← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2020:5329

RECHTBANK limburg Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 20/1752 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 juli 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.M. McKernan), en de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker een last onder bestuursdwang opgelegd ingevolge het bepaalde in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bij verweerder bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen

  1. Op 26 mei 2020 heeft de politie onderzoek verricht in de woning aan de [adres] te [woonplaats] naar aanleiding van een melding via MMA (Meld Misdaad Anoniem) en een positieve netmeting. Verzoeker was volgens de gegevens van de Basisregistratie Personen op dat moment woonachtig op dit adres. Uit gegevens van het Kadaster is verweerder verder gebleken dat [eigenaar] eigenaar is van de woning.
  2. Tijdens dat onderzoek werd een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. De hennepplantage bevond zich in de kruipruimte en bestond in totaal uit 32 hennepplanten. Omdat hiermee volgens verweerder sprake is van een overtreding van de Opiumwet, heeft verweerder bij het bestreden besluit aan verzoeker een last onder bestuursdwang opgelegd. De woning wordt voor drie maanden gesloten. Aan verzoeker is een begunstigingstermijn van 72 uur geboden waarin verzoeker zelf uitvoering kon geven aan de last door de woning en alle aan- en bijgebouwen, hekwerken en poorten te sluiten en voor de duur van drie maanden gesloten te houden. De begunstigingstermijn is ingegaan op de dag na de dag waarop de last onder bestuursdwang is verzonden (8 juli 2020).
  3. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het bestreden besluit. Sluiting van de woning betekent namelijk dat verzoeker ernstig nadeel gaat ondervinden. Hij moet immers gedurende drie maanden de woning verlaten. Sluiting van de woning zal verder met zich meebrengen dat de verhuurder de huurovereenkomst met verzoeker (huitengerechtelijk) zal ontbinden.
  4. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.
  5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
  6. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat verzoeker niet meer woont aan het adres [adres] te [woonplaats] en dat hij op 1 juli 2020 de sleutel van de woning heeft ingeleverd bij eigenaar [eigenaar] . De gemachtigde van verzoeker heeft deze feiten desgevraagd schriftelijk bevestigd. Zij refereert zich voor wat betreft de vraag of er sprake is van “onverwijlde spoed” aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
  7. Gelet op het voorgaande, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang (meer) is bij de gevraagde voorziening. Aangezien verzoeker niet meer op het betreffende adres woont, hoeft immers ook niet meer bepaald te worden dat hij daar gedurende de bezwaarprocedure mag blijven wonen. Het verzoek wordt dan ook zonder het houden van een zitting niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter geeft hierbij toepassing aan het bepaalde in artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Derks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.A.M. Bocken, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 21 juli
  9. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter De rechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: 21 juli 2020 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.