vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/279324 / KG ZA 20-241 Vonnis in kort geding van 23 juli 2020 in de zaak van 1 [eiser] ,
- [eiseres], beiden wonende te [woonplaats 1] , eisers, advocaat mr. M.J.M.H. Nass, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. M.E. Cuppen. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 5, de door [gedaagde] overgelegde producties 1 tot en met 20, de conclusie van antwoord, de door [eisers] overgelegde nadere productie 6 (splitsingstekening sectie [sectieletter sub 1] nummer [sectienummer sub 1] ), de pleitaantekeningen, waarin [gedaagde] , in aanvulling op de conclusie van antwoord, reageert op productie 6, de mondelinge behandeling op 14 juli
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Partijen zijn buren. Hun percelen grenzen aan elkaar. 2.
- [eisers] zijn (appartements)eigenaars van de woning gelegen op de eerste verdieping en het café annex de bioscoopzaal, gelegen op de begane grond, plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats 1] (sectie [sectieletter sub 1] nummer [sectienummer sub 1] ). De ruimte op de begane grond is thans bij [eisers] in gebruik als atelier. 2.
- [gedaagde] is eigenaresse van het woonhuis met tuin, gelegen te [adres 2] te [woonplaats 2] (sectie [sectieletter sub 2] nummer [sectienummer sub 2] ). 2.
- [gedaagde] heeft voor de deur van het atelier een aantal betonblokken neergelegd. 2.
- Het atelier is van binnenuit via een trap voor [eisers] bereikbaar. 3Het geschil 3.
- [eisers] vorderen, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,: I. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot algehele verwijdering van alle betonblokken staande en gelegen op/tegen de grens van [adres 1] en [adres 2] en deze verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of dagdeel dat geweigerd wordt aan dit vonnis uitvoering te geven met een maximum van € 20.000,-, II. [gedaagde] te veroordelen om zich na betekening van dit vonnis te onthouden en doen onthouden van het plaatsen van obstakels van welke aard dan ook op/tegen de grens van de percelen [adres 1] en [adres 2] , zodat de deur geopend kan worden en geopend kan blijven, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of dagdeel dat geweigerd wordt aan dit vonnis uitvoering te geven met een maximum van € 20.000,-, III. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure, met inbegrip van de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.
- [gedaagde] voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Het spoedeisend belang 4.
- Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen en het aan die vorderingen ten grondslag gelegde ter zake van de inbreuk op het eigendomsrecht en de (on)mogelijkheid om te ventileren. De vordering tot verwijdering van de betonblokken 4.
- [eisers] vorderen in de kern genomen verwijdering van de betonblokken die door [gedaagde] voor de deur van hun atelier zijn geplaatst. 4.
- [eisers] geven ter zitting aan dat het bestaan van een erfdienstbaarheid (recht van overpad) in het kader van dit kort geding niet aan de vordering ten grondslag ligt. Het tussen partijen bestaande meningsverschil hierover zal, aldus [eisers] , in een bodemprocedure (moeten) worden beslecht. Evenmin is in dit kader aan de vorderingen een recht op aanwijzing van een noodweg ten grondslag gelegd. 4.
- [eisers] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] inbreuk maakt op hun eigendomsrecht. [gedaagde] heeft namelijk nagelaten ervoor zorg te dragen dat de door haar geplaatste betonblokken de grens tussen de erven niet overschrijdt. Zeker één van de betonblokken staat volgens [eisers] op de aan hen in eigendom toebehorende grond die grenst aan hun atelier. [gedaagde] heeft geen rechtens te respecteren belang bij een erfafscheiding langs de deur waar de betonblokken zijn geplaatst. De blokkade maakt het voor hen voorts onmogelijk om gebruik te maken van het aan hen in eigendom toebehorende atelier. Zij kunnen niet goed (genoeg) luchten. 4.
- [gedaagde] betwist dat de betonblokken (deels) op het perceel van [eisers] liggen. De betonblokken liggen (allemaal) op haar eigendom, zo stelt zij. [gedaagde] heeft de betonblokken op die plek gezet om haar erf af te scheiden en zo te voorkomen dat de deur van het atelier als toegangsdeur wordt gebruikt. Via de deur betreden derden/toeristen de in het atelier gevestigde winkel en zij betreden om dat atelier te bereiken het aan haar in eigendom toebehorende stuk grond dat aan het atelier grenst. Zij wenst deze toestroom van derden op haar terrein/eigendom te weren. Het atelier is voor [eisers] (en eventuele derden) van binnenuit bereikbaar via een trap. Dit wordt door [eisers] ook erkend. [gedaagde] betwist tevens dat er onvoldoende mogelijkheid zou zijn om te ventileren. Zij heeft bovendien aangeboden om het eerste betonblok te verschuiven, zodat de deur 20 cm open zou kunnen, maar hier zijn [eisers] niet op ingegaan. 4.
