur is er vervolgens herhaaldelijk telefonisch contact tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] . Rond 12.30 uur die dag (5 april 2012) hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] sms-contact over een afspraak die avond. Rond 19.30 uur is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en het Nederlandse nummer van [medeverdachte 9] en rond 22.00 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . In de vroege uren en ochtend van 6 april 2012 neemt het Nederlandse nummer van [medeverdachte 9] per sms contact op met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 9] geeft aan dat hij nu pas in de trein naar huis zit en dat het hem niet gaat lukken. Gevraagd wordt: ‘kunnen jullie misschien niet bij me thuis koffie drinken?’ Gemeld wordt dat het andere nummer in de koffer is achtergelaten. Aan de lijn is thans [aliasnaam] , vriend van [bijnaam medeverdachte 3] . Uit het onderzoek is gebleken dat [aliasnaam] een internetnaam van [medeverdachte 9] is en [bijnaam medeverdachte 3] / [bijnaam medeverdachte 3] van [medeverdachte 3] . Op 9 april 2012 is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Op 10 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] waaruit af te leiden is dat ze elkaar die ochtend ontmoet hebben. Eerste container: [nummer] Verklaring voor al deze drukte: Op of omstreeks 9 april 2012 werd een container ( [nummer] ) verstuurd vanuit de Dominicaanse republiek. De container had als lading travertin tegels, te weten 580 m2 ter waarde van USD 12.505,- verpakt in 15 kratten. Deze bestelling was in de Dominicaanse Republiek gedaan door iemand die zich ‘ [persoon] ’ noemde. Deze tegels werden door het bedrijf [bedrijf 3] bij [bedrijf 4] besteld en door [bedrijf 4] rechtstreeks geleverd aan [bedrijf 5] , te Antwerpen. De geschatte aankomst in de haven van Antwerpen was 24 april
- Door de Belgische autoriteiten werd onderzoek verricht naar het bedrijf [bedrijf 5] . Op 16 september 2011 werd de maatschappelijke zetel van dit bedrijf verplaatst naar het adres [adres 2] te 2018 Antwerpen. Op deze datum werd [persoon 2] benoemd als onbezoldigd zaakvoerder. In een loods in Mol zijn op 24 juni 2013 travertin tegels aangetroffen in een bekisting waarop stond [bedrijf 3] . Die loods was begin maart 2012 gehuurd door [persoon 2] van [bedrijf 6] . De opgegeven adresgegevens van de loods waren identiek aan die van [bedrijf 5] . Op 12 april 2012 is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] . Er wordt een afspraak gemaakt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] voor de volgende dag. Het lijkt erop dat [medeverdachte 5] [verdachte] niet te pakken krijgt, want hij sms-t aan [medeverdachte 10] : ‘Onze vriend antwoordt niet’. [medeverdachte 10] antwoordt: ‘Ok zie je morgen. Ik ben ook in Antw. In de vroege middag eventueel’. Later die dag is er weer over en weer sms verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Ook de volgende dag 13 april 2012 is er verspreid over de hele dag sms verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Op 14 april 2012 in de ochtend is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] ; zo ook op 16 en 17 april
- Op 17 april 2012 is er ook weer sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] . [verdachte] klaagt dat hij geen vervoer heeft en sms-t aan [medeverdachte 10] : ‘Vraag of ie ff naar mij komt’. Later die ochtend is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] geeft aan dat hij ‘pas om 13 u in eik’ kan. Er wordt om 4 uur afgesproken in ‘eik’. De politie vermoedt dat met ‘eik’ het Belgische Maaseik wordt bedoeld. Daarna, tegen 17.00 uur, belt een telefoonnummer dat later aan [medeverdachte 10] gekoppeld wordt twee keer uit naar [medeverdachte 3] . Er wordt een afspraak gemaakt om elkaar te zien bij ‘ [aliasnaam 2] ’ en, als die er niet blijkt te zijn, zegt [medeverdachte 10] dat hij wel naar [medeverdachte 3] komt. [medeverdachte 3] geeft aan: “Ja oke je komt richting snow”. [medeverdachte 10] geeft aan: “Daar op de hoek weet je wel. Ik weet niet wat je bedoelt nou”. [medeverdachte 3] zegt: “Ja oke, hou dat dan maar aan dan”. [medeverdachte 10] : “Ik ben er zo”.Om 18.38 uur stuurt [medeverdachte 10] een sms naar [medeverdachte 5] : ‘Zit met die mensen aan tafel, als die auto geen originele papieren heeft, dan kan men niets doen?’ Om 18.41 stuurt [medeverdachte 5] een sms naar [verdachte] . [medeverdachte 10] sms-t [medeverdachte 5] om 18.41: ‘Oké heb ze al gezien dus zacht (de rechtbank begrijpt dat ‘wacht’ is bedoeld) effe tot donderdag. We hebben nog tijd volgens mij’. Om 18.42 uur wordt er twee keer over en weer ge-sms-t tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Om 19.02 uur meldt [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 10] dat hij de volgende ochtend om 9.30 uur bij hem is. Uit de historische verkeersgegevens van het nummer van [verdachte] blijkt dat er op 18 april 2012 rond de middag vier keer telecommunicatieverkeer plaatsvindt tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] . Later die dag is er sms verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] . Op 19 april 2012 is er rond 8.00 uur drie keer sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Uit het peilbaken blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] rond 9.00 uur in de buurt van de woning van [medeverdachte 10] is. Op 19, 20 en 21 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] , en [verdachte] en [medeverdachte 5] . Op 22 april 2012 maakt [verdachte] een afspraak met [medeverdachte 3] ‘bij onze vriend’ voor maandagmorgen (23 april 2012). Op 23 april 2012 hebben rond 8.45 uur [verdachte] en [medeverdachte 5] nog sms-contact. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] rond 8.30 uur vertrekt vanuit Sittard-Geleen (zijnde de verblijfplaats van [medeverdachte 1] ) naar [plaats] . Rond 9.15 is er een stop op de [adres 3] te [plaats] , zijnde in de buurt van de woning van [medeverdachte 10] . Daarna (10.15 uur) begeeft die auto zich naar de omgeving van Hotel [naam] in Valkenswaard. Die middag vindt er sms-verkeer plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] en [verdachte] en [medeverdachte 10] . De volgende dag op 24 april 2012 is er rond 9.00 uur weer smsverkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] . Op 25 april 2012 wordt er een afspraak gemaakt tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] . In deze sms vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 10] zijn kant op kan komen (in verband met te veel blauw op de weg). [medeverdachte 3] ondertekent met ‘ [twee namen] ’. Uiteindelijk wordt (tussen 18 en 18.30 uur) afgesproken bij het Steiner Bos. De rechtbank gaat er van uit dat ook [medeverdachte 1] bij deze bespreking aanwezig is, omdat er rond 10.45 uur een gesprek is getapt tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] waarin [medeverdachte 3] aangeeft dat ‘we aan het eind van de middag bezoek krijgen’ ‘ja waar ik eigenlijk vanmorgen heen zou gaan’ ‘die kwam laat in de middag deze kant op’ ‘dat ik niet die kant op hoefde, er is ontzettend veel blauw op de autobaan. Rond 18.00 uur wordt er weer ge-sms’t tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] . Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] die avond tussen 18.15 en 18:45 uur bij het Steinerbos te Stein staat. Om 18.51 uur sms-t [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] : ‘ik ben bij jou in de buurt, ben je thuis?’ ( [medeverdachte 5] woont in Maasmechelen en dat ligt vlak bij Stein.) Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] elkaar hebben ontmoet bij het Steinerbos, waarna [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] elkaar ontmoet hebben. Aankomst container [nummer] in Antwerpen Deze container is op 24 april 2012 gearriveerd in de haven van Antwerpen bij kaai
- De opdracht tot inklaren is van 26 april
- Deze opdracht is afkomstig van [bedrijf 5] . Tussen 26 april 2012 en 2 mei 2012 zijn er zeer veel contacten (telefonisch en ontmoetingen) tussen [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] (en [medeverdachte 1] ) over en weer: Berichtenverkeer en ontmoetingen op 26 april 2012: Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] tussen 8.57 en 9.16 uur: [medeverdachte 10] : ‘Heb je mijn tekst gehad’ [medeverdachte 5] : ‘Ik niet ik heb met ons vriend om 11.u. af. In eik’ (de rechtbank merkt op dat met ‘eik’ vermoedelijk Maaseik wordt bedoeld) ‘ik must in antw. Van 18.u tot 23.u vor de inf. Van jou vriend’ [medeverdachte 10] : ‘Ik heb je gister al gestuurd. Was om
- Bij jou. Heb iets voor jou ivm foto. Ik probeer hem te pakken te krijgen en geef hem mee. Gr. Ps heb ook veel keer over laten gaan.’ Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [verdachte] tussen 9.17 en 9.19 uur: [medeverdachte 10] : ‘Kan je even langs mij ivm [bijnaam medeverdachte 3] ’. Opmerking rechtbank: met ‘ [bijnaam medeverdachte 3] ’ wordt naar alle waarschijnlijkheid [medeverdachte 5] bedoeld. [verdachte] : ‘Die zie ik zo meteen. Moet daar na. Gaat niet anders. Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] om 9.19 uur: [medeverdachte 10] : ‘Probeer hem ook even te zeggen dat hij bij mij stopt’ [medeverdachte 5] : ‘Ik waas weg om 17.15 must <LF> om 18.udar ij mar op
- Pl. Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] aan [verdachte] tussen 9.20 en 9.27 uur: [medeverdachte 10] : ‘Beter even stoppen. Het is voor hem’. [verdachte] : ‘Ok ik vertrek zo’. [medeverdachte 10] : ‘Gas erop’. Sms-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] tussen 9.23 en 9.25 uur: [medeverdachte 10] : ‘Hoeft niet meer heb hem nu gehad. Ik heb voor voor foto gekregen’ ‘Gister .en je kunt zeggen tegen je vriend dat je het hebt. Als je h’ ‘et vandaag niet hebt geef ik je het zodra ik je zie. Gr.’ [medeverdachte 5] : ‘OK’ Sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] tussen 10.06 en 11.07 uur: [medeverdachte 3] : ‘Vriend wanneer horen of zien we jullie? Gr [twee namen] ’. [verdachte] : ‘Kan zo meteen. Ik zit in maaseik’. Voorts is er tussen 11.07 en 11.09 uur drie keer sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Daarna neemt [verdachte] contact op met [medeverdachte 3] via de sms (Sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] tussen 11.47 en 11.50): [verdachte] : ‘Kunnen we nu afspr.? Ik ben in zuiden. [medeverdachte 3] : ‘Ok zeg maar waar’ [verdachte] : ‘ [naam] ?’ [medeverdachte 3] : ‘Ok ong 15min’ [verdachte] : ‘OkOk’ Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] blijkt dat deze om 12.08 uur bij het [naam] Hotel in [naam] is geweest. Om 12.36 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘Kun je om 14u op plek zijn waar we ons net gezien hebben. gr. [twee namen] .’ [verdachte] antwoordt om 12.37 uur: ‘ok’ Om 12.38 uur is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] tussen 13.32 en 13.33 uur: [verdachte] : ‘ik ben 10min later.’ [medeverdachte 3] : ‘geen probleem, zitten binnen’ (uit het gebruik van het meervoud, leidt de rechtbank af dat ook [medeverdachte 1] aanwezig is). [verdachte] : ‘OK’ Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] blijkt dat deze tussen 14.04 en 15.19 uur bij het [naam] Hotel in [naam] is geweest. Tussen 14.29 en 15.58 uur is er vier keer sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Om 15.49 belt [medeverdachte 5] uit naar [medeverdachte 10] . Een computerstem antwoordt dat het mobiele nummer niet bereikbaar is. Om 16.01 uur sms-t [verdachte] [medeverdachte 3] : [verdachte] : ‘we hebben hem. Is ok. Blaas alles maar af. We zien ons morgen.’ [medeverdachte 3] : ‘ok vriend. Gr.’ Tussen 18.19 en 21.16 uur stuurt [medeverdachte 10] een drietal sms-en naar [medeverdachte 5] : ‘Ik moet vroeg weg. ik kan beter bij [aliasnaam 3] bij jou thuis stoppen om 8.
- oké’ ‘Dus als ik ze zie kan ik dat zo zeggen dat ze zich geen zorgen over de aanbouw hoeven te maken?’ ‘Ik moet morgen al vroeg weg. ik kan beter bij [aliasnaam 3] bij jou thuis stoppen om 8.
