RECHTBANK limburg Zittingsplaats Maastricht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/3893 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen [eiseres] , te Heerlen , eiseres (gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder (gemachtigde: W. Buttolo). Procesverloop Bij besluit van 12 april 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de kosten van bewindvoering afgewezen. Bij besluit van 9 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart
- Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft deze zaak gevoegd behandeld met de zaak met het nummer AWB 17/
- Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank de zaken gesplitst en afzonderlijk uitspraak gedaan. Overwegingen
- De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste feiten als vaststaand aan.
- Op 3 maart 2017 heeft eiseres algemene bijstand aangevraagd. Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat het recht niet is vast te stellen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij woont op de [adres] te Heerlen. Eiseres heeft geen domicilie in Heerlen. Met ingang van 14 april 2017 heeft verweerder eiseres wel algemene bijstand op grond van de Pw toegekend. Op 9 februari 2017 heeft Bewindvoerder Doorwerk namens eiseres een aanvraag gedaan voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering voor de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december
- Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres ten tijde van de aanvraag geen domicilie in Heerlen had. Met ingang van april 2017 is wel bijzondere bijstand in de kosten van bewindvoering toegekend.
- Eiseres bestrijdt dat zij niet woont op het opgegeven adres. Zij staat in de basisregistratie personen (BRP) ingeschreven op dit adres. De onderzoeksbevindingen van de gemeente bieden onvoldoende grondslag voor de conclusie dat eiseres ten tijde van de aanvraag geen woonplaats had in de gemeente Heerlen. Eiseres is van mening dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan.
- De rechtbank overweegt als volgt.
- De rechtbank stelt vast dat verweerder de bijzondere bijstand voor de maandelijkse kosten van bewindvoering terecht heeft afgewezen. Op het moment van opkomen van deze kosten bestond er geen recht op algemene bijstand. Immers in het besluit van 17 april 2017 heeft verweerder de aanvraag om algemene bijstand afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonde op het opgegeven adres. Reeds om deze reden heeft verweerder de aanvraag om bijzondere bijstand terecht afgewezen.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.E.A. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Haddoumi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: 17 april 2018 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.