beschikking RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht / Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer 7147884 OV VERZ 18-67 Beschikking van de kantonrechter van 23 januari 2019 inzake 1 [verzoeker sub 1] , en 2. [verzoekster sub 2] , beiden wonend te [woonplaats] , [adres 1] verzoekers, gemachtigde mr. A.J.L.J. Pfeil, tegen de vereniging VERENIGING VAN EIGENAARS [naam] , gevestigd aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] , verweerster, gemachtigde: mr. J.A. Vermeulen-Jonkers. Partijen zullen hierna [verzoekers] c.s. en de VvE genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ontvangen op 14 augustus 2018 - de brieven van [verzoekers] c.s., ter griffie ontvangen op 29 oktober en 9 november 2018 - het verweerschrift ingediend door belanghebbenden [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] , [belanghebbende 6] en [belanghebbende 7] , ter griffie ontvangen op 15 november 2018 - het verweerschrift van de VvE, ter griffie ontvangen op 19 november 2018 - de brief met een bijlage van [verzoekers] c.s., ter griffie ontvangen op 20 november 2018 - de mondelinge behandeling van 26 november 2018 - de pleitaantekeningen van [verzoekers] c.s. en de ter mondelinge behandeling aangeleverde foto’s - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. 1.2. Ter mondelinge behandeling zijn verschenen: - verzoeker sub 1 bijgestaan door mr. Pfeil voornoemd en vergezeld van VvE-lid [lid VvE] - de VvE, vertegenwoordigd door [naam voorzitter] , voorzitter c.q. bestuurder van Bureau Vertommen die bestuurder van de VvE is, en bijgestaan door mr. Vermeulen-Jonkers voornoemd - VvE lid [belanghebbende 7] vergezeld van zijn zus. 1.3. Beschikking is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. [verzoekers] c.s. zijn sinds 16 augustus 2017 eigenaar van een appartementsrecht aan de [adres 1] te [woonplaats] en samen met andere appartementsrechteigenaren lid van de VvE. 2.2. Alle appartementen van deze VvE hebben een eigen gesloten balkon (loggia). [verzoekers] c.s. hebben bij brief van 9 mei 2018 aan de medebewoners en de VvE gericht toestemming voor een verbouwing waarbij een deel van hun loggia bij hun twee slaapkamers zal worden gevoegd gevraagd. 2.3. Tijdens de vergadering van de VvE van 29 mei 2018 is het verzoek van [verzoekers] c.s. besproken en is besloten om dit als enige agendapunt te verplaatsen naar een speciaal daarvoor te beleggen extra vergadering. Die extra vergadering heeft op 25 juni 2018 plaatsgevonden. Het verzoek van [verzoekers] c.s. is na stemming daarover verworpen. 3Het verzoek 3.1. [verzoekers] c.s. verzoeken - verkort weergegeven - primair op grond van art. 5:121 BW machtiging van de kantonrechter tot het uitvoeren van werkzaamheden welke staan omschreven in het rapport van Ingenieursbureau ing. [naam ingenieursbureau] van 1 mei 2018 en subsidiair op grond van art. 5:130 BW vernietiging van het door de VvE op 25 juni 2018 genomen besluit omdat dat in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, met (primair als subsidiair) veroordeling van de VvE in de proceskosten. 3.2. De VvE voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen zal de kantonrechter, indien nodig, nader ingaan. 4De beoordeling 4.1. [verzoekers] c.s. zijn in hun primaire verzoek ontvankelijk. Zij hebben toestemming nodig van de VvE en nu die is geweigerd, moet de kantonrechter nagaan of hij een vervangende machtiging moet geven aan [verzoekers] c.s. 4.2. [verzoekers] c.s. verzoeken in concreto machtiging van de kantonrechter om een inpandige verbouwing (het verplaatsen van de voorgevelpui van hun woning) toe te staan die de VvE hun zonder nadere motivering weigert toe te staan, aldus [verzoekers] c.s. Enige reden van weigering blijkt niet uit de notulen van de algemene ledenvergadering van 25 juni 2018. Zij voeren aan dat de grens van het privégedeelte van hun appartement langs de rand aan de buitenzijde van het balkon en niet langs de binnenzijde van de rand van de voorgevelpui loopt waardoor de verbouwing in c.q. aan het privégedeelte van hun appartement en niet in c.q. aan de gemeenschappelijke gedeelten gerealiseerd zal worden. De verbouwing is aangewezen vanwege de gezondheidstoestand van mevr. [verzoekster sub 2] die maakt dat er een ruimere slaapkamer nodig is om met een rolstoel of rollator of met een invalidewagen in te kunnen manoeuvreren en deze in die kamer te kunnen plaatsen en om letsel als gevolg van valpartijen van mevrouw in verband met de beperkte ruimte van die kamer te voorkomen. [verzoekers] c.s. hebben Ingenieursbureau ing. [naam ingenieursbureau] (verder: het bureau) een onderzoek naar de gewenste verbouwing laten verrichten. Uit het rapport van het bureau van 1 mei 2018 volgt dat bij het ontwerp c.q. de bouw van het appartementencomplex al rekening is gehouden met een uitbreiding van het woonoppervlak tot over een deel van de bijbehorende loggia. Dat blijkt uit de destijds ten behoeve van de bouwvergunning ingediende en goedgekeurde tekeningen waarop de verbouwing al was ingetekend. De appartementen die boven het appartement van [verzoekers] c.s. liggen hebben eenzelfde verbouwing gehad: ook daar is de voorpui van twee kamers naar halverwege de loggia verplaatst. Het betreft een niet vergunningplichtige interne verbouwing die van buiten niet of nauwelijks zichtbaar is en die geen invloed heeft op de constructie van het appartementencomplex, aldus [verzoekers] c.s. 4.3. De VvE voert twee gronden aan waarom zij aan [verzoekers] c.s. toestemming heeft geweigerd en zal weigeren: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.