beschikking RECHTBANK LIMBURG Familie en jeugd Zittingsplaats: Maastricht Zaakgegevens: C/03/249453 / JE RK 18-881 en C/03/249488 / JE RK 18-887 Datum uitspraak: 14 mei 2018 Beschikking (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE LANDGRAAF, hierna te noemen het college, gevestigd te Landgraaf, betreffende de minderjarige [minderjarige], geboren op [2000] te [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige], advocaat: mr. S. Mestrini, kantoorhoudende te Maastricht. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [belanghebbende 1], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats], en [belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats]. Gezien de stukken, waaronder de door de kinderrechter van deze rechtbank gegeven en uitgesproken beschikking van 1 mei 2018. Het verdere procesverloop Bij beschikking van 26 april 2018 - schriftelijk vastgelegd op 1 mei 2018 - is, zonder voorafgaand belanghebbendenverhoor, de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend met ingang van 26 april 2018 voor de duur van vier weken, derhalve tot 24 mei 2018. Op 8 mei 2018 heeft de kinderrechter het belanghebbendenverhoor met betrekking tot de het verzoek spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en het reguliere verzoek spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ter zitting, met gesloten deuren, behandeld. Gehoord zijn: - [minderjarige], bijgestaan door mr. S. Mestrini, - de moeder, - de vader, - een tweetal vertegenwoordigsters van het college, - de gekwalificeerde gedragswetenschapper. Het standpunt van verzoeker Het college heeft verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van twaalf maanden, welk verzoek ter zitting is aangepast in die zin dat thans wordt verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft het college verwezen naar het verzoekschrift met bijlagen van 30 april 2018 en gesteld dat het circuit waarin [minderjarige] zich bevond een gevaar vormt voor [minderjarige] en haar omgeving. Een kortere termijn wordt onvoldoende toereikend geacht omdat [minderjarige] nog over onvoldoende inzichten beschikt om de noodzakelijke positieve ontwikkelingen te kunnen bewerkstelligen. Het risico bestaat dat [minderjarige] daardoor, op korte termijn, weer terug zal vallen in haar oude gedrag, hetgeen wederom een gevaar zal vormen voor [minderjarige] en haar omgeving. Het college acht de termijn van zes maanden aldus noodzakelijk om te onderzoeken wat [minderjarige] nodig heeft en op basis hiervan de passende hulpverlening in te zetten. De gedragswetenschapper heeft ter zitting verklaard in te stemmen met een machtiging gesloten plaatsing voor de duur van zes maanden. De termijn tot aan haar meerderjarigheid is voor [minderjarige] te kort, omdat deze termijn normaliter al nodig is voor diagnostiek. Na deze fase kan pas bekeken worden wat [minderjarige] en haar ouders nodig hebben en welke hulpverlening hiervoor noodzakelijk is. De gedagswetenschapper stelt voorts dat [minderjarige] heeft aangegeven dat, wanneer zij de kans hiertoe krijgt, zij zich zal onttrekken aan de hulpverlening. Het standpunt van belanghebbenden De moeder heeft verklaard dat [minderjarige] onvoldoende inzicht heeft in wat haar gedrag voor consequenties heeft gehad voor zowel [minderjarige] als haar gehele familie. De moeder is van mening dat een gesloten plaatsing voor de duur van zes maanden noodzakelijk is om, middels de noodzakelijke hulpverlening, positieve ontwikkeling te kunnen bewerkstelligen. Een kortere termijn acht zij ontoereikend. Daarnaast bestaat volgens de moeder een risico dat [minderjarige] zich aan de hulpverlening zal onttrekken, weg zal lopen en dat niemand [minderjarige] meer terug zal kunnen vinden. De moeder hoopt dat [minderjarige] door middel van de juiste hulp een nieuw leven, nieuw netwerk, een verbeterde band met haar ouders kan opbouwen en weer veilig is. De ouders willen hier samen met [minderjarige] voor knokken. De vader heeft verklaard zich aan te sluiten bij hetgeen de moeder heeft gesteld. Beide ouders hebben ter zitting desgevraagd verklaard uitdrukkelijk in te stemmen met een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden. [minderjarige] is buiten aanwezigheid van de overige belanghebbenden gehoord door de kinderrechter. [minderjarige] heeft verklaard het niet fijn te vinden om gesloten te zitten. Zij voelt zich beperkt in haar vrijheden en verveelt zich. Wel heeft [minderjarige] nu de tijd gehad om na te denken en zij heeft zich gerealiseerd dat het zo niet langer meer kan. [minderjarige] heeft verklaard dat zij geen drugs meer zal dealen. De risico’s van haar betrokkenheid in dit circuit ziet zij echter (nog) niet. Diep in haar hart wil [minderjarige] het liefst terug naar haar ouders. Daarnaast wil [minderjarige] haar opleiding voortzetten en heeft zij ambities voor de toekomst. [minderjarige] ziet echter ook in dat een thuisplaatsing momenteel nog niet mogelijk is. Het contact van [minderjarige] met haar ouders verloopt niet goed. [minderjarige] voelt zich thans in de steek gelaten, niet begrepen en verraden door haar ouders. Dit contact en het wederzijds vertrouwen moeten eerst hersteld worden, alvorens een eventuele thuisplaatsing mogelijk is. [minderjarige] kan daarom instemmen met de machtiging gesloten jeugdhulp tot aan haar meerderjarigheid. [minderjarige] begrijpt dat onderzocht moet worden wat haar mogelijkheden zijn vanaf haar meerderjarigheid. Na afloop van het gesprek heeft de kinderrechter het gesprek kort samengevat voor de belanghebbenden, die in de gelegenheid zijn gesteld daarop te reageren. Mr. Mestrini heeft namens [minderjarige] nog gesteld dat een gesloten plaatsing na haar meerderjarigheid op grond van de wet andere voorwaarden kent, waaraan momenteel nog niet kan worden voldaan. Zij concludeert daarom tot een machtiging gesloten jeugdhulp tot aan haar meerderjarigheid, onder aanhouding van de resterende termijn. De verdere beoordeling Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 2 Jeugdwet (Jw) kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 3 Jw kan een machtiging gesloten jeugdhulp voor een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.