- [eisers] hebben ter onderbouwing van hun stelling dat zeker één van de betonblokken op hun eigendom staat productie 4 overgelegd. Het betreft een door [gedaagde] , ten behoeve van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bij de gemeente ingediende tekening. Het moet er volgens [eisers] voor worden gehouden dat, gelet op de op die tekening aangeduide betonnen muur met grijze streep, die volgens hen heeft te gelden als de grens tussen de percelen, zeker één betonblok zich op hun eigendom bevindt. Zij hebben ter staving van hun standpunt tevens een splitsingstekening (productie 6) overgelegd. Op deze tekening is (ook) overal een rechte lijn te zien. 4.
- [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat de betonblokken (deels) op het perceel van [eisers] liggen. Zij heeft ter onderbouwing van haar standpunt als productie 16 een kadastrale kaart uit 1976 in het geding gebracht. De inham waarin de deur zit is zichtbaar op de kaart en is dus eigendom van [gedaagde] . Dat er bij de aanvraag van de vergunning van het Bed and Breakfast van [gedaagde] een schetsje is gebruikt met een rechte lijn, doet daar niet aan af. Het betreft enkel een bouwkundige schets, waar geen kadastrale rechten aan kunnen worden ontleend. In 1984 zou er mogelijk een veldmeting zijn geweest, maar het opvragen van veldmetingen kost tijd. Het is aan [eisers] om duidelijkheid te scheppen over de kadastrale situatie. 4.
- De voorzieningenrechter overweegt als volgt. [eisers] hebben, mede in het licht van het gemotiveerde verweer van [gedaagde] , niet aannemelijk gemaakt dat de erfgrens ligt ter hoogte van een bepaalde steen of op een bepaald objectiveerbaar punt. Dit kort geding leent zich niet voor het geven van een oordeel omtrent het tussen partijen bestaande verschil van mening over waar de erfgrens ligt, en in het verlengde daarvan, aan wie het stuk grond in eigendom toebehoort waar (al) de stenen op liggen. Door [eisers] is, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk gemaakt dat de grond waarop de betonblokken zich bevinden (geheel) aan hen in eigendom toebehoort. Evenmin is aldus aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] niet vrijelijk mocht beschikken over het terrein waarop de betonblokken zijn aangebracht. Van enig misbruik van recht door [gedaagde] is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook geen sprake. Zij wenst immers te voorkomen dat derden over haar perceel naar het atelier van [eisers] gaan. Vaststaat dat het atelier via een trap van binnenuit is te bereiken. Dat het niet kunnen openen van de deur van het atelier, zoals door hen gesteld, voor [eisers] leidt tot een onhoudbare situatie, is evenmin door hen aannemelijk gemaakt. Het enkel stellen dat sprake is van vochtproblematiek en dat dit niet voldoende beheersbaar is met de aanwezige dauerluftung, is daartoe onvoldoende. Daar komt nog bij dat [eisers] ook andere mogelijkheden ten dienste staan om te luchten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het aanbrengen/aanpassen van een raam (zo)dat (dit) naar binnen kan worden geopend, om op deze wijze te ventileren. Dit is door de voorzieningenrechter ter zitting ook als mogelijkheid geopperd. 4.
- De vordering om de betonblokken te verwijderen zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen. De vordering om zich te onthouden van het plaatsen van obstakels op/tegen de erfgrens 4.
- Deze vordering valt hetzelfde lot ten deel als de vordering tot verwijdering van de betonblokken. Ook in dit verband heeft immers te gelden dat niet aannemelijk is geworden waar de erfgrens tussen de percelen zich bevindt, zodat de vordering reeds daarom niet voor toewijzing in aanmerking kan komen. Ook deze vordering zal derhalve worden afgewezen. De proceskosten 4.
- [eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: - griffierecht € 304,00 - salaris advocaat 980,00 Totaal € 1.284,00 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.284,00, 5.
- veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H.A. Venner-Lijten en in het openbaar uitgesproken. type: CB