- oké?’ Tussen 21.17 en 21.22 is er een sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] : [medeverdachte 10] : ‘Morgen ben ik er niet. Je kan met die ene contact op nemen eventueel. Gr.’ […] [medeverdachte 10] : ‘oké ben er zaterdag ook niet of laat middag’ [medeverdachte 3] : ‘Ok, dan hou ik even contact met jou vriend. Gr.’ Vervolgens probeert [medeverdachte 10] tussen 26 april 2012, 22.22 uur en 27 april 2012, 7.22 uur tot vier keer toe in contact te komen met [medeverdachte 5] . Berichtenverkeer en ontmoetingen op 27 april 2012 Tussen 8.01 en 9.17 uur is er contact tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] : [medeverdachte 10] : ‘ja van vroeger ook koffie en eten [medeverdachte 5] : ‘U.lat bij de [aliasnaam 3] . [medeverdachte 10] : ‘bij jullie [aliasnaam 3] in maas mechelen’ [medeverdachte 5] : ‘U.lat’ [medeverdachte 10] : ‘half negen’ [medeverdachte 5] : ‘ok’ ‘bij mij?’ ‘ben niet t’ [verdachte] heeft om 8.09 uur en 8.13 uur sms-verkeer met [medeverdachte 5] . Om 10.55 uur stuurt [verdachte] een sms aan [medeverdachte 10] : ‘geef ff een seintje als je in de buurt bent? Ik ben niet thuis maar wel vlakbij. Gr’ Verder blijkt die dag dat er tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] sms-verkeer plaatsvindt. Uit de inhoud kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten. Ook zijn er die middag en avond telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Berichtenverkeer op 28 april 2012 Die ochtend zijn er onderlinge telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . SMS-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Daaruit kan worden afgeleid dat er ’s maandags vermoedelijk een afspraak zal zijn en dat men van elkaar hoort. SMS-verkeer tussen [medeverdachte 10] en [verdachte] . Uit de berichtenwisseling kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten bij ‘ [aliasnaam 4] ’. SMS-bericht van [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] om 15.21 uur: [medeverdachte 10] wil [medeverdachte 5] morgen (29 april 2012) om 12 uur bij [aliasnaam 3] ontmoeten. Die middag zijn er ook onderlinge telefonische contacten geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Berichtenverkeer op 29 april 2012 Uit sms-berichten tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] volgt dat zij elkaar om 12.10 uur willen ontmoeten. Berichtenverkeer op 30 april 2012 [medeverdachte 5] en [verdachte] hebben die ochtend twee keer onderling contact. [medeverdachte 3] vraagt om 10.59 uur aan [verdachte] : ‘vriend, hoe laat zien we je? Gr’ [verdachte] antwoordt om 11.01 uur: ‘ze zijn er mee bezig vandaag. Ik hoor het zsm. Dan hoor je van mij.’ Om 14.02 uur vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 10] : ‘toevallig nog iets gehoord?’ Om 14.56 meldt [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘Vriend het moet vandaag anders zijn we ze kwijt. Ze worden nerveus’. [verdachte] antwoordt meteen: ‘ben je in de buurt? Ik moet iets zeggen’ en ‘ik wacht op antwoord’. [medeverdachte 3] : ‘ik kan wel die kant op komen, ong 45 min [twee namen] ’ [verdachte] ‘is nu zinloos. Wacht ff’ [medeverdachte 3] : ‘is vandaag wel iets aantoonbaar?’ [verdachte] : ‘nog niet’ ‘ik ben bang dat het pas morgen wordt. Ben niet zeker’ [medeverdachte 3] : ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg’ en ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg. Morgen is te laat’ Om 15.20 uur sms-t [verdachte] aan [medeverdachte 10] : ‘ben je thuis?’ Vervolgens neemt [verdachte] om 15.21 uur weer contact op met [medeverdachte 3] . Tot 15.46 uur wordt er over en weer gesms-t: [verdachte] : ‘ik kan niemand bereiken. Ik ben de enige paraat’ en ‘ik rij nu naar onze gezamenlijke vriend’ [medeverdachte 3] : ‘zullen wij ook daarheen komen?’ [verdachte] : ‘Ok hoe laat?’ [medeverdachte 3] : ‘ong 45 min’ [verdachte] : ‘Ok. Weet niet of ie thuis is. Laat het je weten. Anders [twee namen] over 45min’. [medeverdachte 3] : ‘Ok’ [verdachte] : ‘Blijf maar in jullie buurt. Ik en mijn vriend komen jullie kant uit. We moeten toch daar in de buurt zijn’ Om 15.48 uur vraagt [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 5] : ‘Ik kom naar je toe. ben je thuis of eik?’ Tussen 15.59 en 17.57 uur sms-en [verdachte] en [medeverdachte 3] elkaar weer. Afgesproken wordt bij [naam] in [naam] . Uit de berichtenwisseling is af te leiden dat [verdachte] daar rond 18.00 uur aankomt. Gelet op voorgaande concludeert de rechtbank dat naast [verdachte] en [medeverdachte 3] ook [medeverdachte 10] en [medeverdachte 1] bij deze afspraak aanwezig zijn. Om 20.00 uur ontvangt [medeverdachte 3] de volgende sms van [verdachte] : ‘hoe laat [twee namen] ? Wordt woensdag’ Uit een sms-wisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] volgt dat zij voor die avond een afspraak maken bij ‘ [twee namen] ’. Er is enige spraakverwarring hierover. [verdachte] geeft aan: ‘ja maar niks gaat door vandaag. [persoon 3] heeft afgezegd want wordt woensdag. [twee namen] gaat wel door om 21.’ Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 3] op 19.56 en 20.20 uur een zendmast aanstraalt te Valkenswaard (in de omgeving van de horecagelegenheden die worden aangeduid als ‘ [twee namen] ’). Ook is er die avond (30 april 2012) omstreeks 21.13 uur nog (telefonisch) contact geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Op 1 mei 2012 is er tussen 10.26 en 11.41 uur 8 keer onderling contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Op 2 mei 2012 bericht de Belgische Douane dat de container [nummer] gescand moet worden. Op 2 mei 2012 heeft [medeverdachte 10] sms-verkeer met [medeverdachte 3] en [verdachte] . Men wil elkaar [nummer] ontmoeten. Ook blijkt uit de historische telecom verkeersgegevens dat er telefonische contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 5] . Om 20.44 uur vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘en vriend hoe lang nog?’. Om 20.46 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] : ‘vriend bel me effe’. Om 20.50 uur antwoordt [verdachte] aan [medeverdachte 3] : ‘ze zijn nog bezig. Laat het je zo weten’. Om 20.56 sms-t [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 10] : ‘vriend is grijze nog bij jou’ Om 21.09 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘als het nog lang duurt dan gaat ie. En als ie met lege handen gaat is een kans dat afgelopen is. En is mijn vriend ook bij jou?’ [verdachte] : ‘ja hij vertrekt nu’. Om 22.31 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] wederom: ‘vriend bel me effe’. Om 23.29 uur is er een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [persoon 4] . [medeverdachte 1] vertelt dat hij de hele dag onderweg is geweest en dat hij nu pas thuis is. Hij had zijn telefoon thuis laten liggen. [medeverdachte 1] vertelt dat hij net door [medeverdachte 3] thuis is afgezet en dat zijn auto nog bij [medeverdachte 3] staat. [medeverdachte 1] was vanmorgen als om 8.00 uur bij [medeverdachte 3] en ze zijn met de auto van [medeverdachte 3] weg geweest. Uit de mastlocatie blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 3] zich om 20.44 uur in de buurt van het [naam] hotel te [naam] bevindt. Uit de opgevraagde camerabeelden van dit hotel blijkt dat [medeverdachte 3] die dag aldaar rond 19.00 uur een ontmoeting heeft gehad met een onbekende man van buitenlandse afkomst en van ongeveer 21.20 tot 22.25 uur met [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 10] en die onbekende man van buitenlandse afkomst. Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat de contacten tussen [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] te maken hebben met de aankomst van de container [nummer] . Op 3 mei 2012 wordt door de Douane Remant een mail verstuurd naar [persoon 5] van de expediteur [bedrijf 7] die in opdracht van [bedrijf 5] de inklaring van deze container verzorgt. In de onderwerp regel van deze mail was aangegeven dat de goederen waren vrijgegeven. Deze mail heeft betrekking op de goederen in de [nummer] . Die avond (3 mei 2012) wordt er een ontmoeting geobserveerd in Herberg [naam] te [plaats] tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] en een hem begeleidende man. Gehoord werd dat men het over ‘douane’ en ‘container’ had. Daarna wordt er een ontmoeting geobserveerd tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 10] in restaurant [naam] . Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat het gesprek met [medeverdachte 9] werd teruggekoppeld aan [medeverdachte 10] . Uit de vrijgave van de container [nummer] op 3 mei 2012 kan afgeleid worden dat er niets ‘strafbaars’ is aangetroffen in die container. De politie concludeert dat het dus om een proefzending moet zijn gegaan. De rechtbank overweegt echter dat het heel wel mogelijk is dat er wel degelijk tussen de travertin tegels cocaïne is ingevoerd. De rechtbank baseert dit op het volgende afgeluisterde gesprek van 20 februari 2013 tussen [verdachte] , [medeverdachte 12] en [medeverdachte 11] , waaruit is af te leiden dat de cocaïne uit de container is gehaald voordat deze door de scan ging. Dat het om cocaïne gaat leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in zaaksdossier 2, af. [verdachte] Toen die Dominicanen afleverden toen die keer, weet je nog? [medeverdachte 11] Ja [verdachte] Op [bedrijf 5] (…) [medeverdachte 11] Maar dat was ook een fysieke, dat was ook een fysieke scan. ‘Heb ik er uit gehaald’ [medeverdachte 12] Ja [verdachte] Hoe? [medeverdachte 11] Toen was er ook een fysieke scan. Scan. [medeverdachte 12] Daar is het leeg ingegaan… Het is er niet vol ingegaan maar leeg. Jullie hebben [bedrijf 5] leeg de fysieke scan in laten gaan. [medeverdachte 11] Was het [bedrijf 5] ? [verdachte] Ja [medeverdachte 11] Ik weet het niet meer. [verdachte] Jawel, ja [bedrijf 5] [medeverdachte 12] Dus, er is , iets een ..uh.. tegels. [medeverdachte 11] Oh, ja ja ja , de, de partij, klopt, de partij tegels, dat klopt, dat klopt. In voormeld OVC gesprek wordt tevens gesproken over ‘petje’. ‘Petje is besmet’ ‘daarom hebben ze die badge afgenomen’. De politie onderbouwt gemotiveerd dat met ‘petje’ of ‘streep’ douane medewerkers worden bedoeld. Het meest in het oog springende is dat de mededeling ‘petje staakt’ strookt met een min of meer gelijktijdige staking van de Antwerpse Douane. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare. Tweede container [nummer] De tweede container die door [persoon] was besteld bij het Dominicaanse bedrijf [bedrijf 3] werd op 3 mei 2012 vanuit [bedrijf 4] middels de container [nummer] verzonden naar de haven van Caucedo in de Dominicaanse Republiek. Deze container was wederom bestemd voor [bedrijf 5] en was eveneens geladen met Travertin Tegels. Hij vertrok op 6 mei 2012 en kwam in Antwerpen aan op 22 mei
