RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer: 03/721117-17 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 september 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 augustus 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: - [benadeelde partij] heeft verkracht en/of van haar vrijheid heeft beroofd. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat naast het informatieve gesprek en de aangifte, de camerabeelden, het letsel en de omstandigheden dat aangeefster hevig overstuur werd aangetroffen en verdachte de sleutel van aangeefsters auto in zijn zak had, voldoende bewijs vormen voor een bewezenverklaring. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd. Deze zaak moet worden bezien in het licht van de complexe relatie die aangeefster en verdachte al langere tijd hadden, en van de psychische problemen van beiden. Het dossier bevat bovendien te veel ongerijmdheden om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Zo past het aangetroffen letsel niet bij het geweld dat aangeefster beschrijft. De verklaring van aangeefster dat zij aan het huilen was toen getuige [getuige] bij de auto kwam staan staat haaks op de verklaring van getuige [getuige] , die verklaart dat beide inzittenden van de auto rustig waren. Uit de beelden blijkt niet dat het portier hard werd dichtgetrokken toen aangeefster haar been buiten de auto stak. Ook is op het been van aangeefster geen letsel geconstateerd dat hiermee strookt. De emoties die verbalisanten hebben waargenomen laten zich mogelijk verklaren doordat meer tijd was verstreken dan zij voor mogelijk hield, waardoor zij problemen met haar vriend zou krijgen. De bobbel in de broek van verdachte op het moment dat de politie hem aantrof en die door hen wordt geduid als een erectie past niet bij de verklaring van aangeefster dat verdachte na de seks overstuur raakte en spijt had van hetgeen hij gedaan zou hebben. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal verdachte vrijspreken. Daartoe overweegt zij het volgende. Aangeefster heeft in detail over het samenzijn in de auto op de parkeerplaats verklaard. Zij heeft verklaard dat zij de auto niet uit mocht en dat de verdachte haar mobiele telefoon en haar autosleutels had afgepakt. Ook heeft zij verklaard door de verdachte te zijn mishandeld en te zijn gedwongen tot seks. Verdachte heeft ontkend aangeefster te hebben verkracht of van haar vrijheid te hebben beroofd. Zij hebben die nacht met elkaar gepraat. Ook hebben zij seks gehad. Dat hadden zij vaker: zij spraken regelmatig af, in een hotel of op een parkeerplaats. Gelet op de ontkenning van de verdachte dient om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, voor de verklaringen van de aangeefster voldoende steunbewijs te zijn. Omtrent de aanloop naar en het verloop van de bewuste avond en nacht stelt de rechtbank op basis van de verklaringen van aangeefster en de verdachte en van de beschrijving van de camerabeelden het volgende vast. De verdachte en aangeefster hebben enkele jaren geleden een relatie gehad. Mogelijk is de verdachte de vader van een van de drie kinderen van aangeefster. Over het vaderschap, en over de omgang met het kind, hadden zij veelvuldig contact. Ook hadden zij incidenteel nog seks met elkaar. In de loop van de avond van 10 juli 2017 hadden de verdachte en aangeefster afgesproken op de parkeerplaats van [pleegplaats] in Roermond. Om 20.34 uur stapte de verdachte op de parkeerplaats bij aangeefster in de auto; op 11 juli 2017 om 03.18 uur werden beiden nog steeds zittend in de auto door de politie aangetroffen. Beiden waren gekleed. Verbalisanten beschrijven dat aangeefster hevig geëmotioneerd was, en huilde. De verdachte zat op de bijrijdersstoel met een kennelijke erectie in zijn broek. Letsel Aangeefster heeft over het geweld dat de verdachte voorafgaand aan de seks zou hebben toegepast, verklaard dat hij haar onder meer met het hoofd tegen het raamportier heeft geduwd, haar meermalen met een vuist tegen het bovenbeen, borstbeen en de buik heeft geslagen, haar meerdere keren aan de haren heeft getrokken en haar keel lange tijd heeft dichtgeknepen waardoor zij begon te hyperventileren. De verdachte heeft ontkend enig geweld te hebben gebruikt. In de loop van de ochtend van 10 juli 2017 is aangeefster onderzocht door een forensisch arts. Deze constateerde diverse mogelijk recente oppervlakkige huidverwondingen op de hals en onderarmen die kunnen passen bij ontvellingen als gevolg van bijvoorbeeld schaven of schuren van nagels of andere scherpe voorwerpen. Blauwe