← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2018:5520

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 6694521 \ CV EXPL 18-1175 Vonnis van de kantonrechter van 13 juni 2018 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRECT PAY SERVICES B.V., gevestigd te Barendrecht, eisende partij, gemachtigde Webcasso B.V., tegen: [gedaagde partij] , wonend [gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Uit hoofde van een met Essent Retail Energie B.V. gesloten overeenkomst heeft Essent gas en elektriciteit geleverd in opdracht en voor rekening van gedaagde partij op het adres [gedaagde partij] te [woonplaats gedaagde partij] . Essent heeft op 3 maart 2016 de eindafrekening opgemaakt. Essent heeft vervolgens haar vordering op gedaagde partij aan eisende partij overgedragen,. 3Het geschil 3.
  4. Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 687.26, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  5. Gedaagde partij voert verweer. 3.
  6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  7. Gedaagde partij stelt dat zij geruime tijd niets meer heeft gehoord van eisende partij en dat het onterecht is om twee jaar na dato tot dagvaartding over te gaan. Voor zover gedaagde partij met dit verweer een beroep op verjaring beoogt stelt de kantonrechter vast dat de gevorderde bedragen betrekking hebben op facturen van respectievelijk 6 januari 2016, het termijn bedrag van januari 2016, 6 februari 2016, het termijn bedrag van februari 2016 en 3 maart 2016 de eindafrekening. De dagvaarding is uitgebracht op 30 januari
  8. Van verjaring kan daarom geen sprake zijn. 4.
  9. De vordering heeft betrekking op twee termijnbedragen die in de eindafrekening zijn meegenomen en het bedrag van de eindafrekening. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde partij geen verweer voert tegen de eindafrekening zodat deze als vaststaand moet worden aangenomen. Gedaagde legt geen bewijs van betaling over van de gevorderde facturen noch biedt hij bewijs daarvan aan. Hij stelt zelfs niet eens dat deze zijn betaald. De vordering moet daarom als onvoldoende gemotiveerd weersproken worden toegewezen. 4.
  10. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering. 4.
  11. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 84,09 griffierecht 476,00 salaris gemachtigde 200,00 ( 2 x tarief € 100,00) totaal € 760,09 4.
  12. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  13. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 687,26, vermeerderd met de wettelijke rente over € 664,98 vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, 5.
  14. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 760,09, 5.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken. type: HM coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.