RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht Zaaknummer: ROE 20/1609 Uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2020 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.J.H.M. de Crom), en de Burgemeester van de gemeente Weert, verweerder (gemachtigde: mr. W.H. Gootzen). Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder dwangsom opgelegd tot sluiting van het perceel met schuur en woning aan de [adres] te [woonplaats] . Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli
- Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Bij brief van 15 juli 2020 heeft verweerder de ter zitting gedane toezegging de werking van het bestreden besluit op te schorten tot zes weken nadat de beslissing op bezwaar is genomen, bevestigd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de voorzieningenrechter hierop laten weten van mening te zijn dat er geen proceskostenvergoeding moet worden toegekend omdat verweerder de toezegging ook zou hebben gedaan als verzoeker zich tot verweerder had gewend in plaats van tot de voorzieningenrechter. Overwegingen
- De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:54 van de Awb zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
- Ingevolge artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, op verzoek van de indiener, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb. Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
- Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken vanwege de ter zitting gedane en daarna schriftelijk bevestigde spontane toezegging van verweerder om de werking van het bestreden besluit op te schorten tot het einde van de beroepstermijn die hoort bij de nog door verweerder te nemen beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
- Bij sluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de stap van verweerder ongebruikelijk. Wel normaal is dat verweerder de werking van het besluit schorst totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding het standpunt van verweerder over te nemen.
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,00 en een wegingsfactor 1).
- Omdat verweerder de werking van het bestreden besluit heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier op grond van artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder a, van de Awb het griffierecht aan verzoeker terug. Beslissing De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.050,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier. De uitspraak is gedaan op 28 juli
- Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: 28 juli 2020 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.