← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2019:3166

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/661158-16 Verstek Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 april 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedatum] , wonende te [adres 1] 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 maart

  1. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: al dan niet in vereniging met anderen op grote schaal hennep heeft bewerkt, subsidiair dat zij daarbij behulpzaam is geweest. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van bevindingen van de politie en de bekennend verklaring van verdachte afgelegd bij de politie. 3.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal op basis van de hierna opgenomen bewijsmiddelen komen tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. - processen-verbaal van bevindingen; - de bekennende verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie; 3.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas opzettelijk heeft bewerkt in een pand aan de [adres 2] een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het de volgende strafbare feit op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten. 6De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van één jaar. 6.2 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het knippen van een grote hoeveelheid hennep en heeft dit strafbare feit gepleegd uit geldelijk gewin. Gelet op de gestelde strafmaxima in artikel 11 van de Opiumwet heeft de wetgever ook het bewerken van hennep als een ernstig strafbaar feit aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat verdachte gezien een uittreksel uit haar justitiële documentatie d.d. 29 januari 2019 niet eerder met politie of justitie in Nederland in aanmerking is gekomen. Het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen en de straffen die doorgaans door deze rechtbank in het verleden in soortgelijke zaken zijn opgelegd, het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren. Op grond van de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM ziet de rechtbank aanleiding hiervan af te wijken en een strafvermindering toe te passen. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 500,00, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van één jaar. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven subsidiair onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor het feit tot een geldboete van € 500,00; beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze geldboete in mindering zal worden gebracht, naar rato van € 50,00 per dag; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van een jaar zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.M.A. van Atteveld, voorzitter, mr. J.B.J. Driessen en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 april
  2. Buiten staat Mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] en/of in een auto die aan die weg geparkeerd stond) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 45,6 kilogram hennep , althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en/of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [adres 2] en/of in een auto die aan die weg geparkeerd stond (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 45,6 kilogram hennep, althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 15 mei 2015 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door in voornoemd pand (de toppen van de) hennepplanten te knippen; Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Horst/Peel en Maas, proces-verbaalnummer PL2353-2015090466, gesloten d.d. 22 juli 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina
  3. De processen-verbaal van bevindingen d.d. 16 mei 2015 en 21 juli 2015, pagina’s 454, 455 en 459 tot en met 461 van het onder 1 doorgenummerd proces-verbaal. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 16 mei 2015, pagina 361 van het onder 1 doorgenummerd proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.