← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2018:6412

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 6784239 \ CV EXPL 18-1937 Vonnis van de kantonrechter van 4 juli 2018 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIKKER LIMBURG B.V., gevestigd te Beringe, eisende partij, gemachtigde INVORDERINGSBEDRIJF B.V., tegen: [gedaagde partij] , h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde partij], wonend [adres gedaagde partij] , [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Gedaagde partij heeft van eisende partij gedurende diverse periodes een container gehuurd. Eisende partij heeft daarvoor diverse facturen aan gedaagde partij gestuurd. Als productie 2 bij dagvaarding worden 5 facturen overgelegd. In deze zaak vordert eisende partij enkel betaling van de facturen van 30 juni 2017 en 31 juli 2017, groot € 18,15 respectievelijk € 18,
  4. 3Het geschil 3.
  5. Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 76,91, vermeerderd met rente en kosten. 3.
  6. Gedaagde partij voert verweer. 3.
  7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  8. Bij antwoord stelt gedaagde partij dat hij op 26 oktober 2017 een bedrag van € 147,03 aan eisende partij heeft voldaan, nooit is aangemaand voor de openstaande facturen en dat de btw over de incassokosten dubbel is berekend in de dagvaarding. 4.
  9. Eisende partij stelt bij repliek dat in de dagvaarding reeds rekening is gehouden met een betaling van € 58,46 op 26 oktober
  10. Dat gedaagde partij reeds na het verstrijken van de betalingstermijn van rechtswege in verzuim is en dat in geval van een handelstransactie niet relevant is of er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. 4.
  11. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een handelsovereenkomst die op of na 16 maart 2013 is gesloten, waarbij de contractuele betalingstermijn is verstreken, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW een bedrag van € 40,00 aan buiten-gerechtelijke incassokosten toewijsbaar is. Eisende partij heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, nu eisende partij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. 4.
  12. De gevorderde interne invorderingskosten komen niet voor toewijzing in aanmerking nu dossierkosten worden geacht deel uit te maken van de buitengerechtelijke incassokosten en niet als bijzondere kosten aangemerkt kunnen worden. 4.
  13. Eisende partij stelt op 26 oktober 2017 (na aanmaning) een bedrag van € 58,46 te hebben ontvangen. Eisende partij weerspreekt niet de door gedaagde partij overgelegde betalingsbewijzen tot een bedrag van € 147,
  14. De kantonrechter ziet zich daarom voor de vraag gesteld waarop het resterende bedrag van € 88,57 door eisende partij is afgeboekt. Eisende partij beroept zich er op dat deelbetalingen eerst in mindering worden gebracht op de kosten en daarna op de hoofdsom. De kantonrechter merkt op dat voor één betaling echter expliciet is aangegeven dat die strekt voor factuur
  15. 4.
  16. De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg van eisende partij had gelegen duidelijk aan te geven waarop de betaling ad € 147,03 van 26 oktober 2017 is afgeboekt. Nu dat niet is gebeurd zal de vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. 4.
  17. Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  18. wijst de vordering af, 5.
  19. veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken. type: HM coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.