- Uit de interceptie van telecomgegevens en uit historische verkeersgegevens blijkt dat er op 7 mei 2012 onderlinge contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij: [verdachte] - [medeverdachte 5] [medeverdachte 10] - [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] - [medeverdachte 3] . De relevante gegevens zijn hieronder weergegeven. Afgeleid kan worden dat er een afspraak is die verschoven wordt naar de volgende dag (8 mei 2012) om 11.30 bij ‘ [twee namen] ’. [medeverdachte 1] vertelt op 7 mei 2012 om 15.49 uur (in een afgetapt telefoongesprek) dat hij met [persoon 6] in Antwerpen is. [medeverdachte 1] belt om 20.14 uur met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] nog wat gehoord heeft. [medeverdachte 3] zegt ja. Ben je er geweest, vraagt [medeverdachte 1] . Nee zegt [medeverdachte 3] . Morgen, vraagt [medeverdachte 1] . Ja zegt [medeverdachte 3] . Hoe laat vraagt [medeverdachte 1] . Een uur zegt [medeverdachte 3] . Laten we het dan morgen 12 houden zegt [medeverdachte 1] . Ja is goed, dat moet zeker zijn ja want we moeten een uurtje rijden, zegt [medeverdachte 3] . Tussen 20.13 en 20.21 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [verdachte] : [medeverdachte 10] : ‘hallo waar ben je? Je hebt een afspraak vanavond om 20.00 uur. Heb je nieuws?’ [verdachte] : ‘alles ok’ en ‘afspraak’ [medeverdachte 10] : ‘Jij hebt dat gemaakt! Maar hoe laat morgen en waar. Neem contact met onze vriend op aub. Gr’. [verdachte] : ‘OK’. Vervolgens sms-t [verdachte] om 20.22 uur [medeverdachte 3] : ‘morgen 11.30 uur [twee namen] ’. Waarna [medeverdachte 3] antwoordt: ‘OK’. (Uit eerdere afspraken is duidelijk geworden dat met ‘ [twee namen] ’ 2 horecagelegenheden in Valkenswaard worden bedoeld.) Daarop belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 3] zegt dat het morgen een uurtje eerder zal zijn. Het wordt rond half elf bij [medeverdachte 1] . Een uurtje eerder zegt [medeverdachte 1] , is goed, half elf ben je bij mij, is goed. Om 22.30 uur sms-t [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 3] : ‘ik ben in de late middag bij pannekoeken grind vijver. Exact hoe laat geef ik nog door. Rond half zes wordt het. Gr of ander optie om 09.30 bij mij? [medeverdachte 3] antwoordt: ‘Hebben al een afsp met je vriend om 11.30 [twee namen] ’ [medeverdachte 10] ‘Volgens mij kan ik wer ook zijn.Gr’ [medeverdachte 3] ‘Oke tot dan. Gr’ De telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 8 mei 2012 om 11.21 uur een mast te Valkenswaard aan en die van [medeverdachte 3] om 12.11 uur. Op basis van vorenstaande concludeert de rechtbank dat er op 8 mei 2012 in Valkenswaard een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen (in elk geval) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 10] . Op 9 mei 2012 hebben [verdachte] en [medeverdachte 5] tussen 10.51 en 12.25 uur, 14 keer onderling contact. Sms-verkeer [medeverdachte 10] - [medeverdachte 5] : 10.58 uur [medeverdachte 5] : ‘G.morgen ben om 16.30thuis of om 19.u’ 11.00 uur [medeverdachte 5] : ‘i.v.met fotos 2.z. Klar’ 11.04 uur [medeverdachte 10] : ‘Ben onderweg weet het nog niet zeker, Laat je nog weten. Anders wie ik je om negen vanavond in op. ?’ 11.06 uur [medeverdachte 5] : ‘OK’ 20.02 uur [medeverdachte 5] : ‘Ik ga nu terug ik ben kort bij thuis 20.45 ben ik dar’ 20.03 uur [medeverdachte 10] : ‘Ok ik rij nu bij’ 20.04 uur [medeverdachte 5] : ‘OK’ Op 10 mei 2012om 11.07 stuur [verdachte] aan [medeverdachte 3] een sms: ‘zien we elkaar nog.’ Uit historische verkeersgegevens blijkt dat op 10 mei 2012 er tussen 11.18 uur en 11.43 uur zes keer onderling contact is geweest tussen het telefoonnummer van [verdachte] en dat van [medeverdachte 5] . Om 11.47 uur stuur [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 3] een sms: ‘Mijn vriend staat te wachten van [twee namen] , Je reageert niet zegtie’. [medeverdachte 3] stuurt [verdachte] om 12.12 uur het volgende bericht: ‘Hoop t wel, zijn aan het wachten. Je hoort zo snel mogelijk van me. Gr’. [verdachte] antwoordt om 12.12 uur met ‘OK’. [verdachte] 15.12 uur: ‘wat is jullie plan vandaag’ [medeverdachte 3] 15.17 uur: ‘zo gauw wij iets horen, jou een tijd doorgeven. Dan zien we ons in [twee namen] . [bijnaam medeverdachte 9] is ook aan t wachten’. (opmerking rechtbank: met ‘ [bijnaam medeverdachte 9] ’ wordt [medeverdachte 9] bedoeld.) Tussen 16.36 en 16.43 uur is er vijf keer en omstreeks 20.26 uur één keer contact geweest tussen het telefoonnummer van [verdachte] en dat van [medeverdachte 5] . Tussen 20.31 en 20.52 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5]: [medeverdachte 5] : ‘Alo u is met jou vriend
- Fotos z. Klar en nu woord ik nieks’ [medeverdachte 10] : ‘ik heb het door gegeven. […] [medeverdachte 5] : ‘mar vande andere inf. Ok nieks en asprak was wonsdag mijn vriend zij niet bl. ik op dat morgen is ?’ [medeverdachte 10] : ‘Ja ik ook. Maar moeten toch een beetje begrip hebben. Laten we het even zo laten vriend tot morgen aub gr.’ [medeverdachte 5] : ‘Ja ik wel jou vriend ha tafel het bl. 100.p. Wonsdag ik op dat morgen vor 16.u’ De volgende dag 11 mei 2012 is er tussen 11.23 en 12.43 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] : [medeverdachte 10] : ‘laat over 45 min wat weten’ [medeverdachte 5] : ‘Voor de fot s of voor de info’ [medeverdachte 10] ‘Voor beide denk ik tot zo’ [medeverdachte 5] : ‘Mut ik kom nu’ ‘Mut ik kom ik ben nu in eik bena’ ‘Kom je hok’. Diezelfde dag wordt er rond 12.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 10] in Restaria [naam] geobserveerd. Op 12 mei 2012 wordt er door [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] tussen 14.22 en 14.58 uur per sms een afspraak voor een ontmoeting gemaakt voor foto’s, info en schilderij: [medeverdachte 5] : ‘G.middag. Wanner heb jij die foto’s eigenlijk’ ‘Ik heb al en de inf is of niet’ [medeverdachte 10] : ‘Vandaag nog niks gezien. Wanneer zie ik die foto’ [medeverdachte 5] : ‘Kom je nar lim’ [medeverdachte 10] : ‘Eik kan om 1500?’ [medeverdachte 5] : ‘OK’ [medeverdachte 10] : ‘Ik kan stoppen om half vier voor schilderij bij pomp toren ITTERVOORT’ [medeverdachte 5] : ‘Bij de kerken’ [medeverdachte 10] : ‘Ok maar ben iets later’ [medeverdachte 5] : ‘Ik ben er was tog om 15.u ik bezok thuis’ [medeverdachte 10] : ‘Ik ben er 15.10 ?’ Op 12 mei 2012 om 16.41 uur is er het volgende telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]: [medeverdachte 3] : ‘ik heb bericht gehad van die van Eindhoven. Die had het schilderij van mij klaar’ (…) [medeverdachte 3] : ‘Ik heb hem nog gebeld en gevraagd of het nog vandaag moet, nee, had hij gezegd, is niet erg ik ben al weg, maar we zijn met klem aan het wachten op dat andere …. ja dat snap ik’. [medeverdachte 1] : ‘ja’ [medeverdachte 3] : ‘en net krijg ik een berichtje van die [bijnaam medeverdachte 9] , die is weer terug en die laat mij zo snel mogelijk wat weten, want die ging er meteen achteraan en daar ben ik nu nog op aan het wachten.’ [medeverdachte 1] : ‘ja, ja’ (…) Om 17.00 uur belt [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] op en zegt dat hij online moet gaan, ‘dan krijg je die [bijnaam medeverdachte 9] eraan’. Met ‘de [bijnaam medeverdachte 9] ’ wordt [medeverdachte 9] bedoeld en met online een skypegesprek. Uit historische verkeersgegevens van het nummer in gebruik bij [verdachte] blijkt dat op 12 mei 2012 omstreeks 17.04 uur en 18.26 uur contact is geweest tussen dit nummer en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] . Voorts is op 12 mei 2012 om 17.38 het volgende telefoongesprek getapt. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] maken een afspraak voor de daaropvolgende maandag, zijnde 14 mei
- De rechtbank gaat er van uit dat deze afspraak tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] gemaakt wordt naar aanleiding van het [bijnaam medeverdachte 1] -overleg dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 9] heeft gehad. [medeverdachte 3] : ‘En, heb je gered?’ [medeverdachte 1] : ‘maandag’ [medeverdachte 3] : ‘kan ik dat doorgeven?’ [medeverdachte 1] : ‘ja’ [medeverdachte 3] ‘is dat 100 %?’ [medeverdachte 1] ‘ja’ [medeverdachte 3] ‘dan weet ik genoeg’ [medeverdachte 1] ‘ik zie je maandag sowieso’ [medeverdachte 3] ‘is goed vriend, tot dan’ [medeverdachte 1] ‘wanneer kom je terug, zondag of maandag?’ [medeverdachte 3] ‘maandag, maandagmorgen’ [medeverdachte 1] ‘maandagmorgen beetje bij de tijd?’ [medeverdachte 3] ‘mmm, ja’ [medeverdachte 1] ‘is goed dan zie ik je maandagmorgen’ [medeverdachte 3] ‘of ehhh, moet het eerder? [medeverdachte 1] ‘neen, neen, maar maandagmorgen, als je maandagmorgen dan is het goed’ [medeverdachte 3] ‘reken maar op een uur of 11’ [medeverdachte 1] ‘is goed, ik vind het prima’ [medeverdachte 3] ‘oke dan zie ik je maandag’. Op maandag 14 mei 2012 hebben [verdachte] en [medeverdachte 5] tussen 9.26 uur en 23.36 uur 30 keer telefonisch contact. Om 9.15 uur die dag stuurt [medeverdachte 5] de volgende sms naar [medeverdachte 10] : ‘G.morgen mut zegen tegen di mensen dat donderdag en vreidag er is nazional fest dag en mut vondag kom de inf. Anders is en problem?’ Om 11.45 stuurt [medeverdachte 10] de volgende sms naar [medeverdachte 3] : ‘Kan je direct met mijn vriend contact opnemen vandaag als je nieuws hebt. Het is Urgent. Doen moeilijk en niet te vergeten snipper weekend. !!!’ Opmerking rechtbank: donderdag 17 mei 2012 was Hemelvaart, hetgeen een nationale feestdag in België is. Even later (11.49 uur) ontvangt [medeverdachte 3] ook een sms van [verdachte] : ‘Hoe laat weet je iets. Zomaar wachten is niet meer genoeg’. [medeverdachte 3] antwoordt (om 11.58 uur) : ‘zal m nu weer bericht sturen, geef je zo antwoord’ en om 12.10 uur: ‘Die [bijnaam medeverdachte 9] is ook aan het wachten hoe laat ie t kan ophalen, maar zeker vandaag.zo gauw die heeft krijg ik tijd [twee namen] ’. Op 14 mei 2012 vindt er een observatie plaats. Om 14.52 uur worden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] gezien. Zij komen al pratend uit een Gulf tankstation te Veldhoven. Tussen 16.15 uur en 16.42 uur is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] : [medeverdachte 5] : ‘En nieuws van de inf.’ en ‘Ben thuis ik ben bij jou in de b. rond 17.u [medeverdachte 10] : ‘ja ben thuis. Wacht op je’ [medeverdachte 5] : ‘nu’ [medeverdachte 10] : ‘Oke ik ben thuis’ Omstreeks 17.03 uur wordt de Audi A3, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] bij de woning van [medeverdachte 10] aan de [adres 3] te [plaats] gezien. Omstreeks 17.29 uur wordt gezien dat deze Audi A3 en een witte Mini Cooper met twee inzittenden het parkeerterrein van de [naam] , gevestigd aan de [adres 4] te [plaats] oprijden. Bij het onderzoeksteam is bekend dat de partner van [verdachte] destijds in het bezit was van een Mini Cooper. [verdachte] was al eerder, tijdens een observatie van 11 mei 2012, in een Mini Cooper gesignaleerd. Verder werd gezien dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] met de VW Polo kenteken [kenteken 4] over de Dorpsstraat te [plaats] reden. De rechtbank leidt hier uit af dat er op 14 mei 2012 een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Vervolgens is er tussen 19.49 uur en 21.05 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5]: [medeverdachte 5] : ‘Kunt di foto mij nimen nar mij vriend als vor di auto gat.’ [medeverdachte 10] : ‘Andere foto is nog bij kennis moet ik die eerst ophalen.’ [medeverdachte 5] ” ‘als mij nimen lat dar bij mij v’ [medeverdachte 10] : ‘Bedoel je dat ik die van hem op moet halen en jouw terug geven’ [medeverdachte 5] : ‘ja als dat kan ja ik terug geven of anders morgen’ [medeverdachte 10] : ‘nee ik ga het nu ophalen als het kan en ik zie je bij nieuwe kever’ [medeverdachte 5] : ‘ik ben nu weg ik kan niet b’ Om 21.06 sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 3] : ‘kan ik je bij grindvijver nog even zien en breng schilderij mee’. Meteen daarop (21.08 uur) neemt [medeverdachte 10] weer contact op met [medeverdachte 5] . De volgende sms-wisseling is van 21.08 tot 21.31 uur: [medeverdachte 10] : ‘Moet ik foto bij kever laten of wat bedoel je nu’ [medeverdachte 5] : ‘gat vor di auto of niet lat die, fot dar’ [medeverdachte 10] : ‘Ja ik ga bij hem langs en laat foto daar?’ [medeverdachte 5] : ‘ok u kat ben dar’ en ‘u lat ben dar’ [medeverdachte 10] : ‘Weet ik nog niet. Ik moet nog hier en daar zijn.En langs foto graaf. Ik laat het zo weten’ [medeverdachte 5] : ‘Di mensen mut werk morgen ik ben 21.45 bij hem’ [medeverdachte 10] ‘man ik kan nog niet. Ik moet nog een werken en dan kan ik om elf pas daar zijn anders mogen maar ik hoor fotgraaf ook nog niet ?’ [medeverdachte 5] : ‘OK’ Uit historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] op 15 mei 2012 tussen 7.54 en 13.21 uur 15 keer contact heeft gehad met het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] . Tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] is er tussen 9.22 en 10.55 uur de volgende sms-wisseling: [medeverdachte 5] : ‘ [bijnaam medeverdachte 11] mut tot lat werk kom pas vondag’, en ‘U is met inf. Komt vondag nog wat mut nog denk de mens’ [medeverdachte 10] : ‘We zien die mens zo. Ff wachten. Met ‘ [bijnaam medeverdachte 11] ’ wordt ‘ [bijnaam medeverdachte 11] ’ bedoeld. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat als bijlage 2 is opgenomen in het persoonsdossier van [medeverdachte 11], blijkt onder andere dat [medeverdachte 11] de bijnaam ‘ [bijnaam medeverdachte 11] ’ heeft. Uit het (ook hierna aangehaalde) OVC gesprek van 20 februari 2013 blijkt dat [medeverdachte 11] ook betrokken was bij de invoer van deze container. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op 15 mei 2012 van 11.00 tot 11.30 op het Strijperpad te [plaats] (=woonplaats [medeverdachte 10] ) is. Het vermoeden dat zowel [medeverdachte 3] als [medeverdachte 1] in die auto zaten, wordt versterkt door een telefoongesprek van [medeverdachte 3] dat hij rond 11.24 uur met een derde voert waarin hij aangeeft dat ‘ze’ nu vanuit Eindhoven vertrekken. Rond 20.49 uur geeft [medeverdachte 3] aan zijn partner [persoon 7] aan dat hij het morgen en overmorgen druk heeft. [persoon 7] zegt het is donderdag een feestdag (Hemelvaart) waarop [medeverdachte 3] zegt voor hem niet. In de ochtend van 16 mei 2012 is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Ook is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5]: [medeverdachte 5] : ‘Ok mut bellen want er is nazional festdag’ [medeverdachte 10] : ‘Sorry kan nu pas antw..Vriend kan niet meer doen dan afwachten meer. Gr. Op 16 mei 2012 om 11.31 uur zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de VW Polo [kenteken 4] . [medeverdachte 1] zegt: ”Hij is later. Nijmegen-Eindhoven file 3 kilometer”. Er wordt gesproken over ‘ [naam] ’. Om 11.54 uur zegt [medeverdachte 3] : ”Het is woensdag vandaag. Ik leg even alles weg. Eens even kijken. Meenemen deze voor als die zou bellen of sms’en, voor die [bijnaam medeverdachte 9] ”. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo blijkt dat deze tussen 11.57 en 12.38 uur in de buurt is van hotel [naam] te Valkenswaard. Tussen 12.30 en 12.40 uur is er contact geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] . Om 12.44 uur hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de VW Polo een gesprek: [medeverdachte 3] : ‘als we een half uur gewacht hadden dan was het goed geweest’. [medeverdachte 1] : ‘kijk aan de ene kant, wij staan aan die kant, die [bijnaam verdachte] aan die kant (…) Ik weet zeker (…) dat hij zich ook niet lekker moet voelen met dat hele … En om nu weer af te zeggen van ja nee het wordt toch maandag (…). Het is gewoon allemaal kut. Hun hadden gewoon die jongen, hij zei tegen mij je had het al donderdag gekregen. Om 13.30 uur zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] : ‘meteen pakken en wegwezen’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘ik wil nog geen koffie’. Even later zegt [medeverdachte 1] : ‘o hier is het, 16’. In relatie met de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 4] kan vastgesteld worden dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in Nijmegen zijn bij de [adres 5] , zijnde het woonadres van [medeverdachte 9] . Om 13.46 uur zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] dat de navigatie aangeeft dat ze er om 15.15 uur zijn. [medeverdachte 3] zegt om 14.02 uur: ‘als we dit afgegeven hebben, dan eten we wat’. Om 14.56 uur zegt [medeverdachte 3] : ‘nu hoop ik dat die [bijnaam medeverdachte 5] op tijd is’. [medeverdachte 1] : ‘wat heeft die, een oude Audi he?’. [medeverdachte 3] : ‘ja een Belgische Audi’. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] blijkt dat deze rond 15.00 uur in de buurt van Hotel [naam] is. Op de opgevraagde bewakingscamerabeelden van Hotel [naam] is te zien dat [medeverdachte 3] rond 15.00 uur een gele envelop overhandigt aan iemand die sterke gelijkenis vertoonde met [medeverdachte 5] . Via de OVC van de VW Polo is rond dat tijdstip het volgende gesprek opgevangen. [medeverdachte 5] : “moeten altijd die gesloten enveloppen zijn, nooit open”. [medeverdachte 3] : ”ja, hun hebben nagekeken, hun moesten het nummer hebben”. [medeverdachte 5] : ”he?” [medeverdachte 3] : “hun moesten het nummer hebben” [medeverdachte 5] : ”welk nummer” [medeverdachte 3] : “van de boot. Dat moeten ze …. doorgeven daar” [medeverdachte 5] : ”dat moeten ze normaal nooit doen, want dan gaan ze met de computer nachecken hoe laat dat is en dat allemaal”. [medeverdachte 5] : “Maar tegen die jongens zeggen: Niet naar kijken he” [medeverdachte 3] : “Nee” [medeverdachte 1] : ”Nee, nee, nee, nee” [medeverdachte 5] : “Dan weten we dat die gaat he. Want dan kennen ze precies zien hoe eh…” [medeverdachte 3] : “Waarom ze daar naar kijken” [medeverdachte 5] : ”Ja” [medeverdachte 3] : ”Valt op, ja” [medeverdachte 5] : ”Dan moet ie opletten he” [medeverdachte 3] : ”Ja, dat weten we wel” [medeverdachte 5] : “Denk erom, dan moet ie niet eh, geen flauwekul” [medeverdachte 3] : “Jongens eh, komt goed [medeverdachte 5] ” [medeverdachte 1] : “We horen van je” De rechtbank concludeert dat met ‘de [bijnaam medeverdachte 5] ’ [medeverdachte 5] wordt bedoeld, nu deze van Italiaanse afkomst is en in een Belgische Audi rijdt. Voorts vertoont de persoon die op de beelden gezien is een sterke gelijkenis met [medeverdachte 5] en blijkt uit het proces-verbaal stemherkenning [medeverdachte 5] dat de stem van [medeverdachte 5] herkend wordt. Op basis van deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 5] [nummer] zat te wachten op documenten en dat hij over het uitblijven van deze documenten contact had met [medeverdachte 10] en [verdachte] , die op hun beurt weer afhankelijk waren van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Uit deze gang van zaken blijkt voorts dat deze documenten afkomstig zijn van [medeverdachte 9] en op 16 mei door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] bij [medeverdachte 9] in Nijmegen zijn opgehaald en vervolgens door hen bij het [naam] Hotel te [naam] zijn overhandigd aan [medeverdachte 5] . Gezien het gebruik van de woorden ‘nummer’, ‘gesloten enveloppen’, ‘boot’, ‘computer nachecken’ en ‘info’ – en de overige gang van zaken waaronder de wijze van contact leggen en opereren in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat in de gele envelop documenten aanwezig waren die benodigd waren voor het inklaren van de container, die gelost zou worden in de haven te Antwerpen. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne. Na de ontmoeting tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] is er tussen 15.44 en 21.40 zes keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] maakt een afspraak met [persoon 8] om elkaar te ontmoeten bij [persoon 8] thuis. De Polo staat van 16.00 uur 18.30 uur op de [adres 6] te Landgraaf, (nr. 52 is de woning van [persoon 8] ). Na deze ontmoeting zitten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] weer in de Polo. [medeverdachte 1] belt met zijn ‘dushi’ (waarschijnlijk [persoon 9] ) en zegt dat hij net bij [persoon 8] is geweest en dat [medeverdachte 3] er ook is. Het gesprek tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] gaat over iets dat [nummer] niet helemaal goed is gegaan: [medeverdachte 1] Je kunt niets meer veranderen aan de hele zaak. Dat kunnen we wel de tweede dingen doen. Luister, hij heeft er met zijn neus bovenop gezeten. [medeverdachte 3] Ja heeft toch ook bij die bespreking gezeten met die… [medeverdachte 1] Bovenop [medeverdachte 3] Je kunt toch niet achteraf aan [medeverdachte 10] gaan vertellen…. [medeverdachte 1] En je kunt toch ook niet die strepen dan weer dingen af gaan pakken. [medeverdachte 3] kijk, we moeten blij zijn dat het goed gaat. En daarna als er zoveel komt, ouwhoer, waar maak je je dan nog druk om. . Rond 21.00 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] weer in de VW Polo [kenteken 4] . [medeverdachte 1] geeft aan dat de [bijnaam medeverdachte 9] hen morgen wil zien. [medeverdachte 3] Ja? [medeverdachte 1] Ja, ja, die heeft een bericht gestuurd. Ja want die wil per se ook naar die platen kijken, waar dat komt.’ [medeverdachte 3] Ja maar dat redt die morgen toch niet, dan is alles dicht. Dat moeten we aan die [bijnaam verdachte] vragen. Op 17 mei 2012 rond 01.00 uur zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] weer of nog steeds in de VW Polo [kenteken 4] . [medeverdachte 1] zegt dat hij denkt dat morgen de [bijnaam medeverdachte 9] belt. Ook heeft de [bijnaam verdachte] nog gebeld. Die moet nog naar Amsterdam. De [bijnaam verdachte] die heeft die [medeverdachte 5] …. Op 17 mei 2012 stuurt [medeverdachte 3] om 01.12 uur de volgende sms naar [verdachte] : ‘Alles ok vriend, Is geregeld. Gr.’ Om 12.15 uur belt [medeverdachte 1] [persoon 8] en zegt dat ze bij hem staan. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bevindt op de [adres 6] te Landgraaf (zijnde de woning van [persoon 8] ). Op 17 mei 2012 om 12.54 uur stuurt [medeverdachte 3] een bericht naar [verdachte] : ‘Vriend hoe vroeg kun je morgen [twee namen] ? Gr’. Diezelfde ochtend is er ook vijf keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] . De volgende dag 18 mei 2012 blijkt uit de OVC dat [medeverdachte 3] rond 9.45 uur weer in de VW Polo [kenteken 4] zit. De Polo bevindt zich dan volgens het peilbaken weer op de Leenderweg te Valkenswaard (tot 11.12 uur). Om 17.31 uur zitten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] samen in de Polo. [medeverdachte 3] vraagt of [persoon 8] die tegels nog moet zien. [medeverdachte 1] zegt dat hij weet hoe die tegels er uit zien. De VW Polo [kenteken 4] is op 19 mei 2012 tussen 9.50 uur en 11.18 uur in de buurt van Eindhoven, Son en Breugel en Heeze- [plaats] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zitten dan in deze Polo en hebben om 9.50 uur een gesprek. [medeverdachte 3] “Vraag je hem dat dadelijk weer?” [medeverdachte 1] “Wat” [medeverdachte 3] “Van die prijs.” [medeverdachte 1] “Ja ja” [medeverdachte 3] : “Zal toch vanavond moeten komen.” [medeverdachte 1] “Hij kan ook volgens mij voor eenendertig zijn.” (…) [medeverdachte 1] “Ja die [bijnaam verdachte] gaf niet graag dat uhh dingetje prijs.” [medeverdachte 3] “Nee ja ik weet ook waarom.” “Omdat ze daar meer dingen ontvangen.” “Je bent toch iets aan het bouwen dat vertrouwen moet opwekken.” (…) [medeverdachte 1] “Laten we een beetje de kat uit de boom kijken. Het ene is nog niet binnen of hij (opmerking rechtbank: bedoeld wordt ‘ [persoon 8] ’) wil het volgende al pakken.” Om 10.50 uur hebben ze het over de [bijnaam medeverdachte 9] : [medeverdachte 3] “Dan heb je geld te weinig.” [medeverdachte 1] “Ja daarvoor moesten we toevallig …ntv… wachten.” [medeverdachte 3] “Ja moeten we op hem wachten?” [medeverdachte 1] “Ja tuurlijk. Je moet begrijpen hij wordt ook gepusht van alle kanten.” [medeverdachte 3] “Die [bijnaam medeverdachte 9] ja.” [medeverdachte 1] “Die [bijnaam medeverdachte 9] ja.” 10.53 uur: [medeverdachte 3] “Die [bijnaam verdachte] die daar, die lult ook. Hij rijdt nu achter ons aan.” [medeverdachte 1] “Zoals het nu geregeld is, hebben we geen risico. Dat bedrijf dat weet ik wel, daar zie ik niets van. Als dat weg is dan krijgen hun de schuld.” [medeverdachte 3] “Dat niet weer. Is het toch geregeld dan…ntv.. ik wel de goeie… nee dinge gaat toch mee?” [medeverdachte 1] “Ja maar maar maar, eerst gaat er een auto naar bedrijven dan uhh, als er dan niets gebeurt dan uhh, dan gaan wij daar heen.” (…) over onkosten: [medeverdachte 1] “Vergeet niet dat ik ook met [persoon 8] naar dinge ben geweest. Dat heeft ons weliswaar alleen de vlucht en het hotel gekost. Ja nou heb ik die ene, die tweede keer dat ik hier was, hebben ze dat wel… van die avond … hebben dat ticket betaald. Maar het was toch eigenlijk de bedoeling dat ik in contact zou komen. Dat is dan een voordeeltje, maar ja, ik heb hier meer dan twee maanden rondgehangen.” Uit de stempels in de paspoorten van [medeverdachte 1] en [persoon 8] blijkt dat ze van 30 januari 2012 tot 2 februari 2012 in de Dominicaanse Republiek zijn geweest. Vervolg van gesprek in VW Polo [kenteken 4] op 19 mei 2012: 11.05: [medeverdachte 1] “Hij gaat daar staan dus.” [medeverdachte 1] wil niet daar staan in verband met de camera’s. [medeverdachte 3] geeft aan dat op deze carpool geen camera’s staan. 11.09 uur: [medeverdachte 9] stapt in de Polo. Uit het gesprek is af te leiden dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 9] uitleggen hoe hij bij de woning van [medeverdachte 10] moet komen. Er wordt een afspraak gemaakt voor een ontmoeting op dinsdag om 10 uur bij de [naam] te Helmond. Daarna rijdt de Polo om 12.52 uur naar het adres van de manege van [persoon 10] te Schinveld. [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 3] : ”Rij maar gewoon door”, “zo zien we ook dat we niet gevolgd worden”. Om 14:56 uur gaat het gesprek tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] over die [bijnaam medeverdachte 9] en over iets dat met zes man gedeeld moet worden. Om 19.24 uur gaat het gesprek over [persoon 8] , die [nummer] na één crisis al iets wil afpakken. Dat dat toch niet werkt: [medeverdachte 3] : “probeer dan iets op te zetten voor de langere termijn. En dan meteen te zeggen, maar wie zegt dat het de tweede lukt. Als het de eerste keer lukt, lukt het de tweede keer ook. Als iedereen maar zijn waffel dicht houdt.” [medeverdachte 1] : “Ik zit al zo’n 50 jaar in de business”. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij met veel mensen werkt. Gelijke monniken gelijke kappen, zo werkt hij al 50 jaar. [medeverdachte 3] zegt dat het lukt als iedereen zijn waffel houdt. Op 20 mei 2012 om 00.26 uur zitten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] nog steeds of weer samen in de VW Polo [kenteken 4] . [medeverdachte 1] hoopt dat het dinsdag allemaal goed gaat en dat ze er in ieder geval iets van krijgen. “Het moet”, zegt [medeverdachte 3] . Op 22 mei 2012 komt de [nummer] met als lading 15 pakken travertin tegels aan in de haven van Antwerpen. [bedrijf 5] geeft de opdracht tot inklaren aan [bedrijf 7] . Op dit opdrachtformulier is het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 11] geschreven.Op 23 mei 2012 wordt deze container vrijgegeven. Op 23 mei 2012 vraagt sms-t [medeverdachte 10] [medeverdachte 3] met het verzoek om af te spreken. Het wordt 11.45 bij ‘de markt met je vriend bij de schoenen potte kruier’. Om 11.39 uur belt [medeverdachte 1] met [persoon 6] . [medeverdachte 1] vraagt waar [persoon 6] nu staat. [persoon 6] zegt in Panningen. Geobserveerd wordt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de Caddy zitten en dat ze omstreeks 12.08 uur bij een schoenenkraam in Helden contact hebben met [medeverdachte 10] . De rechtbank concludeert uit voorgaande in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen dat contacten tussen de verdachten van de afgelopen weken [nummer] te maken hebben met de aankomst van deze container [nummer] en het vervolgtraject met betrekking tot de afhandeling/verdeling van de lading. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne. Op 23 mei 2012 is er een tapgesprek waarin [medeverdachte 3] voor [medeverdachte 1] diens vliegticket bij de KLM verlengt. De vertrekdatum voor [medeverdachte 1] (Amsterdam-Bonaire) werd gepland op 12 juni
- Rederij [bedrijf 8] verzoekt op 24 mei 2012 [bedrijf 7] de container [nummer] , aangekomen bij kaai 742 vrij te stellen. De wegname van voormelde container is voorzien op 24.05.12 voormiddag. [medeverdachte 3] stuurt op 24 mei 2012 om 13.52 uur een sms naar [medeverdachte 9] : ‘Vriend dit is voor nu nieuwe nummer. [bijnaam verdachte] is ook wachten. Kan niet lang meer duren zegt ie. Geef oke als je mijn sms ontvangen hebt aub’. Een uurtje later bellen ze met elkaar: [medeverdachte 3] : ”ik denk duurt lang, dus bel maar even” [medeverdachte 9] : ”oke en en eh …maar hij weet zeker dat die voor vandaag is he” [medeverdachte 3] : ”zoals ik het begrijp wel ja. Want eh .. ik had eigenlijk gister al verwacht” [medeverdachte 9] : ”dat bedoel ik want e.. wij zitten te wachten en die jongens vragen, vragen, vragen snap je. Dat is normaal.” [medeverdachte 3] : “ja, ja ja” [medeverdachte 9] : “en daar aan de overkant… ze zijn een beetje nerveus aan het worden, snap je” [medeverdachte 3] : “ja ja logisch logisch. Maar zo gauw wij wat weten jong. Jij bent de eerste” [medeverdachte 9] : ”zeg tegen die [bijnaam verdachte] dat die moet vandaag eh… papieren niet morgen of overmorgen dat eh… kan niet” [medeverdachte 3] : ”ja maar dat bepaalt hij niet he” [medeverdachte 9] : ”ja maar ik bedoel eh dat weet je zelf hoe hoe wij met hem hebben afgesproken dat dag erna gelijk. Nou is het twee dagen” [medeverdachte 3] : “ja ja ja ja” [medeverdachte 9] : “dus eh… dat ben ik nou eh… een beetje druk aan het krijgen door de andere kant.” [medeverdachte 3] : “ja logisch logisch dus eh moet je ook aan hem doormelden” “Ja ja ja komt goed” [medeverdachte 9] : “oke anders moet je mij tijdstip of zo geven waar ik … Dat ik jou treffen en die [bijnaam verdachte] ook zie, snap je” [medeverdachte 3] : “ja ja, ja ja, hebben we toch al afgesproken. Als jij een tijd krijgt dan zien we ons daar he, dat weet je” Om 15.14 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms naar [medeverdachte 9] : ‘Vriend, [bijnaam verdachte] zegt dat er een kleine kans bestaat dat het ook morgen kan worden. Maar volgens zijn verkregen info vandaag. Moeten geduld hebben vriend’. [medeverdachte 9] sms-t terug: ‘laat hem iets zeker zeggen want begin wat laat te worden. Gr’. Later die middag sms’t [medeverdachte 3] [medeverdachte 9] : ‘alles oke, 21.45u’. Een observatieteam houdt die dag [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de gaten. Ze verplaatsen zich in de Caddy. Rond 20.00 uur hadden ze contact met [persoon 8] . Het vermoeden is dat [persoon 8] en [medeverdachte 3] in de gaten hadden dat er geobserveerd werd en dat dat de reden is dat [persoon 8] spoorslags naar Bonaire is vertrokken. Op 25 mei 2012 is [persoon 8] weer op Bonaire. Op 24 mei 2012 tussen 15.12 en 22.42 uur werd er door een observatieteam een observatie verricht op de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Er werd gezien dat zij zich verplaatsten in een VW Caddy [kenteken 2] . Dat men achterdochtig werd, valt af te leiden uit het gegeven dat de VW Caddy die 24 mei 2012 door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gebruikt werd ’s avonds nog om 21.45 uur in de straat van de ouders van [medeverdachte 3] stond. In een OVC gesprek van 28 januari 2013 hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 9] het over [persoon 8] : [medeverdachte 3] “Kijk eens hoe snel die weg was. Het ’s middags krijgen we te horen dat dat gebeurt en het ’s avonds zit die al op het vliegtuig zonder ons wat te vertellen. En als we dan zeggen van ja moeten we hun niet waarschuwen. Oh dat ze het zich bekijken zegt ie. Ik zeg ja maar zo werkt het niet. Zegt [medeverdachte 1] ook kom wij gaan meteen daarheen. Heb ik de auto van mijn ouders gehaald en toen zijn we jullie komen waarschuwen.” [medeverdachte 9] “Ja daarom is beter dat eh… [medeverdachte 1] gewoon deze kant niet opkomt totdat wij…” [medeverdachte 3] “Nee nee.” [medeverdachte 9] “Zelfs helemaal niks. Gewoon blijf daar of Santa Domingo is beter. Wij zien ons allemaal in Santa Domingo. Beter hoeft hij geen hoofdpijn te krijgen van dat dat eh…Stel je voor dat hij toch hier is die dan hebben wij toch dezelfde probleem. Die mag wel komen als alles weg is. Dan mag die komen.” [medeverdachte 3] “Ja ja ja. Dat doen we ook. Als alles weg is.” [medeverdachte 9] “Mag die komen zijn eh.. centjes ophalen. Ik vind niet erg he zo ben ik zelfde dat… Hij doet precies dezelfde als wij. Hij blijft op de hoogte. Hij blijft alert. Hij is geïnteresseerd. Hoeft niet altijd dat hij niks doet. Op moment dat hij moet doen doet die. […] Wij moeten hem gewoon ver houden want dat is veilig voor ons.” Vervolg ontmoetingen na ontvangst container [nummer] Op 26 mei 2012 blijkt uit het peilbaken dat de VW Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] naar de omgeving van Eindhoven gaat (waaronder de [adres 3] te [plaats] , waar de woning van [medeverdachte 10] is gelegen) en van daaruit naar Nijmegen, naar de [adres 5] (aan deze straat ligt de woning van [medeverdachte 9] ). De peilbakengegevens melden een stop te Sittard-Geleen in de buurt van de verblijfplaats van [medeverdachte 1] en daarna rijdt de Polo door naar de camping in Kröv in Duitsland waar [medeverdachte 3] regelmatig verblijft. De rechtbank concludeert hieruit dat er contact is geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] en [medeverdachte 9] . Op 29 mei 2012 belt [medeverdachte 3] om 9.31 uur [medeverdachte 1] op met de vraag hem op te halen. [medeverdachte 1] komt er aan. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 4] volgt dat deze die dag van 11.11 tot 13.21 uur in Ekkersrijt is. Uit eerdere observaties is gebleken dat de verdachten in dit dossier elkaar daar vaker ontmoeten onder andere in de [naam] aldaar. Om 14.34 uur arriveert de VW Polo op de [adres 7] te Onderbanken (bij de manege van [persoon 10] ) en om 17.38 uur geeft het peilbaken aan dat de VW Polo op de [adres 5] te Nijmegen (woning [medeverdachte 9] ) is. De volgende dag 30 mei 2012 is de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] tussen 18.37 en 19.16 uur weer te Ekkersrijt. In de nacht van 31 mei op 1 juni 2012 is deze Polo in Antwerpen. Uit de interceptie van telecommunicatieverkeer en peilbakengegevens kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 1 juni 2012 wederom een ontmoeting in Ekkersrijt hebben. Op 6 juni 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] weer samen in de VW Polo met het kenteken [kenteken 4] . Ze hebben het rond 12.36 uur over de [bijnaam medeverdachte 9] ( [medeverdachte 9] ) die hen wil zien. Later op die dag ontmoeten ze [medeverdachte 9] . Om 12.41 uur zegt [medeverdachte 1] “Stel je voor hij moet er vijftig hebben. Kunnen we zeggen zijn vijftig kwijt”. Rond 12.46 uur bevindt de Polo zich in de buurt van de manege van [persoon 10] te Schinveld, gemeente Onderbanken. In dan wel direct naast het voertuig wordt het volgende OVC gesprek vastgelegd. Deelnemers aan het gesprek zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en twee onbekende mannen NN1 en NN
- Later wordt door de politie de stem van NN2 herkend als die van [persoon 10] , wonende aan de [adres 7] te Schinveld. Het gesprek gaat (zakelijk weergegeven) over ‘blokken’. [persoon 10] vraagt aan [medeverdachte 1] hoeveel hij er nog heeft. [medeverdachte 1] zegt: “Dat kunnen we dadelijk horen, maar minimaal zijn der toch nog wel vijftig” en “vergeleken met bij anderen zijn we duur, 31 kosten ze, maar het is wel kwaliteit”. [persoon 10] wil weten wat er in staat. Hij heeft nu halve manen. [medeverdachte 1] geeft aan dat het super spul is. [persoon 10] beaamt dit: hij zegt dat hij een beetje van [medeverdachte 5] heeft gekregen en dat was goed. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij niet opdringerig wil zijn, maar dat het urgent is omdat hij maandag weer terug gaat naar Bonaire. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] geven aan dat ze ‘ze’ dan het liefste weg hadden. [persoon 10] geeft aan dat hij zal kijken wat hij kan doen voor [medeverdachte 1] . Hij ziet die jongens vanavond nog, die pakken normaal alles. [persoon 10] heeft ze ook zijn blokken aangeboden. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij morgen zal kunnen zeggen hoeveel er nog zijn, want het ligt een stukje uit de buurt. [persoon 10] zegt dat ze hem er niet op moeten vastpinnen, want er is meer in omloop. [medeverdachte 1] beaamt dit en zegt dat er in de Randstad iets van 7000 is binnengekomen. Ze spreken af voor de volgende dag. Op 6 juni 2012 rond 14.15-15.00 uur wordt geobserveerd dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] met de bij hun in gebruik zijnde Polo [kenteken 4] aanwezig zijn nabij de [naam] aan de Ekkersrijt te Son en Breugel. Ook wordt gezien dat de Opel in gebruik bij [medeverdachte 9] met kenteken [kenteken 5] aldaar wegrijdt met minimaal 3 personen. Gelet op voorstaande werden de camerabeelden van de [naam] gevorderd. Daarop is te zien dat [medeverdachte 9] en een onbekende man naar binnen gaan. Rond 15.00 uur vertrekt men uit de [naam] Op 6 juni 2012 om 15.11 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘kun je 30min [twee namen] ’ Een dag later op 7 juni 2012 is er een sms-wisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] en [verdachte] en [medeverdachte 9] waaruit af te leiden is dat [verdachte] dringend [medeverdachte 9] moet hebben, hij hem aanvankelijk niet te pakken krijgt en daarom [medeverdachte 3] benadert. [nummer] is dit ook relevant voor [medeverdachte 1] want [medeverdachte 3] vertelt [medeverdachte 1] om 18.28 uur in de VW Polo (OVC) dat hij van die [bijnaam verdachte] vernomen had dat deze de [bijnaam medeverdachte 9] al te pakken had. De volgende sms-wisseling heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 9]: [medeverdachte 9] : ‘Dag vriend ik was ff buiten. Wil je me nog zien. Gr’ [verdachte] : ‘ja heel dringend aub. Hoe laat in u? [medeverdachte 9] : ‘Ik moet in rott om 20 u zijn. Kan je bij mij komen overal file nu’. [verdachte] : ‘Ik moet met spoed
- Heb afkeur, kan dat [medeverdachte 9] ‘Welk merk moet je hebben’ [verdachte] : ‘Cro’ ‘Tot hoe laat kan mijn chauffeur bij jou terecht? En welk huis nr’ [medeverdachte 9] : ‘zwart ingepakt’ [verdachte] : ‘ja. Ik heb 3 slechte nl. Wit ingepakt. Toyota’ [medeverdachte 9] : ‘Geen probleem ik stuur je straks een tijd dat je manetje op station kan zijn. Gr. [verdachte] : ‘In u?’ [medeverdachte 9] : ‘nee bij me’ [verdachte] : ‘ok kan je een tijd geven. Geef je straks de auto door’ [medeverdachte 9] : ‘hij kan morgen vroeg 9u. Gr’ [verdachte] : ‘nee. Moet zo vlug mogelijk anders gaat niet door. Heb ik geen verkoop. Aub’ [medeverdachte 9] : ‘Dan moet hij nu vertrekken en voor half 7 hier zijn’ [verdachte] : ‘wordt 18.45 19u. Paars polo. Die drie komen dan morgen ok’ [medeverdachte 9] : ‘Hij kan om 7u zijn mijn afspraak heb ik verzet. Gr.’ ‘nee moet vandaag want moet die kwijt want kan nu niet weer bij kantoor’. Deze sms-wisseling wordt vervolgd op 8, 9 en 10 juni 2012: 8 juni 2012 tussen 18.05 en 21.14 uur: [medeverdachte 9] : ‘Laat me een tijd weten dat hi bij me kan zijn. Gr’ ‘Hoort nieks van je’ [verdachte] : ‘Ja was druk. Wanneer wil je die reparaties terug?’ ‘Hij kan morgen zaterdag’ [medeverdachte 9] : ‘Ok mrgen 10u zelfde plek. Verder alles geod met ons vrienden. Gr’ [verdachte] : ‘Morgen 10u is ok’ [medeverdachte 9] : ‘ok. Gr’ 9 juni 2012 tussen 9.25 en 10.48 uur: [verdachte] : ‘Hij is daar 1020’ ‘Zw Skoda’ [medeverdachte 9] : ‘ik zie hem niet staan’ [verdachte] : ‘Hij is vertraagd. 15 min nog’ ‘nog 7 min. Blijf wachten’ [medeverdachte 9] : ‘Hij is al geweest. Gr’ 9 juni 2012 om 19.05 uur en 10 juni 2012 9.51 uur: [medeverdachte 9] : ‘Dag vriend als je klaar bent met jou autos en je mannetje kan meer aan laat we weten dan help je met de mijne. Gr.’ [verdachte] : ‘OK’ Uit de combinatie van een OVC gesprek in de Polo [kenteken 4] van 7 juni 2012 om 20.01 uur tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 1] zegt: ”Ik heb geld van [medeverdachte 10] gekregen voor die waspoeder” en een sms van [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 3] van 12.11 uur waarin [medeverdachte 10] aangeeft dat [medeverdachte 3] zijn shag is vergeten, leidt de rechtbank af dat er die ochtend een ontmoeting tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] heeft plaatsgevonden. Even later, op 7 juni 2012 om 20.06 uur, wordt in of naast eerdergenoemde VW Polo een OVC gesprek tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [persoon 10] opgenomen. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bij de manege van [persoon 10] bevindt. Zij bespreken, onder andere, het volgende: [medeverdachte 1] : “En, wat zeiden ze?” [persoon 10] : “Ik ben nog bezig met die blokjes, maar ja dan ben jij, ga jij weg wah.” [medeverdachte 1] : “Dinsdag ga ik weg.” [persoon 10] : “Dat… heb ik afgegeven, ik heb toch een monster van die jongen gekregen weet je wel.” [medeverdachte 1] : “Ja ja.” [persoon 10] : “Dat heb ik afgegeven dus… en dat hoor ik vandaag of morgen hoor ik dat snap je… dat is goed… maar als die ze nou alle 50 pakt.” [medeverdachte 1] : “Ja hetzelfde 31.” [persoon 10] : “Blijft dat hetzelfde.” [medeverdachte 1] : Ja. Een paar uur later geeft [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] aan dat hij als hij weer terug gaat naar Bonaire hij ‘piekke’ van die [bijnaam medeverdachte 9] moet meekrijgen. Op 8 juni 2012 bespreken [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] het volgende in of in de directe nabijheid van de VW Polo. Tevens neemt een onbekende man deel aan het gesprek. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo zich op de [adres 7] te Schinveld, gemeente Onderbanken, bevindt, zijnde de straat waar de manege van [persoon 10] ligt. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij twee bij zich heeft en dat de onbekende man volgende week die andere twee krijgt. Vervolgens gaat het gesprek over een derde. [nummer] vindt een derde een prijs te hoog. Die derde geeft echter niet aan wat hij wel zou willen betalen. De onbekende man geeft aan dat hij een contact heeft die geïnteresseerd is in grote partijen. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij niet weet ”wat die vriend van ons gaat vragen. Die heeft ook een flinke partij binnen. Dus als ik daar een prijs van weet, dan komen we even langs”. Te horen is dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] afscheid nemen van de onbekende man. Er zijn weer rijgeluiden te horen. [medeverdachte 1] zegt ”het is wel veel 31, kut he” en ”nou moeten we de [bijnaam medeverdachte 9] even waarschuwen. Ik had daar een beetje hoop op gehad”. [medeverdachte 3] zegt: “Jja die grote partijen jong. Die [bijnaam verdachte] is ze ook voor dertig aan het verkopen”. In de woning van [medeverdachte 9] is een notitieboekje in beslag genomen. De volgende notities zijn aangetroffen: 400 x 32 = 12.800 4 x 29 = 116.00 6.4 x 32 = 204.800 CALV. (opmerking rechtbank: Calv. Is de afkorting van [bijnaam verdachte] , zijnde de Spaanse vorm van ‘ [bijnaam verdachte] ’ waarmee [verdachte] wordt bedoeld). 2 x 28 = 56.000 De politie geeft aan dat de 30 en 31 waar [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] over spreken groothandelsprijzen per kilo cocaïne zijn (30.000 en 31.000). De rechtbank concludeert, gelet op de reactie van [medeverdachte 1] op een opmerking van [persoon 10] dat er ‘meer in omloop is’ tijdens een OVC gesprek met [persoon 10] van 6 juni 2012 in relatie tot de prijs van de ‘blokken’ ‘dat er in de Randstad 7.000 is binnengekomen’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in het dossier dat de door [medeverdachte 1] genoemde ‘31’ duidt op de kiloprijs van cocaïne. Dat de prijs van cocaïne in die periode teleurstellend was blijkt ook uit de hierna aangehaalde OVC gesprekken tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 9] van 28 januari 2013, waarin ze aangeven dat de prijs nu rond de 33, 34 ligt en dat ze dan een leuke winst kunnen maken, want de vorige keer was het met 28, 29 weinig heel weinig. De genoemde bedragen sporen met de bedragen aangetroffen op de notitieblaadjes in de woning van [medeverdachte 9] . Hieruit volgt dat de 50 blokken die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aan een contact van [persoon 10] ter verkoop aanboden een partij van (minimaal) 50 kilo cocaïne betrof. Ook de sms-wisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] van 7 juni tot en met 10 juni 2012 (het ruilen van 3 slechte wit ingepakte Toyota’s voor goede zwart ingepakte “Cro’) duidt op de handel in cocaïne, te meer daar verdachten daar waar ze documenten voor het inklaren van de container bedoelen, het hebben over ‘originele papieren voor auto’s’. De rechtbank concludeert voorts dat deze cocaïne in Nederland is ingevoerd door middel van (een van de) hierboven genoemde containers ( [nummer] en [nummer] ) afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, bij welke invoer en verdere doorlevering c.q. handel betrokken was een crimineel samenwerkingsverband bestaande uit in ieder geval: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 9] , [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 5] . De rechtbank merkt daarbij op dat de haven van Antwerpen voor een zeeschip slechts bereikbaar is via het binnen de grenzen van Nederland gelegen gedeelte van de Westerschelde. Ook in een container te Antwerpen verborgen cocaïne geldt daardoor als ingevoerd in Nederland. Voorbereiding nieuw transport Uit onderstaande blijkt dat de groepering weer afspraken maakt voor een ontmoeting op 11 juni
- Voor deze ontmoeting moest een locatie worden afgesproken waar men niet al te veel zou opvallen. Na deze ontmoeting is er sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] waaruit blijkt dat er voorbereidingen worden getroffen voor een nieuw transport. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zitten op 9 juni 2012 samen in de VW Polo [kenteken 4] . Er wordt gesproken over een afspraak maandagmorgen en de locatie waar die afspraak moet plaatsvinden. [medeverdachte 3] zegt: “Als je bij Ikea gaat zitten met zoveel man he. Dan komt die [bijnaam medeverdachte 9] met die vriend van hem. [medeverdachte 10] , die [bijnaam verdachte] en wij twee. Dan zitten we met zes man daar, en dat valt ook op. En in het [twee namen] , ja daar ziet niemand je, en daar zijn we al een tijdje niet meer geweest. [medeverdachte 3] geeft aan dat hij ook de [bijnaam verdachte] een berichtje zal sturen ‘elf uur [twee namen] ’. [medeverdachte 1] vraagt zich hardop af ‘waar die ons nou weer voor nodig heeft’. [medeverdachte 3] : ‘Die wil nu kijken of het verder kan. Voor een tweede keer gedaan’. [medeverdachte 1] ‘Ja maar dan moet toch alles verkocht zijn eerst’. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] blijkt dat deze op 11 juni 2012 rond 12 uur aanwezig is geweest in Valkenswaard in de nabijheid van de twee horecagelegenheden die door de groepering aangeduid worden met ‘ [twee namen] ’ (Restaria [naam] en hotel [naam] ). Deze ontmoeting is geobserveerd. Aanwezig waren [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 10] , [verdachte] , [medeverdachte 9] en een onbekend gebleven persoon. Na die ontmoeting is er de volgende sms-wisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] : [medeverdachte 9] : ‘Ik kan pass de 10jun binnen zijn. moet je vragen of dat nog lukt anders moeten we wachten tot sept. Gr.’ ‘En hoe snel kan je me aanwordt geven aub. gr’ [verdachte] : ‘Je boedelt juli waarschijnlijk. Je schijft juni. Dat is veel te laat. 2 juli max binnen. Gr’ ‘moet voor 2 juli’ [medeverdachte 9] : ‘nee ik bedoel juli maar vertrek 24 dus kom pass voor de 10 aan’ ‘kijken of hun toch voor de 10de aan kunnen. Gr’ [verdachte] : ‘Moet uiterlijk op 2 juli’ [medeverdachte 9] : ‘Ok zal doorgeven. Gr.’ ‘is er al een tijd bekend? Gr.’ Later die dag rond, 19.00-20.00 uur, is de VW Polo [kenteken 4] in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] nabij de woning van [medeverdachte 9] in de [adres 5] te Nijmegen. Uit een sms-wisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] van 14 juni 2012 blijkt voorts dat zij een afspraak maken voor die dag. [verdachte] geeft aan dat hij [medeverdachte 9] met spoed moet zien. Op 7 juli 2012 is er een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] : [medeverdachte 1] : “Nou en voor de rest nog nieuws?” [medeverdachte 3] : “Eigenlijk nog niet, want ik krijg die [bijnaam medeverdachte 9] maar niet te pakken die is even weg.” [medeverdachte 1] : “Ja dat weet ik.” [medeverdachte 3] : “Je weet toch die vriend van ons uit eind. De [bijnaam verdachte] . Die moet hem eigenlijk dringend hebben, maar die krijgt hem ook niet te pakken.” [medeverdachte 1] : “Die moet hem dringend hebben. Weet je waarvoor?” [medeverdachte 3] : “Nee eigenlijk niet. Ik heb afgesproken met ze voor dinsdag dus dan hoor ik het wel.” [medeverdachte 1] : “Vraag dat in ieder geval want uhh, niks achter de rug om he.” [medeverdachte 3] : “Nee, nee, doen we zo wie zo niet.” Op 10 juli 2012 wordt geobserveerd dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 10] , [verdachte] en [medeverdachte 5] samen aan een tafel zaten in Restaria [naam] te Valkenswaard. Zaaksdossier 2: de invoer van 550 kg cocaïne en de criminele organisatie ( [verdachte] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 11] en [persoon 2] .) Op de bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 9] inbeslaggenomen BlackBerry is, voor zover van belang, de volgende emailwisseling van 5 oktober 2012 tussen [medeverdachte 9] en [verdachte] aangetroffen: [verdachte] De oude firma gaan we niet meer geb [verdachte] Hey dit is mn nieuwe bb. Ik heb je gister er zelf een bezorgd. Oude bb is weg. Die was kapot. Dus deze even opslaan in contacten. [medeverdachte 9] Dag vriend vergeet niet om die fot en nog belangrijker de info van ons eigen want dat moet ik hebben zo snel mogelijk. Gr. [verdachte] Wordt vandaag later. Geef je tijd door. Kan je om 1745 uden zijn? [verdachte] Ok. Mijn vriend komt usb enz brengen. Jij kent hem wel. Wij zien elkaar maandag voor instructies. Ok? Hij zit in frituur. Alles ontvangen? Ik leg je de usb stick nog uit. [medeverdachte 9] Ok ja heb hem al gezien dan zie ik je maandag voor uitleggen goie weekend. Voorts volgt uit een berichtenwisseling in de BlackBerry van [medeverdachte 9] dat er een ontmoeting is tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] op 9 oktober
