vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/254158 / HA ZA 18-435 Vonnis van 2 september 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRIX SLOOPWERKEN B.V. (zoals met goedvinden van gedaagde het in de dagvaarding vermeldde “ Dirix Elsloo B.V.” moet worden gelezen), gevestigd te Elsloo, gemeente Stein, eiseres, advocaat mr. S.L. Smits-Emons, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HENSSEN BV, gevestigd te Schinnen, gedaagde, advocaten mrs. M.L.M. Kneepkens en V.P.M. Brouns. Partijen zullen hierna Dirix en Henssen genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 1 april 2020 de antwoordakte eiswijziging ex artikel 130 Rv van Henssen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling Ten aanzien van de factuur met nummer VFA1700115 2.1. De rechtbank heeft onder overweging 4.4 van voornoemd vonnis de vordering tot betaling van de factuur met nummer VFA1700115 afgewezen, omdat (nog) niet is voldaan aan de tussen partijen overeengekomen voorwaarde dat betaald zal worden “onder voorbehoud van tijdige betaling door hoofdaannemer.” Dirix stelt bij conclusie na enquête dat de rechtbank een verkeerde uitleg geeft aan de tussen partijen overeengekomen voorwaarde dat de facturering zou geschieden “in 4 termijnen na rato werkzaamheden en betalingstermijn 45 dagen na factuurdatum, onder voorbehoud van tijdige betaling door hoofdaannemer.” Volgens Dirix hebben partijen hiermee slechts bedoeld een voorbehoud te maken ten aanzien van de betalingstermijn van 45 dagen, waarmee is afgeweken van de maximale termijn van 60 dagen ingevolge de Wet Betalingstermijnen en zij verzoekt de rechtbank terug te komen op dit oordeel. 2.2. De rechtbank ziet niet zonder meer dat haar oordeel berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Voor een nader onderzoek is, na een oordeel als al is gegeven, geen plaats bij een dergelijke uitlegvraag. De rechtbank komt dus niet terug op haar oordeel. Ten aanzien van de tweede factuur, met nummer VFA1700116 2.3. Ten aanzien van het oordeel van de rechtbank (ten aanzien van de tweede factuur) dat Dirix heeft gesteld dat zij (deze) meerwerkzaamheden heeft verricht in opdracht en dat dit volgt uit nr. 7 en nr. 24 van de dagvaarding, stelt Dirix dat de rechtbank haar stelling te eng heeft geïnterpreteerd. Met betrekking tot hetgeen Dirix in dit kader heeft aangevoerd, verwijst de rechtbank naar haar overweging onder 4.8 van het tussenvonnis van 24 april 2019. Hierin wordt volhard. De bewijsopdracht 2.4. Bij tussenvonnis van 24 april 2019 is Dirix toegelaten te bewijzen dat: a. pas tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden is geconstateerd dat in enkele van de te slopen vakantiewoningen vleermuizen en vogelnestjes aanwezig waren en dat Henssen haar vervolgens heeft opgedragen om pas tot sloop van die woningen over te gaan nadat deze vakantiewoningen waren vrijgegeven, waardoor de sloopvolgorde van het oorspronkelijke sloopplan niet kon worden gevolgd; b. pas tijdens de sloop van de vakantiewoningen bleek dat deze niet op een eenvoudige plaatfundering stonden, maar op een fundering van circa 40 cm breed en circa 80 tot 100 cm hoog (nr. 20 dagvaarding) en dat Henssen Dirix na constatering daarvan als meerwerk heeft opgedragen deze funderingen te slopen; c. pas tijdens de uitvoeringen van de geoffreerde werkzaamheden bleek dat de oude bouwputten bij de vakantiehuisjes op een andere plek lagen dan waar de nieuwe bouwputten moesten komen en dat die nieuwe bouwputten breder moesten worden dan de oude, waardoor veel meer grond moest worden afgegraven en meer menggranulaat moest worden aangebracht en dat Henssen Dirix na constatering daarvan als meerwerk heeft opgedragen deze werkzaamheden te verrichten. Tevens is Dirix in de gelegenheid gesteld bij akte een overzicht over te leggen waarin van elk gevorderd meerwerk afzonderlijk is vermeld welke werkzaamheden voor welke bedragen in rekening zijn gebracht. 