← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2020:10068

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8754631 CV EXPL 20-4352 Vonnis van de kantonrechter van 16 december 2020 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde partij, procederend in persoon. Partijen zullen hierna Woonpunt en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord de brief waarin aan partijen is meegedeeld dat de kantonrechter een mondelinge behandeling heeft gelast de brief van 13 november 2020 van Woonpunt met bijgevoegd een actueel huuroverzicht en een overzicht van door Agin Otten ontvangen betalingen het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 26 november
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. [gedaagde] huurt van Woonpunt de woning aan de [adres] te [woonplaats] voor een maandelijkse huurprijs van € 675,
  5. 2.
  6. [gedaagde] heeft de huur geruime tijd niet (tijdig) betaald. Tot en met september 2020 bedroeg de huurachterstand € 3.509,
  7. 3Het geschil 3.
  8. Woonpunt vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de huurovereenkomst tussen partijen zal ontbinden met veroordeling van [gedaagde] om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis te ontruimen, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van: o € 3.984,42 (€ 3.509,96 aan huurachterstand tot en met september 2020 plus € 574,46 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw en minus € 100,- die [gedaagde] al heeft betaald), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarden (3 september 2020), o € 675,32 per maand als huur-/gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2020 tot de ontruiming, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, o de proceskosten. 3.
  9. [gedaagde] erkent het bestaan van de huurachterstand en de hoogte hiervan, maar brengt naar voren dat het inmiddels financieel beter gaat, zodat hij in de toekomst aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. Uit het door Woonpunt ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegde huuroverzicht blijkt dat de huurachterstand van [gedaagde] is verminderd van € 3.509,96 naar € 2.834,96 en Woonpunt heeft ter mondelinge behandeling verklaard dat na de datum van het overzicht nogmaals € 250,- in mindering op de huurachterstand is betaald. De betalingsachterstand was ten tijde van dagvaarden (en ondanks de extra aflossingen nog altijd) zodanig dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in beginsel toewijsbaar is. 4.
  12. Ter mondelinge behandeling heeft Woonpunt, hoewel zij vonnis vraagt, toegezegd dat niet ontruimd zal worden zolang [gedaagde] (wiens budget inmiddels wordt beheerd door de Kredietbank Limburg) tijdig aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. Woonpunt verklaarde akkoord te zijn met een voorwaardelijk uitgesproken ontruiming. 4.
  13. De kantonrechter zal gelet op voorgaande de huurovereenkomst ontbinden. Uitsluitend en alleen indien [gedaagde] de lopende huur na 1 december 2020 niet (tijdig) betaalt en/of de betalingsregeling van € 250,- per maand niet (tijdig) nakomt, zal de verzochte ontruiming worden uitgesproken. De kantonrechter ziet geen reden om af te wijken van de in dit soort zaken gebruikelijk gehanteerde ontruimingstermijn van twee weken na betekening van dit vonnis. 4.
  14. De gevorderde huurachterstand zal ook worden toegewezen, aangezien [gedaagde] deze erkent. Uiteraard moet hierop wel hetgeen [gedaagde] sinds de datum van dagvaarden reeds betaald heeft op in mindering komen. Ook zal hij de huurbetalingsverplichtingen moeten nakomen tot en met de maand waarin hij het gehuurde verlaat (tot de datum van ontbinding op grond van de huurovereenkomst en hierna op grond van artikel 7:225 BW), reden waarom ook de vordering tot betaling van de huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2020 zal worden toegewezen. 4.
  15. De buitengerechtelijke incassokosten zullen ook worden toegewezen omdat is voldaan aan de vereisten voor aanspraak hierop, te weten verzending van een zogenoemde veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW) waarvan de ontvangst door [gedaagde] niet is betwist, waarin een voldoende ruime betalingstermijn is opgenomen en waarin het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is aangezegd en in overeenstemming is met de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. 4.
  16. De toe te wijzen hoofdsom zal zoals gevorderd worden vermeerderd met de wettelijke rente. 4.
  17. Woonpunt zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Deze worden tot vandaag begroot op: dagvaarding: € 102,96 griffierecht: € 499,00 salaris gemachtigde: € 480,00 (2 punten x tarief € 240,00) totaal € 1.081,96 5De beslissing De kantonrechter 5.
  18. ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] te [woonplaats] , 5.
  19. voor het geval [gedaagde] de lopende huurtermijnen/gebruiksvergoeding vanaf 1 december 2020 niet of niet tijdig betaalt dan wel de betalingsregeling van € 250,- per maand ter betaling van de huurachterstand, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten niet of niet tijdig nakomt:veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde, de woonruimte met aanhorigheden, te verlaten, te ontruimen en ontruimd te houden, met al de zijnen en het zijne onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woonpunt te stellen, 5.
  20. veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen € 3.984,42 ter zake de huurachterstand tot en met september 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2020 tot de dag van betaling, 5.
  21. veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen € 675,32 voor elke maand die vanaf 1 oktober 2020 tot het tijdstip van de ontruiming mocht verstrijken of zijn ingegaan, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Woonpunt, tot vandaag begroot op € 1.081,96, 5.
  23. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken. type: GD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.