RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/700420-18 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 november 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.E. Tip, advocaat kantoorhoudende te Roermond. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 november 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, na wijziging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: de minderjarige [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft aangerand dan wel ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd; Feit 2 en 3: kinderporno heeft vervaardigd en/of in zijn bezit heeft gehad, onder meer van [slachtoffer] . 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen, gelet op de verklaring van aangeefster [moeder slachtoffer] (hierna: [moeder slachtoffer] ), de door [moeder slachtoffer] en getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) waargenomen gedragsveranderingen bij [slachtoffer] in de maanden voorafgaande aan de aangifte, het studioverhoor van [slachtoffer] en de verklaring van getuige [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ). Voorts acht de officier van justitie bewezen dat de verdachte kinderporno heeft vervaardigd (feit 2) en kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad (feit 3). De kinderporno is aangetroffen op computers die de verdachte gebruikte. Dat [getuige 2] de filmpjes en foto's gemaakt zou hebben of in bezit zou hebben gehad blijkt niet uit het dossier. De verdachte moet worden vrijgesproken van het in bezit hebben van de films, zoals ten laste gelegd onder feit 3, omdat virtuele kinderporno volgens de jurisprudentie alleen onder artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht kan vallen als de afbeeldingen niet van echt te onderscheiden zijn. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman bepleit een integrale vrijspraak wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verwijten komen voort uit ruzies tussen [getuige 2] en de verdachte en moeten worden gezien als represaille. De verdachte ontkent alle feiten ten stelligste. Bovendien is de raadsman van mening dat de verklaring van [slachtoffer] dermate onbetrouwbaar is, dat deze niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Ook ontbreekt steunbewijs voor de feiten 1 primair en subsidiair. Voor de feiten 2 en 3 ontbreekt het bewijs dat het de verdachte was die de foto's en filmpjes heeft gemaakt en op de laptops heeft gezet. De raadsman wijst op het alternatieve scenario dat [getuige 2] , die de laptops vooral gebruikte, de foto's en filmpjes heeft gemaakt om de verdachte een hak te zetten. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.1 Overwegingen feit 1 primair en subsidiair Inleiding Op 25 juni 2018 heeft [getuige 2] contact opgenomen met de politie omdat haar man, de verdachte, aan het buurmeisje van vier jaar zou hebben gezeten. [getuige 2] verklaarde dat ze enkele dagen eerder op de computer een filmpje had aangetroffen, waarop [slachtoffer] te zien was en waarop ze haar man hoorde fluisteren "Zullen we dadelijk lekker op bed gaan liggen, kan ik lekker over jou heen wrijven". Zij heeft dit tegen haar man gezegd en heeft het filmpje later niet meer aangetroffen. [getuige 2] heeft haar vermoedens die dag ook met buurvrouw [moeder slachtoffer] gedeeld. Diezelfde dag is de politie ter plaatse gegaan en heeft onder meer gesproken met [moeder slachtoffer] . Zij gaf aan het verhaal vooralsnog niet te geloven en is naar de huisarts verwezen. [slachtoffer] is onderzocht door de huisarts en de kinderarts. Er is niets aangetroffen dat kan duiden op seksueel misbruik. [moeder slachtoffer] heeft verklaard dat [slachtoffer] , nadat ze ernaar gevraagd heeft, heeft verteld dat ze ringetjes van [verdachte] , de verdachte, heeft ontvangen en dat [verdachte] met zijn vingers aan haar pruimpje heeft gezeten. [slachtoffer] zou ditzelfde tegen oma, getuige [getuige 1] , de huisarts en kinderarts hebben verteld. Op 9 juli 2018 is [slachtoffer] bij de politie in een kindvriendelijke studio verhoord. [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , was op het moment van het verhoor vier jaar. De verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer] heeft aangerand of ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd. Waardering