← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2019:4020

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 7654422 CV EXPL 19-2279 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 17 april 2019 in de zaak van [eiseres] , wonend te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. R.H.G.M. Kerckhoffs, tegen

  1. KARIN HENRICA JOHANNA [gedaagde sub 1] , voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] , wonend te [woonplaats 2]
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2] , gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, gedaagde partij sub 1 verschenen in persoon, mede namens gedaagde partij sub
  3. Partijen zullen verder [eiseres] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding van 5 april 2019 met 8 producties, de mondelinge behandeling. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil en de beoordeling 2.
  6. Mede naar aanleiding van de mondelinge behandeling is komen vast te staan: dat [gedaagde sub 2] van [eiseres] heeft gehuurd, gelijk [eiseres] aan [gedaagde sub 2] heeft verhuurd, de in eigendom aan [eiseres] toebehorende bovenwoning, staande en gelegen te [plaats] , [adres] met entree op de begane grond en voorzien van vijf studio’s, dat enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde sub 2] [naam bv 1] is, dat enig aandeelhouder en bestuurder van [naam bv 1] [naam bv 2] is en waarvan [gedaagde sub 1] enig aandeelhouder en bestuurder is, dat de huurachterstand zoals genoemd in de dagvaarding juist is, dat het spoedeisend belang reeds uit de aard van de vordering is gegeven. De kantonrechter overweegt het volgende. 2.
  7. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is door [gedaagde sub 1] toegezegd dat zij ervoor zal zorgdragen dat de huurovereenkomst op naam van de feitelijke huurders zal worden gesteld en dat deze huurders met ingang van 1 mei 2019 de huur rechtstreeks zullen betalen aan [eiseres] . 2.
  8. Naar aanleiding van deze mededeling heeft [eiseres] het gevorderde gewijzigd in die zin dat de primaire vordering niet langer wordt gehandhaafd en dat voor wat betreft de subsidiaire vordering thans alleen nog wordt gevorderd om [gedaagde sub 2] te veroordelen tot het subsidiair onder 1 gevorderde zijnde de huurachterstand tot en met maart 2019 ten bedrage van € 12.081,52 alsmede de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.083,94, zijnde in totaal € 13.165,
  9. 2.
  10. Door de erkenning van [gedaagde sub 1] ligt de hoofdvordering en daarmee verband houdende nevenvordering voor toewijzing gereed, met dien verstande dat het onder 2.
  11. genoemde bedrag zal worden toegewezen in plaats van het in het petitum gevorderde (er is sprake van een telfout) 2.
  12. [gedaagde sub 2] zal als de geheel in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: - dagvaarding € 102,06 - griffierecht 486,00 - salaris gemachtigde 600,00 ( 1 x tarief € 600,00) totaal € 1.188,
  13. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  14. veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 13.165,46 (zegge: dertien duizend en honderd en vijfenzestig euro en achtenveertig eurocent, ter zake huurachterstand tot en met maart 2019 en buitengerechtelijke incassokosten. 3.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  16. veroordeelt [gedaagde sub 2] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiseres] gevallen en tot op heden begroot op € 1.188,06, 3.
  17. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 17 april
  18. type: JvdH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.