2.5. Naar aanleiding hiervan zijn door Dirix bij akte van 15 mei 2019 stukken overgelegd die ter bewijs dienen. Tevens is als productie 35 een overzicht overgelegd ter verduidelijking van de werkzaamheden en kosten per meerwerkpost. Daarnaast zijn op 4 oktober 2019 twee getuigen gehoord aan de zijde van Dirix , te weten haar directeur dhr. [directeur] en dhr. [projectleider] , in 2016 freelancer bij Dirix Sloopwerken B.V. en in 2017 projectleider bij Dirix Sloopwerken B.V. Henssen heeft afgezien van contra-enquête. 2.6.1 Door dhr. [directeur] is, voor zover van belang, verklaard: “(…) Vóór de feitelijke aanvang hadden wij gehoord van de vleermuizen en vogelnestjes-problematiek. Toen wij begonnen kregen wij van Van Heteren via Henssen te horen dat de volgorde van de sloopwerkzaamheden niet kon van achter naar voren en dan telkens alle huisjes weg. Er diende hier en daar een huisje te blijven staan vanwege die vleermuizen en vogelnestjes. (…) Dit kostte dus allemaal de nodige tijd en zoals gezegd heeft Van Heteren aan Henssen gezegd welke huisjes wij niet meteen mochten slopen en Henssen heeft dat aan ons doorgegeven. Tijdens de werkzaamheden stuitten wij verder op andere ons onbekende problemen. Die hadden betrekking op de dikte van de fundering en op de plaats van de oude bouwputten en de plaats waar de nieuwe bouwputten moesten komen. Daarover zijn de nodige besprekingen geweest en Van Heteren heeft ons toen de opdracht gegeven om die voor ons nieuwe werkzaamheden te verrichten. Ik ben van mening dat toch Henssen die werkzaamheden moet betalen want wij hadden gecontracteerd met Henssen. Henssen zat verder ook bij alle besprekingen en wist van de hoed en de rand. Voor mij is logisch dat als je dit soort besprekingen hebt met drie partijen dat dan dus mijn oorspronkelijke opdrachtgever ook gewoon de opdrachtgever blijft, ook al zou Van Heteren hebben gezegd dat die werkzaamheden moesten worden uitgevoerd. Wij hebben ook voordat die werkzaamheden klaar waren een overzicht van die extra werkzaamheden opgezet. (…) Mr. Emons laat mij zien productie 33, onder andere het e-mail bericht van 22 juni 2017. Daarbij zit ook een overzicht en dat is het overzicht wat ik feitelijk bedoel. Ik zie ook daar boven staan als datum 14-05-19, maar dat zal de datum zijn waarop de nieuwe uitdraai ten behoeve van het overleggen van deze productie is gemaakt. Het is dus als het ware een door de computer gemaakte datum van printen terwijl het originele stuk bij dat e-mail bericht van 22 juni 2017 heeft gezeten. Dit is dus gemaakt ten tijde van het uitvoeren van de extra werkzaamheden. Wij hebben dit overzicht opgesteld en dit is opgestuurd naar Henssen. Dat stuk van productie 33 heb ik toen met [naam 1] en [projectleider] feitelijk besproken. Er zijn uren en euro’s ingevuld en dit gesprek is geweest toen die werkzaamheden nog niet klaar waren. Henssen heeft het toen naar Van Heteren gestuurd. Toen het antwoord van Van Heteren kwam hadden wij dat extra werk al gedaan. Het antwoord van Van Heteren was negatief. Zij was er niet mee akkoord. Zoals gezegd zijn er feitelijke besprekingen geweest over die extra werkzaamheden en toen heeft Van Heteren de opdrachten gegeven. Ik herhaal dat Henssen daar telkens bij zat en voor ons was gelet op de offerte Henssen de opdrachtgever. Ik ben zelf twee keer in Kröv geweest voor de besprekingen van deze extra werkzaamheden. Ik heb dit toen telkens samen met [projectleider] gedaan. Bij die besprekingen waren telkens aanwezig [naam 1] en ik weet zeker bij één van de twee ook Henssen in persoon. Bij die twee besprekingen was toen ook Van Heteren aanwezig in de persoon van een zekere [uitvoerder] , de uitvoerder. Ik weet zijn achternaam niet meer. Ik weet dat die [uitvoerder] telkens overleg had met zijn baas. Ik weet dat omdat u ook in de overgelegde e-mailwisseling ziet dat telkens zijn baas bij een en ander is betrokken. (…) Mr. Emons laat mij productie 24 zien. Ik weet van dat bericht. Ik ben niet aanwezig geweest bij de in dat bericht genoemde bespreking geagendeerd op 16 mei 2017. In dat bericht staat verder dat er een extra kraan ingezet zal worden. Ik weet niet wie de eventuele opdracht heeft gegeven om die kraan in te zetten. (…)” 2.6.2 Dhr. [projectleider] heeft, voor zover van belang, het volgende verklaard: “(…) Ik ben betrokken geweest bij de offerte en bij de uitvoering van de werkzaamheden en ik ben zeker één keer per week ter plekke geweest en er zijn ook weken geweest dat ik meermaals in die week aanwezig was. (…) Bij het maken van de offerte was er niet meer informatie dan ter plekke zichtbaar was. Er waren geen bouwtekeningen of constructietekeningen of funderingsberekeningen of iets dergelijks. De offerte is gemaakt aan de hand van visuele inspectie. Tijdens de werkzaamheden kwamen voor ons onverwachte zaken aan het licht die vertraging met zich brachten. Het begon met glaswol en asbest, vervolgens vleermuizen en vogelnestjes en daarna een veel zwaardere fundering dan wij hadden gedacht en vervolgens was er ook nog verschil tussen de oude putten en de nieuwe putten wat plaatsing betreft. Wij hadden wel bij het maken van de offerte de bouwtekeningen van de nieuw te bouwen vakantiewoningen en die zouden worden geplaatst op gewone plaatfundering. Wij hebben daaruit afgeleid dat ook de te slopen huizen op dergelijke plaatfundering stond. Dat bleek dus anders te zijn. (…) De ontdekkingen die wij deden en/of de feiten waar wij al slopende mee te maken kregen hebben geleid tot het maken van telkens opstellingen ter zake die nieuwe dingen. Ik heb dus opstellingen gemaakt veroorzaakt door de vleermuis en vogelnestjes problematiek, opstellingen veroorzaakt doordat de funderingen veel dikker waren en opstellingen betrekking hebbende op de puttenproblematiek. Die opstellingen heb ik telkens besproken met [naam 1] van Henssen. Het kan ook zijn dat een enkele bespreking met Henssen in persoon is geweest, omdat [naam 1] enige tijd ziek is geweest. Wij bespraken dan die opstellingen en vulden daar uren en euro’s voor in. Vervolgens stuurde Henssen die opstellingen naar Van Heteren, want dat was uiteindelijk de opdrachtgever van Henssen. Ik kan mij niet herinneren dat er antwoord van Van Heteren binnenkwam op die opstellingen, terwijl wij die extra werkzaamheden nog niet hadden verricht. Anders gezegd: wij gingen door die tijdsdruk gewoon door met het werk en deden al die dingen die wij pas ontdekten toen wij aan het werk waren. Er zijn ook besprekingen geweest tussen Dirix , waarbij ik voor Dirix aanwezig ben geweest, Henssen en Van Heteren. Ik kan mij niet herinneren dat bij die besprekingen telkens concrete opdrachten zijn gegeven voor het doen van die meerwerkzaamheden ter zake vogelnestjes, vleermuizen, fundering en putten. Die punten zijn wel besproken en die werkzaamheden, zo bleek volgens mij telkens uit die besprekingen, moesten gewoon worden verricht. Dat hebben wij telkens gedaan. Wat mij betreft heeft dan Henssen te gelden als degene die die opdrachten gaf, want dat was voor ons de opdrachtgever.(…) Productie 23 kan ik mij herinneren. Wij zijn toen met de daarin genoemde personen op de locatie geweest. [uitvoerder] was van Van Heteren. Hij had niet de bevoegdheid om prijzen af te spreken. Wij hebben dus wel toen op 4 mei die punten met z’n allen besproken, maar wij hebben toen op 4 mei niet een akkoord gekregen over de meerprijs van euro 25.000, die ook in dat bericht is genoemd.(…) Van productie 25 kan ik zeggen dat ik denk dat het bericht van [naam 2] van 12 mei 2017 16:15 voor zover daar in de aanhef ‘ [naam 1] ’ is geschreven, dat met [naam 1] is bedoeld [naam 1] . Ik herinner me het bericht omdat we moesten opschalen. Dat was een opdracht, dus van [naam 2] zoals te lezen valt in die mail. Met opschalen wordt bedoeld dat meer capaciteit moest worden ingezet en daarmee wordt onder meer bedoeld dat wij met meer materieel ter plekke moesten komen. (…)” 2.6.3 De overgelegde (e-mail)berichten houden, voor zover van belang, het volgende in: Producties 20 t/m 22: Hierin is het grondwerk als apart te bespreken punt genoemd, maar dit lijkt betrekking te hebben op de problematiek en werkzaamheden(glaswol) waarvoor eerder al een regeling is getroffen die tot de vergoeding van € 25.000 heeft geleid. Uit de stukken blijkt niet dat dit betrekking heeft op het grondwerk met betrekking tot de nieuwe bouwputten. Productie 23: bericht van [projectleider] aan [naam 1] (van Henssen) op 5 mei 2017: “Er is nu een controle op vogels en vleermuizen – enkele huizen in de slooprouting hebben wij nu over moeten