RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/703232-12 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2018 in de strafzaak tegen [naam verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [postcode en woonplaats] , [adres 5] . [naam verdachte] wordt bijgestaan door mr. B. Welvaart, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 november 2017, 22 november 2017, 24 november 2017 en 30 november
- [naam verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting gesloten op 15 maart
- 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [naam verdachte] : Feit 1: samen met anderen heeft geprobeerd om 1.059 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen 1.059 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel aanwezig gehad, dan wel samen met anderen het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 1.059 kilogram cocaïne heeft voorbereid. (zaaksdossier 5) Feit 2: samen met anderen 50 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht dan wel samen met anderen 50 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel aanwezig gehad. (zaaksdossier 2) Feit 3: samen met anderen heeft geprobeerd om 550 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen 550 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel aanwezig gehad, dan wel samen met anderen het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 550 kilogram cocaïne heeft voorbereid. (zaaksdossier 2) Feit 4: samen met anderen heeft geprobeerd om 200 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen dan wel samen met anderen 200 kilogram cocaïne heeft verhandeld dan wel aanwezig gehad, dan wel samen met anderen het verhandelen en/of het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 200 kilogram cocaïne heeft voorbereid. (zaaksdossier 2) Feit 5: in Nederland, België, de Dominicaanse Republiek en Ecuador heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, met het oogmerk het meermalen plegen van overtredingen van de Opiumwet en het voorbereiden daarvan. (zaaksdossier 7) Feit 6: zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van 41.500 euro en/of 45.000 dollar dan wel aan het schuldwitwassen daarvan. Feit 7: samen met anderen 4.149 gram cocaïne aanwezig heeft gehad. (zaaksdossier 8) 3De voorvragen 3.1 Geldigheid van de dagvaarding Bij de uitleg van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering moet in het oog worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De eis dat de tenlastelegging de opgave van het feit moet bevatten (eerste lid), wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk. Een van de factoren die een rol speelt bij het begrip ‘duidelijk en begrijpelijk’ is de vraag of er bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen verdachte worden verweten. Het ‘Wolf / Beretta’ procesdossier is zeer omvangrijk en is onderverdeeld in verschillende zaaksdossiers, waarin specifiek staat gerelateerd welke personen van welke strafbare gedragingen verdacht worden. Een zaaksdossier ter zake van enige witwasverdenking door de verdachte ontbreekt. Het is voor de rechtbank derhalve niet duidelijk op welk onderdeel van het procesdossier de tenlastelegging onder feit 6 ziet. Ook de officier van justitie en de verdediging hebben ter terechtzitting aangegeven deze mening te zijn toegedaan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de dagvaarding ter zake van feit 6 nietig moet worden verklaard, nu deze ter zake van feit 6 niet voldoet aan de vereisten van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding voor het overige geldig is. 3.2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie De verdediging heeft (wederom) de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit omdat het recht van [naam verdachte] op een eerlijk proces is geschonden door de inbeslagname van het onder [naam verdachte] aanwezige procesdossier met daarop aantekeningen ten behoeve van de bespreking hiervan met zijn raadsman. Hoewel ter zitting van 14 januari 2014 de officier van justitie desgevraagd heeft aangegeven dat deze doorzoeking niets had opgeleverd, is er nadien nog een papier met daarop doorgekraste maar door het NFI leesbaar gemaakte aantekeningen aan het dossier toegevoegd. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie in deze kwestie niets te verwijten valt nu de rechter-commissaris de stukken in beslag heeft genomen en heeft beslist tot overdracht van deze stukken aan de officier van justitie. Een niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is in de visie van de officier van justitie dan ook niet aan de orde. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Op 1 oktober 2013 zijn [naam verdachte] en (onder anderen) de medeverdachte [naam medeverdachte 1] aangehouden. Op 4 oktober 2013 zijn zij voorgeleid aan de rechter-commissaris in de rechtbank Limburg. Van daaruit zijn zij in hetzelfde busje van de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DVO) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie vervoerd naar verschillende penitentiaire inrichtingen. Dit DVO-busje was op bevel van de officier van justitie en na machtiging van de rechter-commissaris voorzien van apparatuur teneinde de vertrouwelijke communicatie tussen beide verdachten af te luisteren. Uit het proces-verbaal aanvraag zoeking van 11 oktober 2013 volgt dat op basis van hetgeen afgeluisterd was, het vermoeden bestond dat verdachten informatie uitgewisseld zouden hebben door het schrijven op documenten aangaande hun voorgeleiding aan de rechter-commissaris. Uit het dossier volgt overigens niet welke documenten verdachten destijds onder zich hadden. De rechtbank gaat er van uit dat dit mogelijk het voorgeleidingsproces-verbaal was. De advocaat heeft destijds aangevoerd dat aan [naam verdachte] op 18 oktober 2013 aanvullende dossierstukken (verband houdende met de vordering gevangenhouding en het onderliggende dossier) zijn verstrekt, die tevens zijn inbeslaggenomen. De aangevraagde zoeking in de cel van [naam verdachte] in de penitentiaire inrichting in Nieuwegein heeft plaatsgevonden op 22 oktober
- De rechter-commissaris in de rechtbank Midden-Nederland heeft de correspondentie tussen [naam verdachte] en zijn advocaat inbeslaggenomen en apart gehouden in een verzegelde envelop. (Deze stukken zijn later geretourneerd aan de verdediging.) Tevens zijn er losse enveloppen aangetroffen en processen-verbaal van politie met daarop aantekeningen. Ook deze stukken zijn inbeslaggenomen en apart verzegeld, nu niet uit te sluiten was dat ook deze aantekeningen mogelijk onder zogenaamde geheimhouderstukken zouden vallen. Vervolgens zijn deze stukken overgedragen aan de behandelend rechter-commissaris in de rechtbank Limburg. Ondanks protesten van de verdediging heeft de behandelend rechter-commissaris bij brief van 21 november 2013 bericht dat hij het procesdossier met aantekeningen niet aanmerkt als geheimhoudersstuk en zal overdragen aan de officier van justitie. De verdediging heeft reeds op de pro forma zitting van 14 januari 2014 bepleit dat deze gang van zaken een schending was van het recht van [naam verdachte] op een eerlijk proces en dat dit zou moeten leiden tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Voor zover thans van belang heeft de rechtbank destijds als volgt geoordeeld. Het in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering opgenomen verschoningsrecht berust op de eis dat iedere burger die zich om hulp of bijstand tot de in dit artikel bedoelde hulpverleners, waaronder de raadsman, richt, er op moet kunnen rekenen dat hetgeen hen wordt toevertrouwd geheim blijft. Dit recht is zo fundamenteel dat de Schutznorm geen opgeld doet. Voren omschreven gang van zaken levert een schending op van dit verschoningsrecht. Gelet op de criteria als neergelegd in het [Z.] arrest is de rechtbank van oordeel dat de in casu plaatsgevonden inbeslagneming geen schending van die criteria oplevert en dat om die reden de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet aan de orde is. Op de vraag in hoeverre de belangen van [naam verdachte] zijn geschonden en welke consequenties hieraan verbonden moeten worden, zal bij eindvonnis worden beslist. Aldus de beslissing van de rechtbank op 14 januari
- De rechtbank volhardt heden in dit oordeel en verwijst naar de motivering van 14 januari 2014 zoals hier voren is weergegeven. Zij zal dan ook thans niet overgaan tot niet ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie. Een en ander laat echter onverlet dat de rechtbank van oordeel is dat er een ernstige inbreuk is gemaakt op het recht van [naam verdachte] op een eerlijk proces. Immers, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2686) oordeelt de rechtbank dat aantekeningen die gemaakt zijn op een procesdossier in het kader van de voorbereiding van de verdediging met als doel die te bespreken met de raadsman vallen onder het verschoningsrecht van de advocaat. Daarbij doet niet ter zake of de in het geding zijnde geschriften zich bij de advocaat of diens cliënt bevonden en of deze aantekeningen reeds besproken zijn of nog met de advocaat besproken moeten worden. Indien de advocaat zich op het standpunt stelt dat kennisneming van deze brieven en geschriften zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, zoals in casu vanaf de inbeslagneming door zowel [naam verdachte] zelf als zijn raadsman is aangevoerd, dient dit standpunt door organen van politie en justitie in beginsel te worden geëerbiedigd. De beslissing van de rechter-commissaris van 21 november 2013 om ondanks de bezwaren van de verdediging de stukken over te dragen aan de officier van justitie, vormt een niet ongedaan te maken schending van het verschoningsrecht van de advocaat en daarmee van het recht op een eerlijk proces van [naam verdachte] . De omstandigheid dat deze schending niet heeft geleid tot opname in het dossier van tot deze schending herleidbare belastende informatie is in dit kader niet doorslaggevend, nu gelet op de aard van de schending het niet uit te sluiten is dat de kennisname van de aantekeningen van [naam verdachte] op de verstrekte processen-verbaal, de politie heeft geholpen bij het leggen van verbanden en de opbouw van het dossier. Reeds deze omstandigheid leidt tot concreet nadeel voor [naam verdachte] dat gecompenseerd dient te worden. Al met al is de rechtbank van oordeel dat deze schending van een zo fundamenteel recht enkel gecompenseerd kan worden door middel van een aanzienlijke vermindering van de op te leggen straf. Gelet op de aard van de schending acht de rechtbank een strafreductie van 30 procent passend. 3.3 Overige voorvragen De rechtbank concludeert dat de rechtbank bevoegd is en dat geen gronden zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat de feiten 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 en 7 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De officier van justitie heeft de vrijspraak van de verdachte van feit 1 gevorderd en de nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit
- De officier van justitie acht bewezen dat [naam verdachte] samen met anderen een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne heeft ingevoerd. De twee daarop volgende containers hadden cocaïne moeten bevatten, maar deze transporten liepen mis. De opzet van de groepering was – althans voor wat betreft feit 3 – gericht op de invoer van 550 kilogram, om welke reden de officier van justitie een poging tot invoer van 550 kilogram – en niet de aangetroffen 366 kilogram – bewezen acht. Ten aanzien van feit 5 acht de officier van justitie voorts bewezen dat [naam verdachte] deelnam aan een criminele organisatie die zich mede bezighield met cocaïne. Ten aanzien van feit 7 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van [naam verdachte] dat hij de cocaïne een week in bewaring voor een vriend zou hebben, ongeloofwaardig is. De officier van justitie stelt dat [naam verdachte] wist dat het cocaïne was en dat het zijn cocaïne was. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 7 bepleit. Er is volgens de verdediging geen bewijs voor enige betrokkenheid van [naam verdachte] bij de poging tot invoer van de 1.059 kilogram cocaïne. Dit geldt ook ten aanzien van de 50 kilogram cocaïne. Ten aanzien van de tenlastegelegde 550 kilogram cocaïne, merkt de verdediging op dat geenszins is aangetoond dat de in beslag genomen hoeveelheid van 419 kilogram voor de Wolf-Beretta groep bestemd was, laat staan voor [naam verdachte] . Er is alleen bekend dat er kennelijk een groot en intensief onderzoek heeft gedraaid op de Dominicaanse Republiek door de DNCD en de DEA, waarbij een netwerk is opgerold. Kennelijk wist men wie erbij betrokken waren en voor wie de 419 kilogram cocaïne bestemd was. De bestemming was Puerto Rico en dus de haven van Antwerpen. Ten aanzien van feit 4 stelt de verdediging zich op het standpunt dat de geïntercepteerde communicatie en overige onderzoeksbevindingen volstrekt onvoldoende zijn om buiten gerede twijfel vast te kunnen stellen dat [naam verdachte] betrokken zou zijn geweest bij een poging tot invoer van 200 kilogram cocaïne. Ten aanzien van feit 5 stelt de verdediging dat [naam verdachte] geen deelnemer is geweest aan een criminele organisatie, aangezien de contacten tussen de verdachten onderling onvoldoende duurzaam en concreet zijn geweest. Er was geen sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Ten aanzien van feit 7 merkt de verdediging op dat [naam verdachte] niet precies wist wat er in de tas zat en hoeveel het was. Hij dacht wel dat het drugs zouden zijn. [naam verdachte] had de tas een paar dagen voor de doorzoekingen opgehaald in Amsterdam en zou er € 1.500,- voor krijgen als hij de tas zou bewaren. [naam verdachte] stelt dat hij niet in de tas heeft gekeken en de pakketten niet heeft aangeraakt. Door het ontbreken van de SIN-nummers die gekoppeld kunnen worden aan de aangetroffen pakketten ontbreekt een cruciale schakel in de ‘chain of evidence’. De verdediging stelt dat nu niet kan worden vastgesteld dat hetgeen is onderzocht door het NFI ook daadwerkelijk afkomstig is uit de woning van [naam verdachte] . Ook kan aan de hand van de verklaring van [naam verdachte] niet worden vastgesteld of sprake was van enige werkzame stof in het aangetroffene. [naam verdachte] wist immers niet wat er in de tas zat. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding Het onderzoek Wolf Beretta is een zeer omvangrijk onderzoek waarbij een aantal verdachten over langere tijd door de politie in de gaten is gehouden. Dit in de gaten houden bestond onder andere uit het tappen van vele telefoonlijnen, het plaatsen van OVC-apparatuur (Opname Vertrouwelijke Communicatie) in de diverse auto’s in gebruik bij verdachten en in de woning van [naam medeverdachte 2] , het observeren van verdachten, en het opnemen van vertrouwelijke communicatie tussen verdachten tijdens besprekingen in horecagelegenheden. In het proces-verbaal is door middel van pv’s stemherkenning en pv’s bevindingen met betrekking tot de bijnamen van verdachten aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de politie de conclusie trekt dat een bepaald telefoonnummer door een bepaalde verdachte wordt gebruikt, wie er spreekt en wie met een bepaalde bijnaam bedoeld wordt. Na de inbeslagname van een aantal BlackBerry telefoons onder verdachten is ook herleid kunnen worden welke verdachte gebruik maakte van welk BlackBerry e-mailadres. Daar waar een en ander door de verdediging niet betwist wordt, neemt de rechtbank de conclusie van de politie, dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een bepaald telefoonnummer of dat een bepaalde verdachte met een bepaalde bijnaam wordt aangeduid of dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een onder hem inbeslaggenomen BlackBerry, over en maakt deze tot de hare. Daar waar de verdediging in dit kader iets betwist heeft, gaat de rechtbank hierop nader in in haar bewijsoverwegingen. [naam medeverdachte 3] BlackBerry de [bijnaam mv 3] en [bijnaam mv 3] (= [bijnaam mv 3] in het Spaans) [naam medeverdachte 5] [Naam medeverdachte 4] BlackBerry [Bijnaam mv 4], [Bijnaam mv 4], [Bijnaam mv 4], [Bijnaam mv 4], [Bijnaam mv 4] [naam medeverdachte 2] [Bijnaam mv 2], [Bijnaam mv 2] , [Bijnaam mv 2] [naam medeverdachte 6] BlackBerry [bijnaam mv 6], [bijnaam mv 6] [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 10] [naam medeverdachte 8] BlackBerry [bijnaam mv 8], [bijnaam mv 8] [naam medeverdachte 9] de [bijnaam mv 9] [naam verdachte] BlackBerry [bijnaam verdachte] of [bedrijf 5] [naam medeverdachte 1] [bijnaam mv 1], [bijnaam mv 1] De rechtbank merkt op dat de kopjes tussen de bewijsmiddelen enkel zijn bedoeld om de leesbaarheid te bevorderen en geen duidelijke scheiding vormen tussen de bewijsmiddelen voor verschillende feiten, te meer daar alles in onderling verband en samenhang bezien een rol speelt in het bijzonder, maar niet alleen, voor de criminele organisatie. Feit 1 (zaaksdossier 5 - 1.059 kg cocaïne) De Belgische Federale Politie te Antwerpen heeft op 29 april 2013 inlichtingen ontvangen van de autoriteiten in Ecuador. Uit deze inlichtingen volgt dat er op 25 april 2013 te Guayaquil in Ecuador 1.059,486 kilogram cocaïne is inbeslaggenomen. De cocaïne was verborgen in 149 dozen met keramische tegels en werd in een haven aangetroffen in een container met nummer CAIU
- De keramische tegels waren afkomstig van het bedrijf [naam bedrijf 1] uit Guayaquil te Ecuador. Op de vrachtbrief, behorende bij deze container, staat de firma [B 2] CGV te Antwerpen als contactpersoon vermeld. De naam, het adres en de postcode van [B 2] CGV komt volgens de politie overeen met het bedrijf dat door de ‘Wolf/Beretta’-groepering is gebruikt voor de import van containers uit Peru. De rechtbank constateert evenwel, met de officier van justitie en de verdediging, dat er tijdens het Nederlandse politieonderzoek niet of nauwelijks aanknopingspunten zijn gebleken tussen de aangetroffen cocaïne en voornoemde groepering of deze specifieke verdachte. Hieraan draagt bij dat er vanuit Ecuador slechts een summier dossier is verstrekt. Ondanks een rechtshulpverzoek daartoe, hebben de Ecuadoraanse autoriteiten geen inzage gegeven in inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en evenmin het gehele dossier op formele wijze aan de Nederlandse autoriteiten beschikbaar gesteld. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de in voornoemde container aangetroffen cocaïne bestemd was voor de verdachte of enig crimineel samenwerkingsverband waaraan hij zou hebben deelgenomen. Feiten 2, 3, 4 en 5 Zaaksdossier 2: de invoer van een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne en de criminele organisatie ( [naam medeverdachte 7] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] , [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] ) De eerste container Uit het proces-verbaal van observatie en het ten gevolge daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen bekijken videobeelden, blijkt, zakelijk weergegeven, onder andere dat op 20 januari 2012 een ontmoeting is geobserveerd tussen [naam medeverdachte 7] , [naam medeverdachte 11] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 12] , en een onbekende persoon bij pannenkoekenhuis ‘ [naam pannekoekenhuis] ’ te [L. 1] . Op 13 maart 2012 is er sms verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] waarin [Naam medeverdachte 4] aangeeft dat hij morgen kan langskomen als hij terugkomt van Amsterdam om [Bijnaam mv 2] af te halen. [Naam medeverdachte 4] voegt toe: ‘zie je die ook nog eens’. Op 14 maart 2012 arriveert [naam medeverdachte 2] op Schiphol alwaar hij wordt opgehaald door [Naam medeverdachte 4]. Vanaf 12 maart 2012 is er sms verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] enerzijds en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] anderzijds. Hieruit kan afgeleid worden dat men afspraken maakt voor een ontmoeting op 16 maart 2012 rond 11.00 uur. Door het observatieteam wordt gezien dat [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] op 16 maart 2012 samen in een VW Caddy [kenteken 1] rijden en dat die Caddy om 9.58 uur geparkeerd wordt op de parkeerplaats van het kerkhof gelegen aan de Valkenswaardseweg te [L. 1] . Om 10.19 uur komen [Naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] uit het restaurant [restaurant 1] te [L. 1] . Om 11.29 uur rijden [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] weer met de Caddy weg. Om 11.40 uur wordt gezien dat de Caddy geparkeerd staat bij de woning van [naam medeverdachte 1] te [L. 1]. Op 4 april 2012 neemt [Naam medeverdachte 4] om 8.26 uur contact op met [naam medeverdachte 1] en geeft aan dat hij dringend de vriend van [naam medeverdachte 1] moet zien. [naam medeverdachte 1] neemt vervolgens contact op met [naam medeverdachte 3] en geeft dan aan dat ‘ [Bijnaam mv 4] ’ (= bijnaam [Naam medeverdachte 4] ) hem wil zien. Er wordt afgesproken om 10.30 uur bij ‘ [Bijnaam mv 4] ’. Daarna belt [Naam medeverdachte 4] [naam medeverdachte 2] en zegt dat hij dringend naar Eindhoven moet omdat ‘dat met die foto’s was niets’. Uit het gesprek volgt dat [Naam medeverdachte 4] [naam medeverdachte 2] oppikt om mee te gaan. Rond 11-12 uur was de telefoon van [naam medeverdachte 2] in elk geval in de buurt van [restaurant 2] / [restaurant 3] , de twee horecagelegenheden in Valkenswaard (waar vaker wordt afgesproken en die worden aangeduid met ‘ [Bijnaam mv 4] ’). Om 9.38 uur, 9.40 uur en 10.58 uur belt [naam medeverdachte 1] uit naar [naam medeverdachte 3] . Er komt geen communicatie tot stand. Rond diezelfde tijd vraagt [naam medeverdachte 1] per sms aan de gebruiker van het telefoonnummer [gsm nummer] waar hij is. Op basis van de omstandigheid dat met de gebruiker van ditzelfde telefoonnummer een afspraak wordt gemaakt bij [naam medeverdachte 1] thuis en vervolgens geobserveerd wordt dat de auto in gebruik bij [naam medeverdachte 7] (een Audi A3) met Belgisch kenteken [kenteken 2] op het afgesproken tijdstip bij de woning van [naam medeverdachte 1] achterom rijdt, concludeert de rechtbank dat [naam medeverdachte 7] de gebruiker van dit telefoonnummer is. Vervolgens is [naam medeverdachte 1] boos op [naam medeverdachte 3] dat deze niet is op komen dagen. ‘ [Bijnaam mv 4] ’ is voor niets gekomen, terwijl hij hem dringend nodig heeft, want er klopt niets van. Afgesproken was dat [naam medeverdachte 3] vandaag/woensdag beschikbaar zou zijn (opmerking rechtbank: 4 april 2012 valt op een woensdag). Rond 17.00 uur bericht [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 1] dat hij een afspraak had die voor ging. Hij geeft aan dat hij vanaf 18.00 uur thuis is. [naam medeverdachte 1] sms-t terug dat hij er zal zijn. Om 17.15 neemt [Naam medeverdachte 4] contact op met het Dominicaanse nummer [telefoonnummer 1] . Hij bericht dat die ander [Bijnaam mv 2] moet accepteren (waarschijnlijk wordt Skype bedoeld). Hij ondertekent met [Bijnaam mv 4] . ( [naam medeverdachte 2] wordt vaker aangeduid als [Bijnaam mv 2] en [Naam medeverdachte 4] als [Bijnaam mv 4] ). In de computer van [naam verdachte] zijn zowel de skype namen [Bijnaam mv 2] als [Bijnaam mv 4] aangetroffen. Op basis van deze gegevens in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [naam verdachte] de gebruiker van dit Dominicaanse nummer is. Op 4 april 2012 vindt er omstreeks 18.00-18.15 uur alsnog een ontmoeting plaats tussen [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] bij ‘ [Bijnaam mv 4] ’. Om dit te regelen is er ge-sms-t tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] . Ook [naam medeverdachte 2] is aanwezig. (De rechtbank leidt de aanwezigheid van [naam medeverdachte 2] af uit de mededeling van [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] dat de ‘gasten zitten te wachten’, het telefoongesprek tussen [naam medeverdachte 2] en zijn partner van 17.20 uur waarin hij aangeeft dat hij geen tijd heeft omdat hij weg moet en het sms-bericht van [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 1] waarin staat ‘Zijn onderweg. Zullen ong 15min later zijn’ in combinatie met het gegeven dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [naam medeverdachte 2] als hij in Nederland is doorgaans samen met [Naam medeverdachte 4] optrekt.) Om 18.47 uur en 18.59 uur stuurt [naam medeverdachte 3] een sms naar het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 7]. Uit een sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] is af te leiden dat er rond 19.30 uur weer een ontmoeting is tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] bij [naam medeverdachte 1] thuis. Tussen 19.15 uur en 19.30 uur heeft [Naam medeverdachte 4] sms contact met het reeds hiervoor aangehaalde Dominicaanse telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [naam verdachte] . Er wordt door [naam verdachte] gevraagd of [Naam medeverdachte 4] de info al heeft kunnen regelen. [Naam medeverdachte 4] geeft aan: ‘nu niet, zijn er mee bezig’. Rond 22.00 uur sms-t [naam medeverdachte 1] [Naam medeverdachte 4] : ‘het wordt morgen voor we elkaar zien’. Rond 23.00 uur heeft [Naam medeverdachte 4] weer contact met datzelfde Dominicaanse [telefoonnummer 2] , in gebruik bij [naam verdachte] . [naam verdachte] geeft aan dat hij wel morgen een afspraak heeft, maar dat hij niks meeneemt omdat hij vandaag geen info van [Naam medeverdachte 4] had gekregen. Diezelfde avond en in de ochtend van 5 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . In de ochtend van 5 april 2012 is er tussen 11.00 en 11.30 uur een ontmoeting tussen [naam medeverdachte 2] , [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] bij Hotel [restaurant 2] te Valkenswaard. Ook de auto in gebruik bij [naam medeverdachte 1] is daar rond dat tijdstip gesignaleerd. Omdat het initiatief voor deze afspraak van [naam medeverdachte 1] afkwam concludeert de rechtbank dat ook [naam medeverdachte 1] daarbij aanwezig was. Vanaf 11.45 uur is er vervolgens herhaaldelijk telefonisch contact tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] . Rond 12.30 uur die dag (5 april 2012) hebben [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] sms-contact over een afspraak die avond. Rond 19.30 uur is er sms-verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en het Nederlandse nummer van [naam verdachte] en rond 22.00 uur tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . In de vroege uren en ochtend van 6 april 2012 neemt het Nederlandse nummer van [naam verdachte] per sms contact op met [Naam medeverdachte 4] . [naam verdachte] geeft aan dat hij nu pas in de trein naar huis zit en dat het hem niet gaat lukken. Gevraagd wordt: ‘kunnen jullie misschien niet bij me thuis koffie drinken?’ Gemeld wordt dat het andere nummer in de koffer is achtergelaten. Aan de lijn is thans [bijnaam verdachte] , vriend van [Bijnaam mv 4] . Uit het onderzoek is gebleken dat [bijnaam verdachte] een internetnaam van [naam verdachte] is en [Bijnaam mv 4] / [Bijnaam mv 4] van [Naam medeverdachte 4] . Op 9 april 2012 is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Op 10 april 2012 is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] waaruit af te leiden is dat ze elkaar die ochtend ontmoet hebben. Eerste container: HASU 4001697 Verklaring voor al deze drukte: Op of omstreeks 9 april 2012 werd een container (HASU 4001697) verstuurd vanuit de Dominicaanse republiek. De container had als lading travertin tegels, te weten 580 m2 ter waarde van USD 12.505,- verpakt in 15 kratten. Deze bestelling was in de Dominicaanse Republiek gedaan door iemand die zich ‘ [R.P.] ’ noemde. Deze tegels werden door het bedrijf [naam bedrijf 2] S.A. bij [naam bedrijf 3] besteld en door [naam bedrijf 3] rechtstreeks geleverd aan [naam bedrijf 3] bvba, te Antwerpen. De geschatte aankomst in de haven van Antwerpen was 24 april
- Door de Belgische autoriteiten werd onderzoek verricht naar het bedrijf [naam bedrijf 3] bvba. Op 16 september 2011 werd de maatschappelijke zetel van dit bedrijf verplaatst naar het adres [adres 1] te 2018 Antwerpen. Op deze datum werd [M. van G.] benoemd als onbezoldigd zaakvoerder. In een loods in Mol zijn op 24 juni 2013 travertin tegels aangetroffen in een bekisting waarop stond [naam bedrijf 2] . Die loods was begin maart 2012 gehuurd door [M. van G.] van [L] Transformation . De opgegeven adresgegevens van de loods waren identiek aan die van [naam bedrijf 3] . Op 12 april 2012 is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] . Er wordt een afspraak gemaakt tussen [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] voor de volgende dag. Het lijkt erop dat [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 3] niet te pakken krijgt, want hij sms-t aan [naam medeverdachte 1] : ‘Onze vriend antwoordt niet’. [naam medeverdachte 1] antwoordt: ‘Ok zie je morgen. Ik ben ook in Antw. In de vroege middag eventueel’. Later die dag is er weer over en weer sms verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Ook de volgende dag 13 april 2012 is er verspreid over de hele dag sms verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Op 14 april 2012 in de ochtend is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] ; zo ook op 16 en 17 april