- Vervolgens is op 15 november 2012 tussen 8.54 uur en 10.18 uur een ontmoeting geobserveerd in de woning van [medeverdachte 10] tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10]. Binnen een uur nadat [medeverdachte 3] wegreed bij het huis van [medeverdachte 10] vond er bij de Ikea te Son en Breugel een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 10] , [verdachte] en [medeverdachte 9]. Tijdens deze ontmoeting bij Ikea is onder meer het volgende besproken: [medeverdachte 9] Die man, die man, with the stift, begrijp je wat ik bedoel met de stift, tegels, sorry. Die man, wie heeft er daar… mee,.. [naam] . [medeverdachte 10] Ja, ja, ja, moeten poetsen. […] [verdachte] Vijfhonderd. [medeverdachte 9] Ja. Niet dat ik.. uh… niet moet bijbetalen. […] [medeverdachte 9] en dan ga ik weg, weg, daarheen. Vijftiende kan je sturen. [medeverdachte 10] Ik zou er scheel op slaan, als het allemaal weer verpest wordt. Op 14 december 2012 is, voor zover van belang, het volgende OVC-gesprek afgeluisterd in de BMW van [verdachte] , waarbij het woord enkel wordt gevoerd door [verdachte]: “Ik zal jou eens wat vertellen ik geloof helemaal niet dat er een Petje is.. ik denk dat het dat ie wel wat kan.. [bijnaam medeverdachte 11] kan wel wat maar niet met een petje er bij.. hmm.. nee. Kijk die twee boxen die wij hebben gedaan daar zat geen controle op.. dinges dat was gewoon invoer dus kon dus gewoon doorgaan.. hoeven niet door de scanner niks.. kan gewoon doorgaan.. hij met een verhaal van de twee Paultjes iemand aan de praten.. het is gewoon.. het is gewoon bullshit. Het is gewoon.. Zo werkt het niet.. nee.. zo werkt het namelijk niet nee.. dus wat ik dadelijk aan het doen ben is vrienden van mij gek maken om te betalen omdat Petje ontevreden is omdat er een hele club om Petje heen hangt.. en dat is de case niet dat is de zaak niet nee. Hij moet met Petje praten. Kijk weet je wat die vriend van mij zegt die lange zei.. die zegt ja das lekker.. die mensen zijn de enige die verdienen.. is de enige die verdienen.. kijk dat werkt niet.. wordt toch niks.. Apro.. vertel jij hem.. ja.” Vervolgens is op 30 december 2012 een OVC-gesprek afgeluisterd tussen [verdachte] en [medeverdachte 12] , in of in de directe nabijheid van de auto van [verdachte]. Onderweg naar deze ontmoeting vraagt [verdachte] zich het volgende hardop af: ”Zou [bijnaam medeverdachte 11] een menselijke fout zijn, wat een mietje. [bijnaam medeverdachte 11] je bent niet eerlijk.. [bijnaam medeverdachte 11] jij bent niet eerlijk. Ik maak geen meter meer, die overmaat moeten we nog regelen. Tijdens dit gesprek met [medeverdachte 12] is, onder meer, het volgende besproken: […] [verdachte] geeft twee flessen champagne aan [medeverdachte 12] om hem alvast gelukkig nieuwjaar te wensen. [verdachte] “Ja, hebben we nog geluk mee hoor, dit jaar, maar d’r kan in ieder geval 1 persoon blij gemaakt worden, wie niet blij gemaakt zal worden, want dat zal niet gebeuren denk ik, dat is Petje. Ik ga nou, ik ben aan het wachten. Je moet 1 ding tegen [bijnaam medeverdachte 11] zeggen, eh.. dat het eigenlijk door [bijnaam medeverdachte 11] ’s eigen schuld is dat we een beetje ook in de problemen zitten, hij dan met Petje he.. als hij zijn zaken goed had gedaan.. maar goed, dat maakt niks uit, maar dat moet jij maar uit mijn mond tegen hem zeggen.. ik doe mijn best wel hoor.” [medeverdachte 12] “Ja, wat wij moeten doen nou…” [verdachte] “Dit is 2 [medeverdachte 4] , briefjes van 100, 2 [medeverdachte 4] .” [medeverdachte 12] “Kan je misschien morgen die andere geven of niet?” [verdachte] “Denk het niet, eerlijk gezegd denk het niet, wordt pas woensdag. Ja, ik kan er niks van zeggen, op het moment dat er bij mij geld binnenkomt.. van morgenvroeg is er bij geld gebracht, dat heb jij nou. Ik heb toch echt een beetje druk gezet hoor, maar morgen weet ik niet, morgen laatste dag van het jaar, het is moeilijk [medeverdachte 12] , het is moeilijk.” [medeverdachte 12] “Morgen niet en dinsdag ook niet.” [verdachte] “Dinsdag januari, nee nooit, 1 januari nooit, nooit. Laten we in ieder geval voor woensdag afspreken, heb ik ook een beetje meer lucht en het is toch afhankelijk van wat de verkoop is, daar is het afhankelijk van. Nou ok in ieder geval, beter iets dan niets voor Petje. Maar [bijnaam medeverdachte 11] geeft weer niks aan Petje. Je moet slim zijn, moet goed opletten. Maar je tegen [bijnaam medeverdachte 11] zeggen, [bijnaam medeverdachte 11] heeft ook een aandeel in dat iets niet heeft gelopen he? En ik vraag ook geen geld van [bijnaam medeverdachte 11] , snap je? Een beetje, hoe noem je dat, een beetje ja meeleven met een ander moet [bijnaam medeverdachte 11] ook een beetje doen.” Voorts blijkt uit opgenomen vertrouwelijke communicatie en afgeluisterde telefoongesprekken dat [medeverdachte 9] van medio december 2012 tot medio januari 2013 in Spanje en de Dominicaanse Republiek heeft verbleven. Bij het beluisteren van een OVC gesprek op 27 januari 2013 in of naast de Opel Astra (kenteken [kenteken 5] ) is tussen [medeverdachte 9] en een onbekend gebleven vrouw onder meer het volgende besproken: [medeverdachte 9] “Ik moet daar om half elf zijn… Nou, we hebben elkaar een maand niet gezien. Dus zij willen weten wat ik van daarginds voor hen heb meegenomen.” Op 28 januari 2013 is rond 13.50 uur een ontmoeting geobserveerd tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 3] bij de [naam] te Ekkersrijt. Beiden rijden erna weg in de Opel Astra van [medeverdachte 9] . Tijdens deze autorit is onder meer (vanaf 13.55 uur) het volgende besproken: [medeverdachte 9] “Ik was daar toch in ons land” [medeverdachte 3] “Ik ben al 2, 3 weekenden hier gebleven omdat er van alles weer te doen is.” [medeverdachte 9] “Ja natuurlijk. Ik contacteer die ouwe met bril, die [bijnaam verdachte] .” (…) [medeverdachte 9] “Die [bijnaam verdachte] heb ik gesproken via dat apparaatje. Dus jij zegt om twee uur. Dan jou om half twee dan kunnen we samen.” [medeverdachte 3] “Hij weet toch dat ik erbij ben?” [medeverdachte 9] “nee” (en vanaf 14.08 uur) [medeverdachte 9] “Hoe moet die met die papieren. Als alles weg is dan hebben wij geen hoofdpijn, snap je. Dat is voor een keer.” [medeverdachte 3] “Staat alles wel klaar?” [medeverdachte 9] “Bijna” [medeverdachte 3] “Ja maar ze zijn nu allemaal veel aan het verkopen. Ze zitten nu rond de 3, 34.” [medeverdachte 9] “Lekker” [medeverdachte 3] “Ja het werd tijd he. Het heeft lang genoeg geduurd. Zoals de laatste keer 29, 28.” [medeverdachte 9] “Niet normaal he.” [medeverdachte 3] “Hoofdpijn.” Op 28 januari 2013 wordt er omstreeks 14.24 een ontmoeting geobserveerd tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 9] en [verdachte] in een horecagelegenheid te Uden. Door een van de leden van het observatieteam werd gehoord dat [verdachte] zei: ”iets verifiëren” en ”moeten we nakijken”. Daarna rijden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 9] weer weg in de Opel Astra. Daarna op 28 januari 2013 (vanaf 15.05 uur) heeft in of direct naast de Opel Astra met het kenteken [kenteken 5] een gesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 3]. Tijdens dit gesprek is onder meer het volgende besproken: [medeverdachte 9] Die [bijnaam verdachte] is wel goed hoor. Die [bijnaam verdachte] .. hij heeft een paar jongens die altijd bij hem. Heb je hem gezien af en toe die donkere jongen. Hij heeft een paar jongens die altijd voor hem klusjes doen en zo. [medeverdachte 3] Ja [medeverdachte 9] Die die hebben wel goed met die [bijnaam verdachte] . [medeverdachte 3] Oh maar hij is wel in orde. [medeverdachte 9] jawel. [medeverdachte 3] Hij is in orde. Die andere is was nerveus die met die bril. [medeverdachte 9] Die is een beetje para. Maar zulke mensen moet je ook hebben he… Die houden jou ook een beetje eh eh… [medeverdachte 3] Alert [medeverdachte 9] Ja alert. Wij moeten zowiezo zien te krijgen van hun ok.. (ntv) want dan kunnen we goed verdienen. [medeverdachte 9] Ik heb met die [bijnaam verdachte] afgesproken dat ik ook hun deel krijg. Om te verkopen. Dus die krijgen wij ook voor een jongen… als het goed is kunnen wij van tevoren of een paar dagen van te voren die die jongen die Albanees op de hoogte. [medeverdachte 3] Ja ja die zie ik nou ook geregeld. Die kunnen wij nou alles verkopen voor 33 weet ik zeker. [medeverdachte 9] Stel je voor dat die [bijnaam verdachte] … dat wij aan die [bijnaam verdachte] 32 betalen. Dan hebben wij ook aan hun verdiend. […] Plus die andere van daar plus die vijf procent snap je?. [medeverdachte 3] Ja. [medeverdachte 9] Dan hebben we leuke winst. Vorige keer was weinig, heel weinig. [medeverdachte 3] Alle begin is moeilijk [medeverdachte 9] Ja ja. Dan hebben we die plan van daar gezien dat het kan. En deze kant het ook gezien dat het daar ook kan snap je. […] [medeverdachte 9] [persoon 8] [medeverdachte 3] [medeverdachte 9] Maar is die altijd zo geweest of… want normaal gesproken was die gewoon goed. [medeverdachte 3] Ja nee hij altijd zo geweest. [medeverdachte 9] Hij wil altijd meer trekken naar zijn kant. [medeverdachte 3] Ja ja. En ze zijn er nu achter dat die eh.. vaker zo’n dingen gedaan heeft. Daarom is sterk ook niet meer zo blij met hem. [medeverdachte 9] Dat is niet netjes want je moet altijd eerlijk zijn snap je. Of tenminste iedereen moet verdienen wat die moet verdienen. Niet dat jij gewoon gaat pikken of wat dan ook. [medeverdachte 3] Iedereen moet hetzelfde. [medeverdachte 3] Die op de uitkijk staat moet net zoveel krijgen als die wat naar binnen loopt. Vind ik. Want die heb ik net zo hard nodig. Want als die daar niet staat ga ik niet naar binnen. [medeverdachte 9] Nee plus als problemen gebeuren gaat die dezelfde straf krijgen als die van ons.. jou… Vanuit Uden, waar [verdachte] de afspraak met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 9] had, rijdt [verdachte] 28 januari 2013 om 15.00 uur naar [naam] in Valkenswaard, alwaar hij een ontmoeting heeft met [medeverdachte 12]. Tijdens deze ontmoeting is onder andere het volgende besproken:. [verdachte] “Ok, ik kan je Bill ophalen en de vraag is of dat het morgen is. […] Hmm weet je wie ik vandaag gezien heb? Dormingro. Ja met hem heb ik gegeten. Nu net, kom ik net vandaan.” [medeverdachte 12] “Ow?” [verdachte] “Die hebben, die zijn ook klaar. Die hebben, drie honderd, in hun handen, stuks. Ze moeten nog twee honderd innen om te krijgen, dit weekend, ze staan in containers, alles klaar, en ze zweren dat ze vertrekken aanstaande week tussen 1 en 7 februari.” Op 29 januari 2013 treffen [verdachte] en [medeverdachte 12] elkaar wederom bij restaurant [naam] in Valkenswaard. Ook [medeverdachte 7] is aanwezig. Het volgende wordt besproken: [verdachte] “Hier, maar je komt wel voor 500.. onverstaanbaar.. heb ik verstuurd.” [medeverdachte 12] “Ja.” [verdachte] “We kunnen wel blijven zeuren dat er 300 misschien 300.. Hij zei gisteren wel 320.. onverstaanbaar.. 