← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2019:2318

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/011122-19 Tegenspraak (gemachtigde raadsman) Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 maart 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.K.T. Schoffelen, advocaat, kantoorhoudende te Roermond. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 februari

  1. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 31 december 2018 in Oostrum spullen van de Rooyse Wissel heeft vernield, beschadigd of onbruikbaar heeft gemaakt. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dit feit bewezen te verklaren, gelet op de aangifte namens de Rooyse Wissel en de verklaring van getuige [getuige] . 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat het feit op 31 december 2018 heeft plaatsgevonden of dat de verdachte de dader is geweest. Bovendien kan niet worden bewezen dat de verdachte dit opzettelijk heeft gedaan. Mogelijk heeft de verdachte gerookt terwijl hij in bed lag en is de kastdeur bij het openen uit de rails geschoten. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.1 Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het vonnis gehecht. 3.3.2 Bewijsoverwegingen Op grond van de aangifte van [naam aangever] namens de Rooyse Wissel en de verklaring van getuige [getuige] stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 31 december 2018 een lamp en kastdeur heeft vernield. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat een ander dan de verdachte heeft verbleven op de kamer waar de vernielingen hebben plaatsgevonden. Verder acht de rechtbank de stelling van de raadsman dat het opzet ontbreekt, onaannemelijk. De verweren van de raadsman worden dan ook verworpen. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 31 december 2018 te Oostrum opzettelijk en wederrechtelijk een lamp en een kastdeur, die aan de Rooyse Wissel toebehoorden, heeft vernield. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 45 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang op te heffen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich in het geval van een bewezenverklaring ten aanzien van de strafmaat gerefereerd aan de eis van de officier van justitie. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van spullen van de Rooyse Wissel. De verdachte verbleef bij de Rooyse Wissel in het kader van een begeleid wonen traject. Dergelijke strafbare feiten zijn vervelende feiten, hetgeen te meer geldt nu deze spullen aan de verdachte ter beschikking zijn gesteld in het kader van aan hem verleende hulp. De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte d.d. 22 januari 2019 waaruit blijkt dat hij al meerdere malen door de strafrechter is veroordeeld. De rechtbank heeft ook kennis genomen van het reclasseringsadvies ten behoeve van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris d.d. 15 januari
  2. Hieruit blijkt dat bij de verdachte sprake is van langdurige ernstige verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek waardoor er op alle levensgebieden forse problemen zijn. De verdachte is in het geheel niet in staat zichzelf te handhaven in de maatschappij en zorgt door zijn grensoverschrijdende gedrag aanhoudend voor overlast. Eerdere hulpverleningstrajecten hebben niet geleid tot gedragsverandering. Het aangaan en onderhouden van een functionele samenwerkingsrelatie met hulpverleners is zeer moeizaam omdat de verdachte als gevolg van zijn aanhoudende middelengebruik impulsief, vijandig en agressief gedrag vertoont. In 2017 werd de verdachte opgenomen in een verslavingskliniek, maar deze opname werd als gevolg van zijn aanhoudende drugsgebruik en grensoverschrijdende gedrag voortijdig afgebroken. Als gevolg van de hierboven beschreven problematiek is hij inmiddels bij geen enkele woonvoorziening in de regio welkom waardoor hij feitelijk dakloos is. De rapporteur benadrukt met klem dat het niet mogelijk is om het hoge recidiverisico met voorwaarden te beperken en dat een toezicht gezien het aanhoudende middelengebruik en grensoverschrijdende gedrag van de verdachte niet uitvoerbaar is. De rechtbank ziet, gelet het advies van de reclassering, geen heil in toezicht en begeleiding door de reclassering in het kader van bijzondere voorwaarden gekoppeld aan een voorwaardelijke straf. De rechtbank is dan ook van oordeel dat op het bewezenverklaarde niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal de officier van justitie volgen in haar eis en de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 46 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr. De rechtbank heeft al eerder de opheffing van de voorlopige hechtenis bevolen met ingang van 27 februari 2019 te 14:00 uur. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 350 Wetboek van Strafrecht van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 46 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J.M. Mertens-Steeghs, voorzitter, mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 maart
  3. Buiten staat: Mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en mr. D.C.I. van Delft zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 december 2018 te Oostrum, in elk geval in de gemeente Venray, opzettelijk en wederrechtelijk een matras en/of een lamp en/of een kastdeur, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Rooyse Wissel toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.