- Op 17 april 2012 is er ook weer sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] . [naam medeverdachte 3] klaagt dat hij geen vervoer heeft en sms-t aan [naam medeverdachte 1] : ‘Vraag of ie ff naar mij komt’. Later die ochtend is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] . [naam medeverdachte 7] geeft aan dat hij ‘pas om 13 u in eik’ kan. Er wordt om 4 uur afgesproken in ‘eik’. De politie vermoedt dat met ‘eik’ het Belgische Maaseik wordt bedoeld. Daarna, tegen 17.00 uur, belt een telefoonnummer dat later aan [naam medeverdachte 1] gekoppeld wordt twee keer uit naar [Naam medeverdachte 4] . Er wordt een afspraak gemaakt om elkaar te zien bij ‘de monteur’ en, als die er niet blijkt te zijn, zegt [naam medeverdachte 1] dat hij wel naar [Naam medeverdachte 4] komt. [Naam medeverdachte 4] geeft aan: “Ja oke je komt richting snow”. [naam medeverdachte 1] geeft aan: “Daar op de hoek weet je wel. Ik weet niet wat je bedoelt nou”. [Naam medeverdachte 4] zegt: “Ja oke, hou dat dan maar aan dan”. [naam medeverdachte 1] : “Ik ben er zo”.Om 18.38 uur stuurt [naam medeverdachte 1] een sms naar [naam medeverdachte 7] : ‘Zit met die mensen aan tafel, als die auto geen originele papieren heeft, dan kan men niets doen?’ Om 18.41 stuurt [naam medeverdachte 7] een sms naar [naam medeverdachte 3] . [naam medeverdachte 1] sms-t [naam medeverdachte 7] om 18.41: ‘Oké heb ze al gezien dus zacht (de rechtbank begrijpt dat ‘wacht’ is bedoeld) effe tot donderdag. We hebben nog tijd volgens mij’. Om 18.42 uur wordt er twee keer over en weer ge-sms-t tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Om 19.02 uur meldt [naam medeverdachte 7] aan [naam medeverdachte 1] dat hij de volgende ochtend om 9.30 uur bij hem is. Uit de historische verkeersgegevens van het nummer van [naam medeverdachte 3] blijkt dat er op 18 april 2012 rond de middag vier keer telecommunicatieverkeer plaatsvindt tussen [naam medeverdachte 3] en [Naam medeverdachte 4] . Later die dag is er sms verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] . Op 19 april 2012 is er rond 8.00 uur drie keer sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Uit het peilbaken blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] rond 9.00 uur in de buurt van de woning van [naam medeverdachte 1] is. Op 19, 20 en 21 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] , en [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Op 22 april 2012 maakt [naam medeverdachte 3] een afspraak met [Naam medeverdachte 4] ‘bij onze vriend’ voor maandagmorgen (23 april 2012). Op 23 april 2012 hebben rond 8.45 uur [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] nog sms-contact. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] rond 8.30 uur vertrekt vanuit Sittard-Geleen (zijnde de verblijfplaats van [naam medeverdachte 2] ) naar [L. 1] . Rond 9.15 is er een stop op de [adres 2] te [L. 1] , zijnde in de buurt van de woning van [naam medeverdachte 1] . Daarna (10.15 uur) begeeft die auto zich naar de omgeving van Hotel [restaurant 2] in Valkenswaard. Die middag vindt er sms-verkeer plaats tussen [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] . De volgende dag op 24 april 2012 is er rond 9.00 uur weer smsverkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] . Op 25 april 2012 wordt er een afspraak gemaakt tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] . In deze sms vraagt [Naam medeverdachte 4] of [naam medeverdachte 1] zijn kant op kan komen (in verband met te veel blauw op de weg). [Naam medeverdachte 4] ondertekent met ‘ [Bijnaam mv 4] ’. Uiteindelijk wordt (tussen 18 en 18.30 uur) afgesproken bij het [SB] . De rechtbank gaat er van uit dat ook [naam medeverdachte 2] bij deze bespreking aanwezig is, omdat er rond 10.45 uur een gesprek is getapt tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] waarin [Naam medeverdachte 4] aangeeft dat ‘we aan het eind van de middag bezoek krijgen’ ‘ja waar ik eigenlijk vanmorgen heen zou gaan’ ‘die kwam laat in de middag deze kant op’ ‘dat ik niet die kant op hoefde, er is ontzettend veel blauw op de autobaan. Rond 18.00 uur wordt er weer ge-sms’t tussen [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 3] . Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] die avond tussen 18.15 en 18:45 uur bij het [SB] te Stein staat. Om 18.51 uur sms-t [naam medeverdachte 1] aan [naam medeverdachte 7] : ‘ik ben bij jou in de buurt, ben je thuis?’ ( [naam medeverdachte 7] woont in Maasmechelen en dat ligt vlak bij Stein.) Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank af dat [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] elkaar hebben ontmoet bij het [SB] , waarna [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] elkaar ontmoet hebben. Aankomst container HASU 4001697 in Antwerpen Deze container is op 24 april 2012 gearriveerd in de haven van Antwerpen bij kaai
- De opdracht tot inklaren is van 26 april
- Deze opdracht is afkomstig van [naam bedrijf 3] bvba. Tussen 26 april 2012 en 2 mei 2012 zijn er zeer veel contacten (telefonisch en ontmoetingen) tussen [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 7] en [Naam medeverdachte 4] (en [naam medeverdachte 2] ) over en weer: Berichtenverkeer en ontmoetingen op 26 april 2012: Sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] tussen 8.57 en 9.16 uur: [naam medeverdachte 1] : ‘Heb je mijn tekst gehad’ [naam medeverdachte 7] : ‘Ik niet ik heb met ons vriend om 11.u. af. In eik’ (de rechtbank merkt op dat met ‘eik’ vermoedelijk Maaseik wordt bedoeld) ‘ik must in antw. Van 18.u tot 23.u vor de inf. Van jou vriend’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ik heb je gister al gestuurd. Was om
- Bij jou. Heb iets voor jou ivm foto. Ik probeer hem te pakken te krijgen en geef hem mee. Gr. Ps heb ook veel keer over laten gaan.’ Sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] tussen 9.17 en 9.19 uur: [naam medeverdachte 1] : ‘Kan je even langs mij ivm bakker’. Opmerking rechtbank: met ‘bakker’ wordt naar alle waarschijnlijkheid [naam medeverdachte 7] bedoeld. [naam medeverdachte 3] : ‘Die zie ik zo meteen. Moet daar na. Gaat niet anders. Sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] om 9.19 uur: Van de Vleut: ‘Probeer hem ook even te zeggen dat hij bij mij stopt’ [naam medeverdachte 7] : ‘Ik waas weg om 17.15 must <LF> om 18.udar ij mar op
- Pl. Sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] aan [naam medeverdachte 3] tussen 9.20 en 9.27 uur: [naam medeverdachte 1] : ‘Beter even stoppen. Het is voor hem’. [naam medeverdachte 3] : ‘Ok ik vertrek zo’. [naam medeverdachte 1] : ‘Gas erop’. Sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] tussen 9.23 en 9.25 uur: [naam medeverdachte 1] : ‘Hoeft niet meer heb hem nu gehad. Ik heb voor voor foto gekregen’ ‘Gister .en je kunt zeggen tegen je vriend dat je het hebt. Als je h’ ‘et vandaag niet hebt geef ik je het zodra ik je zie. Gr.’ [naam medeverdachte 7] : ‘OK’ Sms-verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] tussen 10.06 en 11.07 uur: [Naam medeverdachte 4] : ‘Vriend wanneer horen of zien we jullie? Gr [Bijnaam mv 4] ’. [naam medeverdachte 3] : ‘Kan zo meteen. Ik zit in maaseik’. Voorts is er tussen 11.07 en 11.09 uur drie keer sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Daarna neemt [naam medeverdachte 3] contact op met [Naam medeverdachte 4] via de sms (Sms-verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] tussen 11.47 en 11.50): [naam medeverdachte 3] : ‘Kunnen we nu afspr.? Ik ben in zuiden. [Naam medeverdachte 4] : ‘Ok zeg maar waar’ [naam medeverdachte 3] : ‘Urmond?’ [Naam medeverdachte 4] : ‘Ok ong 15min’ [naam medeverdachte 3] : ‘OkOk’ Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 4] in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] blijkt dat deze om 12.08 uur bij het [naam Hotel] Hotel in Urmond is geweest. Om 12.36 uur sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 3] : ‘Kun je om 14u op plek zijn waar we ons net gezien hebben. gr. [Bijnaam mv 4] .’ [naam medeverdachte 3] antwoordt om 12.37 uur: ‘ok’ Om 12.38 uur is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Sms-verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] tussen 13.32 en 13.33 uur: [naam medeverdachte 3] : ‘ik ben 10min later.’ [Naam medeverdachte 4] : ‘geen probleem, zitten binnen’ (uit het gebruik van het meervoud, leidt de rechtbank af dat ook [naam medeverdachte 2] aanwezig is). [naam medeverdachte 3] : ‘OK’ Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 4] in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] blijkt dat deze tussen 14.04 en 15.19 uur bij het [naam Hotel] Hotel in Urmond is geweest. Tussen 14.29 en 15.58 uur is er vier keer sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Om 15.49 belt [naam medeverdachte 7] uit naar [naam medeverdachte 1] . Een computerstem antwoordt dat het mobiele nummer niet bereikbaar is. Om 16.01 uur sms-t [naam medeverdachte 3] [Naam medeverdachte 4] : [naam medeverdachte 3] : ‘we hebben hem. Is ok. Blaas alles maar af. We zien ons morgen.’ [Naam medeverdachte 4] : ‘ok vriend. Gr.’ Tussen 18.19 en 21.16 uur stuurt [naam medeverdachte 1] een drietal sms-en naar [naam medeverdachte 7] : ‘Ik moet vroeg weg. ik kan beter bij lambrettam bij jou thuis stoppen om 8.
- oké’ ‘Dus als ik ze zie kan ik dat zo zeggen dat ze zich geen zorgen over de aanbouw hoeven te maken?’ ‘Ik moet morgen al vroeg weg. ik kan beter bij lambrettam bij jou thuis stoppen om 8.
- oké?’ Tussen 21.17 en 21.22 is er een sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [Naam medeverdachte 4] : [naam medeverdachte 1] : ‘Morgen ben ik er niet. Je kan met die ene contact op nemen eventueel. Gr.’ […] [naam medeverdachte 1] : ‘oké ben er zaterdag ook niet of laat middag’ [Naam medeverdachte 4] : ‘Ok, dan hou ik even contact met jou vriend. Gr.’ Vervolgens probeert [naam medeverdachte 1] tussen 26 april 2012, 22.22 uur en 27 april 2012, 7.22 uur tot vier keer toe in contact te komen met [naam medeverdachte 7] . Berichtenverkeer en ontmoetingen op 27 april 2012 Tussen 8.01 en 9.17 uur is er contact tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] : [naam medeverdachte 1] : ‘ja van vroeger ook koffie en eten [naam medeverdachte 7] : ‘U.lat bij de lamb. [naam medeverdachte 1] : ‘bij jullie lambrettam in maas mechelen’ [naam medeverdachte 7] : ‘U.lat’ [naam medeverdachte 1] : ‘half negen’ [naam medeverdachte 7] : ‘ok’ ‘bij mij?’ ‘ben niet t’ [naam medeverdachte 3] heeft om 8.09 uur en 8.13 uur sms-verkeer met [naam medeverdachte 7] . Om 10.55 uur stuurt [naam medeverdachte 3] een sms aan [naam medeverdachte 1] : ‘geef ff een seintje als je in de buurt bent? Ik ben niet thuis maar wel vlakbij. Gr’ Verder blijkt die dag dat er tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] sms-verkeer plaatsvindt. Uit de inhoud kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten. Ook zijn er die middag en avond telefonische contacten tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Berichtenverkeer op 28 april 2012 Die ochtend zijn er onderlinge telefonische contacten tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . SMS-verkeer tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] . Daaruit kan worden afgeleid dat er ’s maandags vermoedelijk een afspraak zal zijn en dat men van elkaar hoort. SMS-verkeer tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] . Uit de berichtenwisseling kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten bij ‘Haring’. SMS-bericht van [naam medeverdachte 1] aan [naam medeverdachte 7] om 15.21 uur: [naam medeverdachte 1] wil [naam medeverdachte 7] morgen (29 april 2012) om 12 uur bij Lambrettam ontmoeten. Die middag zijn er ook onderlinge telefonische contacten geweest tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Berichtenverkeer op 29 april 2012 Uit sms-berichten tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] volgt dat zij elkaar om 12.10 uur willen ontmoeten. Berichtenverkeer op 30 april 2012 [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 3] hebben die ochtend twee keer onderling contact. [Naam medeverdachte 4] vraagt om 10.59 uur aan [naam medeverdachte 3] : ‘vriend, hoe laat zien we je? Gr’ [naam medeverdachte 3] antwoordt om 11.01 uur: ‘ze zijn er mee bezig vandaag. Ik hoor het zsm. Dan hoor je van mij.’ Om 14.02 uur vraagt [naam medeverdachte 3] aan [naam medeverdachte 1] : ‘toevallig nog iets gehoord?’ Om 14.56 meldt [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 3] : ‘Vriend het moet vandaag anders zijn we ze kwijt. Ze worden nerveus’. [naam medeverdachte 3] antwoordt meteen: ‘ben je in de buurt? Ik moet iets zeggen’ en ‘ik wacht op antwoord’. [Naam medeverdachte 4] : ‘ik kan wel die kant op komen, ong 45 min [Bijnaam mv 4] ’ [naam medeverdachte 3] ‘is nu zinloos. Wacht ff’ [Naam medeverdachte 4] : ‘is vandaag wel iets aantoonbaar?’ [naam medeverdachte 3] : ‘nog niet’ ‘ik ben bang dat het pas morgen wordt. Ben niet zeker’ [Naam medeverdachte 4] : ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg’ en ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg. Morgen is te laat’ Om 15.20 uur sms-t [naam medeverdachte 3] aan [naam medeverdachte 1] : ‘ben je thuis?’ Vervolgens neemt [naam medeverdachte 3] om 15.21 uur weer contact op met [Naam medeverdachte 4] . Tot 15.46 uur wordt er over en weer gesms-t: [naam medeverdachte 3] : ‘ik kan niemand bereiken. Ik ben de enige paraat’ en ‘ik rij nu naar onze gezamenlijke vriend’ [Naam medeverdachte 4] : ‘zullen wij ook daarheen komen?’ [naam medeverdachte 3] : ‘Ok hoe laat?’ [Naam medeverdachte 4] : ‘ong 45 min’ [naam medeverdachte 3] : ‘Ok. Weet niet of ie thuis is. Laat het je weten. Anders [Bijnaam mv 4] over 45min’. [Naam medeverdachte 4] : ‘Ok’ [naam medeverdachte 3] : ‘Blijf maar in jullie buurt. Ik en mijn vriend komen jullie kant uit. We moeten toch daar in de buurt zijn’ Om 15.48 uur vraagt [naam medeverdachte 1] aan [naam medeverdachte 7] : ‘Ik kom naar je toe. ben je thuis of eik?’ Tussen 15.59 en 17.57 uur sms-en [naam medeverdachte 3] en [Naam medeverdachte 4] elkaar weer. Afgesproken wordt bij [naam Hotel] in Urmond. Uit de berichtenwisseling is af te leiden dat [naam medeverdachte 3] daar rond 18.00 uur aankomt. Gelet op voorgaande concludeert de rechtbank dat naast [naam medeverdachte 3] en [Naam medeverdachte 4] ook [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] bij deze afspraak aanwezig zijn. Om 20.00 uur ontvangt [Naam medeverdachte 4] de volgende sms van [naam medeverdachte 3] : ‘hoe laat [Bijnaam mv 4] ? Wordt woensdag’ Uit een sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] volgt dat zij voor die avond een afspraak maken bij ‘ [Bijnaam mv 4] ’. Er is enige spraakverwarring hierover. [naam medeverdachte 3] geeft aan: ‘ja maar niks gaat door vandaag. Piet heeft afgezegd want wordt woensdag. [Bijnaam mv 4] gaat wel door om 21.’ Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] op 19.56 en 20.20 uur een zendmast aanstraalt te Valkenswaard (in de omgeving van de horecagelegenheden die worden aangeduid als ‘ [Bijnaam mv 4] ’). Ook is er die avond (30 april 2012) omstreeks 21.13 uur nog (telefonisch) contact geweest tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Op 1 mei 2012 is er tussen 10.26 en 11.41 uur 8 keer onderling contact tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Op 2 mei 2012 bericht de Belgische Douane dat de container HASU 4001697 gescand moet worden. Op 2 mei 2012 heeft [naam medeverdachte 1] sms-verkeer met [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] . Men wil elkaar kennelijk ontmoeten. Ook blijkt uit de historische telecom verkeersgegevens dat er telefonische contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Om 20.44 uur vraagt [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 3] : ‘en vriend hoe lang nog?’. Om 20.46 uur sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 2] : ‘vriend bel me effe’. Om 20.50 uur antwoordt [naam medeverdachte 3] aan [Naam medeverdachte 4] : ‘ze zijn nog bezig. Laat het je zo weten’. Om 20.56 sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 1] : ‘vriend is grijze nog bij jou’ Om 21.09 uur sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 3] : ‘als het nog lang duurt dan gaat ie. En als ie met lege handen gaat is een kans dat afgelopen is. En is mijn vriend ook bij jou?’ [naam medeverdachte 3] : ‘ja hij vertrekt nu’. Om 22.31 uur sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 2] wederom: ‘vriend bel me effe’. Om 23.29 uur is er een telefoongesprek tussen [naam medeverdachte 2] en Ester Kraaijenbrink. [naam medeverdachte 2] vertelt dat hij de hele dag onderweg is geweest en dat hij nu pas thuis is. Hij had zijn telefoon thuis laten liggen. [naam medeverdachte 2] vertelt dat hij net door [Naam medeverdachte 4] thuis is afgezet en dat zijn auto nog bij [Naam medeverdachte 4] staat. [naam medeverdachte 2] was vanmorgen als om 8.00 uur bij [Naam medeverdachte 4] en ze zijn met de auto van [Naam medeverdachte 4] weg geweest. Uit de mastlocatie blijkt dat de telefoon in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] zich om 20.44 uur in de buurt van het [naam Hotel] hotel te Urmond bevindt. Uit de opgevraagde camerabeelden van dit hotel blijkt dat [Naam medeverdachte 4] die dag aldaar rond 19.00 uur een ontmoeting heeft gehad met een onbekende man van buitenlandse afkomst en van ongeveer 21.20 tot 22.25 uur met [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] en die onbekende man van buitenlandse afkomst. Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat de contacten tussen [naam medeverdachte 7] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] , [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] te maken hebben met de aankomst van de container HASU
- Op 3 mei 2012 wordt door de Douane Remant een mail verstuurd naar [D.D.] van de expediteur [naam expediteur] die in opdracht van [naam bedrijf 3] bvba de inklaring van deze container verzorgt. In de onderwerp regel van deze mail was aangegeven dat de goederen waren vrijgegeven. Deze mail heeft betrekking op de goederen in de HASU
- Die avond (3 mei 2012) wordt er een ontmoeting geobserveerd in Herberg [restaurant 1] te [L. 1] tussen [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] en een hem begeleidende man. Gehoord werd dat men het over ‘douane’ en ‘container’ had. Daarna wordt er een ontmoeting geobserveerd tussen [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] in restaurant [restaurant 4] . Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank, in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat het gesprek met [naam verdachte] werd teruggekoppeld aan [naam medeverdachte 1] . Uit de vrijgave van de container HASU 4001697 op 3 mei 2012 kan afgeleid worden dat er niets ‘strafbaars’ is aangetroffen in die container. De politie concludeert dat het dus om een proefzending moet zijn gegaan. De rechtbank overweegt echter dat het heel wel mogelijk is dat er wel degelijk tussen de travertin tegels cocaïne is ingevoerd. De rechtbank baseert dit op het volgende afgeluisterde gesprek van 20 februari 2013 tussen [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 12] en [naam medeverdachte 11] , waaruit is af te leiden dat de cocaïne uit de container is gehaald voordat deze door de scan ging. Dat het om cocaïne gaat leidt de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in zaaksdossier 2, af. [naam medeverdachte 3] Toen die Dominicanen afleverden toen die keer, weet je nog? [naam medeverdachte 11] Ja [naam medeverdachte 3] Op [naam bedrijf 3] (…) [naam medeverdachte 11] Maar dat was ook een fysieke, dat was ook een fysieke scan. ‘Heb ik er uit gehaald’ [naam medeverdachte 12] Ja [naam medeverdachte 3] Hoe? [naam medeverdachte 11] Toen was er ook een fysieke scan. Scan. [naam medeverdachte 12] Daar is het leeg ingegaan… Het is er niet vol ingegaan maar leeg. Jullie hebben [naam bedrijf 3] leeg de fysieke scan in laten gaan. [naam medeverdachte 11] Was het [naam bedrijf 3] ? [naam medeverdachte 3] Ja [naam medeverdachte 11] Ik weet het niet meer. [naam medeverdachte 3] Jawel, ja [naam bedrijf 3] [naam medeverdachte 12] Dus, er is , iets een ..uh.. tegels. [naam medeverdachte 11] Oh, ja ja ja , de, de partij, klopt, de partij tegels, dat klopt, dat klopt. In voormeld OVC gesprek wordt tevens gesproken over ‘ [P.] ’. ‘ [P.] is besmet’ ‘daarom hebben ze die badge afgenomen’. De politie onderbouwt gemotiveerd dat met ‘ [P.] ’ of ‘streep’ douane medewerkers worden bedoeld. Het meest in het oog springende is dat de mededeling ‘ [P.] staakt’ strookt met een min of meer gelijktijdige staking van de Antwerpse Douane. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare. Tweede container SUDU 6710420 De tweede container die door [R.P.] was besteld bij het Dominicaanse bedrijf [naam bedrijf 2] werd op 3 mei 2012 vanuit [naam bedrijf 3] middels de container SUDU 6710420 verzonden naar de haven van Caucedo in de Dominicaanse Republiek. Deze container was wederom bestemd voor [naam bedrijf 3] en was eveneens geladen met Travertin Tegels. Hij vertrok op 6 mei 2012 en kwam in Antwerpen aan op 22 mei
- Uit de interceptie van telecomgegevens en uit historische verkeersgegevens blijkt dat er op 7 mei 2012 onderlinge contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij: [naam medeverdachte 3] - [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 1] - [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 2] - [Naam medeverdachte 4] . De relevante gegevens zijn hieronder weergegeven. Afgeleid kan worden dat er een afspraak is die verschoven wordt naar de volgende dag (8 mei 2012) om 11.30 bij ‘ [Bijnaam mv 4] ’. [naam medeverdachte 2] vertelt op 7 mei 2012 om 15.49 uur (in een afgetapt telefoongesprek) dat hij met [naam medeverdachte 14] in Antwerpen is. [naam medeverdachte 2] belt om 20.14 uur met [Naam medeverdachte 4] . [naam medeverdachte 2] vraagt of [Naam medeverdachte 4] nog wat gehoord heeft. [Naam medeverdachte 4] zegt ja. Ben je er geweest, vraagt [naam medeverdachte 2] . Nee zegt [Naam medeverdachte 4] . Morgen, vraagt [naam medeverdachte 2] . Ja zegt [Naam medeverdachte 4] . Hoe laat vraagt [naam medeverdachte 2] . Een uur zegt [Naam medeverdachte 4] . Laten we het dan morgen 12 houden zegt [naam medeverdachte 2] . Ja is goed, dat moet zeker zijn ja want we moeten een uurtje rijden, zegt [Naam medeverdachte 4] . Tussen 20.13 en 20.21 is er de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] : [naam medeverdachte 1] : ‘hallo waar ben je? Je hebt een afspraak vanavond om 20.00 uur. Heb je nieuws?’ [naam medeverdachte 3] : ‘alles ok’ en ‘afspraak’ [naam medeverdachte 1] : ‘Jij hebt dat gemaakt! Maar hoe laat morgen en waar. Neem contact met onze vriend op aub. Gr’. [naam medeverdachte 3] : ‘OK’. Vervolgens sms-t [naam medeverdachte 3] om 20.22 uur [Naam medeverdachte 4] : ‘morgen 11.30 uur [Bijnaam mv 4] ’. Waarna [Naam medeverdachte 4] antwoordt: ‘OK’. (Uit eerdere afspraken is duidelijk geworden dat met ‘ [Bijnaam mv 4] ’ 2 horecagelegenheden in Valkenswaard worden bedoeld.) Daarop belt [Naam medeverdachte 4] met [naam medeverdachte 2] . [Naam medeverdachte 4] zegt dat het morgen een uurtje eerder zal zijn. Het wordt rond half elf bij [naam medeverdachte 2] . Een uurtje eerder zegt [naam medeverdachte 2] , is goed, half elf ben je bij mij, is goed. Om 22.30 uur sms-t [naam medeverdachte 1] aan [Naam medeverdachte 4] : ‘ik ben in de late middag bij pannekoeken grind vijver. Exact hoe laat geef ik nog door. Rond half zes wordt het. Gr of ander optie om 09.30 bij mij? [Naam medeverdachte 4] antwoordt: ‘Hebben al een afsp met je vriend om 11.30 [Bijnaam mv 4] ’ [naam medeverdachte 1] ‘Volgens mij kan ik wer ook zijn.Gr’ [Naam medeverdachte 4] ‘Oke tot dan. Gr’ De telefoon van [naam medeverdachte 2] straalt op 8 mei 2012 om 11.21 uur een mast te Valkenswaard aan en die van [Naam medeverdachte 4] om 12.11 uur. Op basis van vorenstaande concludeert de rechtbank dat er op 8 mei 2012 in Valkenswaard een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen (in elk geval) [naam medeverdachte 2] , [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] . Op 9 mei 2012 hebben [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] tussen 10.51 en 12.25 uur, 14 keer onderling contact. Sms-verkeer [naam medeverdachte 1] - [naam medeverdachte 7] : 10.58 uur [naam medeverdachte 7] : ‘G.morgen ben om 16.30thuis of om 19.u’ 11.00 uur [naam medeverdachte 7] : ‘i.v.met fotos 2.z. Klar’ 11.04 uur [naam medeverdachte 1] : ‘Ben onderweg weet het nog niet zeker, Laat je nog weten. Anders wie ik je om negen vanavond in op. ?’ 11.06 uur [naam medeverdachte 7] : ‘OK’ 20.02 uur [naam medeverdachte 7] : ‘Ik ga nu terug ik ben kort bij thuis 20.45 ben ik dar’ 20.03 uur [naam medeverdachte 1] : ‘Ok ik rij nu bij’ 20.04 uur [naam medeverdachte 7] : ‘OK’ Op 10 mei 2012om 11.07 stuur [naam medeverdachte 3] aan [Naam medeverdachte 4] een sms: ‘zien we elkaar nog.’ Uit historische verkeersgegevens blijkt dat op 10 mei 2012 er tussen 11.18 uur en 11.43 uur zes keer onderling contact is geweest tussen het telefoonnummer van [naam medeverdachte 3] en dat van [naam medeverdachte 7] . Om 11.47 uur stuur [naam medeverdachte 1] aan [Naam medeverdachte 4] een sms: ‘Mijn vriend staat te wachten van [Bijnaam mv 4] , Je reageert niet zegtie’. [Naam medeverdachte 4] stuurt [naam medeverdachte 3] om 12.12 uur het volgende bericht: ‘Hoop t wel, zijn aan het wachten. Je hoort zo snel mogelijk van me. Gr’. [naam medeverdachte 3] antwoordt om 12.12 uur met ‘OK’. [naam medeverdachte 3] 15.12 uur: ‘wat is jullie plan vandaag’ [Naam medeverdachte 4] 15.17 uur: ‘zo gauw wij iets horen, jou een tijd doorgeven. Dan zien we ons in [Bijnaam mv 4] . Kleine is ook aan t wachten’. (opmerking rechtbank: met ‘kleine’ wordt [naam verdachte] bedoeld.) Tussen 16.36 en 16.43 uur is er vijf keer en omstreeks 20.26 uur één keer contact geweest tussen het telefoonnummer van [naam medeverdachte 3] en dat van [naam medeverdachte 7] . Tussen 20.31 en 20.52 is er de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7]: [naam medeverdachte 7] : ‘Alo u is met jou vriend
- Fotos z. Klar en nu woord ik nieks’ [naam medeverdachte 1] : ‘ik heb het door gegeven. […] [naam medeverdachte 7] : ‘mar vande andere inf. Ok nieks en asprak was wonsdag mijn vriend zij niet bl. ik op dat morgen is ?’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ja ik ook. Maar moeten toch een beetje begrip hebben. Laten we het even zo laten vriend tot morgen aub gr.’ [naam medeverdachte 7] : ‘Ja ik wel jou vriend ha tafel het bl. 100.p. Wonsdag ik op dat morgen vor 16.u’ De volgende dag 11 mei 2012 is er tussen 11.23 en 12.43 uur de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] : [naam medeverdachte 1] : ‘laat over 45 min wat weten’ [naam medeverdachte 7] : ‘Voor de fot s of voor de info’ [naam medeverdachte 1] ‘Voor beide denk ik tot zo’ [naam medeverdachte 7] : ‘Mut ik kom nu’ ‘Mut ik kom ik ben nu in eik bena’ ‘Kom je hok’. Diezelfde dag wordt er rond 12.30 uur een ontmoeting tussen [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] in Restaria [restaurant 3] geobserveerd. Op 12 mei 2012 wordt er door [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] tussen 14.22 en 14.58 uur per sms een afspraak voor een ontmoeting gemaakt voor foto’s, info en schilderij: [naam medeverdachte 7] : ‘G.middag. Wanner heb jij die foto’s eigenlijk’ ‘Ik heb al en de inf is of niet’ [naam medeverdachte 1] : ‘Vandaag nog niks gezien. Wanneer zie ik die foto’ [naam medeverdachte 7] : ‘Kom je nar lim’ [naam medeverdachte 1] : ‘Eik kan om 1500?’ [naam medeverdachte 7] : ‘OK’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ik kan stoppen om half vier voor schilderij bij pomp toren ITTERVOORT’ [naam medeverdachte 7] : ‘Bij de kerken’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ok maar ben iets later’ [naam medeverdachte 7] : ‘Ik ben er was tog om 15.u ik bezok thuis’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ik ben er 15.10 ?’ Op 12 mei 2012 om 16.41 uur is er het volgende telefoongesprek tussen [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4]: [Naam medeverdachte 4] : ‘ik heb bericht gehad van die van Eindhoven. Die had het schilderij van mij klaar’ (…) [Naam medeverdachte 4] : ‘Ik heb hem nog gebeld en gevraagd of het nog vandaag moet, nee, had hij gezegd, is niet erg ik ben al weg, maar we zijn met klem aan het wachten op dat andere …. ja dat snap ik’. [naam medeverdachte 2] : ‘ja’ [Naam medeverdachte 4] : ‘en net krijg ik een berichtje van die kleine, die is weer terug en die laat mij zo snel mogelijk wat weten, want die ging er meteen achteraan en daar ben ik nu nog op aan het wachten.’ [naam medeverdachte 2] : ‘ja, ja’ (…) Om 17.00 uur belt [Naam medeverdachte 4] [naam medeverdachte 2] op en zegt dat hij online moet gaan, ‘dan krijg je die kleine eraan’. Met ‘ [bijnaam verdachte] ’ wordt [naam verdachte] bedoeld en met online een skypegesprek. Uit historische verkeersgegevens van het nummer in gebruik bij [naam medeverdachte 3] blijkt dat op 12 mei 2012 omstreeks 17.04 uur en 18.26 uur contact is geweest tussen dit nummer en het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 7] . Voorts is op 12 mei 2012 om 17.38 het volgende telefoongesprek getapt. [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] maken een afspraak voor de daaropvolgende maandag, zijnde 14 mei
