RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 7958156 \ AZ VERZ 19-131 Beschikking van de kantonrechter van 30 oktober 2019 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ESSITY OPERATIONS GENNEP B.V., gevestigd te 6598 BL Heijen, werkgever, verzoekende partij, gemachtigde mr. H. Frijlink, tegen: [verweerder] , wonend [adres] , [postcode] [woonplaats] , werknemer, verwerende partij, niet verschenen. Partijen zullen hierna Essity en [verweerder] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 7 augustus 2019 ter griffie ontvangen verzoekschrift - het deurwaardersexploot van 4 oktober 2019, waarbij het verzoekschrift aan [verweerder] is betekend en [verweerder] is opgeroepen voor de mondelinge behandeling - de mondelinge behandeling d.d. 23 oktober 2019 - de namens Essity overgelegde pleitaantekeningen. 1.
- Daarna is beschikking bepaald. 2De feiten 2.
- [verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 oktober 2013 bij Essity in dienst getreden en vervult thans de functie van Technisch Operator tegen een loon van € 2.660,00 bruto per maand, te vermeerderen met 19,85% ploegentoeslag, 8% vakantietoeslag en 8,33% eindejaarsuitkering. 2.
- [verweerder] is sinds 17 juli 2018 arbeidsongeschikt. 3Het geschil 3.
- Essity verzoekt de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). 3.
- [verweerder] heeft geen verweer gevoerd en is niet ter zitting verschenen. 3.
- Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat [verweerder] behoorlijk is opgeroepen. De griffier heeft [verweerder] bij brief van 8 augustus 2019 opgeroepen om te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling op 23 oktober 2019 te 10.00 uur. Bovendien is het verzoekschrift bij deurwaardersexploot van 4 oktober 2019 aan [verweerder] betekend. 4.
- De kantonrechter stelt vervolgens vast dat niet is gebleken dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670, leden 1 tot en met 4 en 10 van het BW, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. 4.
- Bij de beoordeling wordt voorop gesteld dat uit artikel 7:669 lid 1 BW in verbinding met artikel 7:671b lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling). 4.
- Essity verzoekt (primair) ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW en stelt ter onderbouwing van het verzoek - samengevat - het volgende. Essity heeft zich gedurende de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] ingespannen om een goede invulling te geven aan zijn re-integratie. [verweerder] is echter herhaaldelijk zijn re-integratieverplichtingen niet nagekomen en hij heeft de ziekteverzuim-controlevoorschriften overtreden. [verweerder] kwam gemaakte afspraken voor een spreekuurbezoek aan de bedrijfsarts vaak niet na. Ook schond hij afspraken betreffende zijn behandeling. Sinds mei 2019 heeft [verweerder] helemaal niets meer van zich laten horen. 4.
- Op grond van de onweersproken feitelijke stellingen van Essity komt de kantonrechter tot het oordeel dat als gevolg van de handelwijze van [verweerder] van Essity niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren. 4.
- Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de door Essity naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond opleveren voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Herplaatsing van [verweerder] ligt naar de aard van de zaak niet in de rede. 4.
- De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Essity zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van heden, 30 oktober
- 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter is het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodat hem gelet op het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding toekomt. 4.
- [verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Essity worden tot op heden begroot op: - griffierecht € 121,00 - salaris gemachtigde € 600,00 Totaal € 721,00 5De beslissing De kantonrechter 5.
- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden, 30 oktober 2019, 5.
- veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van Essity tot op heden begroot op € 721,00, 5.
- verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken. type: em coll: