← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2019:11818

RECHTBANK LIMBURG rechter-commissaris in strafzaken Zittingsplaats Roermond rc-nummer : 18/845 parketnummer : 03/721019-18 datum : 5 december 2019 Beschikking ex artikel 181 Sv In de strafzaak tegen de verdachte: naam : [verdachte] voornamen : [verdachte] geboren op : [geboortedatum 1] 1962 te [geboorteplaats] adres : Z.V.W.O.V.H.T.L thans verblijvende te PPC Vught 1De procedure Op 8 november 2019 heeft de officier van justitie ex artikel 181 Sv gevorderd dat [naam 1] geboren op [geboortedatum 2] te Hoogeveen, als getuige in deze zaak wordt gehoord. Bijkomend heeft de officier gevorderd de getuige te horen zonder dat de raadsman van de verdachte “op voorhand van het verhoor op de hoogte is en zonder dat hij daarbij aanwezig is.” 2De beoordeling 2.1 Aanleiding van de vordering is dat [naam 1] voornoemd, pleegkind van [moeder verdachte] , zijnde de zus van verdachte, tegen haar biologische moeder [naam 2] heeft gezegd dat verdachte “desgevraagd tegen haar verteld zou hebben dat hij wel eens verliefd was geweest en wel op een persoon genaamd Nicky [proces-verbaal aanvraag vordering getuige door de rechter-commissaris].” Verdachte zou dit tegen [naam 1] hebben verteld toen zij 11 of 12 jaar oud was. [naam 2] voornoemd heeft dit in een verhoor bij de politie op 4 juli 2019 bevestigd. 2.

  1. Eerst dient de vraag te worden beantwoord of de rechter-commissaris kennis kan nemen van de vordering. 2.2.
  2. De officier van justitie heeft de vordering gegrond op artikel 181 Sv. Gelet op het feit dat verdachte reeds is gedagvaard en er inmiddels vier pro formazittingen en één regiezitting hebben plaatsgevonden, is er (mede) in het licht van ECLI:NL:HR:2015:505 geen plaats bij de rechter-commissaris voor een dergelijke vordering. 2.2.
  3. Het voorgaande neemt echter niet weg dat de rechter-commissaris anderszins – en geabstraheerd van het 181 Sv-etiket – kennis kan nemen van de vordering, zulks in het kader van een open of semi-open verwijzing door de rechtbank. Daartoe het volgende. De vordering is op 8 november j.l. ingekomen, derhalve vóór de regiezitting van 20 november
  4. Gelet hierop is van belang wat de rechtbank vóór de zitting van 20 november 2019, derhalve op de zitting 27 augustus 2019, heeft beslist en voor ogen heeft gehad bij haar verwijzing. Nu die verwijzing slechts ziet op het nemen van beslissingen “omtrent de verzoeken van de verdediging (waaronder de brief van 22 juli 2019) tot nader sporenonderzoek door het NFI, waarover geen overeenstemming met het openbaar ministerie wordt bereikt”, bestaat er geen ruimte voor het horen van [naam 1] als getuige en loopt de vordering van de officier van justitie ook hierop stuk. 2.2.
  5. Ook indien de laatste verwijzing van de rechtbank (die van 20 november j.l.) als uitgangspunt zou worden genomen – hetgeen de rechter-commissaris strikt genomen onjuist voorkomt – staat de rechter-commissaris betreffende de onderhavige vordering buitenspel: “De rechtbank is van oordeel dat een open verwijzing in het kader van de toegewezen onderzoekswensen op zijn plaats is. De rechtbank zal de rechter-commissaris verzoeken al datgene te doen wat hem in het belang van het in deze beslissing opgedragen onderzoek noodzakelijk voorkomt [onderstrepingen zijn van de rechter-commissaris].” Het horen van [naam 1] kan niet worden begrepen onder de door de rechtbank reeds toegewezen onderzoekswensen. Saillant in dit verband is overigens dat het openbaar ministerie zich heeft verzet tegen een (algehele) open verwijzing. 2.2.
  6. Een en ander leidt tot de conclusie dat de vordering van de officier zal worden afgewezen. 2.
  7. Ten overvloede overweegt de rechter-commissaris dat, los van al het voorgaande, het bijkomende aspect van de vordering, te weten het horen van [naam 1] als getuige buiten aanwezigheid en buiten medeweten van de verdediging, niet voldoet aan (in elk geval) de eisen van subsidiariteit. Immers, naar het oordeel van de rechter-commissaris zijn er ook andere mogelijkheden om [naam 1] te onderwerpen aan een goed verhoor. Dat er (een zeker) risico bestaat op collusie, hetgeen begrijpelijk is maar bij toewijzing van de vordering ook het geval zou zijn geweest gelet op de alsdan aan de orde zijnde praktische complicaties van het horen van [naam 1] als getuige, werpt hier geen ander licht op. 3De beslissing De rechter-commissaris: wijst de vordering van de officier van justitie af. De rechter-commissaris, mr. Th.A.J.M. Provaas

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.