- De rechtbank gaat er van uit dat deze afspraak tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] gemaakt wordt naar aanleiding van het skype-overleg dat [naam medeverdachte 2] met [naam verdachte] heeft gehad. [Naam medeverdachte 4] : ‘En, heb je gered?’ [naam medeverdachte 2] : ‘maandag’ [Naam medeverdachte 4] : ‘kan ik dat doorgeven?’ [naam medeverdachte 2] : ‘ja’ [Naam medeverdachte 4] ‘is dat 100 %?’ [naam medeverdachte 2] ‘ja’ [Naam medeverdachte 4] ‘dan weet ik genoeg’ [naam medeverdachte 2] ‘ik zie je maandag sowieso’ [Naam medeverdachte 4] ‘is goed vriend, tot dan’ [naam medeverdachte 2] ‘wanneer kom je terug, zondag of maandag?’ [Naam medeverdachte 4] ‘maandag, maandagmorgen’ [naam medeverdachte 2] ‘maandagmorgen beetje bij de tijd?’ [Naam medeverdachte 4] ‘mmm, ja’ [naam medeverdachte 2] ‘is goed dan zie ik je maandagmorgen’ [Naam medeverdachte 4] ‘of ehhh, moet het eerder? [naam medeverdachte 2] ‘neen, neen, maar maandagmorgen, als je maandagmorgen dan is het goed’ [Naam medeverdachte 4] ‘reken maar op een uur of 11’ [naam medeverdachte 2] ‘is goed, ik vind het prima’ [Naam medeverdachte 4] ‘oke dan zie ik je maandag’. Op maandag 14 mei 2012 hebben [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] tussen 9.26 uur en 23.36 uur 30 keer telefonisch contact. Om 9.15 uur die dag stuurt [naam medeverdachte 7] de volgende sms naar [naam medeverdachte 1] : ‘G.morgen mut zegen tegen di mensen dat donderdag en vreidag er is nazional fest dag en mut vondag kom de inf. Anders is en problem?’ Om 11.45 stuurt [naam medeverdachte 1] de volgende sms naar [Naam medeverdachte 4] : ‘Kan je direct met mijn vriend contact opnemen vandaag als je nieuws hebt. Het is Urgent. Doen moeilijk en niet te vergeten snipper weekend. !!!’ Opmerking rechtbank: donderdag 17 mei 2012 was Hemelvaart, hetgeen een nationale feestdag in België is. Even later (11.49 uur) ontvangt [Naam medeverdachte 4] ook een sms van [naam medeverdachte 3] : ‘Hoe laat weet je iets. Zomaar wachten is niet meer genoeg’. [Naam medeverdachte 4] antwoordt (om 11.58 uur) : ‘zal m nu weer bericht sturen, geef je zo antwoord’ en om 12.10 uur: ‘Die kleine is ook aan het wachten hoe laat ie t kan ophalen, maar zeker vandaag.zo gauw die heeft krijg ik tijd [Bijnaam mv 4] ’. Op 14 mei 2012 vindt er een observatie plaats. Om 14.52 uur worden [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] gezien. Zij komen al pratend uit een Gulf tankstation te Veldhoven. Tussen 16.15 uur en 16.42 uur is er de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7] : [naam medeverdachte 7] : ‘En nieuws van de inf.’ en ‘Ben thuis ik ben bij jou in de b. rond 17.u [naam medeverdachte 1] : ‘ja ben thuis. Wacht op je’ [naam medeverdachte 7] : ‘nu’ [naam medeverdachte 1] : ‘Oke ik ben thuis’ Omstreeks 17.03 uur wordt de Audi A3, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 2] in gebruik bij [naam medeverdachte 7] bij de woning van [naam medeverdachte 1] aan de [adres 2] 24 te [L. 1] gezien. Omstreeks 17.29 uur wordt gezien dat deze Audi A3 en een witte Mini Cooper met twee inzittenden het parkeerterrein van de Golden Tulip [restaurant 5] , gevestigd aan de [adres 3] te [L. 1] oprijden. Bij het onderzoeksteam is bekend dat de partner van [naam medeverdachte 3] destijds in het bezit was van een Mini Cooper. [naam medeverdachte 3] was al eerder, tijdens een observatie van 11 mei 2012, in een Mini Cooper gesignaleerd. Verder werd gezien dat [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] met de VW Polo kenteken [kenteken 3] over de Dorpsstraat te [L. 1] reden. De rechtbank leidt hier uit af dat er op 14 mei 2012 een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [naam medeverdachte 7] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] , [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] . Vervolgens is er tussen 19.49 uur en 21.05 uur de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7]: [naam medeverdachte 7] : ‘Kunt di foto mij nimen nar mij vriend als vor di auto gat.’ [naam medeverdachte 1] : ‘Andere foto is nog bij kennis moet ik die eerst ophalen.’ [naam medeverdachte 7] ” ‘als mij nimen lat dar bij mij v’ [naam medeverdachte 1] : ‘Bedoel je dat ik die van hem op moet halen en jouw terug geven’ [naam medeverdachte 7] : ‘ja als dat kan ja ik terug geven of anders morgen’ [naam medeverdachte 1] : ‘nee ik ga het nu ophalen als het kan en ik zie je bij nieuwe kever’ [naam medeverdachte 7] : ‘ik ben nu weg ik kan niet b’ Om 21.06 sms-t [naam medeverdachte 1] [Naam medeverdachte 4] : ‘kan ik je bij grindvijver nog even zien en breng schilderij mee’. Meteen daarop (21.08 uur) neemt [naam medeverdachte 1] weer contact op met [naam medeverdachte 7] . De volgende sms-wisseling is van 21.08 tot 21.31 uur: [naam medeverdachte 1] : ‘Moet ik foto bij kever laten of wat bedoel je nu’ [naam medeverdachte 7] : ‘gat vor di auto of niet lat die, fot dar’ [naam medeverdachte 1] : ‘Ja ik ga bij hem langs en laat foto daar?’ [naam medeverdachte 7] : ‘ok u kat ben dar’ en ‘u lat ben dar’ [naam medeverdachte 1] : ‘Weet ik nog niet. Ik moet nog hier en daar zijn.En langs foto graaf. Ik laat het zo weten’ [naam medeverdachte 7] : ‘Di mensen mut werk morgen ik ben 21.45 bij hem’ [naam medeverdachte 1] ‘man ik kan nog niet. Ik moet nog een werken en dan kan ik om elf pas daar zijn anders mogen maar ik hoor fotgraaf ook nog niet ?’ [naam medeverdachte 7] : ‘OK’ Uit historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 3] op 15 mei 2012 tussen 7.54 en 13.21 uur 15 keer contact heeft gehad met het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 7] . Tussen [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 1] is er tussen 9.22 en 10.55 uur de volgende sms-wisseling: [naam medeverdachte 7] : ‘Pac mut tot lat werk kom pas vondag’, en ‘U is met inf. Komt vondag nog wat mut nog denk de mens’ [naam medeverdachte 1] : ‘We zien die mens zo. Ff wachten. Met ‘Pac’ wordt ‘ [bijnaam mv 11] ’ bedoeld. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat als bijlage 2 is opgenomen in het persoonsdossier van [naam medeverdachte 11], blijkt onder andere dat [naam medeverdachte 11] de bijnaam ‘ [bijnaam mv 11] ’ heeft. Uit het (ook hierna aangehaalde) OVC gesprek van 20 februari 2013 blijkt dat [naam medeverdachte 11] ook betrokken was bij de invoer van deze container. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo [kenteken 3] in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] op 15 mei 2012 van 11.00 tot 11.30 op het [adres 4] te [L. 1] (=woonplaats [naam medeverdachte 1] ) is. Het vermoeden dat zowel [Naam medeverdachte 4] als [naam medeverdachte 2] in die auto zaten, wordt versterkt door een telefoongesprek van [Naam medeverdachte 4] dat hij rond 11.24 uur met een derde voert waarin hij aangeeft dat ‘ze’ nu vanuit Eindhoven vertrekken. Rond 20.49 uur geeft [Naam medeverdachte 4] aan zijn partner [naam partner mv 4] aan dat hij het morgen en overmorgen druk heeft. [naam partner mv 4] zegt het is donderdag een feestdag (Hemelvaart) waarop [Naam medeverdachte 4] zegt voor hem niet. In de ochtend van 16 mei 2012 is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Ook is er de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 7]: [naam medeverdachte 7] : ‘Ok mut bellen want er is nazional festdag’ [naam medeverdachte 1] : ‘Sorry kan nu pas antw..Vriend kan niet meer doen dan afwachten meer. Gr. Op 16 mei 2012 om 11.31 uur zitten [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] in de VW Polo [kenteken 3] . [naam medeverdachte 2] zegt: ”Hij is later. Nijmegen-Eindhoven file 3 kilometer”. Er wordt gesproken over ‘ [restaurant 2] ’. Om 11.54 uur zegt [Naam medeverdachte 4] : ”Het is woensdag vandaag. Ik leg even alles weg. Eens even kijken. Meenemen deze voor als die zou bellen of sms’en, voor die kleine”. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo blijkt dat deze tussen 11.57 en 12.38 uur in de buurt is van hotel [restaurant 2] te Valkenswaard. Tussen 12.30 en 12.40 uur is er contact geweest tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] . Om 12.44 uur hebben [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] in de VW Polo een gesprek: [Naam medeverdachte 4] : ‘als we een half uur gewacht hadden dan was het goed geweest’. [naam medeverdachte 2] : ‘kijk aan de ene kant, wij staan aan die kant, die [bijnaam mv 3] aan die kant (…) Ik weet zeker (…) dat hij zich ook niet lekker moet voelen met dat hele … En om nu weer af te zeggen van ja nee het wordt toch maandag (…). Het is gewoon allemaal kut. Hun hadden gewoon die jongen, hij zei tegen mij je had het al donderdag gekregen. Om 13.30 uur zegt [Naam medeverdachte 4] tegen [naam medeverdachte 2] : ‘meteen pakken en wegwezen’. [naam medeverdachte 2] antwoordt: ‘ik wil nog geen koffie’. Even later zegt [naam medeverdachte 2] : ‘o hier is het, 16’. In relatie met de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] kan vastgesteld worden dat [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] in Nijmegen zijn bij de [adres 5] , zijnde het woonadres van [naam verdachte] . Om 13.46 uur zegt [Naam medeverdachte 4] tegen [naam medeverdachte 2] dat de navigatie aangeeft dat ze er om 15.15 uur zijn. [Naam medeverdachte 4] zegt om 14.02 uur: ‘als we dit afgegeven hebben, dan eten we wat’. Om 14.56 uur zegt [Naam medeverdachte 4] : ‘nu hoop ik dat die spaghetticowboy op tijd is’. [naam medeverdachte 2] : ‘wat heeft die, een oude Audi he?’. [Naam medeverdachte 4] : ‘ja een Belgische Audi’. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] blijkt dat deze rond 15.00 uur in de buurt van Hotel Urmond is. Op de opgevraagde bewakingscamerabeelden van Hotel Urmond is te zien dat [Naam medeverdachte 4] rond 15.00 uur een gele envelop overhandigt aan iemand die sterke gelijkenis vertoonde met [naam medeverdachte 7] . Via de OVC van de VW Polo is rond dat tijdstip het volgende gesprek opgevangen. [naam medeverdachte 7] : “moeten altijd die gesloten enveloppen zijn, nooit open”. [Naam medeverdachte 4] : ”ja, hun hebben nagekeken, hun moesten het nummer hebben”. [naam medeverdachte 7] : ”he?” [Naam medeverdachte 4] : “hun moesten het nummer hebben” [naam medeverdachte 7] : ”welk nummer” [Naam medeverdachte 4] : “van de boot. Dat moeten ze …. doorgeven daar” [naam medeverdachte 7] : ”dat moeten ze normaal nooit doen, want dan gaan ze met de computer nachecken hoe laat dat is en dat allemaal”. [naam medeverdachte 7] : “Maar tegen die jongens zeggen: Niet naar kijken he” [Naam medeverdachte 4] : “Nee” [naam medeverdachte 2] : ”Nee, nee, nee, nee” [naam medeverdachte 7] : “Dan weten we dat die gaat he. Want dan kennen ze precies zien hoe eh…” [Naam medeverdachte 4] : “Waarom ze daar naar kijken” [naam medeverdachte 7] : ”Ja” [Naam medeverdachte 4] : ”Valt op, ja” [naam medeverdachte 7] : ”Dan moet ie opletten he” [Naam medeverdachte 4] : ”Ja, dat weten we wel” [naam medeverdachte 7] : “Denk erom, dan moet ie niet eh, geen flauwekul” [Naam medeverdachte 4] : “Jongens eh, komt goed [naam medeverdachte 7] ” [naam medeverdachte 2] : “We horen van je” De rechtbank concludeert dat met ‘de spaghetticowboy’ [naam medeverdachte 7] wordt bedoeld, nu deze van Italiaanse afkomst is en in een Belgische Audi rijdt. Voorts vertoont de persoon die op de beelden gezien is een sterke gelijkenis met [naam medeverdachte 7] en blijkt uit het proces-verbaal stemherkenning [naam medeverdachte 7] dat de stem van [naam medeverdachte 7] herkend wordt. Op basis van deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat [naam medeverdachte 7] kennelijk zat te wachten op documenten en dat hij over het uitblijven van deze documenten contact had met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] , die op hun beurt weer afhankelijk waren van [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] . Uit deze gang van zaken blijkt voorts dat deze documenten afkomstig zijn van [naam verdachte] en op 16 mei door [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] bij [naam verdachte] in Nijmegen zijn opgehaald en vervolgens door hen bij het [naam Hotel] Hotel te Urmond zijn overhandigd aan [naam medeverdachte 7] . Gezien het gebruik van de woorden ‘nummer’, ‘gesloten enveloppen’, ‘boot’, ‘computer nachecken’ en ‘info’ – en de overige gang van zaken waaronder de wijze van contact leggen en opereren in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat in de gele envelop documenten aanwezig waren die benodigd waren voor het inklaren van de container, die gelost zou worden in de haven te Antwerpen. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne. Na de ontmoeting tussen [naam medeverdachte 7] en [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] is er tussen 15.44 en 21.40 zes keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 7] . [naam medeverdachte 2] maakt een afspraak met [naam medeverdachte 13] om elkaar te ontmoeten bij [naam medeverdachte 13] thuis. De Polo staat van 16.00 uur 18.30 uur op de [adres 6] te Landgraaf, (nr. 52 is de woning van [naam medeverdachte 13] ). Na deze ontmoeting zitten [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] weer in de Polo. [naam medeverdachte 2] belt met zijn ‘ [D. 1] ’ (waarschijnlijk [D. 1] ) en zegt dat hij net bij [naam medeverdachte 13] is geweest en dat [Naam medeverdachte 4] er ook is. Het gesprek tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] gaat over iets dat kennelijk niet helemaal goed is gegaan: [naam medeverdachte 2] Je kunt niets meer veranderen aan de hele zaak. Dat kunnen we wel de tweede dingen doen. Luister, hij heeft er met zijn neus bovenop gezeten. [Naam medeverdachte 4] Ja heeft toch ook bij die bespreking gezeten met die… [naam medeverdachte 2] Bovenop [Naam medeverdachte 4] Je kunt toch niet achteraf aan [naam medeverdachte 1] gaan vertellen…. [naam medeverdachte 2] En je kunt toch ook niet die strepen dan weer dingen af gaan pakken. [Naam medeverdachte 4] kijk, we moeten blij zijn dat het goed gaat. En daarna als er zoveel komt, ouwhoer, waar maak je je dan nog druk om. Rond 21.00 zitten [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] weer in de VW Polo [kenteken 3] . [naam medeverdachte 2] geeft aan dat [bijnaam verdachte] hen morgen wil zien. [Naam medeverdachte 4] Ja? [naam medeverdachte 2] Ja, ja, die heeft een bericht gestuurd. Ja want die wil per se ook naar die platen kijken, waar dat komt.’ [Naam medeverdachte 4] Ja maar dat redt die morgen toch niet, dan is alles dicht. Dat moeten we aan die [bijnaam mv 3] vragen. Op 17 mei 2012 rond 01.00 uur zitten [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] weer of nog steeds in de VW Polo [kenteken 3] . [naam medeverdachte 2] zegt dat hij denkt dat morgen [bijnaam verdachte] belt. Ook heeft de [bijnaam mv 3] nog gebeld. Die moet nog naar Amsterdam. De [bijnaam mv 3] die heeft die [naam medeverdachte 7] …. Op 17 mei 2012 stuurt [Naam medeverdachte 4] om 01.12 uur de volgende sms naar [naam medeverdachte 3] : ‘Alles ok vriend, Is geregeld. Gr.’ Om 12.15 uur belt [naam medeverdachte 2] [naam medeverdachte 13] en zegt dat ze bij hem staan. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bevindt op de [adres 6] te Landgraaf (zijnde de woning van [naam medeverdachte 13] ). Op 17 mei 2012 om 12.54 uur stuurt [Naam medeverdachte 4] een bericht naar [naam medeverdachte 3] : ‘Vriend hoe vroeg kun je morgen [Bijnaam mv 4] ? Gr’. Diezelfde ochtend is er ook vijf keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 7] . De volgende dag 18 mei 2012 blijkt uit de OVC dat [Naam medeverdachte 4] rond 9.45 uur weer in de VW Polo [kenteken 5] zit. De Polo bevindt zich dan volgens het peilbaken weer op de [adres 7] te Valkenswaard (tot 11.12 uur). Om 17.31 uur zitten [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] samen in de Polo. [Naam medeverdachte 4] vraagt of [naam medeverdachte 13] die tegels nog moet zien. [naam medeverdachte 2] zegt dat hij weet hoe die tegels er uit zien. De VW Polo [kenteken 5] is op 19 mei 2012 tussen 9.50 uur en 11.18 uur in de buurt van Eindhoven, Son en Breugel en Heeze- [L. 1] . [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] zitten dan in deze Polo en hebben om 9.50 uur een gesprek. [Naam medeverdachte 4] “Vraag je hem dat dadelijk weer?” [naam medeverdachte 2] “Wat” [Naam medeverdachte 4] “Van die prijs.” [naam medeverdachte 2] “Ja ja” [Naam medeverdachte 4] : “Zal toch vanavond moeten komen.” [naam medeverdachte 2] “Hij kan ook volgens mij voor eenendertig zijn.” (…) [naam medeverdachte 2] “Ja die [bijnaam mv 3] gaf niet graag dat uhh dingetje prijs.” [Naam medeverdachte 4] “Nee ja ik weet ook waarom.” “Omdat ze daar meer dingen ontvangen.” “Je bent toch iets aan het bouwen dat vertrouwen moet opwekken.” (…) [naam medeverdachte 2] “Laten we een beetje de kat uit de boom kijken. Het ene is nog niet binnen of hij (opmerking rechtbank: bedoeld wordt ‘ [naam medeverdachte 13] ’) wil het volgende al pakken.” Om 10.50 uur hebben ze het over [bijnaam verdachte] : [Naam medeverdachte 4] “Dan heb je geld te weinig.” [naam medeverdachte 2] “Ja daarvoor moesten we toevallig …ntv… wachten.” [Naam medeverdachte 4] “Ja moeten we op hem wachten?” [naam medeverdachte 2] “Ja tuurlijk. Je moet begrijpen hij wordt ook gepusht van alle kanten.” [Naam medeverdachte 4] “Die kleine ja.” [naam medeverdachte 2] “Die kleine ja.” 10.53 uur: [Naam medeverdachte 4] “Die [bijnaam mv 3] die daar, die lult ook. Hij rijdt nu achter ons aan.” [naam medeverdachte 2] “Zoals het nu geregeld is, hebben we geen risico. Dat bedrijf dat weet ik wel, daar zie ik niets van. Als dat weg is dan krijgen hun de schuld.” [Naam medeverdachte 4] “Dat niet weer. Is het toch geregeld dan…ntv.. ik wel de goeie… nee dinge gaat toch mee?” [naam medeverdachte 2] “Ja maar maar maar, eerst gaat er een auto naar bedrijven dan uhh, als er dan niets gebeurt dan uhh, dan gaan wij daar heen.” (…) over onkosten: [naam medeverdachte 2] “Vergeet niet dat ik ook met [naam medeverdachte 13] naar dinge ben geweest. Dat heeft ons weliswaar alleen de vlucht en het hotel gekost. Ja nou heb ik die ene, die tweede keer dat ik hier was, hebben ze dat wel… van die avond … hebben dat ticket betaald. Maar het was toch eigenlijk de bedoeling dat ik in contact zou komen. Dat is dan een voordeeltje, maar ja, ik heb hier meer dan twee maanden rondgehangen.” Uit de stempels in de paspoorten van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 13] blijkt dat ze van 30 januari 2012 tot 2 februari 2012 in de Dominicaanse Republiek zijn geweest. Vervolg van gesprek in VW Polo [kenteken 5] op 19 mei 2012: 11.05: [naam medeverdachte 2] “Hij gaat daar staan dus.” [naam medeverdachte 2] wil niet daar staan in verband met de camera’s. [Naam medeverdachte 4] geeft aan dat op deze carpool geen camera’s staan. 11.09 uur: [naam verdachte] stapt in de Polo. Uit het gesprek is af te leiden dat [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] [naam verdachte] uitleggen hoe hij bij de woning van [naam medeverdachte 1] moet komen. Er wordt een afspraak gemaakt voor een ontmoeting op dinsdag om 10 uur bij de McDonalds te Helmond. Daarna rijdt de Polo om 12.52 uur naar het adres van de manege van [naam medeverdachte 15] te Schinveld. [naam medeverdachte 2] zegt tegen [Naam medeverdachte 4] : ”Rij maar gewoon door”, “zo zien we ook dat we niet gevolgd worden”. Om 14:56 uur gaat het gesprek tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] over die kleine en over iets dat met zes man gedeeld moet worden. Om 19.24 uur gaat het gesprek over [naam medeverdachte 13] , die kennelijk na één crisis al iets wil afpakken. Dat dat toch niet werkt: [Naam medeverdachte 4] : “probeer dan iets op te zetten voor de langere termijn. En dan meteen te zeggen, maar wie zegt dat het de tweede lukt. Als het de eerste keer lukt, lukt het de tweede keer ook. Als iedereen maar zijn waffel dicht houdt.” [naam medeverdachte 2] : “Ik zit al zo’n 50 jaar in de business”. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat hij met veel mensen werkt. Gelijke monniken gelijke kappen, zo werkt hij al 50 jaar. [Naam medeverdachte 4] zegt dat het lukt als iedereen zijn waffel houdt. Op 20 mei 2012 om 00.26 uur zitten [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] nog steeds of weer samen in de VW Polo [kenteken 3] . [naam medeverdachte 2] hoopt dat het dinsdag allemaal goed gaat en dat ze er in ieder geval iets van krijgen. “Het moet”, zegt [Naam medeverdachte 4] . Op 22 mei 2012 komt de SUDU6710420 met als lading 15 pakken travertin tegels aan in de haven van Antwerpen. [naam bedrijf 3] geeft de opdracht tot inklaren aan [naam expediteur] . Op dit opdrachtformulier is het telefoonnummer in gebruik bij [naam medeverdachte 11] geschreven.Op 23 mei 2012 wordt deze container vrijgegeven. Op 23 mei 2012 vraagt sms-t [naam medeverdachte 1] [Naam medeverdachte 4] met het verzoek om af te spreken. Het wordt 11.45 bij ‘de markt met je vriend bij de schoenen potte kruier’. Om 11.39 uur belt [naam medeverdachte 2] met [naam medeverdachte 14] . [naam medeverdachte 2] vraagt waar [naam medeverdachte 14] nu staat. [naam medeverdachte 14] zegt in Panningen. Geobserveerd wordt dat [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] in de Caddy zitten en dat ze omstreeks 12.08 uur bij een schoenenkraam in Helden contact hebben met [naam medeverdachte 1] . De rechtbank concludeert uit voorgaande in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen dat contacten tussen de verdachten van de afgelopen weken kennelijk te maken hebben met de aankomst van deze container SUDU671042 en het vervolgtraject met betrekking tot de afhandeling/verdeling van de lading. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne. Op 23 mei 2012 is er een tapgesprek waarin [Naam medeverdachte 4] voor [naam medeverdachte 2] diens vliegticket bij de KLM verlengt. De vertrekdatum voor [naam medeverdachte 2] (Amsterdam-Bonaire) werd gepland op 12 juni
- Rederij Hamburg Süd verzoekt op 24 mei 2012 [naam expediteur] de container SUDU6710420, aangekomen bij kaai 742 vrij te stellen. De wegname van voormelde container is voorzien op 24.05.12 voormiddag. [Naam medeverdachte 4] stuurt op 24 mei 2012 om 13.52 uur een sms naar [naam verdachte] : ‘Vriend dit is voor nu nieuwe nummer. [bijnaam mv 3] is ook wachten. Kan niet lang meer duren zegt ie. Geef oke als je mijn sms ontvangen hebt aub’. Een uurtje later bellen ze met elkaar: [Naam medeverdachte 4] : ”ik denk duurt lang, dus bel maar even” [naam verdachte] : ”oke en en eh …maar hij weet zeker dat die voor vandaag is he” [Naam medeverdachte 4] : ”zoals ik het begrijp wel ja. Want eh .. ik had eigenlijk gister al verwacht” [naam verdachte] : ”dat bedoel ik want e.. wij zitten te wachten en die jongens vragen, vragen, vragen snap je. Dat is normaal.” [Naam medeverdachte 4] : “ja, ja ja” [naam verdachte] : “en daar aan de overkant… ze zijn een beetje nerveus aan het worden, snap je” [Naam medeverdachte 4] : “ja ja logisch logisch. Maar zo gauw wij wat weten jong. Jij bent de eerste” [naam verdachte] : ”zeg tegen die [bijnaam mv 3] dat die moet vandaag eh… papieren niet morgen of overmorgen dat eh… kan niet” [Naam medeverdachte 4] : ”ja maar dat bepaalt hij niet he” [naam verdachte] : ”ja maar ik bedoel eh dat weet je zelf hoe hoe wij met hem hebben afgesproken dat dag erna gelijk. Nou is het twee dagen” [Naam medeverdachte 4] : “ja ja ja ja” [naam verdachte] : “dus eh… dat ben ik nou eh… een beetje druk aan het krijgen door de andere kant.” [Naam medeverdachte 4] : “ja logisch logisch dus eh moet je ook aan hem doormelden” “Ja ja ja komt goed” [naam verdachte] : “oke anders moet je mij tijdstip of zo geven waar ik … Dat ik jou treffen en die [bijnaam mv 3] ook zie, snap je” [Naam medeverdachte 4] : “ja ja, ja ja, hebben we toch al afgesproken. Als jij een tijd krijgt dan zien we ons daar he, dat weet je” Om 15.14 uur stuurt [Naam medeverdachte 4] een sms naar [naam verdachte] : ‘Vriend, [bijnaam mv 3] zegt dat er een kleine kans bestaat dat het ook morgen kan worden. Maar volgens zijn verkregen info vandaag. Moeten geduld hebben vriend’. [naam verdachte] sms-t terug: ‘laat hem iets zeker zeggen want begin wat laat te worden. Gr’. Later die middag sms’t [Naam medeverdachte 4] [naam verdachte] : ‘alles oke, 21.45u’. Een observatieteam houdt die dag [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] in de gaten. Ze verplaatsen zich in de Caddy. Rond 20.00 uur hadden ze contact met [naam medeverdachte 13] . Het vermoeden is dat [naam medeverdachte 13] en [Naam medeverdachte 4] in de gaten hadden dat er geobserveerd werd en dat dat de reden is dat [naam medeverdachte 13] spoorslags naar Bonaire is vertrokken. Op 25 mei 2012 is [naam medeverdachte 13] weer op Bonaire. Op 24 mei 2012 tussen 15.12 en 22.42 uur werd er door een observatieteam een observatie verricht op de verdachten [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] . Er werd gezien dat zij zich verplaatsten in een VW Caddy [kenteken 1] . Dat men achterdochtig werd, valt af te leiden uit het gegeven dat de VW Caddy die 24 mei 2012 door [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] gebruikt werd ’s avonds nog om 21.45 uur in de straat van de ouders van [Naam medeverdachte 4] stond. In een OVC gesprek van 28 januari 2013 hebben [Naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] het over [naam medeverdachte 13] : [Naam medeverdachte 4] “Kijk eens hoe snel die weg was. Het ’s middags krijgen we te horen dat dat gebeurt en het ’s avonds zit die al op het vliegtuig zonder ons wat te vertellen. En als we dan zeggen van ja moeten we hun niet waarschuwen. Oh dat ze het zich bekijken zegt ie. Ik zeg ja maar zo werkt het niet. Zegt [naam medeverdachte 2] ook kom wij gaan meteen daarheen. Heb ik de auto van mijn ouders gehaald en toen zijn we jullie komen waarschuwen.” [naam verdachte] “Ja daarom is beter dat eh… [naam medeverdachte 2] gewoon deze kant niet opkomt totdat wij…” [Naam medeverdachte 4] “Nee nee.” [naam verdachte] “Zelfs helemaal niks. Gewoon blijf daar of Santa Domingo is beter. Wij zien ons allemaal in Santa Domingo. Beter hoeft hij geen hoofdpijn te krijgen van dat dat eh…Stel je voor dat hij toch hier is die dan hebben wij toch dezelfde probleem. Die mag wel komen als alles weg is. Dan mag die komen.” [Naam medeverdachte 4] “Ja ja ja. Dat doen we ook. Als alles weg is.” [naam verdachte] “Mag die komen zijn eh.. centjes ophalen. Ik vind niet erg he zo ben ik zelfde dat… Hij doet precies dezelfde als wij. Hij blijft op de hoogte. Hij blijft alert. Hij is geïnteresseerd. Hoeft niet altijd dat hij niks doet. Op moment dat hij moet doen doet die. […] Wij moeten hem gewoon ver houden want dat is veilig voor ons.” Vervolg ontmoetingen na ontvangst container SUDU6710420 Op 26 mei 2012 blijkt uit het peilbaken dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] naar de omgeving van Eindhoven gaat (waaronder de [adres 2] te [L. 1] , waar de woning van [naam medeverdachte 1] is gelegen) en van daaruit naar Nijmegen, naar de Merwedestraat (aan deze straat ligt de woning van [naam verdachte] ). De peilbakengegevens melden een stop te Sittard-Geleen in de buurt van de verblijfplaats van [naam medeverdachte 2] en daarna rijdt de Polo door naar de camping in Kröv in Duitsland waar [Naam medeverdachte 4] regelmatig verblijft. De rechtbank concludeert hieruit dat er contact is geweest tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] . Op 29 mei 2012 belt [Naam medeverdachte 4] om 9.31 uur [naam medeverdachte 2] op met de vraag hem op te halen. [naam medeverdachte 2] komt er aan. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 3] volgt dat deze die dag van 11.11 tot 13.21 uur in Ekkersrijt is. Uit eerdere observaties is gebleken dat de verdachten in dit dossier elkaar daar vaker ontmoeten onder andere in de Burger King aldaar. Om 14.34 uur arriveert de VW Polo op de Broekweg te Onderbanken (bij de manege van [naam medeverdachte 15] ) en om 17.38 uur geeft het peilbaken aan dat de VW Polo op de Merwedestraat te Nijmegen (woning [naam verdachte] ) is. De volgende dag 30 mei 2012 is de VW Polo in gebruik bij [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] tussen 18.37 en 19.16 uur weer te Ekkersrijt. In de nacht van 31 mei op 1 juni 2012 is deze Polo in Antwerpen. Uit de interceptie van telecommunicatieverkeer en peilbakengegevens kan worden afgeleid dat [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] op 1 juni 2012 wederom een ontmoeting in Ekkersrijt hebben. Op 6 juni 2012 zitten [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] weer samen in de VW Polo met het kenteken [kenteken 3] . Ze hebben het rond 12.36 uur over [bijnaam verdachte] ( [naam verdachte] ) die hen wil zien. Later op die dag ontmoeten ze [naam verdachte] . Om 12.41 uur zegt [naam medeverdachte 2] “Stel je voor hij moet er vijftig hebben. Kunnen we zeggen zijn vijftig kwijt”. Rond 12.46 uur bevindt de Polo zich in de buurt van de manege van [naam medeverdachte 15] te Schinveld, gemeente Onderbanken. In dan wel direct naast het voertuig wordt het volgende OVC gesprek vastgelegd. Deelnemers aan het gesprek zijn [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] en twee onbekende mannen NN1 en NN