studioverhoor De rechtbank stelt voorop dat volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van het slachtoffer. Deze bepaling dient ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door het slachtoffer genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Dit betekent dat - in een geval als het onderhavige, waarin de verklaring van het slachtoffer en de verdachte tegenover elkaar staan - de rechtbank de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer moet beoordelen en daarnaast moet bepalen of voor de beweringen van het slachtoffer voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging mag - met andere woorden - niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) verklaring van een slachtoffer volgen, maar moet óók gesteund worden door ander bewijsmateriaal, dat bovendien afkomstig moet zijn uit een andere bron dan het slachtoffer. De rechtbank zal daarom eerst ingaan op de vraag of de verklaring van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar is om te worden gebezigd voor het bewijs. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] tijdens het studioverhoor in eerste instantie niet uit zichzelf vertelt waarover ze verhoord wordt. Op enkele gesloten vragen antwoordt [slachtoffer] dat het over iets niet leuks gaat en over de buurman. Als ze wordt uitgenodigd om alles te vertellen over het niet leuke, zegt [slachtoffer] "Ehm aan m'n gezeten heb". De verhoorster reageert met "Aan mijn moesje gezeten. Zeg ik dat goed?", waarop [slachtoffer] zegt "Ah ha". Daarna noemt [slachtoffer] de naam van de buurman, [verdachte] . De verhoorster vat samen "En jij zei: ik kom eh ik kom vertellen over de buurman [verdachte] die aan mijn moesje heeft gezeten". De rechtbank constateert dat de verhoorster het meest cruciale woord in de verklaring, "moesje", zelf noemt en dat dit niet door [slachtoffer] genoemd is. Ook het vervolg van het verhoor van [slachtoffer] verloopt voor een groot deel langs deze lijn: [slachtoffer] toont zich onwillig om iets te zeggen, de verhoorster brengt een element in, [slachtoffer] reageert daarop en de verhoorster vat samen, inclusief het ingebrachte element. Op die manier is niet vast te stellen of de opgetekende verklaring daadwerkelijk de verklaring van [slachtoffer] is. De rechtbank is van oordeel dat in het verhoor dermate sprake is geweest van suggestieve c.q. gesloten vragen, dat daardoor een onaanvaardbare sturing is opgetreden en de resultaten van het verhoor als gevolg daarvan onbetrouwbaar zijn geworden. De rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer] daarom niet bruikbaar voor het bewijs. Overig bewijs Nu de verklaring van [slachtoffer] wordt uitgesloten van het bewijs, resteren enkel twee de-audituverklaringen van [moeder slachtoffer] en [getuige 1] , die beiden verklaren over wat [slachtoffer] hun verteld heeft. Weliswaar heeft de getuige [getuige 2] bij herhaling verklaard over een filmpje dat de verdachte gemaakt zou hebben van [slachtoffer] , waarop zij de verdachte zou hebben horen spreken, maar dit filmpje is niet aangetroffen op een van de in beslag genomen gegevensdragers, noch zijn daarop sporen aangetroffen van dit filmpje. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat dat filmpje daadwerkelijk heeft bestaan. Het bestaan van het filmpje kan dan evenmin aan het bewijs van het tenlastegelegde ten grondslag worden gelegd. Daarnaast ontbreekt het aan nader onderzoek naar een causaal verband tussen het kennelijk veranderde gedrag van [slachtoffer] , waarover [moeder slachtoffer] en [getuige 1] verklaren, en de beweerdelijk gepleegde handelingen van de verdachte. Het is heel goed mogelijk dat het veranderde gedrag zijn oorsprong vindt in seksueel getinte handelingen die de verdachte bij [slachtoffer] zou hebben verricht, maar zonder nader onderzoek kan dat niet worden vastgesteld. Immers, [getuige 1] schreef het gedrag van [slachtoffer] in eerste instantie toe aan een verandering in de schoolomgeving. Op zichzelf kan dat een plausibele verklaring zijn. Een aanhoudende verandering in het gedrag zou ook kunnen worden verklaard door de onrust die is ontstaan als het gevolg van de onderhavige zaak. Zonder nader onderzoek daarnaar kan echter niet worden geconcludeerd dat de gedragsverandering door de gedragingen van de verdachte is ontstaan. De gedragsverandering kan daarmee evenmin als bewijs voor het tenlastegelegde dienen. Conclusie rechtbank Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat de verdachte de onder feit 1 primair of subsidiair ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De verdachte zal daarvan dan ook worden vrijgesproken. 