vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/260551 / KG ZA 19-66 Vonnis in kort geding van 22 februari 2019 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid YIN YANG EXPLOITATIE B.V., gevestigd te Roermond, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOCU B.V., gevestigd te Roermond, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CS HORECA B.V., gevestigd te Roermond, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CS SAUNA B.V., gevestigd te Roermond, eiseressen, advocaat mr. F.J.H.M. Berndsen, tegen DE BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE ROERMOND, kantoorhoudende te Roermond, gedaagde, advocaat mr. M.G.G. van Nisselroij en mr. J.D.E. van den Heuvel. Eisers zullen hierna gezamenlijk (in vrouwelijk enkelvoud) Yin Yang c.s. genoemd worden en gedaagde: de burgemeester. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met (nagezonden) producties 1 tot en met 16 de mondelinge behandeling de pleitnota van Yin Yang c.s. de pleitnota van de burgemeester. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Bij besluit van 23 februari 2017 heeft de burgemeester Yin Yang c.s. een last onder bestuursdwang opgelegd, als gevolg waarvan tot een sluiting van de sauna voor de duur van een jaar zal worden overgegaan. Partijen hebben met betrekking tot dit besluit tot aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna de Afdeling) geprocedeerd. 2.2. Bij uitspraak van 16 januari 2019 heeft de Afdeling beslist dat de burgemeester in redelijkheid van haar bevoegdheid tot sluiting van de panden gebruik heeft kunnen maken. De afdeling heeft het door de burgemeester ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Limburg van 29 november 2017 vernietigd en het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. 2.3. De burgemeester heeft vervolgens op 6 februari 2019 aangekondigd dat zij ter uitvoering van haar besluit van 23 februari 2017 met ingang van maandag 25 februari 2019 zal overgaan tot sluiting van de opstallen aan het perceel Heinsbergerweg 230, 6045 CL te Roermond, voor de duur van 12 maanden. 3Het geschil 3.1. Yin Yang c.s. vordert: primair: de feitelijke uitvoering van de sluiting van Yin Yang c.s. per 25 februari 2019 te staken en gestaakt te houden, zolang het daartoe wettelijk vereiste besluit ontbreekt; subsidiair: indien het schrijven van 6 februari 2019 van de burgemeester als een appellabel besluit in de zin van artikel 1.3 Awb wordt aangemerkt de feitelijke uitvoering van de sluiting van de Yin Yang c.s. per 25 februari 2019 te staken en gestaakt te houden tot zes weken na de datum van de dagtekening van deze uitspraak. primair en subsidiair: veroordeling van de burgemeester in de proceskosten. 3.2. De burgemeester voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het meest vergaande verweer van de burgemeester houdt (samengevat) in dat Yin Yang c.s. niet de burgemeester, maar de gemeente had moeten dagvaarden, zodat Yin Yang c.s. niet kan worden ontvangen in haar vorderingen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter slaagt dit verweer. Daarvoor is het volgende van belang. 4.2. In het privaatrecht geldt als uitgangspunt dat alleen natuurlijke personen en rechtspersonen rechtssubject kunnen zijn. Voor natuurlijke personen volgt dit uit artikel 1:1 lid 1 BW, voor rechtspersonen volgt dit uit artikel 2:5 BW waarin is bepaald dat een rechtspersoon wat het vermogensrecht betreft gelijk staat met een natuurlijke persoon. Dit brengt voor de overheid mee dat in het privaatrecht alleen publiekrechtelijke rechtspersonen dragers van rechten en verplichtingen zijn en niet de tot hen behorende bestuursorganen, zoals een burgemeester. Dat betekent dat in het privaatrecht de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt (in dit geval de gemeente) bevoegd is om als formele procespartij in een civiele procedure op te treden. Dat is dus anders dan in het bestuurs(proces)recht waar die bevoegdheid is voorbehouden aan het bestuursorgaan (zoals bijvoorbeeld de burgemeester). 4.3. Voornoemde hoofdregel laat volgens de Hoge Raad evenwel ruimte voor uitzonderingen (ECLI:NL:HR:1983:AG4696). Namelijk (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.