plekken zijn door de forensisch arts niet waargenomen. De rechtbank stelt vast dat het geconstateerde letsel niet past bij de verklaring van aangeefster als het gaat om het door verdachte jegens haar toegepaste geweld. Getuige [getuige] In de loop van de nacht stond tot twee keer toe een persoon naast de auto die door aangeefster werd herkend als [getuige] . Aangeefster heeft hierover onder meer verklaard dat zij, in elk geval de eerste keer toen [getuige] bij de auto kwam staan, aan het huilen was. [getuige] is door de politie als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij niets bijzonders heeft gezien, dat aangeefster er stil bij zat en dat hij niet de indruk had dat zij in paniek was. Camerabeelden Uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat het portier aan de bestuurderszijde, waar aangeefster zat, in totaal vijf keer geopend en gesloten werd, waarbij eenmaal ook een been zichtbaar was. Aangeefster heeft verklaard dat, terwijl zij een been al buiten de auto had, het portier met kracht is dichtgetrokken. De verdachte heeft verklaard dat aangeefster haar portier mogelijk enkele malen heeft geopend om een sigarettenpeuk weg te gooien. De rechtbank stelt vast dat de kracht waarmee volgens aangeefster het portier zou zijn dichtgetrokken toen zij haar been buitenboord had, op de camerabeelden niet is waargenomen. Ook is geen letsel waargenomen dat strookt met de verklaring van aangeefster op dit punt. Contactsleutel De contactsleutel is tijdens de fouillering van de verdachte bij hem aangetroffen. Aangeefster heeft hierover verklaard dat de verdachte haar aldus ervan weerhield om weg te rijden. De verdachte heeft bekend de sleutel uit het contact te hebben gehaald. Hij heeft echter verklaard dat hij dit deed om te voorkomen dat aangeefster zou gaan rijden onder invloed van de joint die zij samen hadden gerookt. De rechtbank overweegt dat op zichzelf juist is dat aangeefster zonder sleutel niet met de auto kon wegrijden en in zoverre in haar bewegingsvrijheid was beperkt. Uit de camerabeelden blijkt echter dat de portieren van binnenuit geopend konden worden. Aangeefster had dan ook op een andere manier weg kunnen komen. Zij had bijvoorbeeld de verschijning van [getuige] naast de auto hiertoe kunnen aangrijpen. Als zij wel had kunnen wegrijden, had zij zich bovendien nog niet van de verdachte verlost: die zat immers nog naast haar in de auto. Emotie De verbalisanten hebben verklaard dat aangeefster hevig geëmotioneerd was toen zij haar met de verdachte op de parkeerplaats aantroffen. Aangeefster heeft verklaard dat zij gedurende de hele nacht bang was, en veel had gehuild, ook en vooral toen zij tegen haar wil seks moest hebben met de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat aangeefster vaak huilde na de seks. Ofschoon in de jurisprudentie meermaals is geoordeeld dat de waarneming van hevige emoties als steunbewijs kan dienen voor de aangifte van een kort daarvoor ondergaan delict, is naar het oordeel van de rechtbank de emotie die aangeefster toonde onvoldoende specifiek om als steunbewijs te kunnen dienen, gelet op de reeds hierboven aangehaalde complexe relationele problematiek tussen verdachte en aangeefster en de gedragingen van hen beiden in die relatie zoals die uit het dossier zijn gebleken. Conclusie Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaringen van aangeefster op belangrijke punten niet door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund, en het wel aanwezige steunbewijs onvoldoende specifiek is om tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde verkrachting dan wel wederrechtelijke vrijheidsberoving te komen. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken. 4De benadeelde De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van 15.573,78 euro. Verdachte zal worden vrijgesproken. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij [benadeelde partij] niet‑ontvankelijk verklaren in haar vordering. 5De beslissing De rechtbank: - verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzitter, mr. K.G. Witteman en mr. M.A. Teeuwissen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 september 2019. Buiten staat Mr. Witteman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 in de gemeente Roermond, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens) terwijl hij, verdachte, samen met een persoon genaamd [benadeelde partij] in de auto van die [benadeelde partij] zat, aan die [benadeelde partij] (dreigend) toevoegen van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.