vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer: C/03/235721 / HA ZA 17-273 Vonnis bij vervroeging van 23 mei 2018 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. V.H.A. Griffioen; tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. R.Ph.E.M. Cratsborn. Eiseres zal hierna [eiseres] genoemd worden. Gedaagde zal hierna [gedaagde] worden genoemd. De rechtbank zet de nummering van het hierna genoemde tussenvonnis voort. 6Het verdere verloop van de procedure 6.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het door deze rechtbank gewezen tussenvonnis van 21 februari 2018; de zijdens [eiseres] genomen akte na tussenvonnis met een productie; de zijdens [eiseres] genomen antwoordakte na tussenvonnis; de zijdens [gedaagde] genomen antwoordakte. 6.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 7De verdere beoordeling 7.1 De rechtbank blijft bij haar in het tussenvonnis gegeven oordelen en motiveringen. 7.2 De rechtbank heeft in het tussenvonnis [gedaagde] in staat gesteld om op de rol van 21 maart 2018 (vier weken na uitspraak van het tussenvonnis) aan de hand van producties, waaronder in elk geval kadastrale bescheiden als bijvoorbeeld verklaringen van de houder van het kadaster, aan te tonen dat de veldwei en het perceel plaatselijk bekend als [naam 1] en kadastraal bekend als gemeente [plaats 1] , [kadasternummer 1] , groot vier en vijftig aren tachtig centiaren, dezelfde onroerende zaak betreft. [eiseres] is bij voornoemd vonnis in staat gesteld om over te leggen de factuur van Roex en een bewijs waaruit blijkt dat zij die factuur heeft betaald. 7.3 De rechtbank heeft [gedaagde] op zijn verzoek uitstel verleend om de in rov. 7.2 genoemde producties, waaronder in elk geval kadastrale bescheiden, over te leggen, en wel tot 11 april 2018. Ook op de rol van 11 april 2018 heeft [gedaagde] geen producties overgelegd noch anderszins van zich laten horen. Bij gebreke van die nadere door [gedaagde] over te leggen gegevens, is de door hem te bewijzen stelling dat hij de betreffende grond niet aan [eiseres] mocht overdragen wegens een testamentaire last, niet komen vast te staan. Dit brengt met zich dat de primaire vordering, waar verder geen verweer tegen is gevoerd, voor toewijzing gereed ligt. De rechtbank merkt voor de volledigheid nog op dat de executie van hetgeen in het dictum in 8.1 en 8.2 is vermeld met zich brengt dat [eiseres] de afgesproken koopprijs aan [gedaagde] moet betalen. De rechtbank zal [gedaagde] een redelijke termijn geven voor de gevorderde meewerking. 7.4 Alle andere vorderingen van [eiseres] behoudens de proceskostenveroordeling, zijn als subsidiair of meer subsidiair ingesteld, zodat daarover verder niet geoordeeld hoeft te worden. De rechtbank komt dus ook niet toe aan de beantwoording van de vraag of Roex al dan niet [eiseres] heeft gefactureerd en of [eiseres] de factuur van Roex al dan niet heeft betaald. 7.5 Nu de primaire vordering zal worden toegewezen, heeft [gedaagde] te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en zal hij worden veroordeel in de proceskosten. Deze bedragen € 287,- aan griffierecht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.