- Later wordt door de politie de stem van NN2 herkend als die van [naam medeverdachte 15] , wonende aan de Broekweg 2 te Schinveld. Het gesprek gaat (zakelijk weergegeven) over ‘blokken’. [naam medeverdachte 15] vraagt aan [naam medeverdachte 2] hoeveel hij er nog heeft. [naam medeverdachte 2] zegt: “Dat kunnen we dadelijk horen, maar minimaal zijn der toch nog wel vijftig” en “vergeleken met bij anderen zijn we duur, 31 kosten ze, maar het is wel kwaliteit”. [naam medeverdachte 15] wil weten wat er in staat. Hij heeft nu halve manen. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat het super spul is. [naam medeverdachte 15] beaamt dit: hij zegt dat hij een beetje van [naam medeverdachte 7] heeft gekregen en dat was goed. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat hij niet opdringerig wil zijn, maar dat het urgent is omdat hij maandag weer terug gaat naar Bonaire. [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] geven aan dat ze ‘ze’ dan het liefste weg hadden. [naam medeverdachte 15] geeft aan dat hij zal kijken wat hij kan doen voor [naam medeverdachte 2] . Hij ziet die jongens vanavond nog, die pakken normaal alles. [naam medeverdachte 15] heeft ze ook zijn blokken aangeboden. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen zal kunnen zeggen hoeveel er nog zijn, want het ligt een stukje uit de buurt. [naam medeverdachte 15] zegt dat ze hem er niet op moeten vastpinnen, want er is meer in omloop. [naam medeverdachte 2] beaamt dit en zegt dat er in de Randstad iets van 7000 is binnengekomen. Ze spreken af voor de volgende dag. Op 6 juni 2012 rond 14.15-15.00 uur wordt geobserveerd dat [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] met de bij hun in gebruik zijnde Polo [kenteken 6] aanwezig zijn nabij de Burger King aan de Ekkersrijt te Son en Breugel. Ook wordt gezien dat de Opel in gebruik bij [naam verdachte] met kenteken [kenteken 7] aldaar wegrijdt met minimaal 3 personen. Gelet op voorstaande werden de camerabeelden van de Burger King gevorderd. Daarop is te zien dat [naam verdachte] en een onbekende man naar binnen gaan. Rond 15.00 uur vertrekt men uit de Burger King Op 6 juni 2012 om 15.11 uur sms-t [Naam medeverdachte 4] aan [naam medeverdachte 3] : ‘kun je 30min [Bijnaam mv 4] ’ Een dag later op 7 juni 2012 is er een sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 3] en [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] waaruit af te leiden is dat [naam medeverdachte 3] dringend [naam verdachte] moet hebben, hij hem aanvankelijk niet te pakken krijgt en daarom [Naam medeverdachte 4] benadert. Kennelijk is dit ook relevant voor [naam medeverdachte 2] want [Naam medeverdachte 4] vertelt [naam medeverdachte 2] om 18.28 uur in de VW Polo (OVC) dat hij van die [bijnaam mv 3] vernomen had dat deze [bijnaam verdachte] al te pakken had. De volgende sms-wisseling heeft plaatsgevonden tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte]: [naam verdachte] : ‘Dag vriend ik was ff buiten. Wil je me nog zien. Gr’ [naam medeverdachte 3] : ‘ja heel dringend aub. Hoe laat in u? [naam verdachte] : ‘Ik moet in rott om 20 u zijn. Kan je bij mij komen overal file nu’. [naam medeverdachte 3] : ‘Ik moet met spoed
- Heb afkeur, kan dat [naam verdachte] ‘Welk merk moet je hebben’ [naam medeverdachte 3] : ‘Cro’ ‘Tot hoe laat kan mijn chauffeur bij jou terecht? En welk huis nr’ [naam verdachte] : ‘zwart ingepakt’ [naam medeverdachte 3] : ‘ja. Ik heb 3 slechte nl. Wit ingepakt. Toyota’ [naam verdachte] : ‘Geen probleem ik stuur je straks een tijd dat je manetje op station kan zijn. Gr. [naam medeverdachte 3] : ‘In u?’ [naam verdachte] : ‘nee bij me’ [naam medeverdachte 3] : ‘ok kan je een tijd geven. Geef je straks de auto door’ [naam verdachte] : ‘hij kan morgen vroeg 9u. Gr’ [naam medeverdachte 3] : ‘nee. Moet zo vlug mogelijk anders gaat niet door. Heb ik geen verkoop. Aub’ [naam verdachte] : ‘Dan moet hij nu vertrekken en voor half 7 hier zijn’ [naam medeverdachte 3] : ‘wordt 18.45 19u. Paars polo. Die drie komen dan morgen ok’ [naam verdachte] : ‘Hij kan om 7u zijn mijn afspraak heb ik verzet. Gr.’ ‘nee moet vandaag want moet die kwijt want kan nu niet weer bij kantoor’. Deze sms-wisseling wordt vervolgd op 8, 9 en 10 juni 2012: 8 juni 2012 tussen 18.05 en 21.14 uur: [naam verdachte] : ‘Laat me een tijd weten dat hi bij me kan zijn. Gr’ ‘Hoort nieks van je’ [naam medeverdachte 3] : ‘Ja was druk. Wanneer wil je die reparaties terug?’ ‘Hij kan morgen zaterdag’ [naam verdachte] : ‘Ok mrgen 10u zelfde plek. Verder alles geod met ons vrienden. Gr’ [naam medeverdachte 3] : ‘Morgen 10u is ok’ [naam verdachte] : ‘ok. Gr’ 9 juni 2012 tussen 9.25 en 10.48 uur: [naam medeverdachte 3] : ‘Hij is daar 1020’ ‘Zw Skoda’ [naam verdachte] : ‘ik zie hem niet staan’ [naam medeverdachte 3] : ‘Hij is vertraagd. 15 min nog’ ‘nog 7 min. Blijf wachten’ [naam verdachte] : ‘Hij is al geweest. Gr’ 9 juni 2012 om 19.05 uur en 10 juni 2012 9.51 uur: [naam verdachte] : ‘Dag vriend als je klaar bent met jou autos en je mannetje kan meer aan laat we weten dan help je met de mijne. Gr.’ [naam medeverdachte 3] : ‘OK’ Uit de combinatie van een OVC gesprek in de Polo [kenteken 3] van 7 juni 2012 om 20.01 uur tussen [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] ( [naam medeverdachte 2] zegt: ”Ik heb geld van [naam medeverdachte 1] gekregen voor die waspoeder” en een sms van [naam medeverdachte 1] aan [Naam medeverdachte 4] van 12.11 uur waarin [naam medeverdachte 1] aangeeft dat [Naam medeverdachte 4] zijn shag is vergeten, leidt de rechtbank af dat er die ochtend een ontmoeting tussen [naam medeverdachte 2] , [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] heeft plaatsgevonden. Even later, op 7 juni 2012 om 20.06 uur, wordt in of naast eerdergenoemde VW Polo een OVC gesprek tussen [naam medeverdachte 2] , [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 15] opgenomen. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bij de manege van [naam medeverdachte 15] bevindt. Zij bespreken, onder andere, het volgende: [naam medeverdachte 2] : “En, wat zeiden ze?” [naam medeverdachte 15] : “Ik ben nog bezig met die blokjes, maar ja dan ben jij, ga jij weg wah.” [naam medeverdachte 2] : “Dinsdag ga ik weg.” [naam medeverdachte 15] : “Dat… heb ik afgegeven, ik heb toch een monster van die jongen gekregen weet je wel.” [naam medeverdachte 2] : “Ja ja.” [naam medeverdachte 15] : “Dat heb ik afgegeven dus… en dat hoor ik vandaag of morgen hoor ik dat snap je… dat is goed… maar als die ze nou alle 50 pakt.” [naam medeverdachte 2] : “Ja hetzelfde 31.” [naam medeverdachte 15] : “Blijft dat hetzelfde.” [naam medeverdachte 2] : Ja. Een paar uur later geeft [naam medeverdachte 2] aan [Naam medeverdachte 4] aan dat hij als hij weer terug gaat naar Bonaire hij ‘piekke’ van die kleine moet meekrijgen. Op 8 juni 2012 bespreken [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] het volgende in of in de directe nabijheid van de VW Polo. Tevens neemt een onbekende man deel aan het gesprek. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo zich op de Broekweg te Schinveld, gemeente Onderbanken, bevindt, zijnde de straat waar de manege van [naam medeverdachte 15] ligt. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat hij twee bij zich heeft en dat de onbekende man volgende week die andere twee krijgt. Vervolgens gaat het gesprek over een derde. Kennelijk vindt een derde een prijs te hoog. Die derde geeft echter niet aan wat hij wel zou willen betalen. De onbekende man geeft aan dat hij een contact heeft die geïnteresseerd is in grote partijen. [naam medeverdachte 2] geeft aan dat hij niet weet ”wat die vriend van ons gaat vragen. Die heeft ook een flinke partij binnen. Dus als ik daar een prijs van weet, dan komen we even langs”. Te horen is dat [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] afscheid nemen van de onbekende man. Er zijn weer rijgeluiden te horen. [naam medeverdachte 2] zegt ”het is wel veel 31, kut he” en ”nou moeten we [bijnaam verdachte] even waarschuwen. Ik had daar een beetje hoop op gehad”. [Naam medeverdachte 4] zegt: “Jja die grote partijen jong. Die [bijnaam mv 3] is ze ook voor dertig aan het verkopen”. In de woning van [naam verdachte] is een notitieboekje in beslag genomen. De volgende notities zijn aangetroffen: 400 x 32 = 12.800 4 x 29 = 116.00 6.4 x 32 = 204.800 [bijnaam mv 3] . (opmerking rechtbank: [bijnaam mv 3] . Is de afkorting van [bijnaam mv 3] , zijnde de Spaanse vorm van ‘ [bijnaam mv 3] ’ waarmee [naam medeverdachte 3] wordt bedoeld). 2 x 28 = 56.000 De politie geeft aan dat de 30 en 31 waar Van Leuzen en [Naam medeverdachte 4] over spreken groothandelsprijzen per kilo cocaïne zijn (30.000 en 31.000). De rechtbank concludeert, gelet op de reactie van [naam medeverdachte 2] op een opmerking van [naam medeverdachte 15] dat er ‘meer in omloop is’ tijdens een OVC gesprek met [naam medeverdachte 15] van 6 juni 2012 in relatie tot de prijs van de ‘blokken’ ‘dat er in de Randstad 7.000 is binnengekomen’, in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in het dossier dat de door [naam medeverdachte 2] genoemde ‘31’ duidt op de kiloprijs van cocaïne. Dat de prijs van cocaïne in die periode teleurstellend was blijkt ook uit de hierna aangehaalde OVC gesprekken tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] van 28 januari 2013, waarin ze aangeven dat de prijs nu rond de 33, 34 ligt en dat ze dan een leuke winst kunnen maken, want de vorige keer was het met 28, 29 weinig heel weinig. De genoemde bedragen sporen met de bedragen aangetroffen op de notitieblaadjes in de woning van [naam verdachte] . Hieruit volgt dat de 50 blokken die [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] aan een contact van [naam medeverdachte 15] ter verkoop aanboden een partij van (minimaal) 50 kilo cocaïne betrof. Ook de sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] van 7 juni tot en met 10 juni 2012 (het ruilen van 3 slechte wit ingepakte Toyota’s voor goede zwart ingepakte “Cro’) duidt op de handel in cocaïne, te meer daar verdachten daar waar ze documenten voor het inklaren van de container bedoelen, het hebben over ‘originele papieren voor auto’s’. De rechtbank concludeert voorts dat deze cocaïne in Nederland is ingevoerd door middel van (een van de) hierboven genoemde containers (HASU 4001697 en SUDU6710420) afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, bij welke invoer en verdere doorlevering c.q. handel betrokken was een crimineel samenwerkingsverband bestaande uit in ieder geval: [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 2] , [naam verdachte] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 7] . De rechtbank merkt daarbij op dat de haven van Antwerpen voor een zeeschip slechts bereikbaar is via het binnen de grenzen van Nederland gelegen gedeelte van de Westerschelde. Ook in een container te Antwerpen verborgen cocaïne geldt daardoor als ingevoerd in Nederland. Voorbereiding nieuw transport Uit onderstaande blijkt dat de groepering weer afspraken maakt voor een ontmoeting op 11 juni
- Voor deze ontmoeting moest een locatie worden afgesproken waar men niet al te veel zou opvallen. Na deze ontmoeting is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] waaruit blijkt dat er voorbereidingen worden getroffen voor een nieuw transport. [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 2] zitten op 9 juni 2012 samen in de VW Polo [kenteken 3] . Er wordt gesproken over een afspraak maandagmorgen en de locatie waar die afspraak moet plaatsvinden. [Naam medeverdachte 4] zegt: “Als je bij Ikea gaat zitten met zoveel man he. Dan komt die kleine met die vriend van hem. [naam medeverdachte 1] , die [bijnaam mv 3] en wij twee. Dan zitten we met zes man daar, en dat valt ook op. En in het [Bijnaam mv 4] , ja daar ziet niemand je, en daar zijn we al een tijdje niet meer geweest. [Naam medeverdachte 4] geeft aan dat hij ook de [bijnaam mv 3] een berichtje zal sturen ‘elf uur [Bijnaam mv 4] ’. [naam medeverdachte 2] vraagt zich hardop af ‘waar die ons nou weer voor nodig heeft’. [Naam medeverdachte 4] : ‘Die wil nu kijken of het verder kan. Voor een tweede keer gedaan’. [naam medeverdachte 2] ‘Ja maar dan moet toch alles verkocht zijn eerst’. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] blijkt dat deze op 11 juni 2012 rond 12 uur aanwezig is geweest in Valkenswaard in de nabijheid van de twee horecagelegenheden die door de groepering aangeduid worden met ‘ [Bijnaam mv 4] ’ (Restaria [restaurant 3] en hotel [restaurant 2] ). Deze ontmoeting is geobserveerd. Aanwezig waren [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] , [naam verdachte] en een onbekend gebleven persoon. Na die ontmoeting is er de volgende sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] : [naam verdachte] : ‘Ik kan pass de 10jun binnen zijn. moet je vragen of dat nog lukt anders moeten we wachten tot sept. Gr.’ ‘En hoe snel kan je me aanwordt geven aub. gr’ [naam medeverdachte 3] : ‘Je boedelt juli waarschijnlijk. Je schijft juni. Dat is veel te laat. 2 juli max binnen. Gr’ ‘moet voor 2 juli’ [naam verdachte] : ‘nee ik bedoel juli maar vertrek 24 dus kom pass voor de 10 aan’ ‘kijken of hun toch voor de 10de aan kunnen. Gr’ [naam medeverdachte 3] : ‘Moet uiterlijk op 2 juli’ [naam verdachte] : ‘Ok zal doorgeven. Gr.’ ‘is er al een tijd bekend? Gr.’ Later die dag rond, 19.00-20.00 uur, is de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] nabij de woning van [naam verdachte] in de Merwedestraat te Nijmegen. Uit een sms-wisseling tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] van 14 juni 2012 blijkt voorts dat zij een afspraak maken voor die dag. [naam medeverdachte 3] geeft aan dat hij [naam verdachte] met spoed moet zien. Op 7 juli 2012 is er een tapgesprek tussen [naam medeverdachte 2] en [Naam medeverdachte 4] : [naam medeverdachte 2] : “Nou en voor de rest nog nieuws?” [Naam medeverdachte 4] : “Eigenlijk nog niet, want ik krijg die kleine maar niet te pakken die is even weg.” [naam medeverdachte 2] : “Ja dat weet ik.” [Naam medeverdachte 4] : “Je weet toch die vriend van ons uit eind. De [bijnaam mv 3] . Die moet hem eigenlijk dringend hebben, maar die krijgt hem ook niet te pakken.” [naam medeverdachte 2] : “Die moet hem dringend hebben. Weet je waarvoor?” [Naam medeverdachte 4] : “Nee eigenlijk niet. Ik heb afgesproken met ze voor dinsdag dus dan hoor ik het wel.” [naam medeverdachte 2] : “Vraag dat in ieder geval want uhh, niks achter de rug om he.” [Naam medeverdachte 4] : “Nee, nee, doen we zo wie zo niet.” Op 10 juli 2012 wordt geobserveerd dat [Naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 7] samen aan een tafel zaten in Restaria [restaurant 3] te Valkenswaard. Zaaksdossier 2: de invoer van 550 kg cocaïne en de criminele organisatie ( [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 8] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] , [Naam medeverdachte 4] , [naam verdachte] , [naam medeverdachte 10] , [naam medeverdachte 12] , [naam medeverdachte 11] en [naam medeverdachte 16] .) Op de bij de doorzoeking van de woning van [naam verdachte] inbeslaggenomen BlackBerry is, voor zover van belang, de volgende emailwisseling van 5 oktober 2012 tussen [naam verdachte] en [naam medeverdachte 3] aangetroffen: [naam medeverdachte 3] De oude firma gaan we niet meer geb [naam medeverdachte 3] Hey dit is mn nieuwe bb. Ik heb je gister er zelf een bezorgd. Oude bb is weg. Die was kapot. Dus deze even opslaan in contacten. [naam verdachte] Dag vriend vergeet niet om die fot en nog belangrijker de info van ons eigen want dat moet ik hebben zo snel mogelijk. Gr. [naam medeverdachte 3] Wordt vandaag later. Geef je tijd door. Kan je om 1745 uden zijn? [naam medeverdachte 3] Ok. Mijn vriend komt usb enz brengen. Jij kent hem wel. Wij zien elkaar maandag voor instructies. Ok? Hij zit in frituur. Alles ontvangen? Ik leg je de usb stick nog uit. [naam verdachte] Ok ja heb hem al gezien dan zie ik je maandag voor uitleggen goie weekend. Voorts volgt uit een berichtenwisseling in de BlackBerry van [naam verdachte] dat er een ontmoeting is tussen [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] op 9 oktober
