RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/265004-18 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 juli 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adresgegevens verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat, kantoorhoudende te Doorn. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 juli 2019. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte diverse personeelsleden van [naam instantie] heeft belaagd. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Zij heeft betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van personeelsleden van [naam instantie] . 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Op 12 april 2018 en op 24 juli 2018 werd namens [naam instantie] te Heerlen aangifte gedaan. Vanaf 1 januari van dat jaar werd de telefooncentrale van [naam instantie] vele malen gebeld door - naar later bleek - verdachte, waarbij door verdachte werd gescholden en gedreigd. Drie personeelsleden, werkzaam als telefonist dan wel beveiliger bij [naam instantie] , hebben verklaard over de veelheid aan telefoontjes en de inhoud ervan. De verdachte heeft bekend dat zij meermalen telefonisch contact heeft opgenomen met [naam instantie] . Ter zitting heeft zij verklaard dat zij herhaaldelijk naar [naam instantie] belde, omdat zij doorverbonden wilde worden. Een en ander is aan de verdachte ten laste gelegd als een belaging. De vraag is echter of de handelingen van de verdachte een belaging opleveren, zoals bedoeld in artikel 285b Sr. De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet gebleken is dat er sprake is van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de in de tenlastelegging onder hun personeelsnummer genoemde drie personeelsleden. Ook is niet komen vast te staan dat verdachtes opzet hierop was gericht. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken. 4De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. E.C.M. Hurkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juli 2019, zijnde mr. M.E.M.W. Nuijts buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 24 juli 2018, in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van diverse personeelsleden van [naam instantie] , bekend onder personeelsnummer [X] en/of [X] en/of [X] , met het oogmerk voornoemde personeelsleden te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte, veelvuldig, althans meermalen, (telkens) telefonisch contact gezocht met voornoemde personeelsleden, gedurende welke telefonische contactmomenten zij, verdachte, (telkens) voornoemde personeelsleden dreigend en/of waarschuwend en/of beledigend en/of op grove wijze heeft toegesproken en/of uitgescholden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.