3.3.2 De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 Na een melding van [getuige 2] dat ze kinderporno had aangetroffen op een laptop heeft de politie een notebook van het merk Asus uit de woning van de verdachte in beslag genomen. Tevens werd een JVC recorder in beslag genomen waarin een micro SD geheugenkaart zat., De politie constateerde dat er kinderpornografisch materiaal op de computer en de geheugenkaart uit de JVC recorder stond. De volgende afbeeldingen zijn nader beschreven. Foto's 1 tot en met 4 - Foto 1 met bestandsnaam [bestandsnaam 1] , aangetroffen in map [naam map 1] op de Asus notebook: Op de foto is een meisje met een kennelijke leeftijd tussen de 2 en 5 jaar, in ieder geval niet ouder dan 18 jaar te zien. Verder is op de foto een volwassen man te zien. Het meisje draagt een roze bikini broekje, haar bovenlichaam is ontbloot. De man draagt zwarte sokken en is verder bloot. De man staat naar alle waarschijnlijkheid op een bed. Schuin voor de man staat het meisje. Haar gezicht bevindt zich ongeveer ter hoogte van de blote penis van de man. De foto is bewerkt, te zien is dat het meisje oorspronkelijk niet gelijktijdig met de man gefotografeerd is. Op de foto is te zien dat het meisje later is toegevoegd aan de foto. - Foto 2 met bestandsnaam [bestandsnaam 2] , aangetroffen in map [naam map 1] op de Asus notebook: Op de foto is een meisje te zien met een kennelijke leeftijd tussen de 2 en 5 jaar, in ieder geval niet ouder dan 18 jaar te zien. Het meisje zit op haar kont met haar beentjes iets gespreid. Zij draagt geen onderbroek. Het kledingstuk dat het meisje draagt om haar bovenlichaam is licht- en donkerblauw in verticale strepen. Zij houdt met haar linkerhand het gestreepte kledingstuk omhoog. Op haar rechterbovenbeen is een duim van een volwassen persoon te zien. Zij zit op een ondergrond van stof, mogelijk een deken. De hoofdkleur is okergeel en te zien zijn een halve cirkel met de kleuren wit, oranje en blauw. Door het camerastandpunt is de vagina van het meisje prominent in beeld. - Foto 3 met bestandsnaam [bestandsnaam 3] en foto 4 met bestandsnaam [bestandsnaam 3a] , beide aangetroffen in de map [naam map 1] op de Asus notebook: Op foto 3 en 4 is dezelfde vagina te zien als beschreven bij foto 2. Dit is af te leiden uit het kledingstuk dat het meisje draagt op foto 3 en 4. Tevens is het af te leiden uit de deken waarop het meisje zit. Op foto 4 is te zien dat het meisje uitslag op haar vagina heeft. Ook op deze foto’s is door het camerastandpunt de vagina van het meisje prominent in beeld. Foto's 1 tot en met 4 zijn thumbnailbestanden, kleinere kopieën van de originele afbeelding. De thumbnails zijn gegenereerd aan de hand van bestanden op een gegevensdrager met het stationsletter E:/, een USB-stick. Aan de created date van de foto's 1 tot en met 4 is te zien dat de thumbnails op 20 augustus 2017 en 23 augustus 2017 op de computer zijn aangemaakt. Het meisje op foto's 1 tot en met 3 is door getuige [moeder slachtoffer] herkend als [slachtoffer] . De man op foto 1 herkent zij als de verdachte. Foto's 7 en 8 Een verbalisant relateert het volgende: Uit het proces-verbaal van aangifte blijkt dat het buurmeisje van de verdachte [slachtoffer] heet. [slachtoffer] is geboren op [geboortedatum slachtoffer] . Ik trof tijdens het beoordelen diverse films aan waarin een meisje te zien is. Het betreft een meisje met lang donker haar. Ik zag dat het meisje een mollig postuur had. De kennelijke leeftijd van het meisje is tussen 3 en 5 jaar. Ik hoorde dat het meisje werd aangesproken met de naam [slachtoffer] . Voornoemd meisje trof ik onder andere ook aan op de beschreven foto's 7 en 8. - Foto 7 met bestandsnaam [bestandsnaam 4] , aangetroffen in map [bestandsnaam 4] op de Asus notebook: Op deze foto is [slachtoffer] vanaf haar hoofd tot aan haar knieën vanaf de zijkant te zien. Zij is bloot en staat in een woonkamer. - Foto 8 met bestandsnaam [bestandsnaam 5] , aangetroffen