200 bij hebben, 180.. officieel..” [medeverdachte 12] “Ja.. moeten we op zoek.” [verdachte] “Maar maar maar kijk ook naar 500 of 520 want dat… is vrij stuk dus… uh..” [medeverdachte 7] “Want?” [verdachte] “Maar dat is niet het belangrijkste. Hun zeggen alweer met gemak.. uh.. 12 mei begint zeg maar in juli dat is nu februari he, dat is ook alweer juni, is in januari, afblijven.” [medeverdachte 12] “Ja?” [verdachte] “We hebben geld.” [verdachte] “Kijk en hij zei gisteren gewoon… zitten 4200 stuks in de Dom.. jaren op pad. En daarna is nog eens een keer 8 miljoen twintig gulden.” […] [verdachte] “Nee nee nee nee, niemand praat over Blackberry, niemand praat over de onze.” In een OVC gesprek gehouden in of direct naast de Opel Astra met het kenteken [kenteken 5] op 30 januari 2013 is door [medeverdachte 9] onder meer (omstreeks 14.02 uur) het volgende gezegd. [medeverdachte 9] is daarbij onderweg naar een bespreking met [verdachte] en [medeverdachte 10] en bereidt [nummer] deze bespreking voor: “Dit hebben zij, pap!... Dit komen wij tekort, pap!.... Dus ik ga nu naar deze man toe, want dat is onze man vandaag, die is net… hierheen gekomen… Hij heb, om die 350… achter mij om 50 erbij gebracht, plus hij is nu… ntv… met andere mensen om de tafel… Maar ik wil zo snel mogelijk dus ik moet naar deze man… Met hem om de tafel komen, dat hij gewoon die 150 die ik tekort kom erbij gooit.. klaar! Dan moet ik daar naartoe gaan… Hij kan het niet eerder dan na het weekend doen… veel tijd. Het moet van mij deze week afgerond zijn… Klaar!... Snappie?!... “ Uit de vergelijking van de peilbakengegevens van de Opel Astra van [medeverdachte 9] , de VW Polo [kenteken 6] in gebruik bij [verdachte] en de Audi A6 [kenteken 7] in gebruik bij [medeverdachte 10] is af te leiden dat er die dag rond 14.30 uur een ontmoeting is geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] op de Leeuweriksweg te Uden en dat vervolgens [medeverdachte 9] bij [verdachte] in de auto is gestapt en dat ze in de VW Polo van [verdachte] naar de Kornetstraat te Uden zijn gereden, alwaar een ontmoeting heeft plaatsgevonden met [medeverdachte 10] . Later die dag (omstreeks 18.55 uur), voeren [verdachte] en [medeverdachte 9] , in de Opel Astra een gesprek, waarbij onder meer het volgende wordt besproken: [verdachte] “Je moet die man een ding zeggen want we hebben er nog even over zitten praten… met die 500… ik wil echt niet moeilijk doen… maar als het zo is dat we… dat hij er bijvoorbeeld maar 350 doet…“ [medeverdachte 9] “Nee nee nee ik…” [verdachte] “Of dat er iets gebeurt waardoor dat er toch…” [medeverdachte 9] “Nee neen nee.” [verdachte] “Dan willen we gewoon op basis van 500 25%. Dat is gewoon een extra waarschuwing van doe het goed.” [medeverdachte 9] “Nee ik heb dit heb ik allang gezegd.” [verdachte] “Ok ok ok.” [medeverdachte 9] “Dat wat je nu zegt heb ik al lang gezegd. Doe er vijf want zij rekenen toch van vijf…” […] [verdachte] “Je moet echt 500, […]… Ja ja ja maar weet je wat je doet je gaat eerst naar daar. Je doet afspraken maken wat je doet en je komt terug, toch?” [medeverdachte 9] “Ja ja” [verdachte] “Je komt hier terug” [medeverdachte 9] “Maandag ben ik terug. Maandag spreken, zitten we gewoon weer met koffie te drinken.” In de BlackBerry van [medeverdachte 9] is een bericht van [verdachte] van 30 januari 2013 aangetroffen waarin [verdachte] [medeverdachte 9] een goede reis wenst. [medeverdachte 9] bericht terug: ‘Mandaag of uitstelijk dinsdag maar ik neem bb mee om je op de hoogte te houden’. Op 6 februari 2013 is een ontmoeting geobserveerd tussen [verdachte] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 9] bij [naam] te Uden, waarbij onder andere het volgende is besproken: [medeverdachte 9] “Woensdag komt ie aan..” […] [verdachte] “Dus 26, tussen 26ste en 27ste .. want dat zal misschien wel lukken…” […] [medeverdachte 10] “Petje nog gesproken..” [verdachte] “Petje is terug. Daarvoor.. met Petje besproken, klopt.” […] [verdachte] “Het spul op zich, is mooi.” [medeverdachte 9] “Meer kunnen we niet zeggen. Ze willen niet geloven dat Petje problemen geeft.” […] [verdachte] “(…) [bedrijf 2] ” […] [verdachte] “Ik zeg jou, bijvoorbeeld, goed is goed met 750 kilo, exact.” [medeverdachte 10] “Ja maar wij vragen hun 100.” [verdachte] “Dan maar 55.” [medeverdachte 9] “Besteld.” [medeverdachte 10] “Dan nog, die hou maar. Wat is er niet zoveel dan?” [verdachte] “Is heel veel.” [medeverdachte 9] “Kan er moeilijk tussenuit.” [verdachte] “Inderdaad.” […] [verdachte] “Dat ie nog, ja, oke. Ik moet het geloven, als proef uit, uit, volgens mij Peru. Hebben vier gedaan, deze week?” [verdachte] “Klanten willen doen, heel veel willen dan wit..” […] [medeverdachte 10] “Als jullie man, het is maar een voorstel… maar andere dingen, … cocaïne.” […] [medeverdachte 9] “Maar ik denk dat het gewoon, bankroet.. [medeverdachte 5] .” [verdachte] “Ja” [medeverdachte 9] “Daarna…, is een tegel verdwenen…” [verdachte] “In de tegel zit coke.” [medeverdachte 9] “Bananen… die komt nog.” [verdachte] “Ja” […] [medeverdachte 9] “… containers.” [verdachte] “Het is die [medeverdachte 12] die zegt ook hoe moeilijk met fruit, ik heb fruit, vis, dus jullie wat er in kan, kan mee.” […] [medeverdachte 9] “500… 500..” [verdachte] “Met 500 1% en niet meer vragen.” [medeverdachte 9] “Doe ik niet 500%” [verdachte] “Die moet je delen door een half procent.” [medeverdachte 9] “Jaa, oke. Jaa, oke.” [verdachte] “Nu heb je 1%, dat is 100 stuks. 560 zo’n 600 kilo coke. Want anders heb je rond de 500 stuks, onze kant op.” [medeverdachte 9] “Ja, oke” [verdachte] “Die jij doet, die koopt jou.. leverancier kan niet meer stoppen nou.. Oom, oom, je oom jij hebt liever samen, dus die is eruit, die hebben de…” […] [medeverdachte 9] “Ik denk, ik ben baan bij zetten, ik één keer in de coke.” Op 11 februari 2013 zit [medeverdachte 9] tussen ongeveer 13.00 en 13.45 uur in de Opel Astra met het kenteken [kenteken 5] . Hij praat waarschijnlijk hardop in zichzelf: “Wat ik doe bij ons, zij zetten alleen bij ons, dus wij honderd, drie honderd vijftig plus vijftig is vierhonderd. Die oude man zegt… ga om tafel met jou mensen. Zeg maar tegen hem hebben alleen vierhonderd. Als ze mee akkoord gaan doen wij vierhonderd minimaal want wij hebben nog een week… dan de tijd om misschien toch die vijfhonderd te doen. Tot dat tot dat die ding vertrekt. Als die ding vertrekt met vierhonderd hebben we… hebben jullie dan als jullie mee akkoord gaan groen licht gegeven voor minimaal vier in plaats van vijf. Maar het kan de vijf komen want hebben nog niet de tijd voor dat die ding vertrekt om om wat nog meer te verzamelen. Maar hij gaat niet meer… Hij zegt van jongens ik heb al vier dinges gedaan. Ik heb met mensen gepraat… normaal gesproken doe ik om jullie toch vijf te doen maar het is.. mij… met deze vrienden lastig om te lastig. Poging niet gelukt wij hebben… zij hebben ook hun eigen dinges dus ik ga niet meer met mensen praten. Als jullie mee akkoord gaan met die vier doen we anders ja. Ja dan moeten we gewoon kappen.” Uit de peilbakengegevens van de Opel Astra [kenteken 5] van [medeverdachte 9] en de BMW [kenteken 1] van [verdachte] blijkt dat deze auto’s op 11 februari 2013 tussen ongeveer 13.45 uur en 15.15 uur aanwezig zijn in de omgeving van de Markt te Sint Oedenrode. Hieruit leidt de rechtbank af dat er een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 9] en [verdachte] en dat [medeverdachte 9] op weg daar naar toe in zijn auto het gesprek heeft voorbereid. Uit de peilbakengegevens van de BMW [kenteken 1] van [verdachte] blijkt dat dit voertuig op 12 februari 2013 omstreeks 14.48 uur stilstond op de Nieuwstraat te Best in de omgeving van ‘ [naam] ’. Uit onderzoek van de camerabeelden van deze snackbar bleek dat [verdachte] en [medeverdachte 10] elkaar daar om 14.50 uur ontmoeten en omstreeks 15.06 uur samen weggingen. Uit de zendmastgegevens van de BlackBerry van [verdachte] blijkt dat deze op 12 februari 2013 om 15.22 uur een zendmast in Best aanstraalde en meteen daarna en om 16.45 een zendmast in Sint Oedenrode en om 16.45 uur weer een zendmast te Best. Om 16.47 uur vertrok de BMW [kenteken 1] van [verdachte] uit Best. De Opel Astra [kenteken 5] in gebruik bij [medeverdachte 9] is op 12 februari tussen 15.41 en 16.35 uur in de omgeving van de Markt te Sint Oedenrode. Uit het voorstaande leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 10] na hun bespreking in de snackbar in de auto van [medeverdachte 10] naar Sint Oedenrode zijn gereden en aldaar [medeverdachte 9] hebben ontmoet. Op 15 februari 2013 wordt wederom een ontmoeting tussen [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [verdachte] geobserveerd. Op 16 februari 2013 wordt in de haven van Antwerpen een partij van 3.000 kilogram hasjiesj in beslag genomen. Deze hasjiesj zat verstopt in een container met als deklading handdoeken en was bestemd voor het bedrijf [bedrijf 5] . [bedrijf 5] had [bedrijf 6] met als zaakvoerder [persoon 2] gevolmachtigd voor alle formaliteiten met betrekking tot de aankomst en levering van goederen. Op 19 februari 2013 wordt bekend dat de container niet wordt vrijgegeven. Op 20 februari 2013 ontmoeten [verdachte] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] elkaar bij Hotel [naam] , waar zij onder andere het volgende met elkaar bespreken: […] [verdachte] “Petje is zijn batch afgenomen. Je kan het er niet meer inkletsen zoals je vroeger deed. […] [medeverdachte 11] “En. Ik heb gezegd, weet je wat, doe al het mogelijke forceren, weet je. Doe gissingen voor coke uit. Uh.. hij is rechtstreeks naar de kade gegaan en hoofdkwartier, hoofdkwartier. Hij zegt: “Hey man, het is al de 2e keer dat je zit te hameren op die container en te zeuren over”, hij is daar dus ambtenaar he, hij zegt: “Ja, hij kon het wel weten”, hij zegt “maar ik weet niet verder wat er gezegd is geweest weet ik niet”. Uh.. het zou niet goed afgelopen hebben want anders hebben ze, zouden ze de Federale zo ver weggelopen bij ondervragen, eigenlijk nog niet gehoord, niet gezien.” [verdachte] “Bij jou, jou Petje stond die dus ingelogd zeg maar?” [medeverdachte 11] “Ja” [verdachte] “Die is ondervraagd, vandaag?” [medeverdachte 11] “Ja.” [verdachte] “Maar hij staat daar… Hij staat in, hij staat in beschermd gebied, waar ik niet bij kan zelf? Daar staat ie?” [medeverdachte 11] “Ja spijtig.” [verdachte] “En hij is inmiddels gecontroleerd en hij is leeg? Ik ga er mee kappen.” [medeverdachte 11] “Vandaag, ja, ja” [verdachte] “Dus hij is verdacht? Maar die zijn verdacht? Zou hij intussen al met die fruit.. met de box?” [medeverdachte 11] “Welke rij heb jij over nou? Tomaten, die box openmaken?” [verdachte] “Dan vraagt ie…” [medeverdachte 11] “Hoofddouane?” [verdachte] “Gaat die hoofddouanier, die zitten, die zeggen: ‘Hey hier zit een collega van mij en die vraagt naar die box waar ze onderzoek op doen.. net zoals ons”.” [medeverdachte 11] “Die die, die zal alle stukjes niet doorvertellen of wel?” [verdachte] “Gaat ie dat zeggen?” [medeverdachte 11] “Want zij ondervragen alleen, en dan halen ze er nog een, wacht even ze zijn altijd met twee.. “ [verdachte] “Links en rechts halen ze erbij dus alles zelf informeren naar die box. Ja, Petje zit bij de baas liever niet. Die baas vindt dat raar. Gaat die baas dat doen, echt? Hier zit een douanier en vraagt altijd naar die box, kom.. eens voor.” [medeverdachte 11] “Waarom moet dat? Dat hij vorig jaar vier, vier containers, acht containers in zijn gebied heeft gehad. Veel gehad, vier, heeft niets met die te maken.” [verdachte] “Heeft dat met deze route iets te maken?” [medeverdachte 11] “Nee nee nee..” […] [verdachte] “Dus Petje is besmet?” [medeverdachte 11] “Daarom hebben ze die badge ook afgenomen, hij mag zijn dienst nog doen. Daarom gaan wij ook verder via mijn.. uh.. bronnen, weet je.” [verdachte] “Wat we hieruit leren is… dat we hieruit leren is één. De douanier die in het systeem niet kan, het systeem laat jou niet zien dat we serieus in de problemen komen.” [medeverdachte 11] “Nee, en besmet lekken, en weg.” [verdachte] “Nog 19 avonden bedoel ik.. uh..” [medeverdachte 11] “Ja, want het werkt niet.. enne.. vroeger toen.. uh.. Petje lieten ze rechtstreeks weten dat de positie, […]. Dat klopte zij in. Hij tikte een code in en hij zei: “oh shit… hey een alarm, ja oke zullen we oplossen”, maar daaruit sinds dat ze zijn badge afgekomen hebben, gingen Petje zeggen dat hij niet in het systeem mag.” […] [verdachte] “Ja. Weet je, weet je wat je je zelf nou moet afvragen met dat gedoe, heeft voor jou Petje nog waarde?” [medeverdachte 11] “Nu?” [verdachte] “Ja.” [medeverdachte 11] “Vandaag wat er gebeurd is dat..?” [verdachte] “Heeft hij je.. heeft hij vanaf nu nog waarde?” [medeverdachte 11] “Ik heb mijn uh… Mijn twijfels. Zijn advies kan ik gebruiken. Maar intern daar kan ik.. uh.. er niet bij, nee, als ik eerlijk mag zijn niet nee, maar waarom, daarvan was de vraag, als hij vandaag niet.. uh.. was vernomen dan had ik nog.. uh.. Dan had ik gezegd, het is goed, we kunnen nog verder. Maar wat vandaag gebeurd is, met die bevraging, natuurlijk niet, echt niet wat er gezegd is, is er niet gezegd. Ik weet niet wat er gezegd is geweest. Ik heb hem nog niet kunnen zien dus, hetzelfde.” [medeverdachte 11] “En als ie niet meer blijft alleen.. uh.. die die nieuwe contact, als.. uh.. van waar komt die?” [verdachte] “Het winkeltje.” [medeverdachte 11] “Uit Engel...” [verdachte] “Zak pillen. Wat gebeurt er nu, als dit verkeerd gaat.. strepen trekken. We moeten iets gaan doen, die het van te voren weg kunnen zetten.” [medeverdachte 11] “Kijk, wat ik ga doen is.. uh.. zo ie zo niet.. uh.” [verdachte] “Oke, termijn op.. met dat spul op korte termijn of niet. Ik weet dat niet, jij moet, jij moet het weten.” [m