← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2019:3136

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/661157-16 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 april 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] , wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat kantoorhoudende te Venlo. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 maart

  1. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: al dan niet in vereniging met anderen op grote schaal hennep heeft bewerkt, subsidiair dat zij daarbij behulpzaam is geweest. 3De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De raadsman heeft aangevoerd dat de verdediging al in februari 2017 bericht heeft ontvangen dat de zaak zal worden behandeld, maar dat het vervolgens nog twee jaar heeft geduurd voordat de onderhavige strafzaak op 20 maart 2019 inhoudelijk op zitting kon worden behandeld. Gelet op de inhoud van het procesdossier had de officier van justitie deze zaak met een strafbeschikking moeten afdoen of in een veel eerder stadium op een zitting van de politierechter moeten aanbrengen. De raadsman is primair van mening dat het openbaar ministerie in deze zaak niet ontvankelijk moet worden verklaard vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in combinatie met de niet correcte wijze van afdoening van de zaak. De rechtbank acht het eerst bij pleidooi gevoerde verweer van de raadsman dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in combinatie met de - in de visie van de verdediging - onjuiste afdoening van de zaak ongegrond. Op grond van vaste jurisprudentie leidt een overschrijding van de redelijke termijn niet zonder meer tot een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, maar kan een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM wel leiden tot strafvermindering. De stelling van de raadsman dat de officier van justitie een strafzaak met 15 verdachten zelf had moeten afdoen met een strafbeschikking of eerder op een politierechterzitting had moeten aanbrengen vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van bevindingen van de politie, de verklaring van medeverdachte Buksch afgelegd bij de politie en de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman is van mening dat er geen sprake is medeplegen nu er geen sprake is geweest van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op een bewuste nauwe samenwerking met anderen met betrekking tot het bewerken van de hennep. Er heeft geen onderling overleg plaatsgevonden. Eenmaal in de garage werd verdachte bang en kreeg ze in de gaten dat ze te maken had met criminelen. Verdachte kon zich echter niet aan deze situatie onttrekken, omdat de deur van de garage was afgesloten en zij ook niet wist waar ze was. De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal op basis van de hierna opgenomen bewijsmiddelen komen tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. De verbalisanten [naam 1] en [naam 2] hebben gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat verbalisant [naam 1] op 15 mei 2015 via de mail een MMA melding heeft ontvangen met de tekst:. “In de schuurtjes achter de woning aan de [adres] wordt op vrijdagavond 15 mei 2015 hennep geknipt. De schuurtjes liggen langs het spoor. Er wordt geknipt door Polen die gebracht worden met een busje.” Uit onderzoek is gebleken dat op de [adres] , [naam 3] , geboren op [geboortedatum] te Horst, stond ingeschreven. De verbalisanten [naam 1] en [naam 2] zijn vervolgens met een aantal andere collega’s op 15 mei 2015 naar het adres [adres] gegaan. Ter plaatse roken zij een zeer sterke en penetrante henneplucht. Door verbalisant [naam 1] werd gevoeld dat de deur van de garage op slot was. Beide verbalisanten roken een zeer sterke henneplucht die kennelijk afkomstig was uit de garage. Verbalisanten [naam 1] en [naam 2] hebben gezien dat de deur van de garage van binnenuit geopend werd door verdachte [naam 4] . In de garage zagen de verbalisanten een groep mensen in een kring zitten en roken zij een zeer sterke henneplucht. De vloer lag bezaaid met henneptakken, Alle aanwezigen hadden een schaar en een henneptak dan wel henneptoppen in de hand op het moment dat de verbalisanten de loods betraden. Het was meteen duidelijk dat de aanwezigen doende waren met het knippen van hennep. Aan iedereen werd meteen medegedeeld dat zij waren aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet. Uit nader onderzoek bleek dat aan de zijkant van de garage 6 grijze olievaten stonden. Deze vaten roken zeer sterk naar hennep. In enkele vaten lagen delen van hennepplanten. Uit onderzoek in de garage bleek het volgende: 16 lege vuilniszakken (in de zakken zaten hennepresten en roken zeer sterk naar hennep). Dit zijn dezelfde zakken als die waarin het knipafval werd aangetroffen; - op diverse plaatsen in de garage stonden kleine doosjes met net geknipte henneptoppen; diverse tassen gevuld met geknipte henneptoppen. 14 knipscharen waarmee hennep geknipt werd; 3 vuilniszakken vol met knipafval. Verdachte [naam 5] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij op 15 mei 2015 werd opgehaald met een donkere auto en naar een loods in de buurt van Horst werd gebracht. In deze auto zaten nog twee vrouwen, een Poolse vrouw en een vrouw die alleen Pools sprak maar geen Poolse is, maar een Portugese. De Portugese vrouw die geen Poolse is, maar wel Pools sprak, zat achter het stuur van deze auto. In de bewuste loods had zij eerder wiet geknipt. Het betrof de loods waar zij samen met de anderen op 15 mei 2015 is aangehouden. Verdachte heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij op 15 mei 2015 in een loods, waar zij later is aangehouden, veel hennep heeft geknipt. Ze zou € 10,00 per uur verdienen. Bewijsoverweging De rechtbank acht op grond van de verklaring van medeverdachte Buksch de verklaring van verdachte, inhoudende dat zij niet wist waar zij op 15 mei 2015 naartoe werd gebracht en ook niet wist dat ze hennep moest knippen, ongeloofwaardig. Buksch heeft gedetailleerd aangegeven wie de bestuurster van de auto was die haar en de andere Poolse vrouw op 15 mei 2015 naar de loods op het adres Houthuizerweg 28 te Lottum heeft gebracht om daar hennep te gaan knippen. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte dus weet hebben gehad van de locatie van de loods en van de illegale activiteiten die daar plaatsvonden. De rechtbank heeft geen redenen om aan de juistheid van de verklaring van Buksch te twijfelen. Buksch had er geen belang bij om over verdachtes betrokkenheid bij deze zaak een valse verklaring af te leggen, temeer niet nu zij zichzelf ook heeft belast. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte op 15 mei 2015 geheel vrijwillig en bewust naar de loods in Lottum is gereden om daar hennep te gaan knippen en dat op haar geen dwang is uitgeoefend om zulks te doen. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat aan de verklaringen van de andere knippers ook geen aanwijzingen zijn te ontlenen dat de op 15 mei 2015 in de loods aangetroffen knippers onder dwang hennep hebben moeten knippen, integendeel. Uit deze verklaringen komt immers het beeld naar voren dat de knippers juist vanwege het hoge en illegale uurloon geheel vrijwillig voor dit werk hebben gekozen, hetgeen ook bevestiging vindt in de verklaringen van meerdere knippers dat zij al vaker hennep hadden geknipt. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas opzettelijk heeft bewerkt in een pand aan de Houthuizerweg een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het de volgende strafbare feit op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 6De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten. 7De straf en/of de maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van één jaar. 7.2 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het knippen van een grote hoeveelheid hennep en heeft dit strafbare feit gepleegd uit geldelijk gewin. Gelet op de gestelde strafmaxima in artikel 11 van de Opiumwet heeft de wetgever ook het bewerken van hennep als een ernstig strafbaar feit aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat verdachte blijkens een uittreksel uit haar justitiële documentatie d.d. 29 januari 2019 niet eerder met politie of justitie in Nederland in aanmerking is gekomen. Het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen en de straffen die doorgaans door deze rechtbank in het verleden in soortgelijke zaken zijn opgelegd, het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren. Op grond van de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM ziet de rechtbank aanleiding hiervan af te wijken en een strafvermindering toe te passen. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 500,00, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van één jaar. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven subsidiair onder 4.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor het feit tot een geldboete van € 500,00; beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze geldboete in mindering zal worden gebracht, naar rato van € 50,00 per dag; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van een jaar zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.M.A. van Atteveld, voorzitter, mr. J.B.J. Driessen en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 april
  2. Buiten staat Mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de Houthuizerweg en/of in een auto die aan die weg geparkeerd stond) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 45,6 kilogram hennep, althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: [naam 3] , [naam 6] , [naam 4] , [naam 7] , [naam 5] , [naam 8] , [naam 9] , [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] , [naam 13] , [naam 14] , [naam 15] , [naam 16] , [naam 17] en/of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de Houthuizerweg en/of in een auto die aan die weg geparkeerd stond (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 45,6 kilogram hennep, althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door in voornoemd pand (de toppen van de) hennepplanten te knippen; Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Horst/Peel en Maas, proces-verbaalnummer PL2353-2015090466, gesloten d.d. 22 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 mei 2015, pagina 459 tot en met 461 van het onder 1 doorgenummerd proces-verbaal. Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 16 mei 2015, pagina 178 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.16 mei 2015, pagina 333 tot en met 336 van het onder 1 doorgenummerd proces-verbaal en het proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 17 mei 2017, pagina 339 en 340 van het onder 1 doorgenummerd proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.