← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2018:3542

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/864018-13 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. R. van 't Land, advocaat kantoorhoudende te Breda. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 november 2017 en 15 maart

  1. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het gewoontewitwassen van horloges, sieraden, auto’s, een woning aan de [adres] te Leende, een geldbedrag van € 100.000 gestort aan [X] , een geldbedrag van € 28.183 waarmee contant facturen en acceptgiro’s zijn betaald en een in de woning aangetroffen contant geldbedrag van € 9.
  2. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officieren van justitie hebben vrijspraak gevorderd. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Bij vonnis van heden heeft de rechtbank bewezen geacht dat de levenspartner van [verdachte] , medeverdachte [medeverdachte] , van april 2012 tot en met 1 oktober 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Ook is bewezen verklaard dat hij samen met anderen heeft geprobeerd om 550 kilo cocaïne in te voeren in Nederland. Van het tenlastegelegde gewoontewitwassen is [medeverdachte] echter in zijn geheel vrijgesproken. De verdenking tegen [verdachte] in het witwasdossier bestaat er – kort samengevat - uit dat zij als levenspartner van [medeverdachte] de woning waarin zij samenwonen aan de [adres] te Leende en een Audi A4 met het kenteken [kenteken 1] op haar naam heeft gezet terwijl die woning en die auto in werkelijkheid van [medeverdachte] zijn en zijn gefinancierd met gelden afkomstig uit de criminele activiteiten van [medeverdachte] . De rechtbank is met de officieren van justitie en de verdediging van oordeel dat er geen bewijs is dat de woning en de auto op naam van [verdachte] zijn gesteld om de eigendom van [medeverdachte] te verhullen of te verhullen dat deze zijn gefinancierd met criminele gelden van [medeverdachte] . Zowel [verdachte] als [medeverdachte] hebben verklaard dat [verdachte] de eigenaar is van deze goederen en dat zij deze uit eigen middelen heeft voldaan. Uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat [verdachte] de woning heeft betaald van haar rekening en dat haar moeder haar ten behoeve van de aankoop en afbetaling van de woning diverse malen schenkingen heeft gedaan waaruit zij de woning in zijn geheel kon financieren. Haar moeder heeft haar in totaal € 546.268,58 geschonken waarvan een bedrag van € 432.642,23 ten behoeve van de woning. Uit de geschonken gelden heeft [verdachte] niet alleen de auto maar ook de woning kunnen financieren. De rechtbank kan dan ook niet vast stellen dat er gelden van [medeverdachte] zijn witgewassen door de woning en de Audi die op naam staan van [verdachte] te financieren. [verdachte] dient derhalve te worden vrijgesproken van het witwassen van de woning en de auto. Voor de overige voorwerpen die op de tenlastelegging staan, is aan de hand van het dossier onvoldoende duidelijk geworden waarop de witwasverdenking van [verdachte] is gebaseerd, zodat zij daarvan eveneens dient te worden vrijgesproken. Om deze reden zal de rechtbank [verdachte] in zijn geheel vrijspreken van hetgeen haar is tenlastegelegd. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. A.M. Koster-van der Linden en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker en mr. Y.L.J. Damoiseaux, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 maart
  3. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
  4. (zaaksdossier 17) zij tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen tussen 1 januari 2000 tot en met 1 oktober 2013, te Leende, althans in Nederland en/of in België van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s), van (een) voorwerp(en), te weten - horloges (waaronder een Breitling en/of een Rolex) en/of 6 sieraden, althans een of meer ringen en/of een ketting en/of - een of meer personenauto's waaronder een Mercedes 280SE (kenteken [kenteken 2] ) en/of - Mercedes (kenteken [kenteken 3] ) en/of - een Audi A6 (kenteken [kenteken 1] ) en/of - onroerend goed, te weten een woning en bijgebouwen behorende bij betreffende woning, gelegen aan de [adres] en/of - een geldbedrag van 50.000 Euro, althans enig geldbedrag (storting [X] ) en/of - contante betalingen(t.b.v. facturen en/of acceptgiro's) tot een bedrag van 28.183 Euro althans enig geldbedrag en/of - een geldbedrag van 9.300 Euro, althans enig geldbedrag, aangetroffen in de woning [adres] te Leende en/of - een bedrag van 2.480 Euro, althans enig geldbedrag, aangetroffen in een tas onder een struik bij de woning [adres] te Leende de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) en/of die/dat geldbedrag(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) voorhanden had/hadden, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit misdrijf en/of heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s), bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; art. 420ter Wetboek van Strafrecht art. 420 bis lid1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.