in map [naam map 3] op de geheugenkaart van de JVC recorder: Op deze foto is [slachtoffer] vanaf de zijkant volledig afgebeeld te zien. Zij is bloot en staat in een woonkamer. Foto's 9 tot en met 13 Op foto’s 9 tot en met 13 en film 3 werd een meisje aangetroffen dat vermoedelijk [slachtoffer] betreft. - Foto 9 met bestandsnaam [bestandsnaam 6] , aangetroffen in map [naam map 2] op de Asus notebook: Op deze foto is een meisje te zien gekleed in roze bonte jurk en roze schoenen. Het meisje zit onderuit gezakt op een rode bank. Zij heeft zwarte haren en kijkt in een boekje. Zij heeft haar benen deels omhoog getrokken. Door het camerastandpunt wordt de aandacht getrokken naar het kruis van het meisje. De foto is opgeslagen in de afbeeldingenmap van de gebruiker [verdachte] en is eenvoudig via het besturingssysteem te benaderen. - Foto’s 10 tot en met 13 betreffen 4 foto’s waarop telkens een meisje vanaf haar onderrug tot en met haar bovenbenen te zien is. Het meisje is gekleed in een roze witte onderbroek met een roze elastieke band. De focus van de foto’s ligt op de onderbroek van het meisje. Foto 10 met bestandsnaam [bestandsnaam 7] en foto 11 met bestandsnaam [bestandsnaam 8] zijn aangetroffen in map [bestandsnaam 4] op de Asus notebook. Foto 12 met bestandsnaam [bestandsnaam 9] en foto 13 met bestandsnaam [bestandsnaam 10] zijn aangetroffen in de map [naam map 3] op de geheugenkaart van de JVC recorder. Film 3 Foto's 10 tot en met 13 zijn screenshots uit film 3. - Film 3 met bestandsnaam [bestandsnaam 11] , aangetroffen in map [naam map 4] op de geheugenkaart van de JVC recorder: Op de film is een meisje vanaf haar onderrug tot en met haar bovenbenen te zien. Het meisje is gekleed in een roze witte onderbroek met een roze elastieken band. Het meisje staat met haar gezicht naar een muur. Door het camerastandpunt ligt de focus op de onderbroek c.q. billen van het meisje. Tijdens de opname stopt het meisje haar linkerhand achter in haar onderbroek. Haar onderbroek wordt hierdoor naar beneden getrokken waardoor haar bilspleet en een gedeelte van haar billen zichtbaar zijn. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de Asus computer door [getuige 2] en door hem werd gebruikt. Hij maakte weleens films en foto's van de kinderen, als die aan het spelen waren en bewaarde deze op de Asus computer. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met de JVC recorder een film heeft gemaakt van zijn overburen, waarbij de camera vooral gericht is op het minderjarige overbuurmeisje. De verdachte herkent de foto's 1, 7, 8, 9 en 10 als gemaakt in de woonkamer van de [adres] in [woonplaats] , waar hij met [getuige 2] woonde. [slachtoffer] woont volgens de verdachte ongeveer twee jaar naast hem, zo verklaart hij in november 2018. [getuige 2] heeft verklaard dat zij op de computer van haar man een filmpje heeft gezien van [slachtoffer] , die op de bank zat met alleen een onderbroek aan. Er werd ingezoomd op het kruis van [slachtoffer] . Volgens [getuige 2] heeft de verdachte dit gefilmd, omdat er verder niemand met de camera filmt. 3.3.3 De bewijsoverwegingen Op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat foto's en een film van [slachtoffer] zijn aangetroffen op de computer en de videocamera die de verdachte mede in gebruik had. Telkens ligt de focus op het kruis of de billen van het meisje. Op meerdere afbeeldingen is zij naakt. Eén van de foto's is bewerkt en toont een vrijwel naakte [slachtoffer] met daarnaast de volledig ontklede verdachte, die met zijn penis ter hoogte van [slachtoffer] 's hoofd staat. Van een deel van de foto's en de film staat vast dat ze zijn gemaakt in de woning van de verdachte. [slachtoffer] woonde ongeveer vanaf november 2016 naast de verdachte. De rechtbank leidt voorts uit het dossier af dat de foto's 1 tot en met 4 zijn gemaakt in augustus 2017. Deze foto's zijn via een usb-stick op de computer getoond en zo als thumbnails zichtbaar gebleven in een map in het gebruikersprofiel van [verdachte] . Foto 9 staat opgeslagen in een map met de datum 2017-07, de rechtbank begrijpt dit als juli 2017. Deze foto is opgeslagen in de afbeeldingenmap van gebruiker [verdachte] . Foto's 7, 10 en 11 zijn aangetroffen in een map in het gebruikersprofiel van [verdachte] . Foto's 10 en 11 zijn zogenoemde stills van beelden uit film 3, net als foto's 12 en 13. Foto's 8, 12 en 13 en film 3 zijn aangetroffen op de geheugenkaart in de videocamera die de verdachte gebruikte. De verdachte heeft verklaard dat hij met de camera films maakte van de kinderen en dat hij de computer gebruikte om foto's en films op te slaan. De verdachte heeft geen verklaring willen afleggen over hoe de foto's en film van [slachtoffer] op zijn computer en camera terecht zijn gekomen. Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat het de verdachte is geweest die de foto's en film van [slachtoffer] heeft gemaakt. Namens de verdachte is een alternatief scenario aangedragen dat het [getuige 2] was die de foto's en film moet hebben gemaakt om de verdachte een hak te zetten. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu dit niet nader met feiten is onderbouwd. Overigens acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat [getuige 2] reeds in augustus 2017 foto's van [slachtoffer] zou hebben gemaakt om ze vervolgens tien maanden later op de computer "te ontdekken". Gelet op de voorgaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen en een film. De rechtbank acht voorts bewezen dat dit is gebeurd in de periode van 1 november 2016 tot en met 25 juni 2018, gelet op de omstandigheid dat [slachtoffer] ongeveer vanaf november 2016 naast de verdachte woonde en diverse foto's van [slachtoffer] gedateerd zijn in juli en augustus 2017. 3.3.4 Overwegingen feit 3 Aan de verdachte is tenlastegelegd – kort gezegd – het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen met bestandsnamen [bestandsnaam 12] en [bestandsnaam 13] , in het procesdossier aangeduid met foto 5 en 6. Deze foto's zijn aangetroffen op computers die in de woning van de verdachte in beslag zijn genomen. Foto 5 is aangetroffen in een map van gebruiker [getuige 2] op een notebook van het merk Compaq. Foto 6 is aangetroffen op een notebook van het merk Packard Bell, waarover de verdachte verklaard heeft dat het de kapotte notebook van [getuige 2] was. Uit het dossier blijkt niet wie beide computers wanneer in gebruik heeft gehad. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte was die de afbeeldingen in bezit heeft gehad. Bovendien wijken de afbeeldingen af van de onder feit 2 bewezen verklaarde foto's en films, in die zin dat ze niet [slachtoffer] als onderwerp hebben. De verdachte moet daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Aan de verdachte is voorts tenlastegelegd – kort gezegd – het in bezit hebben van kinderpornografische films met bestandsnamen [bestandsnaam 14] en [bestandsnaam 15] en [bestandsnaam 16] , in het procesdossier aangeduid met film 1 en 2. Het betreffen virtuele films. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat onder het bereik van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht ook virtuele afbeeldingen vallen, mits het gaat om realistische afbeeldingen, die niet van echt te onderscheiden zijn. Nu de personages in films 1 en 2 overduidelijk getekende figuren zijn, moet de verdachte ook van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte 2. in de periode van 1 november 2016 tot en met 25 juni 2018 in de gemeente Simpelveld meermalen afbeeldingen, te weten foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren door die [slachtoffer] , waarbij door het camerastandpunt en de pose van die [slachtoffer] en de uitsnede van de foto's/film nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die [slachtoffer] , in beeld wordt/worden gebracht, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] , p. 84 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 3] , p. 84 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 3a] , p. 84 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 4] , p. 87 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 5] , p. 87 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 6] , p. 87 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 7] , p. 87 en 88 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 8] , p. 88 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 9] , p. 88 pv en een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 10] , p. 88 pv en een film met bestandsnaam: [bestandsnaam 11] , p. 88
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.