RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 6335406 \ CV EXPL 17-7512 Vonnis van de kantonrechter van 23 mei 2018 in de zaak van: [eisende partij] h.o.d.n. [handelsnaam eisende partij], wonend [adres eisende partij] , [woonplaats eisende partij] , eisende partij, gemachtigde DAS Rechtsbijstand, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijfsnaam gedaagde partij] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde ARAG SE. Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald de op 23 januari 2018 gehouden comparitie de akte na comparitie van de zijde van [eisende partij] en de akte van antwoord van de zijde van [gedaagde partij] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1. [eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 10.990,07 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, alsmede een bedrag van € 884,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten en in de nakosten. 2.2. [eisende partij] stelt daartoe dat zij sinds het derde kwartaal van 2014 in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] diverse media diensten verricht. Volgens [eisende partij] is sprake van een duurovereenkomst. [eisende partij] stelt verder dat de overeenkomst steeds is blijven doorlopen. In elk geval heeft [gedaagde partij] die overeenkomst niet opgezegd. [gedaagde partij] heeft ook nooit geklaagd over de verrichte werkzaamheden en evenmin over de hoogte van de facturen. Sinds maart 2015 is [gedaagde partij] in gebreke gebleven met de betaling van een aantal facturen. [gedaagde partij] heeft een achterstand laten oplopen van in totaal € 10.990,07. Ondanks meerdere aanmaningen is [gedaagde partij] niet tot betaling overgegaan. [eisende partij] was daarom genoodzaakt haar incassogemachtigde in te schakelen. [eisende partij] is van mening dat de daarmee gepaard gaande incassokosten ad € 884,90 voor rekening van [gedaagde partij] dienen te komen. 2.3. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] erkent dat zij sinds medio 2014 een aantal opdrachten aan [eisende partij] heeft verstrekt. Het betrof dan werkzaamheden die tezamen met de heer [X] werden verricht. [gedaagde partij] betwist met klem dat sprake is van een duurovereenkomst. Omdat zij niet tevreden was over de door [eisende partij] verrichte werkzaamheden heeft zij in de loop van medio 2015 meerdere malen aan [eisende partij] meegedeeld dat [eisende partij] geen werk meer voor haar hoefde te verrichten. Volgens [gedaagde partij] heeft zij sindsdien een ander ICT-bedrijf ingeschakeld. Met uitzondering van de factuur ten bedrage van € 1.504,60 ter zake van advertentiekosten, stelt [gedaagde partij] dat zij ter zake van de overige gevorderde factuurbedragen geen opdrachten aan [eisende partij] heeft verstrekt. [gedaagde partij] is daarom van mening dat al die gevorderde bedragen moeten worden afgewezen. 2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.1. [eisende partij] vordert betaling van dertien facturen betreffende in de periode van maart 2015 tot en met april 2016 verrichte werkzaamheden. 3.2. Partijen houdt allereerst verdeeld de vraag of al dan niet sprake is van een duurovereenkomst. Voor de beantwoording van die vraag is mede van belang dat uit de door [eisende partij] overgelegde facturen en bankrekeningafschriften blijkt dat [eisende partij] in de periode van juli 2014 tot februari 2016 werkzaamheden voor [gedaagde partij] heeft verricht en dat [gedaagde partij] de daarmee verband houdende facturen aan [gedaagde partij] heeft betaald. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit het vorenstaande dat de relatie tussen partijen kan worden aangeduid als een contractuele relatie, welke is te kwalificeren als een (stilzwijgende) duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Weliswaar bestond de relatie formeel wellicht uit een aaneenschakeling van verschillende overeenkomsten, maar uit het gedurende geruime tijd bestaan van die situatie waarbij [eisende partij] (zoals uit het door [eisende partij] overgelegde reiskostenoverzicht blijkt) vrijwel wekelijks [gedaagde partij] bezocht om te overleggen over de uit te voeren werkzaamheden volgt een zekere mate van vanzelfsprekendheid met betrekking tot het steeds opnieuw sluiten van overeenkomsten. Uit de overgelegde facturen blijkt dat het maandelijks nagenoeg dezelfde soort werkzaamheden betrof, zoals het plaatsen van advertenties, het verzenden van nieuwsbrieven en het bijhouden van facebook. 3.3. [gedaagde partij] stelt zich op het standpunt dat zij de overeenkomst meerdere malen heeft opgezegd omdat zij niet tevreden was over de kwaliteit van het door [eisende partij] verrichte werk. Dat verweer kan echter niet slagen. Gesteld noch anderszins is gebleken op welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.