slaan omdat daar nesten in zitten, daar hebben wij nu wel last van – was nog niet bekend hoe dat verder ging met deze woningen” Productie 24: bericht van [naam 1] aan [projectleider] op 11 mei 2017: “Wij hebben zojuist telefonisch contact gehad betreffende het werk in Kröv. Wij hebben aangegeven dat er vanaf a.s. maandagmorgen een extra kraan ingezet dient te worden. Onze opdrachtgever (van Heteren) geeft aan dat deze volle dagproducties kan draaien en dat met de huidige bezetting het werk niet op tijd gerealiseerd kan worden.” Tevens is hierin vermeld dat er op 16 mei 2017 een overleg ter plaatse is, waarbij aanwezig [naam 2] en [uitvoerder] van Van Heteren, [projectleider] van Dirix en Henssen en [naam 1] van Henssen. “Van Heteren heeft dan ook een detailplanning klaar voor het werk. Tevens geven zij dan aan hoe de werkwijze van de grondwerken volgens hen zou moeten. Welke wij dan gezamenlijk kunnen doornemen en beoordelen of deze reëel zijn.” Productie 25: [naam 1] heeft op 12 mei 2017 een mail van [naam 2] van diezelfde datum doorgestuurd naar [projectleider] , met de mededeling “Onderstaand ontvangen van [naam 2] . Zodat we weten wat er a.s. dinsdag besproken zal worden.”. In die mail heeft [naam 2] o.a. vermeld “Ondanks een hobbelige start en 2 huisjes op hold” en “Wetende dat we ten gevolge van m.n. asbest, glaswol en ook de fauna aspecten de start moesten uitstellen tot 1 mei (..) en “Zoals gisteren aan de telefoon reeds gemeld sommeer ik u opnieuw de werkzaamheden dusdanig op te schalen dat we de achterstand in de planning inlopen om zo tijdig (zoals “tijde” wordt gelezen) de verschillende werkfasen op te leveren.” En “Om niet in de problemen te komen verzoeken we u met klem de werkzaamheden op te schalen om z.s.m. weer binnen de planning te komen.” Productie 26: bericht van 18 mei 2017 van [naam 2] aan Henssen en [naam 1] en [projectleider] , n.a.v. de bespreking op 16 mei 2017. Hierin is onder meer vermeld “Jullie hebben al aangegeven dat er maandag een extra grote kraan erbij komt, die ook alle aanbouwstukken bij zich heeft. Ik ga er dan ook van uit dat er een 2e breekbak mee komt zodat we de achterstand gaan inlopen op de planning.” En “Graag ontvang ik een bevestiging over de aanvoer van een extra breekbak en de aanpassing van de afvoerstroom (containers) zodat de afvoer beter gaat lopen.” [naam 1] reageert hier diezelfde dag op met een mail gericht aan [naam 2] , maar tevens verzonden naar Henssen en [projectleider] met de mededeling: “Zoals afgelopen dinsdag aangegeven zullen er meer containers komen voor de afvoer van de materialen. (..) Betreffende het breekwerk is van vandaag [directeur] op de locatie om na te gaan waarom de aanwezige breekbak zijn opgegeven productie niet haalt en aan de hand hiervan maatregelen te nemen dat de planning wel wordt nagestreefd. Als [directeur] daar is zal hij dit ook wel met [uitvoerder] opnemen.” Productie 27: e-mail van 22 mei 2017 van [naam 2] aan [naam 1] en Henssen en [projectleider] , cc aan o.a. [uitvoerder] van Van Heteren, met de mededeling dat de kraan en extra breker niet zijn gearriveerd, waarin wederom wordt gesommeerd “onmiddellijk de werkzaamheden op te schalen” en “Tevens gaan we de meerkosten die hierdoor ontstaan inzichtelijk maken” alsmede “Momenteel onderzoeken we hoe en wat wij kunnen doen om de achterstand in te lopen, alle kosten zullen ten laste komen van de veroorzaker” [naam 1] reageert daar die datum op met een mail aan [naam 2] , cc o.a. aan Dirix , Hensen en [projectleider] , waarin is vermeld dat woensdag (de 24ste ) een overleg ter plaatse zal plaatsvinden waarbij hijzelf, Dirix , Hensen en [projectleider] aanwezig zijn. Tevens is in die e-mail vermeld dat de transporteur de kraan woensdag pas kan vervoeren. Productie 28: e-mail van [projectleider] aan [naam 1] van 14 juni 2017 met een overzicht van de meerkosten en uitleg dat deze kosten zijn gemaakt in verband met de vleermuizen en vogelnesten en de plaatfundering. Productie 29: e-mail van [projectleider] aan Henssen, cc aan Dirix en [naam 1] van 20 juni 2017, met dezelfde inhoud als 28 (nu inclusief foto’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.