- Vervolgens is op 15 november 2012 tussen 8.54 uur en 10.18 uur een ontmoeting geobserveerd in de woning van [naam medeverdachte 1] tussen [Naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1]. Binnen een uur nadat [Naam medeverdachte 4] wegreed bij het huis van [naam medeverdachte 1] vond er bij de Ikea te Son en Breugel een ontmoeting plaats tussen [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte]. Tijdens deze ontmoeting bij Ikea is onder meer het volgende besproken: [naam verdachte] Die man, die man, with the stift, begrijp je wat ik bedoel met de stift, tegels, sorry. Die man, wie heeft er daar… mee,.. [bedrijf 5] . [naam medeverdachte 1] Ja, ja, ja, moeten poetsen. […] [naam medeverdachte 3] Vijfhonderd. [naam verdachte] Ja. Niet dat ik.. uh… niet moet bijbetalen. […] [naam verdachte] en dan ga ik weg, weg, daarheen. Vijftiende kan je sturen. [naam medeverdachte 1] Ik zou er scheel op slaan, als het allemaal weer verpest wordt. Op 14 december 2012 is, voor zover van belang, het volgende OVC-gesprek afgeluisterd in de BMW van [naam medeverdachte 3] , waarbij het woord enkel wordt gevoerd door [naam medeverdachte 3]: “Ik zal jou eens wat vertellen ik geloof helemaal niet dat er een [P.] is.. ik denk dat het dat ie wel wat kan.. [bijnaam mv 11] kan wel wat maar niet met een [P.] er bij.. hmm.. nee. Kijk die twee boxen die wij hebben gedaan daar zat geen controle op.. dinges dat was gewoon invoer dus kon dus gewoon doorgaan.. hoeven niet door de scanner niks.. kan gewoon doorgaan.. hij met een verhaal van de twee [bijnaam] iemand aan de praten.. het is gewoon.. het is gewoon bullshit. Het is gewoon.. Zo werkt het niet.. nee.. zo werkt het namelijk niet nee.. dus wat ik dadelijk aan het doen ben is vrienden van mij gek maken om te betalen omdat [P.] ontevreden is omdat er een hele club om [P.] heen hangt.. en dat is de case niet dat is de zaak niet nee. Hij moet met [P.] praten. Kijk weet je wat die vriend van mij zegt die [bijnaam mv 9] zei.. die zegt ja das lekker.. die mensen zijn de enige die verdienen.. is de enige die verdienen.. kijk dat werkt niet.. wordt toch niks.. Apro.. vertel jij hem.. ja.” Vervolgens is op 30 december 2012 een OVC-gesprek afgeluisterd tussen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 12] , in of in de directe nabijheid van de auto van [naam medeverdachte 3]. Onderweg naar deze ontmoeting vraagt [naam medeverdachte 3] zich het volgende hardop af: ”Zou [bijnaam mv 11] een menselijke fout zijn, wat een mietje. [bijnaam mv 11] je bent niet eerlijk.. [bijnaam mv 11] jij bent niet eerlijk. Ik maak geen meter meer, die overmaat moeten we nog regelen. Tijdens dit gesprek met [naam medeverdachte 12] is, onder meer, het volgende besproken: […] [naam medeverdachte 3] geeft twee flessen champagne aan [naam medeverdachte 12] om hem alvast gelukkig nieuwjaar te wensen. [naam medeverdachte 3] “Ja, hebben we nog geluk mee hoor, dit jaar, maar d’r kan in ieder geval 1 persoon blij gemaakt worden, wie niet blij gemaakt zal worden, want dat zal niet gebeuren denk ik, dat is [P.] . Ik ga nou, ik ben aan het wachten. Je moet 1 ding tegen [bijnaam mv 11] zeggen, eh.. dat het eigenlijk door [bijnaam mv 11] ’s eigen schuld is dat we een beetje ook in de problemen zitten, hij dan met [P.] he.. als hij zijn zaken goed had gedaan.. maar goed, dat maakt niks uit, maar dat moet jij maar uit mijn mond tegen hem zeggen.. ik doe mijn best wel hoor.” [naam medeverdachte 12] “Ja, wat wij moeten doen nou…” [naam medeverdachte 3] “Dit is 2 ton, briefjes van 100, 2 ton.” [naam medeverdachte 12] “Kan je misschien morgen die andere geven of niet?” [naam medeverdachte 3] “Denk het niet, eerlijk gezegd denk het niet, wordt pas woensdag. Ja, ik kan er niks van zeggen, op het moment dat er bij mij geld binnenkomt.. van morgenvroeg is er bij geld gebracht, dat heb jij nou. Ik heb toch echt een beetje druk gezet hoor, maar morgen weet ik niet, morgen laatste dag van het jaar, het is moeilijk Jozef, het is moeilijk.” [naam medeverdachte 12] “Morgen niet en dinsdag ook niet.” [naam medeverdachte 3] “Dinsdag januari, nee nooit, 1 januari nooit, nooit. Laten we in ieder geval voor woensdag afspreken, heb ik ook een beetje meer lucht en het is toch afhankelijk van wat de verkoop is, daar is het afhankelijk van. Nou ok in ieder geval, beter iets dan niets voor [P.] . Maar [bijnaam mv 11] geeft weer niks aan [P.] . Je moet slim zijn, moet goed opletten. Maar je tegen [bijnaam mv 11] zeggen, [bijnaam mv 11] heeft ook een aandeel in dat iets niet heeft gelopen he? En ik vraag ook geen geld van [bijnaam mv 11] , snap je? Een beetje, hoe noem je dat, een beetje ja meeleven met een ander moet [bijnaam mv 11] ook een beetje doen.” Voorts blijkt uit opgenomen vertrouwelijke communicatie en afgeluisterde telefoongesprekken dat [naam verdachte] van medio december 2012 tot medio januari 2013 in Spanje en de Dominicaanse Republiek heeft verbleven. Bij het beluisteren van een OVC gesprek op 27 januari 2013 in of naast de Opel Astra (kenteken [kenteken 7] ) is tussen [naam verdachte] en een onbekend gebleven vrouw onder meer het volgende besproken: [naam verdachte] “Ik moet daar om half elf zijn… Nou, we hebben elkaar een maand niet gezien. Dus zij willen weten wat ik van daarginds voor hen heb meegenomen.” Op 28 januari 2013 is rond 13.50 uur een ontmoeting geobserveerd tussen [naam verdachte] en [Naam medeverdachte 4] bij de Burger King te Ekkersrijt. Beiden rijden erna weg in de Opel Astra van [naam verdachte] . Tijdens deze autorit is onder meer (vanaf 13.55 uur) het volgende besproken: [naam verdachte] “Ik was daar toch in ons land” [Naam medeverdachte 4] “Ik ben al 2, 3 weekenden hier gebleven omdat er van alles weer te doen is.” [naam verdachte] “Ja natuurlijk. Ik contacteer die [Bijnaam mv 2] met [bijnaam mv 1] , die [bijnaam mv 3] .” (…) [naam verdachte] “Die [bijnaam mv 3] heb ik gesproken via dat apparaatje. Dus jij zegt om twee uur. Dan jou om half twee dan kunnen we samen.” [Naam medeverdachte 4] “Hij weet toch dat ik erbij ben?” [naam verdachte] “nee” (en vanaf 14.08 uur) [naam verdachte] “Hoe moet die met die papieren. Als alles weg is dan hebben wij geen hoofdpijn, snap je. Dat is voor een keer.” [Naam medeverdachte 4] “Staat alles wel klaar?” [naam verdachte] “Bijna” [Naam medeverdachte 4] “Ja maar ze zijn nu allemaal veel aan het verkopen. Ze zitten nu rond de 3, 34.” [naam verdachte] “Lekker” [Naam medeverdachte 4] “Ja het werd tijd he. Het heeft lang genoeg geduurd. Zoals de laatste keer 29, 28.” [naam verdachte] “Niet normaal he.” [Naam medeverdachte 4] “Hoofdpijn.” Op 28 januari 2013 wordt er omstreeks 14.24 een ontmoeting geobserveerd tussen [Naam medeverdachte 4] , [naam verdachte] en [naam medeverdachte 3] in een horecagelegenheid te Uden. Door een van de leden van het observatieteam werd gehoord dat [naam medeverdachte 3] zei: ”iets verifiëren” en ”moeten we nakijken”. Daarna rijden [Naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] weer weg in de Opel Astra. Daarna op 28 januari 2013 (vanaf 15.05 uur) heeft in of direct naast de Opel Astra met het kenteken [kenteken 7] een gesprek plaatsgevonden tussen [naam verdachte] en [Naam medeverdachte 4]. Tijdens dit gesprek is onder meer het volgende besproken: [naam verdachte] Die [bijnaam mv 3] is wel goed hoor. Die [bijnaam mv 3] .. hij heeft een paar jongens die altijd bij hem. Heb je hem gezien af en toe die donkere jongen. Hij heeft een paar jongens die altijd voor hem klusjes doen en zo. [Naam medeverdachte 4] Ja [naam verdachte] Die die hebben wel goed met die [bijnaam mv 3] . [Naam medeverdachte 4] Oh maar hij is wel in orde. [naam verdachte] jawel. [Naam medeverdachte 4] Hij is in orde. Die andere is was nerveus die met die [bijnaam mv 1] . [naam verdachte] Die is een beetje para. Maar zulke mensen moet je ook hebben he… Die houden jou ook een beetje eh eh… [Naam medeverdachte 4] Alert [naam verdachte] Ja alert. Wij moeten zowiezo zien te krijgen van hun ok.. (ntv) want dan kunnen we goed verdienen. [naam verdachte] Ik heb met die [bijnaam mv 3] afgesproken dat ik ook hun deel krijg. Om te verkopen. Dus die krijgen wij ook voor een jongen… als het goed is kunnen wij van tevoren of een paar dagen van te voren die die jongen die Albanees op de hoogte. [Naam medeverdachte 4] Ja ja die zie ik nou ook geregeld. Die kunnen wij nou alles verkopen voor 33 weet ik zeker. [naam verdachte] Stel je voor dat die [bijnaam mv 3] … dat wij aan die [bijnaam mv 3] 32 betalen. Dan hebben wij ook aan hun verdiend. […] Plus die andere van daar plus die vijf procent snap je?. [Naam medeverdachte 4] Ja. [naam verdachte] Dan hebben we leuke winst. Vorige keer was weinig, heel weinig. [Naam medeverdachte 4] Alle begin is moeilijk [naam verdachte] Ja ja. Dan hebben we die plan van daar gezien dat het kan. En deze kant het ook gezien dat het daar ook kan snap je. […] [naam verdachte] [naam medeverdachte 13] [Naam medeverdachte 4] [naam verdachte] Maar is die altijd zo geweest of… want normaal gesproken was die gewoon goed. [Naam medeverdachte 4] Ja nee hij altijd zo geweest. [naam verdachte] Hij wil altijd meer trekken naar zijn kant. [Naam medeverdachte 4] Ja ja. En ze zijn er nu achter dat die eh.. vaker zo’n dingen gedaan heeft. Daarom is sterk ook niet meer zo blij met hem. [naam verdachte] Dat is niet netjes want je moet altijd eerlijk zijn snap je. Of tenminste iedereen moet verdienen wat die moet verdienen. Niet dat jij gewoon gaat pikken of wat dan ook. [Naam medeverdachte 4] Iedereen moet hetzelfde. [Naam medeverdachte 4] Die op de uitkijk staat moet net zoveel krijgen als die wat naar binnen loopt. Vind ik. Want die heb ik net zo hard nodig. Want als die daar niet staat ga ik niet naar binnen. [naam verdachte] Nee plus als problemen gebeuren gaat die dezelfde straf krijgen als die van ons.. jou… Vanuit Uden, waar [naam medeverdachte 3] de afspraak met [Naam medeverdachte 4] en [naam verdachte] had, rijdt [naam medeverdachte 3] 28 januari 2013 om 15.00 uur naar `t [adres 10] in Valkenswaard, alwaar hij een ontmoeting heeft met [naam medeverdachte 12]. Tijdens deze ontmoeting is onder andere het volgende besproken:. [naam medeverdachte 3] “Ok, ik kan je [B. 2] ophalen en de vraag is of dat het morgen is. […] Hmm weet je wie ik vandaag gezien heb? [D. 2] . Ja met hem heb ik gegeten. Nu net, kom ik net vandaan.” [naam medeverdachte 12] “Ow?” [naam medeverdachte 3] “Die hebben, die zijn ook klaar. Die hebben, drie honderd, in hun handen, stuks. Ze moeten nog twee honderd innen om te krijgen, dit weekend, ze staan in containers, alles klaar, en ze zweren dat ze vertrekken aanstaande week tussen 1 en 7 februari.” Op 29 januari 2013 treffen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 12] elkaar wederom bij restaurant `t [adres 10] in Valkenswaard. Ook [naam medeverdachte 8] is aanwezig. Het volgende wordt besproken: [naam medeverdachte 3] “Hier, maar je komt wel voor 500.. onverstaanbaar.. heb ik verstuurd.” [naam medeverdachte 12] “Ja.” [naam medeverdachte 3] “We kunnen wel blijven zeuren dat er 300 misschien 300.. Hij zei gisteren wel 320.. onverstaanbaar.. 200 bij hebben, 180.. officieel..” [naam medeverdachte 12] “Ja.. moeten we op zoek.” [naam medeverdachte 3] “Maar maar maar kijk ook naar 500 of 520 want dat… is vrij stuk dus… uh..” [naam medeverdachte 8] “Want?” [naam medeverdachte 3] “Maar dat is niet het belangrijkste. Hun zeggen alweer met gemak.. uh.. 12 mei begint zeg maar in juli dat is nu februari he, dat is ook alweer juni, is in januari, afblijven.” [naam medeverdachte 12] “Ja?” [naam medeverdachte 3] “We hebben geld.” [naam medeverdachte 3] “Kijk en hij zei gisteren gewoon… zitten 4200 stuks in de Dom.. jaren op pad. En daarna is nog eens een keer 8 miljoen twintig gulden.” […] [naam medeverdachte 3] “Nee nee nee nee, niemand praat over Blackberry, niemand praat over de onze.” In een OVC gesprek gehouden in of direct naast de Opel Astra met het kenteken [kenteken 7] op 30 januari 2013 is door [naam verdachte] onder meer (omstreeks 14.02 uur) het volgende gezegd. [naam verdachte] is daarbij onderweg naar een bespreking met [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 1] en bereidt kennelijk deze bespreking voor: “Dit hebben zij, pap!... Dit komen wij tekort, pap!.... Dus ik ga nu naar deze man toe, want dat is onze man vandaag, die is net… hierheen gekomen… Hij heb, om die 350… achter mij om 50 erbij gebracht, plus hij is nu